Voor literatuurlijst klik hier.

 

 

UW

ONTZAGWEKKENDE

TOEKOMST

 

Hoe de religies

u misleiden

 

 

Het is inderdaad verbijsterend! Het is nooit door de wetenschap ontdekt. Het hoger onderwijs heeft het nimmer onderwezen. En georganiseerde godsdienst heeft het achtergehouden. Hoe? Door het onderdrukken van de ware evangelieboodschap die Christus vanuit de hemel heeft gebracht en die het ontzagwekkende doel van het menselijk leven openbaart.

 

 

 

BEREID u voor op de meest verbazingwekkende openbaring van uw leven. Is het geen verbijsterende schok te vernemen dat de belangrijkste dimensie van alle kennis door God in de persoon van Jezus Christus wel op aarde is geopenbaard, maar dat deze boodschap reeds in de eerste eeuw van onze jaartelling werd onderdrukt; dat Jezus zelf, omdat Hij deze dimensie openbaarde, ter dood werd gebracht; dat al zijn apostelen, op misschien ťťn na, de marteldood zijn gestorven, omdat zij deze dingen verkondigden?

Toch zou deze boodschap van de levende God, als de mensheid ernaar had geluisterd en haar ter harte had genomen, de wereld nagenoeg alle ellende en kwaad hebben bespaard.

Het woord ’evangelie’ betekent ’goed nieuws’. Als deze boodschap werkelijk wordt begrepen, openbaart zij ons een menselijk potentieel zo overweldigend en ontzagwekkend, dat het ons in eerste instantie als niet te geloven voorkomt.

 

 

Waarom Christus' Evangelie werd onderdrukt

 

Christus' boodschap openbaart de onontbeerlijke feiten aangaande de mensheid: wat de mens is; het doel waarvoor hij op aarde werd geplaatst; wat de weg is die leidt tot wereldvrede, geluk en universele welvaart; wat de echte waarden zijn; wat het ontzagwekkende potentieel van de mens is; en hoe dit kan worden bereikt.

Het antwoord op deze vragen vormt de belangrijkste kennis die de mens ooit ter beschikking is gesteld. Toch werd deze kennis geminacht en verworpen, en weldra onderdrukt.

Wanneer de evangelieboodschap van Christus in haar volle betekenis wordt begrepen, openbaart zij wat de wetenschap absoluut niet in staat is te ontdekken. Zij openbaart iets waarvan de religies in deze wereld niets weten. Zij openbaart wat in het hoger onderwijs nooit bekend was of werd onderwezen.

Deze boodschap openbaart de meest fantastische waarheid die het menselijk verstand ooit kan bevatten! Zij openbaart de ontbrekende dimensie in kennis, de kennis die voor ons van absoluut levensbelang is.

Dit is het grootste goede nieuws dat ooit door onze Schepper aan de mensheid is geopenbaard! Wat heeft de mensen ertoe gebracht deze boodschap te verwerpen en de boodschapper ter dood te brengen?

Het antwoord luidt: de mensen waren MISLEID. Tegenwoordig is de hele mensheid misleid!

De opzet van deze publicatie is te laten zien hoe de mensen werden misleid, en duidelijk te maken wat dit goede nieuws in feite inhield – en inhoudt.

Zelfs nu hebben bijna alle mensen nog nooit het ware Evangelie gehoord. En de miljoenen mensen die het wel horen, zijn zo beneveld door valse religies en namaakevangelies dat zij alleen maar verward raken. De Waarheid is inderdaad vreemder dan fictie!

 

 

De aartsbedrieger

 

Het is tegenwoordig intellectueel niet gebruikelijk in het feitelijke bestaan van een duivel te geloven. Bijbelse openbaring geeft hiervoor een verklaring.

De Bijbel zegt ondubbelzinnig dat nu, in onze tijd, de gehele wereld zou zijn misleid. Een dergelijke profetie staat in het boek Openbaring.

Openbaring 12:9  En de grote draak werd [op de aarde] geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.

Deze Satan wordt onthuld als zijnde de aartsverleider van de gehele wereld. Maar hoe is hij erin geslaagd de mensheid te misleiden?

In het derde hoofdstuk van Genesis blijkt hij de verleider van moeder Eva. Door haar bracht hij de eerste mens, Adam, ertoe de eerste menselijke zonde te begaan.

Toen Jezus in Betlehem geboren werd, heerste Satan nog altijd op aarde als de god van deze wereld.

2 CorinthiŽrs 4:4  ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.

Satan is ook ”de overste van de macht der lucht” die de hele mensheid in zijn greep houdt.

EfeziŽrs 2:2  waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid.

De boodschap van Christus was het goede nieuws dat Satans macht over de wereld zal worden gebroken en dat hij van de aarde zal worden verbannen. Zij openbaarde dat Christus zal komen om de heerschappij over alle volkeren op zich te nemen. In het denken van Satan was het nodig alles in het werk te stellen om te verhinderen dat de boodschap van Christus naar de wereld zou uitgaan.

