Voor literatuurlijst klik hier.

ER IS EEN WEG

VOOR GODS HEILIGEN

OM TE ONTKOMEN

 

Spoedig zullen zich ontzagwekkende
gebeurtenissen op de aarde afspelen.
De Bijbel voorzegt dat er tijden van wereld-
omvattende ellende en onheil op komst zijn.
Er is evenwel een weg om aan al deze
troebelen te ontkomen voor hen die bereid
zijn de waarschuwingen ter harte te nemen!

 

Hoe zou u reageren als God ineens tot u sprak en u waarschuwde terstond maatregelen te nemen om uw vege lijf te redden?
Zou u aandachtig luisteren naar wat Hij te zeggen had? Zou u er
gehoor aan geven?
Of zou u er alleen maar mee spotten en zijn waarschuwing in de wind slaan?

God heeft reeds gesproken

Slechts weinig mensen beseffen dat God reeds tot de mensheid, ja tot u, gesproken heeft:
HebreeŽn 1:1
  Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon
[wiens woorden de nieuwtestamentische schrijvers getrouw opgetekend hebben], 2  die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. 2:1 Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven.
God sprak niet alleen tot de mensheid, maar zijn woorden zijn tevens door zijn dienaars opgetekend in een boek. Dat boek is de Bijbel.
Wanneer u de Bijbel leest dan luistert u in feite naar de geÔnspireerde woorden van God. Uw houding t.o.v. wat de Bijbel te zeggen heeft, laat dus precies zien hoe u de woorden van de almachtige God zou opnemen, indien Hij zich op dat ogenblik persoonlijk tot u zou richten. 

Waarschuwingen voor wat komen gaat

Het boek Openbaring staat vol met waarschuwingen voor ontzagwekkende gebeurtenissen die weldra zullen plaatsvinden. In het laatste hoofdstuk van dit minst begrepen bijbelboek besloot de Openbaarder, Jezus Christus, met:
Openbaring 22:7
  En zie, Ik kom spoedig. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart
[ze zich herinnert en ernaar handelt].
Desondanks kunnen de meeste mensen – en misschien ook u – niet inzien hoe ernstig de ontstellende profetische waarschuwingen in de Bijbel genomen dienen te worden.
We mogen de profetieŽn in de Bijbel niet licht opnemen. Het gaat om de toekomst van ons en de onzen! Indien we gehoor geven aan de waarschuwingen van God die in de Bijbel staan, dan belooft Hij u
een weg om te ontkomen, zodat we niet hoeven bloot te staan aan de komende gevaren.
 

Een wereld van sceptici

Er wordt een weg om te ontkomen geopenbaard in het geÔnspireerde Woord van God! De verschrikkingen die over alle landen ter wereld zullen komen, hoeven we niet te ondergaan.
Ten einde onder Gods bescherming te komen, moeten we evenwel niet de houding aannemen die we in de meeste westerse landen aantreffen. De mensen bezitten een ongeŽvenaarde overdaad van informatie. Dagelijks gebombardeerd met elkaar tegensprekende ’feiten’, dagelijks geconfronteerd met tegengestelde lezingen van een en hetzelfde geval, en zonder enige kans uit deze gecompliceerde wereld de waarheid te ziften, hebben heel veel mensen zich ongetwijfeld opgesloten in een ruwe
bolster van scepticisme.
Doordat men niet in staat is vast te stellen wat waar is van wat mensen zeggen, hebben de meeste mensen een cynische houding aangenomen wat het serieus nemen van welke waarschuwing dan ook betreft – zelfs als die van God komt.
Door middel van de Bijbel zijn Gods waarschuwingen reeds duizenden jaren lang aan de mens bekend, maar omdat voor de meeste mensen God zo onwerkelijk lijkt, hebben ze geen respect voor wat die Bijbel te zeggen heeft. Daarom nemen ze maar aan dat de bijbelse profetieŽn niet ter zake dienen en voor hen van geen belang zijn.
Velen zien de Bijbel als een verouderd boek, maar het is het meest actuele boek voor nu en voor morgen!
Zodoende dolen miljoenen mensen in deze tijd als domme schapen rond – onachtzaam, zorgeloos, ongevoelig en sceptisch. Ze zijn als passagiers in een trein die voortraast over de rails, volkomen onbewust van het feit dat de brug een eindje verderop er niet meer is.

Hoe staat het met u en uw gezin? Bent u cynisch, sceptisch of moeilijk te overtuigen?
De wereld zal niet lang meer hoeven te wachten voordat wereldschokkende gebeurtenissen elkaar bliksemsnel zullen gaan opvolgen. Het zal niet lang meer duren voordat de harde bolster van scepticisme aan stukken zal liggen!

Al eerder voorgekomen

Vandaag wil iedereen geloven dat ”alles blijft zo, als het van het begin der schepping af geweest is” (2 Petrus 3:4). De meeste mensen lijken op de filosofen waarvan Paulus schreef:
Romeinen 1:28
  En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen…
Een ingrijpen door God? Ondenkbaar!
Hoe vreemd het ook lijkt, er is overvloedig bewijsmateriaal dat de bijbelse gebeurtenissen en wonderen werkelijk plaatsgevonden hebben. En als we dat kunnen bewijzen, dan kunnen we ook absolute zekerheid hebben dat de gebeurtenissen die voor onze tijd zijn voorzegd,
eveneens zullen plaatsvinden.
Misschien zult u in deze publicatie voor de eerste keer te weten komen dat God in het verleden reeds op grote schaal in het wereldgebeuren heeft ingegrepen. De volken waren met schrik vervuld. Zij begonnen de macht van hun Schepper te erkennen.
Als u dat inziet, zult
u Gods waarschuwing voor ons in de eindtijd gaan begrijpen, en ook hoe u zich kunt voorbereiden om aan de verschrikkingen die deze wereld zichzelf op de hals haalt, te ontkomen.

God geeft altijd eerst een waarschuwing

God heeft toen Adam nog leefde reeds geopenbaard wat er bij Christus' wederkomst met een opstandige mensheid gebeuren zou.
Judas 1:14
 Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden, 15  om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
Door alle eeuwen heen werden andere profeten van God uitgezonden met een waarschuwing zoals die van Henoch.
Handelingen 3:19
 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, 20  en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; 21  Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. 22  Mozes toch heeft gezegd: De Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders, gelijk mij: naar hem zult gij horen in alles wat hij tot u spreken zal; 23  en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. 24  En al de profeten, van SamuŽl af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd.
Vers 23 zegt wat er uiteindelijk zal gebeuren met degenen die weigeren gehoor te geven aan de waarschuwingen van de allergrootste profeet, Jezus Christus.
Noach werd door God gebruikt om gerechtigheid te prediken en voor een wereldomvattende catastrofe te waarschuwen in de tijd vlak voor de zondvloed.
2 Petrus 2:5
 en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht.
Hoe luidt de bijbelse definitie van ’gerechtigheid’?
Psalmen 119:172
  Mijn tong zal uw woord bezingen, want al uw geboden zijn gerechtigheid.
Noachs rechtvaardigheid of gehoorzaamheid aan Gods wet en zijn prediking van gerechtigheid was de reden waarom hij bij God in de gunst stond.
Genesis 6:8
  Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN. 9  Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.
Toen Noach door God gewaarschuwd werd voor de komende vernietiging, volgde hij Gods instructies op om eraan te ontkomen.
Genesis 6:13
  Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen. 14  Maak u een ark van goferhout; met vakken zult gij de ark maken en haar van binnen en van buiten met pek bestrijken. 15  En zo zult gij haar maken: driehonderd el zal de lengte der ark zijn, vijftig el haar breedte en dertig el haar hoogte. 16  Gij zult aan de ark een lichtopening maken, en een el van boven af zult gij die afwerken, en de ingang der ark zult gij in haar zijkant aanbrengen; met een onderste, een tweede en een derde verdieping zult gij haar maken. 17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen. 18  Maar met u zal Ik mijn verbond oprichten, en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw vrouw en de vrouwen uwer zonen met u.
HebreeŽn 11:7
 Door het geloof heeft Noach, nadat hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat [geloof] heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der gerechtigheid, die aan het geloof beantwoordt.
De wereld rondom hem had echter lak aan zijn waarschuwing.
MattheŁs 24:38
 Want zoals zij in die dagen voor de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, 39  en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.

Sodom was ten tijde van Abraham letterlijk
vervuld met afschuwelijke zonden.

Genesis 13:13 De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de HERE.

EzechiŽl 16:49
 Zie, dit was de ongerechtigheid van uw zuster Sodom: in trots, overdaad en zorgeloze rust leefde zij met haar dochters zonder de ellendige en de arme te ondersteunen. 50  Verwaten waren zij en bedreven gruwelen voor mijn aangezicht. Daarom vaagde Ik ze weg, zodra Ik het zag.
Melchisedek – de priester van de allerhoogste God –Abraham en de koning van Sodom hadden elkaar reeds ontmoet.
Genesis 14:17
  Toen ging de koning van Sodom uit, hem
[Abram] tegemoet, nadat hij teruggekeerd was van het verslaan van Kedorlaomer en de koningen die met hem waren, naar het dal Sawe, dat is het Koningsdal. 18  En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. 19  En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, 20  en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden. 21  De koning van Sodom nu zeide tot Abram: Geef mij de mensen, en behoud de have voor u. 22  Doch Abram zeide tot de koning van Sodom: Ik zweer bij de HERE, bij God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde: 23  Zelfs geen draad of schoenriem, ja niets van het uwe zal ik nemen, opdat gij niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt!
Te oordelen naar dit samenzijn moesten de koning van Sodom en Melchisedek – de Christus van het Nieuwe Testament – elkaar eerder ontmoet en gesproken hebben. Aangezien God niet verandert in zijn fundamentele denk- en handelswijze (Hebr. 13:8) moet Melchisedek de inwoners van Sodom wel vermaand hebben zich te bekeren van hun verkeerde levenswijze, of anders op zekere dag de onontkoombare consequentie van zonde ondergaan, d.w.z.
de dood!
De zonden van Sodom werden ten slotte zo pervers en ten hemel schreiend dat God besloot alle inwoners van de stad te verdelgen, evenals alle bewoners van de aarde (behalve Noach en zijn gezin) tijdens de zondvloed verdelgd waren.
Kennelijk was Lot de
enige rechtvaardige man in Sodom.

2 Petrus 2:6
 en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven, 7  maar de rechtvaardige Lot, die zwaar te lijden had onder de losbandige wandel dier zedelozen, heeft behouden 8  (want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken).
Lot werd door de boodschappers van God gewaarschuwd voor de vernietiging die Hij over Sodom zou brengen als straf voor de zonden ervan.
Genesis 19:1
  En de twee engelen kwamen in de avond te Sodom. Lot zat in de poort van Sodom en toen Lot hen zag, stond hij op, ging hun tegemoet, boog zich neder met het aangezicht ter aarde… Vers 12  Toen zeiden die mannen tot Lot: Wie hebt gij hier nog meer? Schoonzoons, of uw zonen, uw dochters, of wie gij ook in de stad hebt, voer hen uit deze plaats, 13  want wij gaan deze plaats verwoesten; want groot is het geroep over haar voor de HERE; daarom heeft de HERE ons gezonden om haar te verwoesten.
Lot probeerde toen anderen voor de ophanden zijnde straf te waarschuwen.
Vers 14
  Toen ging Lot heen en sprak tot zijn schoonzoons, die met zijn dochters zouden trouwen, en zeide: Staat op, verlaat deze plaats, want de HERE gaat de stad verwoesten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand die schertste.
Op welke manier werden Sodom en omstreken verwoest?
Vers 24
  Toen liet de HERE zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de HERE, uit de hemel; 25  en Hij keerde die steden om, benevens de gehele Streek, met al de inwoners der steden en het gewas van de aardbodem.

Dit heeft sindsdien als een
voorbeeld – een waarschuwing – gediend voor de ongehoorzamen.

Judas 1:7
 zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur.
2 Petrus 2:6
 en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven.

De overgrote meerderheid der mensen in onze tijd slaat geen acht op deze of enige andere waarschuwing in de Bijbel. De meeste mensen hebben absoluut geen interesse voor bijbelse voorbeelden van straf op zonde. De meesten ’genieten’ liever van allerlei uitspattingen. Als iemand van Gods waarschuwingen voor een ophanden zijnde catastrofe gewag maakt dan spotten zij ermee. Het doet de meeste mensen niets, omdat zij
het bestaan van God ontkennen!
Aangezien God een God van liefde en genade is,
waarschuwde Hij daarom ook de IsraŽlieten voor de straffen die Hij hen zou opleggen wanneer zij zouden zondigen.

