Voor literatuurlijst klik hier.

Wat is

MIJN VOORDEEL

als ik een christen word?

 

Is het niet menselijk als ik me afvraag wat mijn voordeel is bij elk besluit dat ik neem? Inderdaad is dat menselijk of anders gezegd: in overeenstemming met de natuur van de mens.

Maar wat Ūs de natuur van de mens?

De vrije wil die God aan de mens heeft gegeven is zowel voor God als de mens zeer waardevol. De mens kan keuzes maken in zijn leven. God geeft hem daarbij alle informatie om te kunnen kiezen voor geluk en voorspoed, zelfs voor een eeuwigdurend leven.

God gaf de eerste twee mensen een paradijs en instructies voor een vol leven van geluk. Het was de meest wonderschone plaats op aarde. God waarschuwde ook voor het kwaad. Met hun vrije wil die God hen gegeven had, zouden zij daar immers voor kunnen kiezen. En dat deden ze! Hoe waanzinnig! De eerste twee mensen kozen voor het kwaad! Ondanks hun prachtige woonplaats van overvloed en kwaliteit.

God wil dat de mens zelf beslissingen neemt. Hij wil een goddelijk Gezin bouwen met gezinsleden die met volle overtuiging en liefde voor dat Gezin gekozen hebben. Een gezin met perfecte huisregels die een volmaakte harmonie waarborgen. Daarom maakte Hij de mens naar zijn gelijkenis met de fysieke schepping. Het scheppen van de goddelijke natuur vergt veel meer tijd. Met de vrije wil kan de mens beslissingen nemen om die goddelijke natuur in zich te laten groeien, of te weigeren.

De mogelijkheid om te beslissen heeft alleen zin als er keuzes gemaakt kunnen worden. Daarom heeft God Satan toegestaan in contact te komen met de mens. God heeft de eerste mensen het goede geboden en gewaarschuwd voor het kwaad. Hij heeft zelfs de eerste mensen en alle mensen daarna verboden het kwade te doen (te zondigen).

De eerste mensen kozen met hun vrije wil voor Satans weg. Sindsdien hebben alle mensen met hun vrije wil zich laten beÔnvloeden door Satan leert de Bijbel ons. Die manier van leven, de natuur van de mens, heeft de mens ellende gebracht, ziekte, verdriet, rampen, haat, diefstal, oorlog. Die weg van hebzucht en concurrentie leidt uiteindelijk tot de dood – de definitieve dood.

Gods weg is een weg van geven. Als dat principe door iedereen goed wordt toegepast, begrijpen we dat het iedereen voordeel geeft. De mensen lopen aan de hand van Satan en hebben zijn natuur aangenomen. Het is een natuur die gebaseerd is op nemen – wat is mijn voordeel. Zo hebben de mensen een wereld gemaakt die niet van God is. Deze wereld is niet Gods wereld! De mensen ”wier overleggingen de god dezer eeuw [Satan] met blindheid heeft geslagen,” (2 CorinthiŽrs 4:4) hebben een wereld gemaakt volgens Satans natuur.

Maar God heeft aan dat tijdperk van de mens, die zich heeft laten inspireren door Satan (betekent tegenstander), een grens gesteld: een periode van 6.000 jaar. God tast in deze wereld van Satan en de mens de vrije wil niet aan.

Gedurende die 6.000 jaar heeft God echter niet gezwegen. Hij heeft in alle tijden mensen geroepen om te blijven waarschuwen. Bovendien houdt Hij wťl zijn agenda bij. Hij voert de gebeurtenissen die op zijn kalender staan exact uit en op de door Hem vastgestelde tijd om zijn grote Plan met de mensheid te verwezenlijken.

De wereld van God is aanstaande. De ogen en oren van de mensen zullen dan geopend worden, ze zullen dan hun eigen boze wegen herkennen en erkennen. Ze zullen God gaan eren en zijn weg van geven gaan.