Om te beginnen probeerde hij Christus als kind te vernietigen om zo te voorkomen dat Hij zou opgroeien om die boodschap te verkondigen. Hij beÔnvloedde koning Herodes, de provinciale machthebber in IsraŽl onder het Romeinse bewind, om alle kinderen van twee jaar en jonger in Betlehem en omstreken te laten doden. Maar God waarschuwde Jozef en Maria, zodat zij met het kind Jezus naar Egypte uitweken tot na de dood van Herodes.

Toen Jezus ongeveer dertig jaar oud was, probeerde Satan Hem nogmaals te vernietigen, maar nu geestelijk, voordat Hij in het openbaar begon zijn boodschap te prediken. Deze grote verzoeking, waardoor Satan Jezus had willen verstrikken, werd echter de vuurproef waardoor Jezus Satan overwon en zich kwalificeerde om over alle naties heerser te worden. Aldus verwierf Jezus de bevoegdheid de regering van God op de aarde te vestigen en het Koninkrijk van God op te richten. Het lag evenwel niet in Gods meesterplan dat Christus voor het einde van de eerste 6000 jaar van het bestaan van de mensheid op aarde in deze functie zou worden bevestigd.

Niettemin ging Jezus verder met de opdracht waarvoor Hij toentertijd op aarde was gekomen. Hij verkondigde zijn boodschap en onderwees haar aan zijn discipelen.

Satan echter is nog steeds de onzichtbare macht over de wereld. Ook al geloofden vele Joden in Jezus als de beloofde Messias, toch werden zij ertoe bewogen niet zijn boodschap – zijn Evangelie - te geloven.

Hoe kon en kan Satan de mensen misleiden, beÔnvloeden en overheersen?

 

 

Het Evangelie van Christus verworpen

 

In Johannes 8, vers 30-46, lezen wij: ”Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord [zijn boodschap] blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij . . . maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord [zijn evangelieboodschap] bij u geen plaats vindt . . . maar nu tracht gij Mij te doden, een mens die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb . . . want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden . . . Maar omdat Ik u de waarheid zeg, Mij gelooft gij niet . . . Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet?”

Later werd Jezus door de Romeinen gekruisigd. Hij stond echter op uit de doden en voer ten hemel. Vandaar zond Hij Gods heilige Geest tot zijn discipelen.

De apostelen van Christus namen hun verantwoordelijkheid en gingen aan het werk om zijn boodschap aan de wereld te verkondigen, zoals Hij hun had opgedragen. Gods Gemeente werd gesticht (in 30 n.Chr.) ter ondersteuning van de evangelieverkondiging. De Gemeente begon te groeien en breidde zich zeer snel uit.

Toen liet Satan listig een invloedrijke, heidense godsdienstleider opstaan die een valse godsdienst – de oude Babylonische mysteriŽngodsdienst – predikte. Deze dacht een vervalst ’evangelie’ uit. Hij eigende zich zelfs de naam van Christus toe en noemde zijn godsdienst ’christendom’.

Al schijnt het een opzienbarende bewering die nu, bijna 2000 jaar later, moeilijk is te geloven. Desalniettemin is het de waarheid.

 

 

Het valse ’evangelie’ komt op

 

In Samaria, ten noorden van Jeruzalem, woonde een heidens volk, waarvoor de Joden in Christus' dagen de grootste minachting hadden. Deze mensen waren omstreeks 700 v.Chr. door verschillende koningen, onder wie Salmanassar van AssyriŽ (2 Kon. 17:18, 21-24, enz.), uit gebieden van het Babylonische rijk naar Samaria overgebracht. Zij brachten hun eigen mysteriŽngodsdienst mee. In het 8e hoofdstuk van Handelingen kunt u lezen over Simon de Tovenaar (Simon Magus), hun leider ten tijde van Christus.

Christus stichtte de Gemeente van God in 30 n.Chr. ter ondersteuning van de evangelieverkondiging door zijn apostelen. Na een verbazingwekkende eerste groei ontstond rond 32-33 n.Chr. een felle vervolging tegen Gods Gemeente (Hand. 8:1). In die dagen liet Simon de Tovenaar zich samen met een groot aantal andere mensen dopen. Vervolgens probeerde hij van Petrus en Johannes met geld een apostelschap in Gods Gemeente te kopen, maar vanzelfsprekend werd hem dit geweigerd en hij werd terechtgewezen.

Daarna eigende deze Simon zich de naam van Christus toe en noemde zijn Babylonische mysteriŽngodsdienst ’christendom’. Satan had deze man in zijn macht en gebruikte hem als instrument tegen de ware Gemeente van God. Vůůr het einde van de eerste eeuw, waarschijnlijk omstreeks het jaar 70, was hij erin geslaagd Gods boodschap, die door Christus was gebracht, te onderdrukken.

Toen volgde ”de verloren eeuw” in de geschiedenis van Gods ware Gemeente. Er bestond een goed georganiseerde samenzwering om alle sporen van de geschiedenis van de Gemeente van die dagen uit te wissen. Honderd jaar later treedt in de geschiedenis een ’christendom’ aan de dag dat totaal anders is dan de Gemeente die door Christus was gesticht.

Men had de naam van Christus aan de Babylonische mysteriŽngodsdienst gegeven. De boodschap die Jezus van God had gebracht, was vervangen door een ’evangelie’ over de persoon van Christus – de Boodschapper werd verkondigd, maar de gehele dimensie van zijn boodschap werd weggelaten.