Leviticus 26:14
  Maar indien gij naar Mij niet luistert en al deze geboden niet doet, 15  indien gij mijn inzettingen versmaadt en van mijn verordeningen een afkeer hebt, zodat gij geen van mijn geboden doet en mijn verbond verbreekt, 16  dan zal Ik ook aldus met u doen en met verschrikking u bezoeken: tering en koorts, die de ogen verteren en het leven doen verkwijnen; dan zult gij tevergeefs uw zaad zaaien, want uw vijanden zullen het eten. 17  Ik zal mijn aangezicht tegen u keren, zodat gij voor uw vijanden geslagen zult worden, en die u haten, zullen over u heersen, en gij zult vluchten, zonder dat iemand u vervolgt. 18  En indien gij desniettegenstaande niet naar Mij luistert, dan zal Ik u blijven tuchtigen wegens uw zonden, tot zevenmaal toe, 19  en uw trotse macht zal Ik breken en uw hemel maken als ijzer en uw land als koper. 20  Dan zal uw kracht tevergeefs verbruikt worden; uw land zal zijn opbrengst niet geven en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet dragen. 21  Indien gij u tegen Mij verzet en naar Mij niet wilt luisteren, dan zal Ik u nog zevenmaal harder slaan, naar uw zonden; 22  Ik zal het wild gedierte op u loslaten, dat u van kinderen beroven en uw vee uitroeien zal en uw aantal zo zal verminderen, dat uw wegen verlaten zullen zijn. 23  Indien gij u door deze tuchtiging nog niet tot Mij keert en u tegen Mij blijft verzetten, 24  dan zal ook Ik Mij tegen u verzetten en dan zal Ik u ook zevenmaal slaan wegens uw zonden, 25  en over u een zwaard brengen, dat wraak neemt over het verbond; wanneer gij dan in uw steden bijeenkomt, dan zal Ik de pest onder u zenden en gij zult aan de vijand overgeleverd worden. 26  Als Ik u de staf des broods verbreek, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken en zij zullen uw brood afgewogen teruggeven, en gij zult eten, maar niet verzadigd worden. 27  En indien gij desondanks niet naar Mij luistert en u tegen Mij blijft verzetten, 28  dan zal Ik Mij met grimmigheid tegen u verzetten en Ik, ja Ik, zal u zevenmaal tuchtigen over uw zonden, 29  en gij zult het vlees uwer zonen eten en het vlees uwer dochters zult gij eten. 30  En uw hoogten zal Ik verwoesten en uw wierookaltaren uitroeien; Ik zal uw lijken werpen op de lijken uwer afgoden en Ik zal een afkeer van u hebben. 31  Uw steden zal Ik tot een puinhoop maken en uw heiligdommen verwoesten en Ik wil niet meer uw liefelijke reuk ruiken. 32  Ik zelf zal het land verwoesten, zodat uw vijanden, die daarin wonen, zich daarover zullen ontzetten. 33  Maar u zal Ik onder de volken verstrooien en Ik zal achter u het zwaard trekken, en uw land zal een woestenij zijn en uw steden een puinhoop. 34  Dan zal het land zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, al de dagen dat het woest ligt en gij in het land uwer vijanden zijt; dan zal het land rusten en zijn sabbatsjaren vergoeden. 35  Al de tijd der verwoesting zal het rusten, de rust die het niet gehad heeft gedurende uw sabbatsjaren, toen gij daarin woondet. 36  En Ik zal vrees brengen in de harten van hen die van u zijn overgebleven, in de landen hunner vijanden, zodat het geluid van een opgewaaid blad hen opjaagt, en zij zullen vluchten, zoals men vlucht voor het zwaard, en vallen, zonder dat er een vervolger is. 37  En de een zal over de ander struikelen als voor het zwaard, zonder dat er een vervolger is, en gij zult voor uw vijanden geen stand kunnen houden. 38  En gij zult onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verteren. 39  En wie van u overgebleven zijn, zullen in de landen hunner vijanden wegkwijnen vanwege hun ongerechtigheid en ook vanwege de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij, evenals dezen, wegkwijnen. 40  Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen, in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zijn geweest, en ook dat zij zich tegen Mij verzet hebben, 41  (ook Ik verzette Mij tegen hen en bracht hen in het land hunner vijanden) of vernedert zich dan hun onbesneden hart en boeten zij dan hun ongerechtigheid, 42  dan zal Ik mijn verbond met Jakob gedenken; ook mijn verbond met Isašk en ook mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken. 43  Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, terwijl het verwoest ligt zonder hen, en zij zullen hun ongerechtigheid boeten, omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden. 44  Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hen verbreken: want Ik ben de HERE, hun God. 45  Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de HERE. 46  Dit zijn de inzettingen en verordeningen en wetten, die de HERE gegeven heeft tussen Zich en de IsraŽlieten op de berg SinaÔ, door de dienst van Mozes.
De ongelovige IsraŽlieten zondigden toch ondanks de waarschuwing.
En deze profetie van Leviticus 26 is, hoewel door Mozes geschreven voordat de IsraŽlieten het beloofde land binnengingen, een profetie met een tweeledige vervulling. Het was een
waarschuwing voor de mensen van Mozes' tijd, maar de tweede en laatste vervulling is in de vorige eeuw begonnen en bereikt in de komende jaren een afschuwelijke climax voor het huidige IsraŽl (bedenk dat de Joden slechts een klein deel zijn van de twaalf stammen van IsraŽl).
Door de tweeledige vervulling, die voor zoveel profetieŽn kenmerkend is, is het eveneens een
waarschuwing voor de zgn. ’tien verloren stammen’ van IsraŽl: het Amerikaanse volk, de volkeren van de Britse gemenebestlanden en van noordwest Europa voor komende gebeurtenissen! Leviticus 26 is de fundamentele profetie van het Oude Testament. Het bevat een essentiŽle, levende, geweldige boodschap en waarschuwing voor deze volken van vandaag!

2 Koningen 17:13
 De HERE had IsraŽl en Juda gewaarschuwd door alle profeten, alle zieners: Bekeert u van uw boze wegen en onderhoudt mijn geboden en inzettingen, volgens de gehele wet die Ik uw vaderen heb geboden, en door mijn knechten, de profeten, u heb doen overbrengen. 14  Maar zij hadden niet geluisterd doch zich even hardnekkig betoond als hun vaderen, die niet vertrouwd hadden op de HERE, hun God. 15  Zij hadden zijn inzettingen veracht en zijn verbond, dat Hij met hun vaderen gesloten had, alsook zijn vermaningen, die Hij tot hen gericht had; zij hadden achter de ijdelheden aan gelopen, zodat zij tot ijdelheid werden, en achter de volken aan, die rondom hen woonden, ofschoon de HERE hun geboden had niet te doen zoals deze.
God bestrafte hen toen, zoals Hij gezegd had.
Vers 20
  Daarom verwierp de HERE het gehele geslacht van IsraŽl. Hij vernederde hen en gaf hen over in de macht van plunderaars, totdat Hij hen van zijn aangezicht had weggeworpen.
God was ook andere volken genadig door hen voor de komende verwoesting vanwege hun zonden te waarschuwen.
Jona 1:1
  Het woord des HEREN kwam tot Jona, de zoon van Amittai: 2  Maak u op, ga naar Nineve, de grote stad, en predik tegen haar, want haar boosheid is opgestegen voor mijn aangezicht. 3:1  Het woord des HEREN kwam ten tweeden male tot Jona: 2  Maak u op, ga naar Nineve, de grote stad, en breng haar de prediking, die Ik tot u spreken zal. 3  Toen maakte Jona zich op en ging naar Nineve, overeenkomstig het woord des HEREN. Nineve nu was een geweldig grote stad, van drie dagreizen. 4  En Jona begon de stad in te gaan, een dagreis, en hij predikte en zeide: Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!
Luisterden de mensen?
Vers 5
  En de mannen van Nineve geloofden God en riepen een vasten uit en bekleedden zich, van groot tot klein, met rouwgewaden.
De verwoesting van de stad werd daarom afgewend.
Vers 10
  Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.
Hoe duurzaam was het berouw van de mensen in Nineve?
Nahum 1:1
  Godsspraak over Nineve. Boek van het gezicht van Nahum, de Elkosiet. 3:1  Wee de bloedstad, louter leugen, vol van verscheuring, zonder ophouden rovend! 2  Hoor, zweepgeklap! hoor, wielengeratel! en jagende paarden en opspringende wagens, 3  steigerende rossen en vlammende zwaarden en bliksemende lansen, en tal van verslagenen, een menigte doden, en eindeloos veel lijken; men struikelt over hun lijken.
Welke straf sprak God daarom over de inwoners uit?
Vers 4
  Vanwege de vele hoererijen der hoer, uitnemend in bevalligheid, meesteres in toverkunsten, volken verkopend door haar hoererijen, en geslachten door haar toverkunsten. 5  Zie, Ik zal u! luidt het woord van de HERE der heerscharen, Ik til uw slippen op tot aan uw aangezicht, en Ik laat aan de volken uw naaktheid zien, aan de koninkrijken uw schaamte. 6  Ik werp vuil op u, Ik maak u te schande en stel u ten toon, 7  zodat al wie u ziet, van u wegvlucht en zegt: Verwoest is Nineve! Wie zal haar beklagen? waar zal ik troosters voor u zoeken?
Toen de voorspelde catastrofe uitbleef, begonnen de AssyriŽrs in Nineve al gauw in hun oude zondige levenswijze terug te vallen. Derhalve kondigde God ongeveer anderhalve eeuw later de uiteindelijke ondergang van Nineve aan bij monde van de profeet Nahum.
Door heel de Bijbel heen zien we dat God de mensen altijd ruimschoots gelegenheid heeft gegeven zich te bekeren –
op te houden met zondigen – voordat Hij de straf voor het overtreden van zijn wetten die geluk en welzijn brengen, ten uitvoer brengt. Door de eeuwen heen heeft Hij zijn profeten gezonden om de volken te waarschuwen voor zijn straffen die op hardnekkige ongehoorzaamheid zouden volgen. God inspireerde zijn profeten eveneens zijn waarschuwingen op te tekenen en Hij zorgde ervoor dat ze voor ons bewaard bleven. Maar helaas vinden die waarschuwingen bijna altijd dovemans oren!

De plagen van Egypte - een WAARSCHUWING voor nu!

Nu komen we aan een interessant historisch verslag – het relaas van de plagen die God over Egypte bracht vlak voordat het volk IsraŽl uit slavernij bevrijd werd.
Sommige van de gebeurtenissen, die volgens de profetie in de toekomst, vlak voor Christus' wederkomst zullen plaatsgrijpen, worden in de Bijbel vergeleken met hetgeen voorviel toen de farao weigerde de kinderen IsraŽls uit Egypte te laten vertrekken. Als we weten wat er in Egypte gebeurde, zullen we ook beter in staat zijn in te zien wat er
opnieuw zal gebeuren, dit keer echter op wereldschaal! Vele van die ontzagwekkende plagen zijn in type de plagen waarmee in de toekomst deze rebellerende wereld geteisterd zal worden.
God zag hoe de IsraŽlieten door de Egyptenaren werden behandeld.
Exodus 3:7
  En de HERE zeide
[tegen Mozes]: Ik heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten.
Wat was God van plan te doen?
Vers 8
  Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit de macht der Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanašnieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.
Hij zou Mozes zenden om de IsraŽlieten te bevrijden.
Vers 10
  Nu dan, ga, Ik zend u tot Farao, om mijn volk, de IsraŽlieten, uit Egypte te leiden. 11  Maar Mozes zeide tot God: Wie ben ik, dat ik naar Farao zou gaan en de IsraŽlieten uit Egypte zou leiden?

Waarvoor gaf God aan Mozes de opdracht de farao te
waarschuwen wanneer hij IsraŽl niet wilde laten wegtrekken?

Exodus 4:22
 Dan zult gij tot Farao zeggen: Zo zegt de HERE: IsraŽl is mijn eerstgeboren zoon; 23  daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; zoudt gij echter weigeren hem te laten gaan, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden.

Mozes en Ašron
spraken bij hun eerste ontmoeting alleen maar met de farao.

Exodus 5:1
  Daarna kwamen Mozes en Ašron tot Farao en zeiden tot hem: Zo zegt de HERE, de God van IsraŽl: laat mijn volk gaan om te mijner ere in de woestijn een feest te vieren. 2  Maar Farao zeide: Wie is de HERE, naar wie ik zou moeten luisteren om IsraŽl te laten gaan? Ik ken de HERE niet, en ik zal IsraŽl ook niet laten gaan. 3  Toen zeiden zij: De God der HebreeŽn heeft ons ontmoet; laat ons toch drie dagreizen ver de woestijn intrekken, om aan de HERE, onze God, te offeren, anders zou Hij ons treffen met de pest of met het zwaard.
De Egyptische leider was niet onder de indruk.
Vers 4
  Maar de koning van Egypte zeide tot hen: Waarom tracht gij, Mozes en Ašron, het volk van zijn werk af te houden! Vooruit, aan uw dwangarbeid!

De volgende keer spraken ze niet alleen, maar liet God hen wonderen verrichtten om indruk op de farao te maken.

Exodus 7:9
  Wanneer Farao tot u zegt: vertoon een wonderteken, dan zult gij tot Ašron zeggen: neem uw staf en werp die neer voor het aangezicht van Farao; dan zal hij een slang worden. 10  Mozes en Ašron kwamen tot Farao en zij deden, zoals de HERE geboden had; Ašron wierp zijn staf neer voor het aangezicht van Farao en zijn dienaren, en hij werd een slang. 11  Daarop riep Farao van zijn kant de wijzen en de tovenaars en ook zij, de Egyptische geleerden, deden door hun toverkunsten hetzelfde. 12  Ieder wierp zijn staf neer en deze werden tot slangen; de staf van Ašron echter verslond hun staven.
Dit bewoog hem niet IsraŽl te laten gaan.
Vers 14
  En de HERE zeide tot Mozes: Het hart van Farao is onvermurwbaar, hij weigert het volk te laten gaan.
Wat was de eerste plaag die de Egyptenaren trof toen de farao zich bleef verzetten?
Vers 20
  En Mozes en Ašron deden, zoals de HERE geboden had; hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van Farao en zijn dienaren, en al het water in de Nijl werd in bloed veranderd; 21  de vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken; en er was bloed in het gehele land Egypte.
De Plaag duurde zeven dagen.
Vers 24
  Alle Egyptenaren echter groeven in de omgeving van de Nijl naar water om te drinken, want Nijlwater konden zij niet drinken. 25  Zo verliepen zeven volle dagen, nadat de HERE de Nijl geslagen had.