God is de beste Raadgever, Hij is de Schepper, de mens is zijn schepping. Daarom kan alleen Hij de voorwaarden van geluk en eeuwig leven bepalen en Hij heeft die aan de mens bekend gemaakt. Als we op onze eigen voorwaarden geluk willen nastreven, zijn we ongehoorzaam aan onze Schepper. Maar ondanks die houding gunt Hij ons een tijdelijk fysiek bestaan. Als we op Gods voorwaarden gaan leven, gunt God ons een oneindig geestelijk leven. God raadt ons met klem aan om te kiezen voor het werkelijke leven.

Deuteronomium 30:9  De HERE, uw God, zal u in overvloed het goede schenken bij al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem, want de HERE zal weer behagen in u hebben, u ten goede, zoals Hij behagen had in uw vaderen, 10  wanneer gij naar de stem van de HERE, uw God, luistert door zijn geboden en inzettingen te onderhouden, die in dit wetboek geschreven staan; wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel.

Wanneer zijn volk Hem verlaat, blijft God nog steeds waarschuwen. Hij wil hen zegenen, maar op zijn voorwaarden, omdat die het werkelijke volle leven geven.

Vers 11  Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. 12  Het is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? 13  En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen? 14  Maar dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen.

Door alle eeuwen heen heeft God de mensen de weg naar waar geluk voorgehouden, maar ook gewaarschuwd voor alle andere wegen. Die wegen leiden naar morele verloedering die lijden en uiteindelijk de eeuwige dood tot gevolg heeft.

Vers 15  Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade: 16  doordat ik u heden gebied de HERE, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de HERE, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemen. 17  Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient, 18  dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan… Vers 19  Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, 20  door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen…

Willen we niet allen graag zegeningen? Daarom beweren veel mensen, en niet in de laatste plaats psychologen: ”Je moet eerst aan jezelf denken. Je moet voor jezelf opkomen.” Dat is de maatschappij van de mens. Waarom zou men een christen worden? ”Omdat het zegeningen brengt,” verkondigt het ’christendom’. Met zegeningen bedoelt het valse christendom meestal egoÔstische gunsten. Het valse christendom kent Gods doel van de schepping van de mens niet en preekt naar de aard van Satan.

”Wat is MIJN voordeel als ik christen word?” Wat is het voordeel geweest van de getrouwe dienaren van God?

De eerste mens die oprecht God diende was Abel, een zoon van Adam. Hij wilde graag zijn dankbaarheid tonen aan God door Hem royaal, het beste wat hij bezat, te geven. Zijn broer KaÔn bracht God een offer dat bestond uit vruchten van het land. Abel gaf behalve de producten van de akkers, ook van zijn beste jonge schapen. Deze dieren had hij gevoed en zien groeien tot gezonde, gave beesten. Hij had ze gekoesterd. Zo'n volmaakt offer, het beste van zijn land en van zijn beesten, bood hij God aan, die het graag in ontvangst nam. Maar het offer van KaÔn was zelfgericht en daarom besteedde God geen aandacht aan hem en zijn offer (Genesis 1:5).

KaÔn deed vervolgens wat zijn menselijke natuur hem ingaf: hij vermoordde Abel uit jaloezie. Bij de geboorte is de mens neutraal, maar wanneer hij opgroeit, gaat hij ’luisteren’ naar Satan en zijn demonen.

HebreeŽn 11:4  Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan KaÔn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.

God zegt dat Abel rechtvaardig was, hij leefde Gods weg van geven, maar hij moest het met de dood bekopen.

Ook Henoch, die enkele eeuwen later leefde, wandelde op de goede weg, want hij ”wandelde met God” (Genesis 5:22). In feite was hij een ”prediker der gerechtigheid” zoals Noach (2 Petr. 2:5). Gods boodschap is evenwel nooit populair geweest. Als dienaar van God wees Henoch ongetwijfeld op het zondige leven van zijn generatie en wekte hij door zijn boodschap hun toorn op. Henoch stierf een vroegtijdige dood! Hij werd als het ware in het midden van zijn dagen afgesneden. Daarmee beschermde God hem, want zijn leven was in gevaar. Denk niet dat dit vreemd of ongewoon was. De Hebreeuwse overlevering onthult dat Noach, de achterkleinzoon van Henoch, voor zijn leven moest vluchten teneinde Gods Werk uit te voeren.