En in de ruim 18Ĺ eeuw daarop is het ware Evangelie niet meer aan de wereld verkondigd, behoudens het werk van enkelingen.

 

 

Een ander evangelie vindt gehoor

 

Toen Paulus zijn brief aan de Galaten schreef, waren er al vele mensen die zich tot dat nieuwe, valse ’evangelie’ bekeerden.

Paulus schreef:

Galaten 1:6  Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, 7  en dat is geen evangelie [geen goed nieuws]. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.

Aan de Thessalonicenzen schreef Paulus:

2 Thessalonicen 2:7  Want het geheimenis [mysterie] der wetteloosheid is reeds in werking.

Hij doelde op de Babylonische mysteriŽngodsdienst van Simon de Tovenaar (Hand. 8), een godsdienst van ongerechtigheid, van wetteloosheid, een godsdienst die de wet van God verwerpt.

 

 

De ware Gemeente en de valse kerk

 

In het boek Openbaring worden twee gemeenten beschreven die beide de naam van Christus voeren. In hoofdstuk 12 zien wij de ware Gemeente van God, klein in ledental en geslonken als gevolg van vervolging en martelaarschap, maar gehoorzaam aan Gods wetten en gehaat door Satan. De andere gemeente of kerk, beschreven in hoofdstuk 17, wordt genoemd: ”een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde” (vers 5). Met andere woorden: de Babylonische mysteriŽngodsdienst, die doordrenkt is van ”ongerechtigheid”, en waarin Gods wet is afgeschaft.

In de tijd dat Paulus het Evangelie verkondigde, brachten de predikers van Simon Magus de CorinthiŽrs in verwarring. Paulus schreef de CorinthiŽrs:

2 CorinthiŽrs 11:2  Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan een man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen [bij de opstanding zal de ware Gemeente een geestelijk huwelijk met Christus aangaan]. 3  Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. 4  Want indien de eerste de beste [prediker van Simon Magus] een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest [van opstandigheid en ongehoorzaamheid] ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie . . .

Let wel, deze mannen verkondigden een andere Jezus en een ander evangelie, en zij volgden een andere geest, een geest van opstandigheid en ongehoorzaamheid, van dienstbaarheid aan de afgoden. Die verleiding is in de loop der eeuwen werkzaam gebleven en dat is de toestand van vandaag. Zij eigenden zich de naam van Christus toe. Hun Babylonische godsdienst noemden zij ’christendom’. Daarmee verkondigden zij niet alleen een vals evangelie, maar ook een valse geest van egocentrisme, en een valse Jezus, een die volkomen verschilt van de Jezus van de Bijbel.

Over deze valse apostelen schreef Paulus aan de CorinthiŽrs:

2 CorinthiŽrs 11:13  Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14  Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. 15  Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.

 

 

Petrus, Johannes en Judas stellen hen aan de kaak

 

Petrus schreef over deze bedriegers:

2 Petrus 2:1  Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen . . . 2  En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; 3   en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen . . .

Ook Johannes schreef over deze verdraaiers van het ware Evangelie, die gehoorzaamheid aan de door God gewezen weg afwezen.

1 Johannes 2:4  Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet.

1 Johannes 2:19  Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn.

Judas waarschuwt ons:

Judas 1:3 . . . tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is. 4  Want er zijn zekere mensen binnengeslopen (reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven) goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid [vrijheid om ongehoorzaam te zijn] veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen. Vers 8  Desgelijks bezoedelen ook deze dromenzieners hun vlees, verwerpen wat heerschappij [Gods bestuur, Judas 1:4] heet en lasteren de heerlijkheden. Vers 11  Wee hun, want zij zijn de weg van KaÔn [zelfzucht] opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken [geld- en eerzucht] en door het verzet van een Korach [opstand tegen het gezag van God] ten onder gegaan. 12  Dezen zijn de schandvlekken bij uw liefdemalen, zij, die zonder schroom tezamen feesten om zichzelf te weiden; wolken, die geen water geven, daar zij door winden voorbijgejaagd worden; bomen, die in de late herfst geen vrucht geven; tweemaal gestorven zijn zij en ontworteld; 13  wilde baren der zee, die hun eigen schande opschuimen; dwaalsterren. Voor hen is de donkerste duisternis voor eeuwig weggelegd.

 

 

Het woord ’evangelie’ nu misleidend

 

Het woord ’evangelie’ zelf is tegenwoordig (en ook in vorige eeuwen) misleidend. De wereld was en is nog altijd vol ’evangelisatieprogramma's’, op de televisie, op de radio, op internet, in de pers, en door persoonlijke evangelisatie.

Als u zou zeggen: ”Het Evangelie is 18Ĺ eeuw lang niet meer aan de wereld verkondigd”, zou vrijwel iedereen u voor gek verklaren. Wat overal zo luidkeels wordt gepredikt, is in feite het valse ’evangelie’. Het is een ’evangelie’ dat over de persoon van de boodschapper spreekt, maar zijn boodschap negeert.

Dat evangelie is gebaseerd op de veronderstelling dat dit de enige tijd is waarin God probeert ”de hele wereld te redden”. Maar zij die dit prediken weten zelfs niet wat behoud is, noch hoe men het kan verkrijgen.