Een vermelding van deze afschuwelijke plaag werd op een papyrus uit de oudheid aangetroffen. Het werd vertaald door A.H. Gardiner onder de titel
Admonitions of an Egyptian Sage from a Hieratic Papyrus in Leiden, kortweg aangeduid als de ’papyrus Ipuwer’. Ipuwer was een Egyptische ooggetuige van de plaag.
De papyrus verhaalt: ”In het gehele land heerst een plaag. Overal bloed ... De rivier is bloed. De mensen drinken en deinzen terug voor (de smaak). Men dorst naar water” (blz. 9).
Wat was de tweede plaag waarmee de eeuwige God de Egyptenaren strafte?
Exodus 8:1
  Daarna zeide de HERE tot Mozes: Ga tot Farao en zeg tot hem: zo zegt de HERE: laat mijn volk gaan, om Mij te dienen; 2  indien gij weigert het te laten gaan, zal Ik uw gehele gebied met kikvorsen teisteren. 3  De Nijl zal wemelen van kikvorsen, zij zullen komen opzetten en in uw huis en slaapkamer binnendringen, ja, op uw bed, en in de huizen van uw dienaren en onder uw volk, ja, in uw bakovens en baktroggen. 4  Tegen u, uw volk en al uw dienaren zullen de kikvorsen opkomen.
De farao liet de IsraŽlieten niet gaan toen de plaag voorbij was, zoals hij beloofd had.
Vers 15
  Maar toen Farao zag, dat er verlichting was ingetreden, liet hij zijn hart niet vermurwen en luisterde niet naar hen, zoals de HERE gezegd had.
Wat was de derde, nog rampspoediger plaag?
Vers 16
  En de HERE zeide tot Mozes: Zeg tot Ašron: strek uw staf uit en sla het stof der aarde; het zal tot muggen worden in het gehele land Egypte. 17  Toen deden zij aldus; Ašron strekte zijn hand uit met zijn staf en sloeg het stof der aarde, en de muggen kwamen op mens en dier. Alle stof der aarde werd muggen in het gehele land Egypte.
De Egyptische tovenaars gaven, door de macht van Satan in staat gesteld de vorige plagen na te doen, ten slotte toe dat God hier de hand in had.
Vers 18
  Ook de geleerden deden hetzelfde om door hun toverkunsten de muggen te voorschijn te brengen; maar zij konden het niet. En de muggen kwamen op mens en dier. 19  Toen zeiden de geleerden tot Farao: Dit is Gods vinger. Maar het hart van Farao verhardde, en hij luisterde niet naar hen, zoals de HERE gezegd had.
De farao weigerde nog steeds zich te laten vermurwen.
Wat was de vierde afschuwelijke plaag die God over de farao en de Egyptenaren liet komen?
Vers 20
  En de HERE zeide tot Mozes: Sta vroeg in de morgen op en stel u voor Farao; zie, hij is gewoon naar het water te gaan, en gij zult tot hem zeggen: zo zegt de HERE: laat mijn volk gaan, om Mij te dienen; 21  want indien gij mijn volk niet laat gaan, dan zal Ik tegen u, uw dienaren, uw volk en uw huizen steekvliegen loslaten, zodat de huizen der Egyptenaren, ja zelfs de bodem, waarop zij zich bevinden, vol steekvliegen zijn.

Zie hoe de farao zich gedroeg toen hij er
zelf onder te lijden kreeg.

Vers 24
  De HERE deed alzo; en er kwamen steekvliegen in zwermen in het huis van Farao en van zijn dienaren en in het gehele land Egypte; het land werd geteisterd door de steekvliegen. 25  Toen ontbood Farao Mozes en Ašron en zeide: Gaat, offert aan uw God in dit land. 26  Maar Mozes zeide: Het is onmogelijk zo te doen, wij  zouden aan de HERE, onze God, offeren, wat de gruwel der Egyptenaren is. Wanneer wij datgene, wat de gruwel der Egyptenaren is, voor hun ogen zouden offeren, zouden zij ons dan niet stenigen? 27  Wij willen drie dagreizen ver de woestijn intrekken en de HERE, onze God, offers brengen, zoals Hij ons gezegd heeft. 28  Toen zeide Farao: Ik zal u laten gaan om aan de HERE, uw God, in de woestijn te offeren; slechts moogt gij niet al te ver weggaan. Bidt voor mij.
Maar toen deze plaag door God genadig werd weggenomen, hield de farao zich niet aan zijn belofte.
Vers 32
  Toch liet Farao zijn hart ook ditmaal niet vermurwen; hij liet het volk niet gaan.

De farao nog steeds ongehoorzaam

Ondanks de vreselijke plagen waaronder hij en zijn volk leden, weigerde de farao nog steeds Gods volk te laten vertrekken. Wat was de vijfde plaag die God toen over Egypte bracht?
Exodus 9:1
  En de HERE, zeide tot Mozes: Ga tot Farao en spreek tot hem: zo zegt de HERE de God der HebreeŽn: laat mijn volk gaan om Mij te dienen. 2  Want indien gij weigert hen te laten gaan en hen nog weerhoudt, 3  dan zal de hand des HEREN zijn tegen uw vee, dat in het veld is, tegen de paarden, de ezels, de kamelen, de runderen en het kleinvee, een zeer zware pest. 4  En de HERE zal het vee van IsraŽl afzonderen van het vee der Egyptenaren, zodat er geen stuk van het vee dat de IsraŽlieten bezitten, zal sterven. 5  De HERE stelde voorts een bepaalde tijd vast en zeide: Morgen zal de HERE dit doen in het land. 6  En de HERE deed dit op de volgende dag; al het vee van de Egyptenaren stierf, maar niet ťťn stuk van het vee der IsraŽlieten stierf. 7  Toen zond Farao heen en zie, van het vee der IsraŽlieten was zelfs niet ťťn stuk gestorven. Toch bleef het hart van Farao onvermurwbaar en liet hij het volk niet gaan.
De mededeling in vers 6 dat ”al het vee van de Egyptenaren stierf”, betekent dat alle dieren die door de veepest waren aangetast stierven. Er bleef namelijk nog vee over dat bij een latere plaag zou omkomen (zie vers 20).
Daar de farao bleef weigeren acht te slaan op deze als waarschuwing bedoelde plagen, wat was toen de zesde bestraffing?
Vers 8
  En de HERE zeide tot Mozes en Ašron: Neemt uw handen vol roet uit een smeltoven, en laat Mozes dit in de lucht strooien ten aanschouwen van Farao. 9  Dan zal het tot stof over het gehele land Egypte worden, het zal bij mens en dier in het gehele land Egypte tot zweren worden, die als puisten uitbreken.
Hoe reageerde hij toen de plaag voorbij was?
Vers 12
  Maar de HERE verhardde het hart van Farao, zodat hij naar hen niet luisterde, zoals de HERE tot Mozes gezegd had.

Laten we goed begrijpen wat er in de Bijbel bedoeld wordt wanneer er staat dat
God farao's hart verstokte of verhardde. God gaf de farao in zijn genade alle kans zijn houding jegens Hem te veranderen en IsraŽl te laten vertrekken, maar de farao was een halsstarrig en eigenzinnig man. Elke keer nadat zijn halsstarrigheid afnam, nam God de plaag weg, maar zodra de plaag voorbij was, kwam de farao weer in opstand.
Het opheffen van een plaag bewerkte alleen maar een gevoel van zelfverzekerdheid in de farao en overtuigde hem er opnieuw van dat hij in zijn eigenzinnige houding kon volharden. Aldus werd farao's hart dat het doel van de plagen niet kon inzien, in feite door Gods grote
genade bij iedere volgende plaag nog meer verhard.
Voor welke volgende plaag waarschuwde God de Egyptenaren?
Vers 18
  Zie, Ik zal het morgen om deze tijd zeer zwaar laten hagelen, zoals in Egypte nog niet gebeurd is van de dag af, dat het gegrondvest werd, tot nu toe. 19  Nu dan, laat uw kudde en alles wat gij op het veld hebt, in veiligheid brengen; op alle mensen en al het vee, die zich op het veld bevinden en niet thuis gehaald zijn, zal de hagel neervallen, zodat zij sterven.
Sommigen luisterden naar de waarschuwing.
Vers 20
  Wie onder de dienaren van Farao het woord des HEREN vreesde, liet zijn knechten en zijn vee in de huizen een toevlucht zoeken, 21  maar wie geen acht sloeg op het woord des HEREN, liet zijn knechten en zijn kudde op het veld blijven.
Wat was precies de aard van deze angstaanjagende plaag?
Vers 22
  En de HERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er hagel over het gehele land Egypte kome, over mens en dier en over al het veldgewas in het land Egypte. 23  Toen strekte Mozes zijn staf uit naar de hemel, en de HERE liet het donderen en hagelen, vuur schoot naar de aarde, en de HERE deed het hagelen over het land Egypte. 24  En, terwijl er vuur door de hagelbuien heen flikkerde, hagelde het zo buitengewoon zwaar als nooit tevoren in het gehele land der Egyptenaren, sinds zij tot een volk geworden waren. 25  De hagel sloeg in het gehele land Egypte alles neer, wat op het veld was, van mens tot dier; ook al het veldgewas sloeg de hagel neer en alle bomen op het veld deed hij afknappen. 26  Alleen in het land Gosen, waar de IsraŽlieten woonden, hagelde het niet.
Dit was de zwaarste onweers- en hagelbui die Egypte tot die tijd toe getroffen had (vers 24).
Ten slotte gaf de farao toe dat hij en zijn volk inderdaad gezondigd hadden en schuldig waren.
Vers 27
  Toen liet Farao Mozes en Ašron ontbieden en zeide tot hen: Ik heb ditmaal gezondigd, de HERE is rechtvaardig, maar ik en mijn volk zijn schuldig. 28  Bidt tot de HERE; de donderslagen Gods en de hagel zijn te erg. Dan zal ik u laten gaan, gij behoeft niet langer te blijven.
Had hij wťrkelijk berouw, of verhardde hij zijn hart ook ditmaal vanwege Gods genade?
Vers 34
  Maar toen Farao zag, dat de regen, de hagel en de donderslagen hadden opgehouden, ging hij voort met zondigen; hij liet zijn hart niet vermurwen, hij noch zijn dienaren. 35  Het hart van Farao verhardde, zodat hij de IsraŽlieten niet liet gaan, zoals de HERE door Mozes gezegd had.
Waaruit bestond de achtste plaag?
Exodus 10:4
  Want indien gij weigert mijn volk te laten gaan, dan zal Ik morgen sprinkhanen in uw gebied laten komen… Vers 14  Zo kwamen de sprinkhanen op over het gehele land Egypte en streken in het gehele gebied van Egypte in massa neer; nooit tevoren was er zulk een sprinkhanenzwerm geweest en nooit nadien zal er meer zo een zijn. 15  Zij bedekten de gehele oppervlakte van het land, zodat het land erdoor verdonkerd werd en zij vraten al het veldgewas af en alle vruchten van de bomen, die de hagel had overgelaten, zodat er geen groen meer overbleef aan boom of veldgewas in het gehele land Egypte.
Psalmen 105:34
  Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen, verslinders zonder tal; 35  zij aten al het groene kruid in hun land en aten de vrucht van hun akker.
Opnieuw gaf de farao toe dat hij gezondigd had, maar zijn hart was nog steeds verstokt.
Exodus 10:16
 Toen haastte Farao zich Mozes en Ašron te ontbieden en hij zeide: Ik heb gezondigd tegen de HERE, uw God, en tegen u. 17  Nu dan, vergeef toch nog ditmaal mijn zonde en bid de HERE, uw God, dat Hij althans deze dood van mij doe wijken. Vers 20  Maar de HERE verhardde het hart van Farao, zodat hij de IsraŽlieten niet liet gaan.
Welke verschrikkelijke plaag zond God daarop?
Vers 21
   Daarna zeide de HERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er duisternis zij over het land Egypte, zodat men de duisternis kan tasten. 22  En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel, en er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte. 23  Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; maar alle IsraŽlieten hadden licht, waar zij woonden.

Op een stŤle van zwart graniet te El Arish aan de oostgrens van Egypte hebben de Egyptenaren melding gemaakt van wat heel goed een verslag van dit angstaanjagende wonder kan zijn: ”Onheil is op dit land gevallen ... men kon het paleis gedurende negen dagen niet verlaten. Deze dagen nu waren vol geweld en hevige storm: niemand, god noch mens kon het aangezicht van de ander zien [gedurende drie der negen dagen]” (F.L. Griffith,
The Antiquities of Tel-el-Yahudiyeh and Miscellaneous Work in Lower Egypt in 1887-88).
Joodse bronnen vermelden hoe de duisternis gedurende drie dagen geleidelijk toenam, het daarna drie dagen
totaal duister was en de duisternis toen weer afnam (Ginsberg, Legends of the Jews, deel II, blz. 359-60; deel V, blz. 431-39).
Welke grote catastrofe trof de farao en zijn volk als
laatste en afdoende straf nadat waarschuwing na waarschuwing in de wind geslagen was?