Abraham, Isašk en Jakob kozen nadrukkelijk Gods weg, maar hun nakomelingen hebben jaren onder erbarmelijke omstandigheden geleefd als slaven in Egypte. Gods volk werd vernederd. Begrijpen zij die zich in de eenentwintigste eeuw christen noemen dat de tijden niet veranderd zijn? De ware christenen vormen nu Gods volk. Hebben ze daarom minder problemen?

Toen het volk IsraŽl van God het land Kanašn kreeg, werd eerst Jericho op zeer indrukwekkende wijze vernietigd door God als symbool voor de vernietiging van de menselijke maatschappij bij Christus' terugkomst. De diverse ’beschavingen’ van de mensen gedurende 6.000 jaar hebben geen universele vrede en geluk gebracht aan de volken. Van de menselijke ’civilisatie’ is bij de komst van Christus niets bruikbaar. Niet de politieke systemen die Gods geboden niet eerbiedigen; niet de economie, die het milieu vervuilt en het land uitmergelt en gefundeerd is op hebzucht; niet het onderwijs dat gestoeld is op valse religie en evolutietheorieŽn; niets van de talloze religies waarvan het valse christendom de meest invloedrijke wereldgodsdienst is binnen het heidendom.

Nee, niets wat aan de menselijke geest is ontsproten zal nuttig of bruikbaar zijn voor de Wereld van Morgen. Ook het volgende schriftgedeelte is daarvan een teken.

Numeri 33:51  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer gij de Jordaan overtrekt naar het land Kanašn, 52  dan zult gij al de bewoners van het land voor uw aangezicht verdrijven en al hun beeldhouwwerk vernietigen; ook zult gij al hun gegoten beelden vernietigen en al hun hoogten verwoesten. 53  Gij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen.

Christus komt niet terug om de wereld te veranderen, maar om eerst alles te vernietigen, alles wat de mens heeft voortgebracht op te ruimen, zodat Hij een zuivere maatschappij kan oprichten. Dan, wanneer Gods Regering is geÔnstalleerd, zal Gods volk een groot ’voordeel’ hebben.

Net als Adam en Eva en als vrijwel alle mensen in de volgende eeuwen, verliet ook IsraŽl Gods weg. God had in deze vijandige wereld een eigen natie, in een eigen land. Vanwege hun ongehoorzaamheid liet God toe dat IsraŽl in ballingschap werd gevoerd, waarmee een einde kwam aan Gods eigen natie binnen een staat op aarde. Zijn nieuwtestamentische Gemeente, de geestelijke tegenhanger van het fysieke IsraŽl, leeft wel in deze wereld, maar is niet van deze wereld. De Gemeente vormt geen staat of land.

Johannes 17:16  Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.

Deze wereld is niet Gods wereld!

David was een man naar Gods hart.

Handelingen 13:22  … Ik heb David, de zoon van IsaÔ, gevonden, een man naar mijn hart, die al mijn bevelen zal volbrengen.

Deze man naar Gods hart was jaren op de vlucht voor de toenmalige koning Saul. Om niet gedood te worden leefde David in de wilde natuur en zelfs enige tijd bij de aartsvijanden van IsraŽl, de Filistijnen.

De meeste koningen na David krenkten God door afgoden te dienen en Gods volk mee te sleuren in afgoderij. God stuurde de profeet Elia om te waarschuwen. Ook deze trouwe eenling moest vluchten voor zijn leven.

1 Koningen 19:3  Toen hij dat had vernomen, maakte hij zich gereed en ging weg om zijn leven te redden; en gekomen tot Berseba, dat tot Juda behoort, liet hij zijn knecht daar achter. 4  Zelf echter trok hij een dagreis ver de woestijn in, ging zitten onder een bremstruik en begeerde te mogen sterven, en zeide: Het is genoeg! Neem nu HERE, mijn leven…

In plaats van hem rust te geven, gaf God hem instructies om door te gaan met Gods Werk.

Vers 7  Doch wederom, ten tweeden male, raakte de engel des HEREN hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de reis zou voor u te ver zijn. 8  Toen stond hij op, at en dronk en ging door de kracht van die spijs veertig dagen en veertig nachten tot aan het gebergte Gods, Horeb. 9  Hij kwam daar bij een spelonk, waar hij overnachtte. En zie, het woord des HEREN kwam tot hem en Hij zeide tot hem: Wat doet gij hier, Elia? 10  Daarop zeide hij: Ik heb zeer geijverd voor de HERE, de God der heerscharen, want de IsraŽlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen.