Hoe is het mogelijk dat de gehele wereld kon worden misleid? Wat hield het Evangelie van Christus in dat een machtige, onzichtbare duivel zo vastbesloten was het te onderdrukken en te vervalsen?

 

 

Wat is het ware Evangelie?

 

Het ware Evangelie is het goede nieuws dat God door Jezus Christus uit de hemel heeft gezonden. Als deze boodschap volledig wordt begrepen, openbaart zij dat de mens een potentieel heeft dat dermate verbazingwekkend is dat het aanvankelijk volkomen ongelooflijk schijnt! Het is ongelooflijk fantastisch nieuws dat door de Schepper wordt geopenbaard.

Het Evangelie openbaart de wonderbaarlijkste Waarheid die het menselijk verstand ooit kan kennen.

Het openbaart wat wij noemen de ontbrekende dimensie in kennis, de meest noodzakelijke kennis, kennis van levensbelang!

Zijn wij hier voor een bepaald doel? Wat is dat doel?

Heeft het menselijk leven, welbeschouwd, een doel en betekenis? Een doel en betekenis waarvan de bekendmaking is onderdrukt? Dit is essentiŽle kennis die buiten het terrein van de hedendaagse wetenschap, godsdienst en het onderwijs ligt!

 

 

De ontbrekende dimensie in kennis

 

Als er een doel is, wat is dit dan? Waartoe bent u geboren?

Waarheen zijn wij op weg? Wat is het uiteindelijke transcendente potentieel van de mens? Wat is de weg? Hoe bereiken wij onze bestemming?

Wat is de weg naar vrede – vrede tussen naties, tussen individuele personen, en tussen groepen?

Waarom is er alle kwaad in deze wereld? Waarom kunnen wij onze menselijke problemen niet oplossen? Er bestaat een weg, en deze wordt door het ware Evangelie geopenbaard! Het is een fundamentele wet die met onverbiddelijke en meedogenloze kracht werkt.

Wat is de menselijke natuur? Heeft God deze geschapen en de mens ingeplant om hem het leven moeilijk te maken? Is deze natuur erfelijk? Hoe functioneert zij? De moderne wetenschap, noch de theologie, noch het onderwijs kunnen u antwoord op deze vragen geven.

Wat is het menselijk verstand, en waarin verschilt het van het dierlijk brein? Hoe komt het dat, hoewel het verstand van de mens de computer kan uitvinden en kan leren mensen naar de maan en terug te laten reizen, een dergelijk verstand niet de eigen problemen hier op aarde kan oplossen en de mens niet in vrede met zijn medemensen kan leven?

Wat is de mens? Wat zijn wij nu precies? De wetenschap kan dit geheim niet ontdekken; de godsdiensten hebben nooit de juiste verklaring gegeven, maar het ware Evangelie openbaart, als het volledig wordt begrepen, het antwoord, het ware antwoord!

Wat zijn de werkelijke waarden? Wat is belangrijk, en wat is onbelangrijk en van generlei waarde? De mensheid verspilt haar energie aan het najagen van valse waarden – spendeert haar arbeid en intelligentie aan projecten zonder waarde, die nutteloos blijken zodra ze zijn verwezenlijkt.

Het ware Evangelie verklaart de oorsprong van de duivel. Heeft God een duivel geschapen om de mensheid te misleiden en te kwellen? Het Evangelie verklaart hoe Satan de grote, maar onzichtbare en verborgen macht is geworden die deze wereld beheerst en in feite regeert. Het verklaart waarom Satan met al zijn listen en sluwheid aan het werk ging om, door middel van mensen die hij kon manipuleren, dit essentiŽle Evangelie, dat God door Jezus Christus aan de mensheid heeft geopenbaard, te onderdrukken.

Vergeet niet dat het ware Evangelie, indien de mensheid het ter harte had genomen, deze wereld al haar angst, problemen, ellende en kwaad zou hebben bespaard.

Het is onmogelijk in enkele woorden, en met voldoende duidelijkheid en nadruk, de lezer van de verheven en overweldigende betekenis en het belang van deze ware evangelieboodschap te doordringen.

Ook in onze tijd wordt deze boodschap, als men haar hoort, zelden werkelijk in haar hele betekenis begrepen, want Satan heeft zo'n rookgordijn van valse en pseudoreligies, van valse ’evangelies’ en leerstellingen gelegd, dat de luisteraar of lezer in verwarring en ongeloof achterblijft – of volkomen onverschillig tegenover de belangrijkste dingen van het leven staat.

Desalniettemin heeft de Almachtige God bevolen dat, kort voor het einde van dit tijdperk, ”dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde [komen]” (Matth. 24:14). Dit is de boodschap die de Eeuwige God in deze tijd door zijn Gemeente voor de eindtijd over de wereld laat gaan.

Het ware Evangelie, gezien met alles wat het belichaamt – de reden ervoor; de waarheid omtrent de eerste, prehistorische aardbewoners; de reden waarom de mensen zijn geschapen en op aarde geplaatst; de oorzaak van al het kwaad en lijden op aarde; de aard van het menselijk verstand; de noodzaak van geestelijk behoud en wat dit is; de aanstaande wereld van vrede en wat daarna komt; en het ongelooflijke potentieel van de mens – wordt dan het meestomvattende onderwerp dat het menselijk verstand kan bevatten. In vergelijking hiermee schrompelt al het andere tot iets volkomen onbeduidends ineen. Dit overtreft alles wat ooit is geschreven.