Exodus 11:1
  De HERE nu had tot Mozes gezegd: Nog ťťn plaag zal Ik over Farao en over Egypte brengen, daarna zal hij u in uw geheel vanhier laten gaan; wanneer hij u laat gaan, zal hij u met geweld vanhier wegdrijven. Vers 4  En Mozes zeide: Zo zegt de HERE: te middernacht ga Ik door het midden van Egypte. 5  Dan zal iedere eerstgeborene in het land Egypte sterven, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, tot de eerstgeborene van de slavin achter de handmolen, ook alle eerstgeborenen van het vee. 6  En er zal een luid gejammer zijn in het gehele land Egypte, zoals er nooit is geweest en zoals er nooit meer zal zijn. 7  Maar tegen niemand van de IsraŽlieten zal een hond zijn tong durven roeren, tegen mens noch dier, opdat gij weet, dat de HERE scheiding maakt tussen de Egyptenaren en de IsraŽlieten. 8  En al uw dienaren hier zullen tot mij komen en zich voor mij nederbuigen en zeggen: Ga heen, gij en al het volk dat u volgt; daarna zal ik heengaan. Toen ging hij in brandende toorn van Farao heen. 12:29  En te middernacht sloeg de HERE iedere eerstgeborene in het land Egypte, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, tot de eerstgeborene van de gevangene, die in de kerker was, benevens alle eerstgeborenen van het vee. 30  En Farao stond des nachts op, hij en al zijn dienaren en alle Egyptenaren; en er was een luid gejammer in Egypte; want er was geen huis, waarin geen dode was. 31  Toen ontbood hij des nachts Mozes en Aaron en zeide: Maakt u gereed, gaat weg uit het midden van mijn volk, zowel gij als de IsraŽlieten; gaat, dient de HERE, zoals gij gezegd hebt. 32  Neemt ook uw kleinvee en uw runderen mee, zoals gij gezegd hebt; maar gaat! En wilt ook mij zegenen. 33  De Egyptenaren drongen eveneens sterk bij het volk aan, om het snel uit het land te laten gaan, want, zeiden zij, wij sterven allen.
Nadat alle eerstgeborenen in Egypte gestorven waren, drong ten langen leste de ongeŽvenaarde ramp, die zijn halsstarrigheid over Egypte gebracht had, tot de farao door en liet hij Gods volk gaan!
Plagen als deze die God over Egypte bracht, komen de natuurlijk denkende mens absurd voor. Slechts enkele oude Egyptische documenten maken gewag van sommige van deze plagen!
We maken nu de stap naar onze tijd en willen u wijzen op enige van de ontstellendste, als waarschuwing bedoelde profetieŽn in geheel de Bijbel – profetieŽn die voorbestemd zijn vervuld te worden in deze ’eindtijd’ waarover zoveel profeten ge≠sproken hebben – profetieŽn waarvan de plagen over Egypte een type waren. God heeft namelijk ook onze wereld gewaarschuwd! 

De Grote Verdrukking

De profetische waarschuwingen van Jezus op de Olijfberg (MattheŁs 24, Markus 13 en Lukas 21), hebben in onze 21e eeuw grote betekenis gekregen. De wereld heeft in deze en vorige eeuw toestanden meegemaakt, die volgens Christus' voorspelling zouden voorafgaan aan catastrofale gebeurtenissen.
De Schepper van de mens zegt dat we leven in een ernstig misleide wereld.
Openbaring 12:9 /span> En de grote draak werd [op de aarde] geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.
Het ’christendom’, onderling sterk verdeeld – in tegenstelling tot Gods ware gemeente – maar eensgezind in het dienen van Satan, heeft een dominante positie in deze wereld met zijn honderden miljoenen aanhangers en maakt er nadrukkelijk deel van uit.
2 CorinthiŽrs 11:13
 Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14  Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. 15  Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.

In een wereld die op geestelijk gebied misleid is door de duivel en zijn valse dienaren, die een
valse christus prediken en een vals evangelie in plaats van zijn ware evangelie, bevinden we ons nu in een rustpauze tussen wereldoorlogen. De eerste twee wereldoorlogen zijn voorbij. In deze tussenpauze hebben mini-oorlogen gewoed en zijn er steeds ”geruchten van oorlogen” (Matth. 24:6).
Vervolgens zal de aarde geteisterd worden door grote hongersnoden, epidemieŽn, aardbevingen, waarna er weer een wereldoorlog zal komen. Elk van deze toestanden zal in hevigheid toenemen totdat honderden miljoenen mensen op aarde eronder zullen lijden.
Toch zijn deze gebeurtenissen volgens Matth. 24:8 nog maar het ”begin der
weeŽn” of verdrukking!
Het vierdelige ”begin der weeŽn” wordt ook uitgebeeld door de eerste vier zegels beschreven in Openbaring 6:1-8. Dan zegt Jezus van het
vijfde zegel:
MattheŁs 24:9
 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.
Lees vervolgens wat er gebeurt als gevolg van deze vervolging.
Vers 10
  En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. 11  En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. 12  En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. 13  Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Vele echte, door Gods geest verwekte christenen zullen blijkbaar zo lauw geworden zijn, zo het contact met God door gebed en lauwe levenswandel verloren hebben, dat zij zich tegen hun broeders en zusters zullen keren, en niet in staat zullen zijn ”te ontkomen aan alles wat geschieden zal” (Luk. 21:36), aan de verdrukking van die tijd.
Hoe zal God zijn trouwe dienaars te hulp komen in die tijd?

MattheŁs 10:19
  Wanneer zij u overleveren, maakt u dan niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken moet; 20  want gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt. 21  Een broeder zal zijn broeder overleveren ten dode en een vader zijn kind, en kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood brengen. 22  En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Er is zwaar weer op komst in deze wereld, een tijd van verdrukking en oorlog.
MattheŁs 24:15
 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet DaniŽl gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op) laten dan wie in Judea zijn, 16  vluchten naar de bergen. 17  Wie op het dak is, ga niet naar beneden om zijn huisraad mede te nemen, en wie in het veld is, 18  kere niet terug om zijn kleed mede te neme. 19  Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen. 20  Bid, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat. 21  Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. 22  En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort. 23  Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. 24  Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. 25  Zie, Ik heb het u voorzegd. 26  Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. 27  Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. 28  Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

Nog eens vers 21: ”Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.”
Zie hoe in Openbaring de godsdienstvervolging, onderdeel van deze grote verdrukking, wordt weergegeven
.
Openbaring 6:9
  En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. 10  En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? 11  En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.

Let erop dat het hier om
twee verschillende groepen martelaars gaat. De eerste martelaren stierven tijdens de grote godsdienstvervolgingen van vůůr de middeleeuwen tot aan het einde ervan. Deze verzen laten zien dat het vroegere martelaarschap slechts een type of voorbode was, want de martelaren van die tijd werd gezegd te wachten totdat er nog een martelaarschap zou zijn geweest. Dit toekomstige martelaarschap zal plaatsvinden gedurende de periode waarin Johannes, de schrijver van het boek Openbaring, in een visioen kon zien, n.l. vlak voor de ’Dag des Heren’.
Eerstgenoemde martelaars rusten natuurlijk in werkelijkheid zonder bewustzijn in hun graf en zijn
dood. Zij werden als het ware op het altaar geofferd en het verzamelde bloed eronder vertegenwoordigde hun leven of ”ziel” (Grieks: psyche). Zij worden echter in het visioen voorgesteld alsof zij van onder het altaar roepen: ”Tot hoelang?” voordat Christus zal komen om hun marteldood te wreken. Zij krijgen te horen dat Christus niet zal komen om hen te wreken alvorens er nog een grote vervolging en martelaarschap van heiligen zal hebben plaatsgehad.
Zou zoiets vreselijks in onze zogenaamde ’verlichte’ eeuw werkelijk mogelijk zijn? Auschwitz en andere vernietigingskampen uit de Tweede Wereldoorlog – sprekende getuigen van waartoe de mens zelfs in deze twintigste eeuw in staat was wanneer hij God verwerpt – antwoorden hierop bevestigend!
Zelfs de twee speciale getuigen van God zullen martelaars worden.

Openbaring 11:3
  En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. 4  Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. 5  En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden. 6  Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. 7  En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. 8  En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd. 9  En uit de volken en stammen en talen en natiŽn zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. 10  En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.
Wie zal er verantwoordelijk zijn voor deze godsdienstvervolging in de eindtijd?
Openbaring 11:7
 En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.
Openbaring 17:5
  En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde. 6  En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verbaasde mij, toen ik haar zag, met grote verbazing.
Openbaring 18:24
 en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen, die geslacht zijn op de aarde.
Openbaring 19:2
 want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf, en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geŽist.

Menselijke wezens zullen zich zo gedragen omdat de duivel, die de gehele wereld verleidt (Openb. 12:9), buitengewoon actief geworden zal zijn met gebruikmaking van zijn menselijke werktuigen.

Openbaring 12:12
  Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft. Vers 17  En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.
Hierboven worden ’het beest’ en de ’hoer’ genoemd. ’Het beest’ is de toekomstige politieke en militaire macht bestaande uit tien landen in Europa en de hoer is de valse ’christelijke’ moederkerk met haar dochters. Deze grote hoer en haar dochters vormen het christendom en ”oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit. En het bewerkt, dat de aarde en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden” (Openb. 13:12). Deze valse vrouw imiteert de ware Bruid van Christus.
De ’vrouw’ in Openbaring 12 is de ware Gemeente van God. Een gedeelte van die ware Gemeente (vers 17) zal vanwege de lauwe houding in de Grote Verdrukking niet aan de toorn van Satan de duivel ontkomen!

Grote tekenen in hemel en op aarde

Hoe luidt de beschrijving van het zesde zegel?
Openbaring 6:12
  En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. 13  En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt.
Er zal dan een grote aardbeving zijn (vers 12). Wat er zal gebeuren met de ”machten der hemelen” staat ook in MattheŁs.
MattheŁs 24:29
  Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.

Terstond
na het vijfde zegel – de Grote verdrukking – zal dit alles gebeuren.
Het zesde zegel bestaat uit opzienbarende tekenen aan de hemel. De zon en maan zullen donker worden en de sterren zullen omlaag vallen. Geweldige meteorenzwermen zullen het doen voorkomen alsof de hele sterrenhemel op de aarde te pletter zal slaan!
Dan volgt een hemels teken op dit schouwspel.
Openbaring 6:14
 En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. 15  En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen. 16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam.

MattheŁs 24:30  En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.

Zie ook Jesaja 34:4 waarin deze zelfde tijd beschreven wordt. Al deze gebeurtenissen zijn bedoeld als waarschuwing voor de wereld dat Gods toorn op het opstandige mensdom op losbarsten staat – dat de ’Dag des Heren’, waarop de menselijke zonden gestraft worden, op het punt staat aan te breken.

Openbaring 6:16
 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; 17  want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?
JoŽl 2:30
  Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt.
Sefanja 1:14
  Nabij is de grote dag des HEREN, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des HEREN; bitter schreeuwt dan de held. 15  Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, 16  een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. 17  Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de HERE gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. 18  Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des HEREN. Door het vuur van zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.
Jesaja 2:12
 Want er is een dag van de HERE der heerscharen tegen al wat hoogmoedig is en trots en tegen al wat zich verheft, opdat het vernederd worde… Vers 19  Dan kruipt men in de spelonken der rotsen en in de holen van de grond voor de verschrikking des HEREN en voor de luister zijner majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te verschrikken. 20  Te dien dage zal de mens zijn zilveren en gouden afgoden, die hij zich gemaakt had om zich daarvoor neer te buigen, voor de ratten en de vleermuizen werpen, 21  bij zijn vlucht in de rotsholten en in de bergspleten vanwege de verschrikking des HEREN en de luister zijner majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te verschrikken.

Een uiting van Gods grote LIEFDE

Welke reden heeft God voor de straf die Hij spoedig over de wereld zal brengen?
Jesaja 24:4
  De aarde treurt, verwelkt; de wereld kwijnt weg, verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwijnen weg. 5  Want de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken. 6  Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom worden de bewoners der aarde door een gloed verteerd en blijven er weinig stervelingen over.
Let vooral op vers 5.
God zegt dat Hij deze ellende zal brengen over opstandige en goddeloze mensen die waarheid en vrede haten en het
kwaad liefhebben.
Gods straf op de mensheid zal evenwel een uiting van zijn grote
liefde voor het mensdom zijn.

HebreeŽn 12:5
 en gij hebt de vermaning vergeten, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als gij door Hem bestraft wordt, 6  want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt. 7  Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen. Want is er wel een zoon, die door zijn vader niet getuchtigd wordt?
Met welk doel zal deze straf opgelegd worden?
1 TimotheŁs 2:3
 Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, 4  die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.