Toen gaf God hem nieuwe opdrachten.

Wat was het ’nut’ voor Elia, wat was zijn profijt? Wat is het ’voordeel’ om God toe te behoren? Gods profeten zijn met het zwaard gedood (vers 10). Elia werd gehaat en voortdurend achtervolgd, omdat hij voor de ware God streed.

De profeten vůůr en na Elia die door God werden geroepen om het volk te waarschuwen, om ze te wijzen op hun zonden, om ze tot de ware God terug te brengen, werden in de gevangenis gezet of gedood.

Johannes de Doper offerde al als jonge man zijn leven op door zijn tijd en inzet te geven voor een speciale opdracht van God. De profeet werd door God gezonden om het volk voor te bereiden op de komst van Jezus, de Messias. Wat was het gevolg? Hij werd onthoofd!

Jezus Christus kwam naar deze wereld die niet de wereld van zijn Vader en van Hem was. Hij werd geconfronteerd met de wereldse normen, met ziekte, met dienaren van het menselijk gezag die het op zijn leven voorzien hadden. Evenals Hij werden de meeste van zijn apostelen ook doodgemarteld.

En Stefanus? Hij wordt, na Christus, de eerste martelaar genoemd in de nieuwtestamentische gemeente. Hij had zijn volk lief en wilde het waarschuwen, maar voor de Hoge Raad in Jeruzalem kon hij zijn toespraak niet afmaken. Hij werd gestenigd en begraven. Zijn dood was het teken tot een algemene vervolging van de christenen in Palestina en daarbuiten.

Mag een christen dan niet genieten van overvloed en van de vele geneugten van het leven. Natuurlijk is genieten van alles wat de Schepper heeft gegeven toe te juichen. Maar helaas is dat vaak niet mogelijk zoals we dat graag zouden willen. Denk maar eens aan het leven van Abel, Henoch, Noach en de profeten. Niet zijzelf gingen de geneugten van het leven uit de weg, maar de wereld zette hen apart als lastige mensen, die weigerden mee te lopen op de doodlopende weg van Satan. Ze hadden niet de normen van deze wereld, daarom werden ze gehaat.

Echte christenen (kinderen van God) hebben een houding van  ”liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing” (Galaten 5:22). Maar omdat ze niet meelopen met deze wereld en haar ’christelijke’ kerken, omdat ze trouw willen zijn aan hun hemelse Vader en zijn Zoon Christus, gaat de wereld hen haten.

’Christelijke’ kerken en denominaties presenteren een andere Jezus, die zou beweren dat alles genade is en Hij u aanvaardt zoals u bent. ”Als je maar Christus gericht bent,” zeggen veel ’christenen’, waarmee ze eigenlijk bedoelen dat ze zelf de normen en voorwaarden bepalen. De mensen die beweren tot bekering gekomen te zijn, leven in een roes van zogenaamde zegeningen. Maar waarvan hebben ze zich bekeerd. Zijn ze Gods geboden van liefde gaan houden? Nee, ze zijn ’aangenomen’ zoals ze waren, denken ze!

Maar wat zei Jezus werkelijk? Als u Gods weg gaat, dan accepteert de wereld u niet meer!

Lukas 12:51  Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid.

Het is een harde realiteit, de mensen die zich werkelijk willen bekeren tot God, komen in aanvaring met de moraal van deze wereld. De wereld accepteert hen niet. Die ’verdeeldheid’ (vers 51) komt ook voor in gezinnen.

Vers 52  Want van nu aan zullen vijf in ťťn huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn, 53  vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder.

Helaas is dit een droevige realiteit. Heeft de voorganger, de dominee, de pastoor u dit voorgehouden en uitgelegd? Kan hij spreken uit eigen ervaring?