 

 

Wat was het Evangelie van Christus?

 

God de Vader had beloofd vanuit de hemel een boodschapper naar de aarde te sturen met een boodschap van Hem voor de gehele mensheid. Deze belofte is opgetekend in Maleachi 3:1:

Maleachi 3:1  Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal [die bode was, zoals Markus 1:2-4 verklaart, Johannes de Doper]; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert.

Met ”de Here” wordt hier natuurlijk Jezus Christus bedoeld.

Dat is de profetie. Het verslag van de vervulling ervan staat in het eerste hoofdstuk van Markus: ”Het begin des Evangelies van Jezus Christus, den Zoon van God” (Statenvert.). Dan volgt het verhaal van Johannes de Doper die de weg voor Hem bereidde. Vers 12 en 13 gaan over de verzoeking van Jezus door Satan, waarbij Satan probeerde Christus geestelijk te vernietigen nog voor Hij aan zijn Werk was begonnen, het verkondigen van de boodschap die Hij van God de Vader had meegekregen. Vervolgens vers 14 (Statenvert.):

”En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods.” Welk evangelie? ”Het Evangelie van het Koninkrijk Gods”. Dat is het Evangelie dat Christus verkondigde. De boodschap die Hij bracht was de boodschap van het Koninkrijk van God.

Dit is de boodschap waarvan God wilde dat zij tot een getuigenis aan alle naties zou worden verkondigd (Matth. 24:14)! Maar sinds de eerste eeuw heeft de wereld niets geweten van het Koninkrijk van God, omdat die boodschap sinds de eerste eeuw niet aan de wereld werd verkondigd.

Deze boodschap, als zij wordt verklaard en werkelijk wordt begrepen, beslaat een uitgebreid vlak van kennis. Zij openbaart – we herhalen het nog eens – wat de wetenschap absoluut niet kan ontdekken, wat de godsdiensten nooit hebben geopenbaard, wat men in het onderwijs van deze wereld nimmer heeft geweten of geleerd.

 

 

Let op de volgende punten

 

Er zijn enkele belangrijke punten om goed op te letten.

Ten eerste wordt Christus in de profetie van Maleachi een boodschapper genoemd die een boodschap bracht. Hij wordt ”de Engel des verbonds" genoemd. Engel kan ook ’boodschapper’ betekenen.

Let ook op het vijftiende vers van Markus 1. Jezus kwam in Galilea met het Evangelie van het Koninkrijk van God: ”De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.”

Wat bedoelde Hij met ”de tijd is vervuld”? En waarom was het Koninkrijk van God toen ”nabij”, en waarom was het dat vůůr dat tijdstip niet?

Deze punten zijn van het grootste belang.

Maar alvorens we verder uiteenzetten wat het Koninkrijk van God is, moet men zich er rekenschap van geven dat dit de evangelieboodschap is die Christus van God de Vader heeft gebracht – het is hetzelfde Evangelie dat de eerste apostelen verkondigden, hetzelfde Evangelie dat de apostel Paulus aan de heidenen predikte.

 

 

Christus heeft geen ander evangelie gebracht

 

Jezus zei: ”Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden (Lukas 4:43).

Jezus gaf zijn discipelen opdracht het Koninkrijk van God te prediken. ”Toen riep Hij de twaalven samen en . . . zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen” (Lukas 9:1-2).

Handelingen 8:12  Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen.

MattheŁs 4:23  En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk . . .

De gelijkenissen van Jezus gingen over het Koninkrijk van God.

Toen Hij de gelijkenis van de zaaier aan zijn discipelen verklaarde, zei Hij: ”U is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen” en daarna legde Hij hun de gelijkenis uit.

Lukas 13:18: ”Hij zeide dan: Waaraan is het Koninkrijk Gods gelijk en waarmede zal Ik het vergelijken?” Waarna een gelijkenis volgde.

”En wederom sprak Hij: Waarmede zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem . . .” en daarna volgde de gelijkenis van het zuurdesem (Lukas 13:20-21).

Een van zijn belangrijkste gelijkenissen is te vinden in het 19e hoofdstuk van Lukas: ”Toen . . . sprak Hij nog een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden (Lukas 19:11). Toen gaf Hij hun de gelijkenis van de man van hoge geboorte die naar een ver land ging om het koningschap te ontvangen, en daarna terugkeerde: het beeld van Christus' hemelvaart, voor de kroningsplechtigheid, en zijn terugkeer naar de aarde om over alle naties te regeren, als Koning der koningen en Heer der heren, in alle macht en glorie van de grote God.

Welk evangelie verkondigden de apostelen en Paulus?

 

 

Predikten de apostelen en Paulus

een ander evangelie?

 

Na Christus' opstanding waren de discipelen veertig dagen lang bij Hem. Spraken zij toen onder elkaar over een ander evangelie dan dat van het Koninkrijk van God? Let op wat er plaatsvond vlak voor Jezus' hemelvaart. Lukas beschreef wat Christus had gedaan en gezegd ”tot de dag dat Hij werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen, die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn bevelen had gegeven; aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft(Hand. 1:2-3).