Er zijn mensen die geloven dat de plagen welke God over Egypte bracht en ook weldra over de gehele wereld zal brengen, de ene grote uitzondering vormen op ”God
is liefde” (1 Joh. 4:8).
Men neemt algemeen aan dat God de tijd van behoud spoedig zal afsluiten. En dan, zo denkt men, zal een wraaklustige God zijn toorn en woede gaan botvieren door vreselijke kwellingen over weerloze en hulpeloze mensen uit te storten. Dit
is een heidense opvatting van een god behept met alle lage driften van ontaarde mensen. Deze opvatting is te enen male niet op de ware God van toepassing.
Bijna 6000 jaar lang heeft God liefdevol zijn boodschap aan de mensheid bekendgemaakt. In liefde gaf God zijn wet – zijn levenswijze die zou leiden tot alles wat goed en wenselijk is – aan onze eerste ouders, Adam en Eva. Zij wezen die levenswijze van de hand. Later zond God zijn profeten met zijn boodschap van vrede waardoor de mensheid de weg naar vrede en geluk getoond werd.
Al deze Godsmannen hebben in
liefde deze opstandige wereld vermaand. Zij hebben een boodschap van vrede, liefde, genade en erbarmen gebracht. Door hen heeft God deze hardnekkige en eigenwillige wereld bijna zestig eeuwen lang vermaand, maar de mensen hebben de boodschap verworpen en de profeten gedood.
Het rebellerende mensdom heeft Gods Zoon, brenger van het goede nieuws van het komende Koninkrijk van God, omgebracht. Zij hebben de apostelen van Christus die uitgegaan zijn in de wereld met de boodschap van Gods levenswijze en Gods heerschappij over ons leven tot ons welzijn, de marteldood doen sterven.
In
liefde en grote barmhartigheid heeft God de eigenzinnige en misleide mensheid elke kans gegeven zich tot Hem te keren, maar de mens wil niet luisteren. Hij wil dat ook nķ niet.
God zal en kan het voorrecht van de mens om zijn eigen vrije keuze te maken, niet wegnemen zonder zijn eigen plan te dwarsbomen. Afgezien van een handjevol mensen, heeft de mensheid evenwel bewezen dat zij niet vrijwillig gehoor wil geven zolang Gods vermaningen bij woorden blijven. Daarom staat God op het punt metterdaad deze opstandige en eigenzinnige wereld aan te pakken.
Evenals iedere wijze en liefhebbende vader zijn kinderen voor hun bestwil straft wanneer zij weigeren gehoor te geven aan vriendelijke en liefdevolle berispingen, zo zal een liefdevolle en alwijze God uiteindelijk ook het opstandige mensdom vermanen door middel van de enige taal die het in staat is te verstaan!
God gaat deze wereld bestraffen met een rechtvaardige straf – met plagen zo vreselijk dat velen eindelijk zullen inzien dat ze met God te maken hebben. Dan zullen veel mensen gehoor geven en zich van hun goddeloze weg afkeren om God te zoeken en zijn weg die naar vrede en al het goede leidt. En wanneer die periode van bestraffing is begonnen, beschreven in meer dan 30 verschillende profetieŽn in zowel het Oude als het Nieuwe Testament als de ’Dag des Heren’, zal ook spoedig Jezus Christus terugkomen en de mensen op de gehele aarde tot vrede te dwingen!

Bescherming voor de berouwvollen

Na de ontzagwekkende tekenen aan de hemel en op de aarde, vlak voor het openen van het zevende zegel, zullen verdere ontwrichtingen voor korte tijd achterwege blijven.
Openbaring 7:1
  Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom.
Waarom?
Vers 2
  En ik zag een andere engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel van de levende God; en hij riep met luider stem tot de vier engelen, aan wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, 3  en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.
Wie zullen er aan hun voorhoofd ”verzegeld” worden?
Openbaring 7:4
 En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen IsraŽls.

Door de eeuwen heen tot de komst van Christus heeft God 144.000 mensen apart gezet (verzegeld met Gods geest; Ef. 1:13; 4:30) om ze op te leiden voor hun taak als koning en priester in het koninkrijk van God. Evenals in het Oude Testament God de fysieke natie IsraŽl apart heeft gezet als Gods eerstgeboren kind, zo is de nieuwtestamentische gemeente als het geestelijk IsraŽl geestelijk afgezonderd als Gods eerstverwekte kind. Het zijn de knechten van God (Openb. 7:3), niet enkelen of vele, maar ’de’ en dat betekent ’alle’. De Gemeente die door Jezus is gesticht telt vanaf het begin tot zijn terugkeer in totaal 144.000 mensen. Vandaar dat Jezus zei:

Lukas 12:32
  Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Openbaring 6:11
  En aan elk hunner
[die sinds de schepping van de mens vanwege hun trouw aan God gemarteld zijn] werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.
Gedurende de Grote Verdrukking is er wederom een martelaarschap van gelovigen.
Tijdens en na de Grote Verdrukking, maar voordat de zeven bazuinen geblazen zullen worden, zullen de laatsten Gods geest ontvangen, waarmee het getal van de 144.000 ”vol” is (Openb. 6:11 hierboven). Ze zijn van de stammen van IsraŽl (Openb. 7:4-8), d.w.z. geestelijk IsraŽl. Omdat fysiek IsraŽl de waarheid heeft verworpen, heeft God het Werk gericht op de heidenen.
Romeinen 10:19
  Maar ik vraag: heeft IsraŽl het dan niet verstaan? Vooreerst zegt Mozes: Ik zal u naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk.
20  En Jesaja waagt het te zeggen: Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten [heidenen], Ik ben openbaar geworden aan wie naar Mij niet vroegen. 21  Maar van IsraŽl zegt hij: De ganse dag heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
God heeft daarom zijn handen tijdelijk van IsraŽl afgetrokken.
Romeinen 11:7
 Wat dan? Hetgeen IsraŽl najaagt, heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen, en de overigen zijn verhard, 8  gelijk geschreven staat: God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot de dag van heden. Vers 11  Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken.
God besloot heidenen te enten als IsraŽlieten. Heidenen werden ook IsraŽlieten, d.w.z. geestelijk IsraŽlieten. De naam IsraŽl werd niet aan Jakob gegeven door zijn ouders, maar door God toen hij al een groot gezin had. Nu kregen de heidenen ook die naam.
Vers 17
  Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij
[heidenen] als wilde loot daartussen geŽnt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen. Vers 20  Goed! Zij [IsraŽl] zijn om hun ongeloof weggebroken en gij [heidenen] staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!
Na de komst van Christus zullen de IsraŽlieten weer geŽnt worden.
Vers 23
  Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geŽnt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24  Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geŽnt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geŽnt worden. 25  Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over IsraŽl gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26  en aldus zal gans IsraŽl behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.
Fysieke IsraŽlieten en heidenen vormen samen de geestelijke eerstelingen (de 144.000) – geestelijk IsraŽl. Omdat de stam Dan als eerste afgleed tot afgoderij in IsraŽl en daarin een leidende rol bleef vervullen, is er geen geestelijke stam Dan (Openb. 7:5-8) en derhalve ook niet in de eerste opstanding bij Christus' terugkeer. Ongetwijfeld kunnen bekeerde Danieten geestelijk deel uitmaken van een van de stammen van geestelijk IsraŽl. In het komende Vrederijk is wel een fysieke stam Dan (Ez. 48:1-2).
Alleen de 144.000 worden genoemd bij zijn terugkomst wanneer Christus in het ’hoofdkwartier’ Sion staat van het komende Koninkrijk van God.
Zacharia 8:2
  Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. 3  Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.
HebreeŽn 12:22
  Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen.
Openbaring 14:1
  En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden.
De presentatie van de Regering van God!
Het Lam en de 144.000 zullen de regering vormen in de Wereld van Morgen. Op hun voorhoofd staat de naam van het Lam en de Vader geschreven. Geen naam bedacht door de talrijke christelijke kerken en denominaties, maar de naam van God. Vandaar de naam Gemeente van God! Met de verzegeling – het ontvangen van Gods geest met de doop – wordt als het ware de naam van God op het voorhoofd gestempeld (Openb. 7:2-4). Een zegelafdruk had de functie die tegenwoordig een handtekening heeft. Op een zegel stonden meestal een afbeelding en de naam van de eigenaar, soms ook diens functie. Het geven van een zegelring aan een ander hield de overdracht van bevoegdheden in.
Ester 3:12
  Zo werden dan op de dertiende dag der eerste maand de schrijvers des konings ontboden, en geheel overeenkomstig het gebod van Haman werd er een schrijven gericht aan de stadhouders des konings, de landvoogden van elk gewest en de vorsten van elk volk, naar elk gewest in zijn eigen schrift en naar elk volk in zijn eigen taal; het werd in de naam van koning Ahasveros geschreven en met de zegelring des konings verzegeld.
Ester 8:8
  Wat u nu goeddunkt ten opzichte der Joden, schrijft dat in de naam des konings en verzegelt het met de zegelring des konings; want een geschrift dat in de naam des konings geschreven is en met de zegelring des konings verzegeld is, kan niet herroepen worden.
Om dingen te sluiten plakte men er fijne leem of klei op, en zette daarop de afdruk van het zegel.
Als we Gods geest ontvangen – de Vader zijn zegel op ons drukt, op ons voorhoofd of op het hoofd waarin ons verstand zetelt – dan ontvangen we zijn handtekening, zijn afbeelding en zijn naam en we ontvangen bevoegdheden. We kunnen op zijn gezag – via Christus – handelen. We hebben dan Gods merkteken. Het laatste gebed van Jezus voor zijn Gemeente bevatte de bede: ”Heilige Vader, bewaar hen in uw naam” (Joh. 17:11).
De tegenstanders van God hebben ook een merkteken. Satan heeft ’het beest’ macht gegeven om de wereld te misleiden. Daarvan hebben de mensen het merkteken op het voorhoofd (denken) en handen (doen). Zie Openb. 12:9; 13:2, 4; 20:4.
EfeziŽrs 1:13
  In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte.
EfeziŽrs 4:30
  En bedroeft de heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing.

Het woord ’tegen’ in Ef. 4:30 is een vertaling van het Griekse eis en betekent tot of naar een tijd, plaats enz. Hier betekent het tot de dag der verlossing.
De vier winden in Openb. 7:1 zijn de eerste vier van de ’zeven bazuinen’ die naderhand zullen schallen. Voordat de eerste vier bazuinen hun vernietigend werk zullen doen, zullen alle 144.000 verzegeld zijn, d.w.z. de heilige geest hebben ontvangen, waarmee sinds de schepping van de mens het aantal dat God heeft vastgesteld om de Bruid van Christus te zijn, bereikt is.
Het zegel biedt ook speciale bescherming:
Openbaring 9:1
  En de vijfde engel blies de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put des afgronds gegeven. 2  En zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden verduisterd door de rook van de put. 3  En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. 4  En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden.
Lees ook Ez. 8 en 9.
EzechiŽl 9:1
  Toen riep Hij met luider stem te mijnen aanhoren: Treedt nader, gij, die aan de stad de straf voltrekken moet, ieder met zijn verdelgingswapen in de hand! 2  En zie, zes mannen kwamen van de kant van de Bovenpoort, die op het noorden uitziet, ieder met zijn vernietigingswapen in de hand, en een man onder hen was in linnen gekleed en droeg een schrijfkoker aan zijn zijde; zij kwamen nader en gingen staan naast het koperen altaar. 3  De heerlijkheid van de God van IsraŽls nu had zich opgeheven van de cherub waarop zij rustte, en zich begeven naar de dorpel van de tempel, en Hij riep de man die in linnen gekleed was en de schrijfkoker aan zijn zijde droeg. 4  En de HERE zeide tot hem: Trek midden door de stad, midden door Jeruzalem, en maak een teken op de voorhoofden der mannen die zuchten en kermen over al de gruwelen die daar bedreven worden. 5  Tot de anderen zeide Hij te mijnen aanhoren: Trekt achter hem aan door de stad en slaat neer. Ontziet niet en hebt geen deernis. 6  Grijsaards, jongelingen en jonge meisjes, kleine kinderen en vrouwen, moet gij doden en verdelgen; maar niemand die het teken draagt, moogt gij aanraken; bij mijn heiligdom moet gij beginnen. Toen begonnen zij bij de mannen, de oudsten, die zich voor de tempel bevonden.
De ”grote schare” (Openb. 7:9) die uit de Grote Verdrukking komt (vers 14) is fysiek IsraŽl. De twaalf stammen zullen na de komst van Christus uit alle delen van de wereld teruggebracht worden naar hun thuisland, precies zoals het IsraŽl van toen onder Mozes en Jozua naar het beloofde Heilige Land gebracht werd. Zie onze publicaties ’De twee IsraŽls in het boek Openbaring’ en ’De Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ in de profetieŽn’.
Deze grote schare IsraŽlieten uit alle naties zullen zich volkomen aan Christus overgeven. Zij zullen Hem vragen hen van hun zonden die zij begaan hebben, te reinigen door het bloed van Jezus Christus. 

De ’bazuinen’ beginnen te schallen

Wat gaat er gebeuren zodra de verzegeling klaar is en het zevende zegel wordt geopend?
Openbaring 8:1
  En toen Hij het zevende zegel opende, kwam er een stilte in de hemel, ongeveer een half uur lang. 2  En ik zag de zeven engelen, die voor God staan, en hun werden zeven bazuinen gegeven. 3  En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. 4  En de rook van het reukwerk, met de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op. 5  En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar, en wierp het vuur op de aarde; en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving. 6  En de zeven engelen, die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om te bazuinen.
Deze ’bazuinen’ houden eigenlijk plagen in.
Openbaring 9:20
 En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet [meer] te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan.
Johannes ziet in dit visioen dat er zeven bazuinen aan zeven engelen overhandigd worden. De zeven bazuinen zijn uiteraard symbolisch. Ze vertegenwoordigen wereldgebeurtenissen die op komst zijn, plagen die God zal zenden als straf op het kwaad in deze wereld.
Deze bazuinen zijn niet, zoals zo velen veronderstellen, identiek aan de zeven zegels, noch volgen zij op het zevende zegel. Ze zijn en vormen het zevende zegel. Dit zevende zegel bestaat dus uit zeven opeenvolgende stadia die elk ingeluid worden door het blazen van een engel op een bazuin.
De eerste vier ’bazuin’-plagen zijn de ”winden” die eerder belet werden over de aarde te waaien (Openb. 7:1).
Wat gebeurt er op aarde nadat op de eerste bazuin geblazen is?
Openbaring 8:7
  En de eerste blies de bazuin, en er kwam hagel en vuur, vermengd met bloed, en het werd op de aarde geworpen; en het derde deel van de aarde verbrandde en het derde deel van de bomen verbrandde en al het groene gras verbrandde.