Jezus organiseerde geen emotionele samenkomsten om mensen in zijn ’club’ te praten. Hij verkondigde het komende Koninkrijk van God en wees de toehoorders en de Joodse autoriteiten op hun huichelachtige levenswijze. Hij voerde geen campagnes zoals politieke partijen en ’christelijke’ kerken doen om zieltjes te winnen. Christus beloofde geen ’voordeel’ gedurende dit leven aan mensen die Hem wilden volgen. In de Bijbel staan zeer weinig verslagen van een persoonlijke oproep van Christus om Hem te volgen. Hij riep op om niet meer te zondigen. Tegen een vrouw die overspel gepleegd had zei Hij: ”Ga heen, zondig van nu af niet meer!” (Joh. 8:11). Hij zei niet ”volg mij”. Jezus genas een man en zei toen niet Hem te volgen, maar: ”Zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome” (Joh. 5:14). De kerken van de wereld willen graag veel mensen binnen hun muren, zoals een politieke partij. Maar het was een grote uitzondering dat Jezus iemand vroeg hem te volgen, zoals de rijke man. Hij vroeg Jezus hoe hij het eeuwige leven zou kunnen krijgen en beweerde Gods geboden te houden, maar toen Jezus hem vroeg zijn bezitting aan de armen te geven, liep de man weg. Toch had Jezus gezegd: ”Volg mij” (Matth. 19:16-22). Wat was het ’voordeel’ voor deze rijke jonge man, als hij Jezus gevolgd zou zijn? Hij veronderstelde dat in materieel opzicht en ongetwijfeld de daarmee gepaard gaande status, het volgen van Jezus voor hem een ’nadeel’ zou zijn. Natuurlijk vraagt God niet aan iedereen om alles wat hij heeft weg te geven, maar rijkdom bond deze jongeman aan de wereld. Voor ieder mens kan dat wat anders zijn, wat hij of zij niet wil loslaten.

Een schriftgeleerde die onder de indruk was van een toespraak van Jezus, wilde zich aansluiten bij de discipelen, maar Jezus weigerde, want voor deze man zou het volgen van Hem veel minder rooskleurig zijn dan hij veronderstelde (Matth. 8:18-20). Maar van een discipel die al door God gekozen is, wordt gevraagd zijn hele leven te geven. Eťn van de discipelen mocht zelfs zijn vader niet begraven, omdat Jezus hem bij de les wilde houden (vers 21-22). Natuurlijk zullen de meeste christenen hun ouders begraven, maar deze man had een duidelijke houding van Jezus nodig om de scheidslijn tussen Gods gezin en de wereld te demonstreren.

Christen zijn biedt niet het soort ’voordeel’ dat veel mensen verwachten. In de eeuwen na de stichting van de nieuwtestamentische Gemeente zijn vele getrouwe volgelingen van Christus doodgemarteld en de Bijbel profeteert dat er spoedig weer velen zullen worden gemarteld en gedood.

Openbaring 6:9  En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. 10  En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? 11  En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden wor≠den evenals zij.

In Lukas 12, hierboven genoemd, zei Jezus dat zijn boodschap verdeeldheid zou brengen. Hij zei ook:

MattheŁs 16:24  … Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.

Jezus zegt dat een volgeling van Hem bereid moet zijn verdrukking en ander lijden te ondergaan.

Het ’voordeel’ volgens wereldse normen ontvangt een christen niet. De beloning komt later.

1 Petrus 4:12  Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. 13  Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid [dan komt de beloning]. 14  Indien gij door de naam van Christus smaad lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rust. 15  Laat dus niemand uwer moeten lijden als moordenaar, of dief, of boosdoener, of als een bemoeial. 16  Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam. 17  Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods.

Nu, in de jaren vůůr de terugkomst van Christus, wordt Gods Gemeente geoordeeld (het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods), want deze mensen bezitten de kennis en hebben Gods geest om te overwinnen. De wereld wordt later, wanneer God zijn regering op aarde gevestigd heeft, onderwezen en zal dan geoordeeld (beoordeeld) worden.

1 Petrus 5:8  Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. 9  Wederstaat hem, vast in het geloof, wetende, dat aan uw broederschap in de wereld hetzelfde lijden wordt toegemeten. 10  Doch de God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd [gedurende dit leven] van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten [dan volgt de beloning].

Jesaja 48:10  Zie, Ik heb u gelouterd, doch niet als zilver; Ik heb u beproefd in de smeltoven der ellende.