Let erop dat Christus na zijn opstanding tot zijn discipelen sprak over ”al wat het Koninkrijk Gods betreft”.

Daarna, vlak voor zijn hemelvaart, vroegen zij Hem: ”Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor IsraŽl?” (Hand. 1:6.) De apostelen schenen maar niet te begrijpen dat het Koninkrijk van God niet tijdens hun leven op aarde zou worden opgericht, hoewel Jezus' onderwijs – vooral de gelijkenis van de ponden (Lukas 19) – dit toch duidelijk had moeten maken.

Twee jaar na de stichting van de Gemeente van God, op het Pinksterfeest van het jaar 30 n.Chr., begon de grote misleiding, die door Simon de Tovenaar werd geleid. Het historische boek Handelingen verhaalt:

Handelingen 8:1 . . . En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. Vers 4  Zij dan, die verstrooid werden, trokken het land door, het evangelie verkondigende.

Welk evangelie? Lees verder:

Handelingen 8:5  En Filippus daalde af naar de stad van Samaria . . . Vers 12  Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen . . .

In Efeze trad de apostel Paulus ”drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods (Hand. 19:8). Op een latere reis liet Paulus in Milete de oudsten van de Gemeente te Efeze bij zich komen. Voor zijn vertrek zei Paulus tot hen:

Handelingen 20:25  En nu, zie, ik weet, dat gij allen, onder wie ik rondgereisd heb met de prediking van het Koninkrijk, mijn aangezicht niet meer zien zult.

In Rome ”kwamen verscheidenen tot hem [Paulus] in zijn verblijf, wie hij met nadruk het Koninkrijk Gods voorstelde” (Hand. 28:23).

Ook in Rome bleef hij ”de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen, die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods(Hand. 28:30-31).

Predikte Paulus een ander evangelie? Aan de Galaten schreef hij:

Galaten 1:8  Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! 9  Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!

Uit vers 6 en 7 blijkt dat de Galaten zich toen al tot een ander evangelie hadden gekeerd. Jezus sprak over zijn boodschap – het Koninkrijk van God – als over het ”woord” dat Hij sprak. De apostelen predikten, zoals u in het hele boek Handelingen kunt lezen, overal ”het woord”, waarmee zij het Koninkrijk van God bedoelden.

 

 

De ’evangelies’ die men predikt

 

We zeiden al dat tegenwoordig talloze evangelisatieprogramma's zijn te horen. Eťn bedient zich van de leuze: ”Christus prediken aan de volkeren”. U vraagt zich misschien af: ”Wat is er verkeerd met prediken over Christus?” Of: ”Wat is er verkeerd met het prediken van een evangelie van genade?” Of: ”Wat is er verkeerd met het verkondigen van een boodschap over behoud?”

We hebben u de bijbelteksten laten zien dat men reeds in de eerste eeuw over een andere Jezus begon te prediken – een Jezus die naar verondersteld wordt, de geboden van zijn Vader afschafte – die ’genade’ verdraaide tot verlof tot ongehoorzaamheid.

2 CorinthiŽrs 11:4  Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel. Vers 13  Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14  Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts.

Judas 1:4  Want er zijn zekere mensen binnengeslopen (reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven) goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen.

Ook nu predikt men niet de ware Jezus die gezegd heeft: ”Ik heb de geboden mijns Vaders bewaard” (Joh. 15:10) en die ons daarin een voorbeeld was, opdat ook wij ze zouden bewaren of houden.

Als degenen die beweren een evangelie van behoud te verkondigen, zouden begrijpen en verkondigen wat behoud in werkelijkheid is – of dit nu een gaan naar een of andere plaats is, of het veranderd worden in een andere toestand, wat, waar en hoe het bereikt kan worden – dan zou het een deel van het ware Evangelie zijn. Maar deze ’evangelisten’ leren niet wat behoud werkelijk is, of hoe iemand het kan ontvangen. Wanneer de blinden de blinden leiden, vallen allen in de gracht.

 

 

Wat is het Koninkrijk van God?

 

Het is daarom tijd dat wij begrijpen wat het Koninkrijk van God is!

Wat is een koninkrijk? De Bijbel spreekt over verschillende koninkrijken. Het eerste wereldrijk – het Chaldeeuwse Rijk, vaak Babylon genoemd – was een koninkrijk. God inspireerde DaniŽl tot de koning ervan, Nebukadnessar, te zeggen: ”Gij . . . aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft . . .” (Dan. 2:37).

Dan was er het koninkrijk IsraŽl – de familie die van IsraŽl afstamde en die tot een natie uitgroeide.

Het koninkrijk IsraŽl was een voorloper van het Koninkrijk van God. Dit zal bestaan uit de als geest geboren kinderen van God – het Gezin van God, georganiseerd in een regerend Koninkrijk.

Het Koninkrijk van God zal derhalve tweeledig zijn:

1.                 Een regering. Een regering – of koninkrijk bestaat uit vier elementen: a) een koning die heerst over b) een volk, onderdanen of burgers binnen c) een bepaald soeverein gebied met d) wetten en een georganiseerd systeem om deze uit te voeren.