De oppervlakte van de aarde zal door deze plaag ernstig getroffen worden. Wat de door de mens in oorlogstijd toegepaste techniek van de verschroeide aarde heeft aangericht, zal in het niet verzinken bij de aanblik die de aarde biedt nadat dit bovennatuurlijke vuur
is uitgewoed!
Wat kondigt het bazuinen van de tweede engel aan?
Vers 8
  En de tweede engel blies de bazuin, en er werd iets als een grote berg, brandend van vuur, in de zee geworpen, en het derde deel van de zee werd bloed, 9  en het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hadden, stierf, en het derde deel van de schepen verging.
Wat gebeurt er vervolgens met een gedeelte van het drinkwater op aarde wanneer de bazuin van de derde engel weerklinkt?
Vers 10
  En de derde engel blies de bazuin, en er viel een grote ster, brandend als een fakkel, uit de hemel, en zij viel op het derde deel der rivieren en op de bronnen der wateren. 11  En de naam der ster wordt genoemd Alsem. En het derde deel der wateren werd alsem en vele van de mensen stierven van het water, omdat het bitter geworden was.
Welke schrikaanjagende plaag wordt door de vierde engel aangekondigd?
Vers 12
  En de vierde engel blies de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en de dag voor het derde deel geen licht had en de nacht desgelijks.

Vervolgens – wereldoorlog

God laat de apostel Johannes hierna in visioen zien dat de volgende kwelling die het opstandige en ongehoorzame mensdom moet ondergaan, hernieuwde oorlogvoering is! Dit wordt beschreven in het negende hoofdstuk van het boek Openbaring.
De laatste drie bazuinen worden weeŽn genoemd?
Openbaring 8:13
  En ik zag en hoorde een arend vliegen in het midden des hemels, die met luider stem zeide: Wee, wee, wee hun, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen van de bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen!

Openbaring 9:12 Het eerste wee is voorbijgegaan: zie, nog twee weeŽn komen hierna.
De laatste drie bazuinen worden ’weeŽn’ genoemd omdat ze ontzettend veel ellende op de aarde zullen veroorzaken, en grootscheepse vernietiging van menselijk leven en van natuurlijke rijkdommen. Alleen God zal de schade die hierdoor aan het aardoppervlak wordt toegebracht, kunnen herstellen.
In oudtestamentische tijden werden oorlog en noodtoestanden met bazuingeschal aangekondigd.
Jeremia 4:19
  O mijn binnenste, mijn binnenste! Ik moet ineenkrimpen. O wanden mijns harten! Mijn hart jaagt in mij, ik kan niet zwijgen; want bazuingeschal hoor ik, strijdrumoer! 20  Slag na slag wordt gemeld, ja, het gehele land is verwoest; onverhoeds zijn mijn tenten verwoest, in een oogwenk mijn tentkleden. 21  Hoelang moet ik het signaal zien, het bazuingeschal horen?
Sefanja 1:15
 Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, 16  een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens.

Een bazuin is dus een symbool van
oorlog en verwoesting.
Evenals God het tienstammenrijk IsraŽl bestrafte door het leger van AssyriŽ op hen af te sturen, en het leger van de BabyloniŽrs op Juda, zo zal Hij ook in de eindtijd de legers van het ene land op het andere afsturen om zo
de gehele wereld alle volken – te straffen, omdat het kwaad dat zij begaan hen te gronde richt, en lijden en leed over alle mensen brengt.
Daarom beelden vooral de laatste drie bazuinen
drie fasen van toekomstige wereldomvattende oorlogvoering uit! Bij de derde fase – het derde wee en de laatste bazuin – zal het mensdom alleen door een wonder van God voor uitroeiing behoed worden. Indien God niet persoonlijk zou ingrijpen, zou de mens het laatste spoor van menselijk leven van de aardbodem wegvagen!

Het eerste wee

Hoe wordt na het bazuinen van de vijfde engel het eerste wee beschreven?
Openbaring 9:1
  En de vijfde engel blies de bazuin, en ik zag een ster, uit de hemel op de aarde gevallen, en haar werd de sleutel van de put des afgronds gegeven. 2  En zij opende de put des afgronds en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en het zwerk werden verduisterd door de rook van de put. 3  En uit de rook kwamen sprinkhanen op de aarde te voorschijn en hun werd macht gegeven, gelijk de schorpioenen der aarde macht hebben. 4  En hun werd gezegd, dat zij aan het gras der aarde geen schade zouden toebrengen, noch aan enig gewas, noch aan enige boom, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden. 5  En hun werd gegeven, dat zij hen niet zouden doden, maar dat de mensen zouden gepijnigd worden, vijf maanden lang; en hun pijniging was als de pijniging door een schorpioen, wanneer hij een mens steekt. 6  En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken, maar hem geenszins vinden, en zij zullen begeren te sterven, maar de dood vlucht van hen weg. 7  En de gedaante der sprinkhanen was als van paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog; en op hun koppen waren kransen als van goud en hun aangezichten waren als aangezichten van mensen; 8  en zij hadden haar als vrouwenhaar en hun tanden waren als die van leeuwen; 9  en zij hadden borstschilden als ijzeren harnassen en het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens, wanneer vele paarden ten strijde draven. 10  En zij hadden staarten als schorpioenen en angels, en in hun staarten was hun macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang. 11  Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon.
De mensen zullen door symbolische ”sprinkhanen” gepijnigd worden (vers 3-6), niet van een schorpioen, maar ”als de pijniging door een schorpioen”. Het zijn dus geen schorpioenen. Deze op paarden gelijkende symbolische ’sprinkhanen’ met hun macht om de mensen te pijnigen (vers 10), kan slechts duiden op verschrikkelijk oorlogstuig. Vooral voor het luchtruim bestaat al veel, maar ongetwijfeld wordt er nog vernuftiger wapentuig ontworpen. Zou het feit dat deze pijniging als van een schorpioen – pijnlijk maar meestal niet dodelijk – misschien wijzen op het een of andere niet dodelijke chemische, bacteriologische, biologische of radiologisch wapen waarvan het effect vijf maanden lang zal aanhouden?
Welke speciale wapens er precies bedoeld worden en hoe deze door machtswellustige mensen zullen worden gebruikt, zal duidelijk blijken wanneer de vijfde bazuin (het eerste wee) weerklinkt en deze verschrikkelijke oorlog begint.
Dit superleger komt uit ”de put des afgronds” (vers 1-2). Vergelijk Openb. 17.
Openbaring 17:8
 Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die op de aarde wonen, wier naam niet geschreven is in het boek des levens van de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat het beest was en niet is en er toch zal zijn. 9  Hier is het verstand, dat wijsheid heeft: De zeven koppen zijn zeven bergen waarop de vrouw gezeten is. 10  Ook zijn het zeven koningen: vijf ervan zijn gevallen, ťťn is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij korte tijd blijven. 11  En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en het vaart ten verderve. 12  En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar een uur ontvangen zij macht als koningen met het beest. 13  Dezen zijn ťťn van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. 14   Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen) en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.

De laatste herleving van het Romeinse Rijk
is de macht die uit de ”afgrond” opkomt. Het is een oorlogvoerende macht (vers 14) met een superleger dat uitgerust is met zeer gespecialiseerd wapentuig. Mussolini herstelde de zwakke en onbetekenende zesde ”kop" van ’het beest’ (het Romeinse Rijk). Een zevende en laatste herleving moet nog komen. Zie onze publicatie ’Op komst – Een nieuw Romeins Rijk’.
Wie is de motiverende kracht – de wťrkelijke leider – van deze religieus-politieke oorlogvoerende macht?
Openbaring 9:11
 Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon.

Het Hebreeuwse woord
Abaddon en het Griekse woord Apollyon betekenen beide ’verderver’, ’vernietiger’! De sinistere macht die achter het leger van ’het beest’ staat, is niemand anders dan de grote verderver zelf – Satan de duivel!
Intussen zullen zich in AziŽ ook grote menigten hebben voorbereid op oorlog. Zij zullen gelijksoortige ”paarden” met hoofden als ”leeuwen” bezitten die in dit ruimtetijdperk passen. Het
tweede wee staat voor de deur – de engel staat klaar om te bazuinen.

Het tweede wee

Ook uit de volgende verzen blijkt dat de plaag van de zesde bazuin en die van het tweede wee ťťn en dezelfde zijn.
Vers 12
  Het eerste wee is voorbijgegaan: zie, nog twee weeŽn komen hierna. 13  En de zesde engel blies de bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier horens van het gouden altaar, dat voor God staat.
Wat gebeurt er wanneer de zesde bazuin weerklinkt?
Vers 14
  zeggende tot de zesde engel, die de bazuin had: Laat de vier engelen los, die bij de grote rivier, de Eufraat, gebonden zijn. 15  En de vier engelen, die tegen het uur en de dag en de maand en het jaar waren gereed gehouden, werden losgelaten om het derde deel van de mensen te doden. 16  En het getal der legerscharen van de ruiterij was tweemaal tienduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun aantal.
Dan volgt een beschrijving van hun wapens.
Vers 17
  En aldus zag ik in dit gezicht de paarden en hen, die erop gezeten waren: zij hadden rossige en blauwe en zwavelkleurige harnassen, en de koppen der paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun bek kwam vuur en rook en zwavel. 18  Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur en de rook en de zwavel, die uit hun bek kwamen. 19  Want de macht der paarden ligt in hun bek en in hun staarten. Want hun staarten zijn als slangen, met koppen, en daarmede brengen zij schade toe.
De Eufraat, de ”grote rivier”, vanouds de grens tussen de grote mogendheden uit de oudheid, dient hier symbolisch als de grens tussen het Oosten en het Westen. Uit het AziŽ zal een immens groot en machtig leger (vers 16) het Westen aanvallen. Met hun wapentuig, hier weer beschreven in symbolische bewoordingen, zaait het overal dood en verderf – voornamelijk door ”vuur, rook en zwavel”. Deze symbolen kunnen allerlei explosieven, napalmbommen, H-bommen, gifgassen en andere chemicaliŽn inhouden. Door dit machtige leger en het gespecialiseerde wapentuig ervan zal een derde van de mensen op vreselijke wijze omkomen (vers 15, 18).
Aangezien de technologische kennis van de mens steeds groter wordt en de bewapeningswedloop blijft aanhouden, is het mogelijk dat er zelfs gebruik gemaakt wordt van tot nu toe onbekende wapens. Een slachting op zodanige grote schaal moet door persoonlijk ingrijpen van Jezus Christus een halt worden toegeroepen. Indien dergelijke oorlogen voortduurden,
zou geen mens gespaard blijven!

MattheŁs 24:22
 En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.
Zie hoe Jesaja deze tijd heeft beschreven.
Jesaja 13:4
  Hoor, een gedaver op de bergen als van veel volk. Hoor, een rumoer der koninkrijken van verzamelde volken. De HERE der heerscharen monstert een krijgsheer. 5  Zij komen uit een ver land, van het einde des hemels, de HERE en de werktuigen zijner gramschap, om de gehele aarde te verderven. 6  Jammert, want de dag des HEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige. 7  Daarom worden alle handen slap en elk mensenhart versmelt. 8  Ja, zij zijn verschrikt, krampen en weeŽn grijpen hen aan, als een barende krimpen zij ineen; de een ziet verbijsterd de ander aan, hun gelaat staat in vlam. 9  Zie, de dag des HEREN komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen. 10  Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. 11  Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen. 12  Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud en de mensen dan fijn goud van Ofir. 13  Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de HERE der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn. 14  En het zal geschieden, dat zij als een opgejaagde gazel en als schapen die niemand bijeen houdt, zich zullen wenden ieder naar zijn eigen volk, en zullen vluchten een ieder naar zijn eigen land. 15  Ieder die men vindt, zal doorstoken worden, en elk die men grijpt, zal door het zwaard vallen; 16  en hun kinderen zullen voor hun ogen verpletterd worden, hun huizen geplunderd en hun vrouwen geschonden. 17  Zie, Ik wek tegen hen de Meden op, die zilver niet achten, noch in goud behagen hebben; 18  hun bogen vellen knapen: zij kennen geen erbarming met de vrucht van de schoot en zelfs kinderen ontzien zij niet. 19  En Babel, het sieraad der koninkrijken, de trotse luister der ChaldeeŽn, zal worden als Sodom en Gomorra, toen God ze onderstboven keerde.
Deze aanval van de hedendaagse Meden zal de genadeslag toebrengen aan ’het beest’ dat hier ”Babel” genoemd wordt. De hedendaagse Meden zullen uit Rusland komen waar hun voorzaten zich gevestigd hebben nadat zij het MediŽ van de oudheid hadden verlaten.
Zelfs na dit overweldigende aantal doden, deze verwoesting en dit lijden, zal het grootste gedeelte van de halsstarrige, opstandige, hardleerse mensheid zich niet bekeren.
Openbaring 9:20
  En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet [meer] te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan.
De boze geesten en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden zijn typen van de valse religies waarin het valse christendom een hoofdrol speelt. Daarom zullen zij doorgaan te zondigen:
Vers 21
  en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.
Zelfs tijdens deze plagen zal God de gehele mensheid blijven manen zich van hun goddeloze wegen te bekeren.
Openbaring 11:3
  En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang. 4  Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. 5  En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden. 6  Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.