God heeft een schitterende beloning klaarliggen voor de trouwe overwinnaars.

1 Petrus 1:4  … een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor u [die Christus bij zijn terugkomst naar de aarde zal meenemen], 5  die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, welke gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd. 6  Verheugt u daarin, ook al wordt gij thans, indien het moet zijn, voor korte tijd door allerlei verzoekingen bedroefd, 7  opdat de echtheid van uw geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijke te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.

1 Johannes 3:13  Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat.

Romeinen 8:17  Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Dit zijn woorden van Paulus en hij weet waarover hij spreekt.

2 CorinthiŽrs 11:23  Dienaren van Christus zijn zij? (ik spreek tegen mijn verstand in) ik nog meer: in moeiten veel vaker, in gevangenschap veel vaker, in slagen maar al te zeer, in doodsgevaren menigmaal. 24  Van de Joden heb ik vijfmaal de veertig-min-ťťn-slagen ontvangen, 25  driemaal ben ik met de roede gegeseld, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een etmaal heb ik doorgebracht in volle zee; 26  telkens op reis, in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar door volksgenoten, in gevaar door heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders; 27  in moeite en inspanning, tal van nachten zonder slaap, in honger en dorst, tal van dagen zonder eten, in koude en naaktheid.

De tijden zijn veranderd, de beschaving is verbeterd, zeggen mensen die zich christen noemen. Volgens de Bijbel worden de tijden steeds slechter.

MattheŁs 24:21  Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.

Het zogenaamde voordeel dat sommige mensen verwachten is er nu niet. Wie God wil dienen om een ’voordeel’ te ontvangen, begrijpt het doel van Gods Plan niet.

HebreeŽn 11:13  In [dat] geloof zijn deze allen [Gods trouwe volgelingen] gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde.

Zij dienden God niet om een voordeel te behalen.

Vers 35  … anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben. 36  Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. 37  Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling 38  (de wereld was hunner niet waardig) zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde. 39  Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, 40  daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.

Zij dienden God uit liefde – onvoorwaardelijk.

Pas op! Zoek het lijden (het martelaarschap) niet op om zo uw beloning af te dwingen. God ziet naar het hart en ziet wat oprechte liefde is. Drie jonge vrienden van DaniŽl gaven ons een volmaakt voorbeeld. Ze bekleedden een hoge functie met ongetwijfeld een hoog salaris. Een positie met een ’voordeel’.

DaniŽl 2:49  Op DaniŽls verzoek droeg de koning het bestuur van het gewest Babel op aan Sadrak, Mesak en Abednego, terwijl DaniŽl aan het hof des konings bleef.

De koning had een gigantisch groot beeld laten maken en bevel gegeven het te aanbidden. Toen kwamen mannen bij de koning om hem te vertellen dat drie Joodse mannen dit weigerden.

DaniŽl 3:10  Gij, o koning, hebt bevel gegeven, dat iedereen … zich ter aarde werpen zal en het gouden beeld aanbidden, 11  en dat ieder die zich niet ter aarde nederwerpt en aanbidt, in de brandende vuuroven zal geworpen worden.

De koning liet de drie jonge mannen halen.

Vers 16  Toen antwoordden Sadrak, Mesak en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. 17  Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden …

God kan hen bevrijden voordat ze in de brandende oven worden gegooid. Maar stel dat dat niet zo zou zijn.

Vers 18  maar zelfs indien niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden.

Dit is onvoorwaardelijke liefde voor hun Schepper. Geen verwachting van God op een ’voordeel’.

Met hun vrije wil namen deze drie mannen een gemotiveerde beslissing voor God. Dit is voor God van zeer grote waarde: gemotiveerde mensen die zijn Weg onvoorwaardelijk liefhebben, ondanks de vele nadelen in dit leven!

Sadrak, Mesak en Abednego redeneerden niet: ”Wat is mijn voordeel als ik me in de brandende oven laat gooien?” Ze zouden zich veeleer zorgen kunnen maken over wat ze zouden verliezen. Ze hadden immers een goedbetaalde functie en aanzien. Maar zij kenden hun ’voordeel’ in het Koninkrijk van God.

 

Terug naar de Home Page

web analytics