2.                 Een familie (zoals het koninkrijk IsraŽl de familie was van de nakomelingen van IsraŽl) – in dit geval de familie van God – een gezin waarin mensen kunnen worden geboren, een regerend gezin met gezag over alle naties, d.w.z. over de gehele aarde, en later over het gehele universum.

 

 

Het Koninkrijk: een regering en een familie

 

Christus zal de Koning van het Koninkrijk van God zijn. Hij is de Zoon van God die Hij aansprak als zijn Vader. Wanneer de Gemeente, door een opstanding of ogenblikkelijke verandering van sterfelijk in onsterfelijk (van stoffelijke in geestelijke samenstelling), de uit geest bestaande kinderen van God zal worden, zal Christus met de Gemeente trouwen, waardoor deze zijn echtgenote wordt. Wij hebben dan een Vader, een Zoon, een vrouw en de kinderen van de Vader – een gezinsverband: het Gezin van God.

Let nu op enige profetieŽn:

Jesaja 7:14  Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam ImmanuŽl [d.i. ’God met ons’] geven.

Jesaja 9:5  Want een Kind is ons [IsraŽl] geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. 6  Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen.

De engel GabriŽl is een hooggeplaatste aartsengel, ťťn van de enige drie die in de Bijbel worden genoemd. Er wordt gezegd:

Lukas 1:26  In de zesde maand nu [van de zwangerschap van Elisabet] werd de engel GabriŽl van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, 27  tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. 28  En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. 29  Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. 30  En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. 31  En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32  Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33  en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.

Toen Jezus voor Pilatus terechtstond, zei deze Romeinse stadhouder tot Hem:

Johannes 18:37 . . . Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.

Jezus verklaarde evenwel ook aan Pilatus dat zijn Koninkrijk – zijn regering – niet van deze wereld, deze tijd, deze huidige eeuw was:

Johannes 18:36  Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.

 

 

Wat is de inhoud van het Evangelie van Christus?

 

Het Evangelie van Christus is het goede nieuws van de vestiging van het Koninkrijk van God.

Maar wat houdt dit in?

En waarom is het Koninkrijk van God een noodzaak?

Op welke wijze gaat het uw eigen persoonlijke leven aan?

In feite heeft de boodschap van Christus betreffende Gods komende Koninkrijk direct betrekking op de toestand van de wereld van vandaag: op de menselijke natuur, de bron en oorsprong ervan, op het kwaad, het lijden en de ellende in deze wereld, op wereldvrede. Zij heeft betrekking op regeren, en op de reden waarom de huidige regeringen niet de weldoeners van de volken zijn die zij zouden moeten zijn.

Zijn boodschap raakt direct de wortels van ieders geluk, en heeft te maken met het ontzagwekkende transcendente potentieel van elk mens. Zij heeft ook betrekking op de oorzaken van de huidige crisis die iedereen treft, en de levenswijze die alle problemen zal oplossen.

Maar deze boodschap heeft op nog heel veel meer dingen betrekking.

Zij heeft te maken met Gods overweldigend grote plan als Schepper van het universum. Zij heeft betrekking op het hele onmetelijke heelal met zijn ontelbare sterrenstelsels, nevelvlekken, zonnen, sterren, planeten, en met Gods bedoeling daarmee. Zij heeft ook betrekking op alle engelen – en op het feit dat een derde van alle door God geschapen engelen zich tot zonde keerde en op Gods grote plan om te voorkomen dat een dergelijke catastrofe ook de andere engelen zou overkomen.

De meeste van deze dingen komen in de leer van hedendaagse religies nimmer ter sprake. Gods boodschap betreft allesomvattende waarheid.

 

 

Is de schepping van de mens een mysterie?

 

Komt het u zinvol voor dat, hoewel de mens met een zo groot mentaal vermogen is begiftigd, meer dan de helft van de mensheid analfabetisch is, in bittere armoede leeft en in de meest schrijnend onhygiŽnische omstandigheden op de rand van de hongerdood verkeert?

Komt het u zinvol voor dat de menselijke beschaving de moderne wetenschap, het hoger onderwijs, de wereldgodsdiensten en grote regeringsstelsels heeft ontwikkeld, en dat toch allen in totale onwetendheid verkeren aangaande de weg die tot wereldvrede leidt? Niemand kan ons zeggen wat de mens is, of hij hier op aarde is geplaatst met een bepaald doel, wat dat doel is, waarheen hij op weg is en hoe hij zijn doel kan bereiken.

Komt het u zinvol voor dat de mens over zulke grote krachten beschikt, terwijl de wereld desondanks zo vol moeilijkheden, leed en kwaad is?

Heeft de Almachtige God, de Schepper, dit alles zo bedoeld en ingesteld?

Het is tijd dat wij dit mysterie ontraadselen. Het is tijd dat wij begrijpen. Het is tijd dat wij de antwoorden vinden op deze, naar men veronderstelt, onoplosbare vragen, vragen die voor het denken van de mens een raadsel zijn.

 

 

De mens heeft deze kennis verworpen

 

Wat is het meest noodzakelijke om te weten?