De ”twee getuigen” zullen bovennatuurlijke bescherming krijgen terwijl zij Gods
laatste waarschuwing aan de goddeloze machten op aarde geven.
Wanneer de taak van de twee getuigen eenmaal is uitgevoerd, laat God toe dat ’het beest’ ze ter dood brengt.
Vers 7
  En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.
Hun dode lichamen zullen voor iedereen te zien zijn in de straten van Jeruzalem.
Vers 8
  En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd.
Jeremia 23:14
 maar bij de profeten van Jeruzalem heb Ik gezien wat afschuwelijk is: echtbreken en met leugen omgaan; zij sterken de handen der boosdoeners, dat niet ťťn zich van zijn boosheid bekeert; zij zijn Mij altezamen als Sodom geworden, zijn inwoners als Gomorra.
Hoe zal de mensheid reageren wanneer de twee getuigen van God ten slotte ter dood zijn gebracht?
Openbaring 11:9
  En uit de volken en stammen en talen en natiŽn zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet. 10  En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.
Wat zal God, die macht over leven en dood heeft, met hen doen?
Vers 11
  En na die drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op allen, die hen aanschouwden. 12  En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen.
Dan beginnen sommigen te erkennen dat God hier de hand in heeft en betuigen zij Hem eer.
Vers 13
  En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.
Al deze gebeurtenissen vinden plaats in de slotfase van het tweede wee of de zesde bazuin.
Vers 14
  Het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig.

Het derde wee — de laatste bazuin

Wat gebeurt er wanneer de zevende bazuin weerklinkt en het derde wee begint?
Openbaring 11:15
 En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.
Dit is het tijdstip waarop Christus terug komt om de wereldheerschappij over te nemen en het Koninkrijk van God op aarde te vestigen.
We hebben gezien dat er onmiddellijk na de eerste vier bazuinplagen oorlog gevoerd zal worden. Miljoenen mensen zullen omkomen. Het mensdom zal bedreigd worden met totale vernietiging! Nu, bij de laatste bazuin zal de mensheid voor uitroeiing bewaard worden door de komst van Jezus Christus, die zal ingrijpen in de titanische oorlog die zou leiden tot de vernietiging van al het leven.
Hoe zal de reactie van het opstandige mensdom dit keer zijn?
Vers 18
  en de volkeren waren toornig geworden…

De nieuwe Wereldheerser, Jezus Christus, zal niet zomaar gedwee worden geaccepteerd door op macht bezeten naties die op dat moment naar wereldheerschappij streven. De mens heeft Gods heerschappij nooit gewild, ook al is het de enige weg tot vrede, geluk en blijdschap. Zodoende zijn de volken
toornig. Zij zullen Christus deze wereldmacht betwisten door met hun legers de Koning der koningen te bestrijden.
Wat gebeurt er nog meer tijdens het blazen van de zevende en laatste bazuin?
Vers 18
  … uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.

Het enige wat bij de beschrijving van deze zevende bazuin, het derde wee, genoemd zou kunnen worden, is de toorn van God. Alle bazuinen vertegenwoordigden evenwel plagen waarmee de toorn van God werd uitgegoten. We zullen echter zien dat deze toorn in de zevende bazuin in feite wordt
voleindigd.
Wat voleindigt de toorn van God eigenlijk precies?
Openbaring 15:1
 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd.
Alle voorafgaande zes bazuinen kondigden het ontketenen van verscheidene afschuwelijke plagen op deze opstandige wereld aan, maar de zevende of laatste bazuin voleindigt Gods toorn door de verschrikkelijke ”zeven laatste plagen” in te luiden.
Evenals het zevende
zegel onderverdeeld is in de zeven bazuinen, zo bestaat de zevende bazuin uit de zeven laatste plagen. Deze zijn en vormen de zevende bazuin of het derde wee. Zodoende maken dus de zeven laatste plagen ook deel uit van het zevende zegel. Deze zeven laatste plagen zullen worden uitgegoten ten tijde van Christus' komst om de mensheid voor uitroeiing gedurende de oorlog van het tweede wee te bewaren.

De zeven laatste plagen

Het woord uitgieten wordt gebruikt omdat de zeven plagen van de zevende bazuin symbolisch uit zeven schalen over de aarde worden leeggegoten.
Openbaring 15:7
  En een van de vier dieren
[schepselen] gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol van de gramschap van God, die leeft tot in alle eeuwigheden.
Ze zullen op de aarde worden uitgegoten.
Openbaring 16:1
  En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde.
Lees ook de rest van dit hoofdstuk voor de draad van het verhaal.
De zeven plagen zullen op ťťn
dag komen.

Openbaring 18:8
 Daarom zullen haar plagen op ťťn dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, die haar geoordeeld heeft.
Deze plagen vormen Gods rechtvaardig oordeel over hedendaags ’Babylon’. Deze tekst laat zien dat alle zeven schalen gedurende ťťn etmaal uitgegoten zullen worden, ofschoon de uitwerking van deze plagen ongetwijfeld langer dan deze 24-urige periode zal duren.
Dit etmaal is het
hoogtepunt van de veel langer durende ’Dag des Heren’ die reeds begon met het zevende zegel (Openb. 8:1) waarmee de zeven op elkaar volgende bazuinplagen worden ingeluid. De ’Dag des Heren’ zal ťťn jaar duren.

Het begin van het Millennium (Dag des Heren) begint al met de eerste bazuin. Hoelang de bazuinen duren zegt Openbaring niet, maar de profetieŽn van Jesaja en Jeremia spreken van een dag van wraak van God die een jaar duurt. Zie
het bijbelse principe van 'een dag voor een jaar' dat God geopenbaard heeft in EzechiŽl 4:4-6 en Numeri 14:34.
Jesaja 34:8
  want de HERE houdt een dag van wraak, een jaar van vergelding in Sions rechtsgeding.
Jeremia 46:10
  Dit toch is de dag van de HERE der heerscharen, de dag der wrake om wraak te nemen op zijn tegenstanders; ja, het zwaard verslindt en wordt verzadigd en dronken van hun bloed, want een slachtoffer heeft de Here, de HERE der heerscharen, in het Noorderland, aan de rivier de Eufraat.
Jesaja 61:1
  De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; 2  om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten.
Jesaja 63:3
  Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad. 4  Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.
De zeven scheppingsdagen beelden de 7000-jarige geschiedenis van de mens uit. De zevende dag, de sabbat, is sinds de schepping geheiligd.
MattheŁs 12:8
  Want de Zoon des mensen is heer over de sabbat.
Daarmee wordt ook aangeven dat Christus gedurende het 1000-jarige Vrederijk van rust Heer is over het Millennium. Zoals de heilige tijd van een sabbat begint met zonsondergang, gevolgd door duisternis en daarna licht, zo begint ook het Millennium, de Dag van de Heer, de heilige tijd, met duisternis. Een jaar van symbolische en soms letterlijke duisternis die de zeven bazuinen over de aarde zullen brengen.
De climax komt met de zevende bazuin, de zeven plagen bij de komst van Christus. Gedurende deze ene dag waarop de zeven laatste plagen over de aarde worden uitgegoten, zal het Babylonische leiderschap van deze goddeloze wereld te enen male tenietgedaan worden!
Een zeer kleine groep, door God beschermd, zal niet getroffen worden door de eerste plaag.
Openbaring 16:2
 En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.
Deze schaal zal worden uitgegoten op allen die deel hebben aan het leugenachtige, met heidense ideeŽn doortrokken religieus-staatkundige bestel van deze wereld, het systeem dat symbolisch door ’het beest’ wordt voorgesteld.
De eerste van deze zeven laatste plagen op hen die een valse god vereren, zijn dezelfde soort plagen waarmee de Egyptenaren, die ook een valse godsdienst aanhingen, gestraft werden.
Exodus 9:10
 Toen namen zij roet uit een smeltoven, gingen voor Farao staan en Mozes strooide het in de lucht en er kwamen bij mens en dier zweren, die als puisten uitbraken, 11  zodat de geleerden niet konden blijven staan voor Mozes, vanwege de zweren; want de geleerden kregen evenzeer zweren als alle Egyptenaren.
Wat zullen de tweede en derde plagen teweegbrengen?
Openbaring 16:3
  En de tweede goot zijn schaal uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven. 4  En de derde goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, en het water werd bloed.
Hoe eerlijk en rechtvaardig zijn deze oordelen van God over de mensheid wel?
Vers 5
  En ik hoorde de engel der wateren zeggen: Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. 6  Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend! 7  En ik hoorde het altaar zeggen: Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.
God gebruikte een zelfde plaag om er de heidense Egyptenaren mee te kastijden.
Exodus 7:19
 Toen zeide de HERE tot Mozes: Zeg tot Ašron: neem uw staf en strek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, hun kanalen, hun poelen en al hun verzamelplaatsen van water, opdat zij bloed worden, en er zal bloed zijn in het gehele land Egypte, zelfs in het houten en stenen vaatwerk. 20  En Mozes en Ašron deden, zoals de HERE geboden had; hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van Farao en zijn dienaren, en al het water in de Nijl werd in bloed veranderd; 21  de vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken; en er was bloed in het gehele land Egypte.
Welke plaag volgt op het uitgieten van de vierde schaal?
Openbaring 16:8
  En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en haar werd gegeven de mensen te verzengen met vuur.
Zullen veel mensen zich als gevolg van deze verschrikkelijke plagen bekeren, of zullen ze zich tegen God blijven verzetten?
Vers 9
  En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.
De plagen van God zullen de bevolking van de aarde dramatisch uitdunnen.
Jesaja 24:6
 Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom worden de bewoners der aarde door een gloed verteerd en blijven er weinig stervelingen over.

Niet alle mensen zullen omkomen! Er zullen nog
miljoenen mensen in leven blijven, waarover Christus na zijn wederkomst zal regeren.
Ook hier in Jesaja staat de reden waarom God het mensdom zo zwaar moet straffen.
Vers 5
  Want de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken.

Zonde
het niet gehoorzamen aan Gods wetten – is de oorzaak van alle menselijke ellende. In werkelijkheid heeft de wereld zich deze toorn zelf op de hals gehaald door God niet te willen gehoorzamen! En daarom zal God de wereld streng moeten straffen om de mensen tot inkeer te brengen. Ondanks de hevigheid van de vierde plaag zullen velen zich nog steeds niet willen bekeren.
De vijfde plaag zal het regeringscentrum en het rijk van ’het beest’ kwellen met duisternis en hevige pijn.
Openbaring 16:10
 En de vijfde goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij kauwden op hun tong van pijn.
De Egyptenaren ondergingen een gelijksoortige plaag.
Exodus 10:21
  Daarna zeide de HERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er duisternis zij over het land Egypte, zodat men de duisternis kan tasten. 22  En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel, en er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte. 23  Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; maar alle IsraŽlieten hadden licht, waar zij woonden.
Zullen ze door dťze plaag ten slotte gedwongen worden zich van hun slechte levenswijze te bekeren en zich aan Christus over te geven?
Openbaring 16:11
 en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken.

Gods Woord laat duidelijk zien dat deze en alle mensen
weigeren zich onder het gezag van Christus te stellen. Dat is de reden waarom Jezus Christus de wereld met geweld moet onderwerpen en de mensheid aanvankelijk moet dwingen zijn heerschappij te aanvaarden!
Het is verbazingwekkend, van te voren reeds te kunnen zien hoe deze wereld eigenlijk op de wederkomst van Jezus Christus zal reageren.
Na het uitgieten van de zesde schaal zal de grootste slag uit heel de geschiedenis der mensheid plaatsvinden, waarbij alle volken zich aaneensluiten om Christus te bestrijden.
Vers 12
  En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen. 13  En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; 14  want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God. 15  Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde. 16  En hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Harmagedon.

Christus zal
in gerechtigheid oordelen en oorlog voeren tegen het opstandige mensdom.

Openbaring 19:11
  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid.
Deze plaag maakt deel uit van Gods plan om de legermachten van alle volken die opstandig tegen zijn levenswijze blijven, op ťťn punt te verzamelen voor de laatste slag van de Derde Wereldoorlog.
De aarde zal door de grootste aardbeving aller tijden geteisterd worden wanneer de zevende en laatste plaag wordt uitgegoten.
Openbaring 16:17
  En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied. 18  En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zo hevig was deze aardbeving, zo groot.
Zelfs eilanden zullen zich verplaatsen of verdwijnen.
Vers 20
  En alle
[kan ook betekenen: enkele van alle soorten] eilanden vluchtten weg en bergen werden niet meer gevonden.
Vele van de eilanden, die feitelijk slapende vulkanen zijn, zullen letterlijk in de lucht vliegen en verdwijnen als deze laatste plaag losbreekt.
De ’Dag des Heren’ wordt vaak beschreven als een dag van
duisternis. Dat is geestelijk waar, maar deels ook letterlijk. Bij vulkanische uitbarstingen worden grote hoeveelheden stof en as uitgestoten die het licht van de zon verduisteren. Krakatau spuwde in 1883 enorme hoeveelheden as de atmosfeer in. De tot 50 km hoogte gestegen as was in 13Ĺ dag om de aarde gewenteld en veroorzaakte abnormale rode schemeringen, die tot 1886 aanhielden. Als de uitbarsting van ťťn vulkaan dit teweeg kan brengen, wat zullen dan honderden uitbarstende vulkanen niet doen!
Een gedeelte van Gods allerlaatste kastijding van de mensheid bestaat uit gigantische hagelstenen.
Vers 21
  En grote hagel stenen, een talent zwaar, vielen uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan was zeer groot.
De schattingen van het gewicht van een talent lopen uiteen van 26 tot 40 kg.

De komende grote exodus

Wat zal Christus na de laatste bazuin en zijn wederkomst doen voor de nakomelingen van zijn volk IsraŽl die door de volken die hen als gevangenen wegvoerden, onderdrukt zijn geweest?
Jesaja 27:12
  Maar het zal te dien dage geschieden, dat de HERE de aren zal dorsen van de Rivier af tot de Beek van Egypte toe, en gij zult ingezameld worden ťťn voor ťťn, kinderen IsraŽls. 13  En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de HERE op de heilige berg te Jeruzalem.
Jesaja 10:20
  En het zal te dien dage geschieden, dat de rest van IsraŽl en wat van Jakobs huis ontkomen is, niet langer zullen steunen op hem die ze sloeg, maar in waarheid steunen zullen op de HERE, de Heilige IsraŽls. 21  Een rest zal zich bekeren, de rest van Jakob, tot de sterke God. 22  Want, al ware uw volk, o IsraŽl, als het zand der zee, een rest daaronder zal zich bekeren; verdelging is vast besloten, overvloeiende van gerechtigheid.
Toen zij Gods dienstknechten voor de verschrikkelijke oorlogen in de eindtijd hoorden waarschuwen, namen zij er geen notitie van en raakten dientengevolge in gevangenschap.
Hosea 5:1
  Hoort dit, gij priesters, en merk op, gij huis IsraŽls, en neig het oor, gij huis des konings! … Vers 8   Blaast de bazuin in Gibea, de trompet in Rama! Maakt alarm in Bet-awen! Achter u, Benjamin! 9  Tot een woestenij zal EfraÔm worden ten dage des oordeels. Over de stammen IsraŽls maak Ik bekend wat vast besloten is.

God heeft het toegelaten dat zijn volk onder
alle volken der aarde verstrooid is geworden.

Jesaja 11:11
 En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, EthiopiŽ, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. 12  En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van IsraŽl verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.
Deze verzameling en uittocht zal lijken op de uittocht van IsraŽl uit Egypte (vers 11).
Vers 15
  Dan zal de HERE de zeeboezem van Egypte met de ban slaan en Hij zal zijn hand tegen de Rivier bewegen met de gloed van zijn adem, en Hij zal haar tot zeven beken uiteenslaan en maken, dat men geschoeid daardoor kan gaan. 16  Dan zal er een heerbaan zijn voor de rest van zijn volk, die in Assur overblijven zal, zoals er voor IsraŽl geweest is ten dage, toen het optrok uit het land Egypte.

Deze
toekomstige exodus uit Europa en vanuit heel de wereld zal veel groter zijn dan de uittocht uit Egypte.

Jeremia 16:14
  Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat niet meer zal gezegd worden: Zo waar de HERE leeft, die de IsraŽlieten uit het land Egypte heeft gebracht, 15  maar veeleer: Zo waar de HERE leeft, die de IsraŽlieten heeft doen optrekken uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; ja, Ik zal hen terugbrengen in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven had.
Jeremia 23:3
 En Ik zal de rest van mijn schapen verzamelen uit al de landen waarheen Ik ze heb verdreven, en Ik zal ze doen wederkeren naar hun weiden, en zij zullen vruchtbaar zijn en zich vermeerderen. 4  Ook zal Ik over hen herders verwekken om hen te weiden, en zij zullen vrees noch schrik meer hebben, en zij zullen niet gemist worden, luidt het woord des HEREN. 5  Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. 6  In zijn dagen zal Juda behouden worden en IsraŽl veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de HERE onze gerechtigheid. 7  Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de HERE leeft, die de IsraŽlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: 8  Zo waar de HERE leeft, die het nageslacht van het huis IsraŽls heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen.

De hier geciteerde profeten Jesaja en Jeremia leefden meer dan 2500 jaar geleden. De profetieŽn aangaande de exodus zijn nog niet in vervulling gegaan. De eerste exodus was slechts een
type van de tweede!
Deze IsraŽlieten die uit alle landen verzameld zullen worden, zullen bij de wederkomst van Christus niet onsterfelijk worden in een opstanding, maar zullen als mensen van vlees en bloed naar Palestina terugkeren. God zal hen ertoe brengen zichzelf te zien zoals Hij hen ziet, en zichzelf om al hun goddeloosheid verafschuwen. Hij zal hen daarna voor de eerste keer echt en diep berouw schenken.
EzechiŽl 20:39
 En gij, huis IsraŽls, zo zegt de Here HERE, welaan, laat ieder zijn afgoden maar dienen! Doch later, dan zult gij naar Mij luisteren en mijn heilige naam niet meer ontheiligen met uw offergaven en uw afgoden. 40  Want op mijn heilige berg, op de hoge berg IsraŽls, luidt het woord van de Here HERE, daar zal het ganse huis IsraŽls in zijn geheel Mij in het land dienen. Daar zal Ik behagen in hen hebben en daar zal Ik heffingen van u vorderen en het beste uwer gaven, bij alles wat gij heiligt. 41  Als in een liefelijke reuk zal Ik behagen in u hebben, wanneer Ik u voer uit het midden der volken. Dan zal Ik u uit de landen waarin gij verstrooid zijt, bijeenbrengen en Mij aan u de Heilige betonen ten aanschouwen van de volken. 42  En gij zult weten, dat Ik de HERE ben, als Ik u in het land van IsraŽl brengen zal, in het land dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven. 43  Daar zult gij terugdenken aan alle handel en wandel, waarmee gij u verontreinigd hebt, en van uzelf walgen om al de slechte daden die gij bedreven hebt.
Jeremia 31:8
 Zie, Ik breng hen uit het land van het noorden en verzamel hen van de einden der aarde; onder hen blinden en lammen, zwangeren en barenden tezamen; in een grote schare zullen zij hierheen terugkeren. 9  Onder geween zullen zij komen en onder smeking zal Ik hen leiden; Ik zal hen voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop zij niet struikelen. Want Ik ben IsraŽl tot een vader, en EfraÔm, die is mijn eerstgeborene.
Jeremia 50:3
 Want er rukt een volk tegen op uit het Noorden, dat zijn land tot een woestenij zal maken, zodat er geen inwoner in is; zowel mensen als dieren zijn gevloden, verdwenen. 4  In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zullen de IsraŽlieten komen, zij en de JudeeŽrs tezamen; al wenend zullen zij voortgaan en de HERE, hun God, zoeken; 5  naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht gericht zijn; zij komen en zoeken gemeenschap met de HERE in een eeuwig verbond, dat niet zal vergeten worden.
Openbaring 7:9
  Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. Vers 16  Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, 17  want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Alle mensen op deze wereld – en vooral de nakomelingen van IsraŽl – zullen eerst nog ontzettend moeten lijden voordat zij ten slotte zullen inzien dat God inderdaad God
is, en voordat zij zich van ganser harte tot Hem keren.
Zorg er voor dat u weet wie en waar IsraŽl in onze tijd is. Zie onze publicaties ’De twee IsraŽls in het boek Openbaring’ en ’De Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ in de profetieŽn’.
Wij kunnen individueel op Gods bescherming rekenen gedurende de aanstaande wereldomvattende rampen.
U
hoeft voor geen van deze onheilen bevreesd te zijn indien u Gods waarschuwingen ter harte neemt en u zich nu tot Hem keert. Er is een weg om te ontkomen!

De ENIGE weg om te ontkomen!

Uw Bijbel laat zien dat deze aarde heel spoedig er als een woestenij zal uitzien vanwege de zonden van de mensheid. Het is de levenswijze van de mens die dit verschrikkelijke onheil teweegbrengt. God waarschuwt dat deze troebelen ”als een strik” zullen komen over allen die op de aardbodem wonen (Lukas 21:34-35). Maar zodra deze vreselijke gebeurtenissen voorbij zijn, zal Gods nieuwe wereldorde op aarde ingesteld worden.
Pas nadat Christus Gods Koninkrijk op aarde gevestigd heeft, zal God beginnen de mensheid te redden en ten slotte
iedereen een kans op behoud geven – een kans om een gezinslid te worden van de heerschappijvoerende Godsfamilie.
Toch zijn er evenwel enkelingen in deze wereld van Satan die naar de almachtige God hebben geluisterd om aan deze verschrikkelijke tijden te ontkomen.
In dit nucleaire tijdperk bieden schuilkelders door mensen gemaakt geen hoop op permanente bescherming. De enige uitweg uit de realiteit die voor ons ligt, is toevlucht te nemen tot de grootste realiteit in het universum – de almachtige God!

God heeft degenen van zijn volk die in deze eindtijd trouw zijn Woord volgen en zijn Werk doen, beloofd te beschermen.
Openbaring 3:7
  En schrijf aan de engel der gemeente te Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent. 8  Ik weet uw werken: zie, Ik heb een geopende deur voor uw aangezicht gegeven die niemand kan sluiten; want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend.
Welk bepaald werk zou volgens Jezus vandaag worden uitgevoerd?
MattheŁs 24:14
  En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.
Handelingen 8:12
 Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen.
2 CorinthiŽrs 2:12
  Toen ik nu te Troas was gekomen om het evangelie van Christus te prediken, en mij een deur geopend was in de Here…

Hoewel Gods Gemeente naar verhouding numeriek zwak is, heeft Jezus voor zijn Gemeente de machtige ”deuren” van radio, televisie, drukpers en internet geopend om zijn evangelie van het Koninkrijk als een
waarschuwing aan de wereld te verkondigen. Als een beloning voor trouwe gehoorzaamheid aan zijn Woord en het uitvoeren van zijn Werk, belooft Christus zijn dienstknechten te zullen bewaren voor de Grote Verdrukking en de komende plagen.
In hoofdstuk 12 van de Openbaring wordt Gods ware Gemeente verpersoonlijkt als een vrouw, zijn verloofde. God belooft haar op wonderbaarlijke en bovennatuurlijke wijze geestelijk en lichamelijk te beschermen.
Openbaring 12:13
 En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had. 14  En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd. 15  En de slang wierp uit haar bek water achter de vrouw als een stroom, om haar door de stroom te laten medesleuren. 16  En de aarde kwam de vrouw te hulp en de aarde opende haar mond en verzwolg de stroom, die de draak uit zijn bek had geworpen.
Deze profetie voor de eindtijd verhaalt van een ”ontkomen” aan de verschrikkelijke oorlog en verdrukking die door Satan aangesticht zijn. Drie en een half jaar lang zal een door God beschermde groep voor Satan (de ”draak”) en de beroeringen van een wereld in oorlog rondom haar onbereikbaar blijven.
Is het duidelijk dat de ware Gemeente van God zijn geboden en het getuigenis van Jezus bewaren?
Vers 17
  En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben.

Er zijn tegenwoordig kerkgenootschappen te kust en te keur. De mensen maken echter de fout een kerk of organisatie te volgen die zich als Gods gemeente voordoet, maar weigert God in alles te
gehoorzamen. Zeer weinig zogenaamde ’christelijke’ kerken kunnen zeggen dat ze alle tien geboden van God onderhouden. Sommige kerken die deze geboden wel erkennen, weigeren weer andere bijbelse wetten te gehoorzamen. Doctrines, tradities, feesten van afgoden vormen hun basis en verbondenheid.
De meeste mensen die zich christelijk noemen gaan er zomaar van uit dat een kerk die preekt over een Jezus – hun ’heer’ – een kerk is die Christus
gehoorzaamt. Loop niet zomaar mee met het christendom van de gevestigde kerken dat in de Bijbel wordt geÔdentificeerd als de eerste ”ruiter” van Openbaring 6. Ga in plaats daarvan na wat Christus zelf gezegd heeft, bestudeer de ware leer van de Bijbel (die in de meeste gevallen lijnrecht tegenover de ideeŽn van mensen staat) en doe de eerste stappen naar Gods Waarheid.
De Gemeente van God doet Gods Werk en haar is een weg om te ontkomen beloofd. Afgezien van
waar de ”plaats” is waar Gods Gemeente gevoed en beschermd zal worden gedurende de komende moeilijke tijd, de te volgen weg om daar dan te zijn, is duidelijk.
God belooft geestelijke, bovennatuurlijke en wonderbaarlijke bescherming aan hen die zich waarlijk willen bekeren en niet hun eigen weg willen gaan, die hun verkeerde levenswijze en alle onjuiste ideeŽn en gewoonten die indruisen tegen Gods levenswijze zoals deze in de Bijbel wordt geopenbaard, volkomen uit hun leven willen bannen, en die door Jezus Christus en zijn offer tot God willen komen.
Ieder mens zou nķ zijn geestelijke inventaris op moeten maken. Men zou niet zomaar moeten aannemen dat men ”in het reine is met God”.
Wij raden u aan de publicaties op deze website te bestuderen.
Het boek Openbaring geeft van de Gemeente van God een overzicht van zeven periodes sinds de oprichting in 30 n.Chr. tot de terugkomst van Christus. Het is een historisch verslag en geeft aanmoedigingen en instructies. Aan het eind van de vorige eeuw is het zesde tijdperk – van Filadelfia – overgegaan in het Laodicea-tijdperk. De leden van Gods gemeente in deze laatste periode, die duurt tot Christus' komst, worden beschreven als lauw. Deze mensen zullen wakker geschud moeten worden. God zal hen tijdens de Grote Verdrukking ”louteren”.
Openbaring 3:16
  Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. 17  Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, 18  raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. 19  Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.
Sommigen uit de Filadelfia-periode blijven ook nu nog ijverig Gods Werk doen en hebben zijn geboden lief.
1 Johannes 2:4
  Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet.
1 Johannes 5:2
 Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. 3  Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar.
God heeft hun bescherming beloofd.
Openbaring 3:10
 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. 11  Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. 12  Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam. 13  Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

 

Terug naar de Home Page

free hit counter