Het is de kennis van wat de mens is; de kennis van waarom hij is: het doel waarvoor de mensheid op aarde werd geplaatst; de kennis van de weg die naar dat doel leidt – naar wereldvrede, vrede tussen mensen onderling, tussen groepen en tussen naties; de kennis van de oorzaak van alle ellende en kwaad in de wereld; de kennis van de oplossing voor al deze problemen; de kennis van de werkelijke waarden: wat belangrijk is en wat zonder waarde.

Dit is de ontbrekende dimensie in kennis.

Laten wij de situatie bekijken zoals deze momenteel is – onze dynamische eenentwintigste eeuw. Dit is naar men denkt de tijd van verlichting en van de massaproductie van kennis. De moderne wetenschap en het hoger onderwijs hebben echter beide de enige bron van deze fundamentele kennis – openbaring – verworpen, en geen enkele godsdienst heeft ons deze kennis, die van zo noodzakelijk belang is, gegeven, hoewel dit alles is te vinden in het boek dat, naar algemeen wordt aangenomen, de bron is van het geloof van tenminste drie der grote wereldgodsdiensten.

Laten wij de toestand eens bekijken zoals die bijna 2000 jaar geleden was. Jezus Christus kwam vanuit de hemel met een boodschap van God die deze kennis bevat. Maar zelfs het merendeel van de mensen die in Hem geloofden, geloofde niet de boodschap die Hij bracht en eiste dat Hij juist wegens het bekendmaken ervan zou worden gekruisigd. Zijn apostelen gingen voort de boodschap te verkondigen; ook zij werden, met waarschijnlijk ťťn uitzondering, ter dood gebracht. Voor het einde van de eerste eeuw werd Christus' evangelieboodschap onderdrukt en een vals ’evangelie’ werd verkondigd.

Laten wij nu teruggaan naar het begin van de mensheid op aarde. Onze eerste voorouders verwierpen deze zelfde kennis die hun door hun Schepper persoonlijk werd medegedeeld. Zij geloofden niet wat Hij zei. Satans leugens geloofden zij echter wel. Zij waren ongehoorzaam door van de verboden vrucht te stelen. Zij eigenden zich de kennis toe van wat goed en wat kwaad is. Sindsdien heeft de hele mensheid hun voorbeeld gevolgd.

Desondanks heeft de Eeuwige God deze essentiŽle geopenbaarde kennis en waarheid ter beschikking gesteld aan iedereen die bereid is te geloven wat Hij zegt – in zijn geÔnspireerde boek, het Boek der boeken, de Bijbel. Dit boek is in feite 's werelds grootste bestseller geworden. Maar dit kostbare boek is verkeerd uitgelegd, is verdraaid, verwrongen, misverstaan en als geen ander boek belasterd.

De mens heeft miljoenen boeken geschreven. Men gelooft wat die boeken zeggen, hoewel ze deels of geheel op dwaling berusten en van waarheid verstoken zijn.

Men neemt aan dat deze boeken letterlijk bedoelen wat zij zeggen. Als het echter om de Bijbel gaat zegt men: ”U vat de Bijbel toch zeker niet letterlijk op? Zij willen niet geloven dat dit boek bedoelt wat het zegt. Het is het Woord zelf van de levende God, maar men weigert te geloven wat God zegt.

En zo gaat een ongelovige mensheid al struikelend voort op haar weg en stapelt bergen menselijke ellende op: ontevredenheid, verdriet, pijn, lijden en de dood.

Toch stelt de Eeuwige God van waarheid en barmhartigheid ook vandaag – de laatste dagen van deze zondige wereld – deze essentiŽle, boeiende, nieuwe kennis ter beschikking aan hen die bereid zijn te geloven wat Hij zegt en daaraan te gehoorzamen.

De ware gelovigen – de mensen in de Gemeente van God – zijn na bewijs, tot geloof en gehoorzaamheid gekomen.

Door middel van zijn Woord heeft de levende God hun verstand geopend voor het ontzagwekkende potentieel van de mens, voor de ontbrekende dimensie in kennis, voor de oorzaken van het kwaad, voor wat de weg is naar wereldvrede en hoe deze tenslotte tot stand zal komen. Dezelfde God van de hele schepping opent de deuren om het Goede Nieuws bekend te maken.

 

 

Het universum en de mens

 

In dit Boek der boeken openbaart God zich als de Schepper van alle dingen, niet alleen van de aarde en de mens, maar van het hele grenzeloze universum. De Schepper van de mens is tevens de Schepper van alles. Op een heldere, wolkeloze avond kan men de met sterren bezaaide hemel bewonderen. Zou er een onvermoed verband kunnen bestaan tussen de melkwegstelsels, met hun machtige zonnen en planeten, en de mens?

In dit ware verhaal van het ongelooflijke potentieel van de mens is het juist eerst aandacht te schenken aan de hoofddoelstelling van de Schepper.

Wat nu volgt is intrigerende kennis: kennis aangaande het ongelooflijke, ontzagwekkende potentieel waarvoor de mensheid werd geschapen en hier op aarde werd geplaatst.

Winston Churchill heeft eens voor het Amerikaanse Congres opgemerkt dat hier op aarde een doel wordt uitgewerkt. Slechts weinig mensen weten wat dat doel is; toch is het duidelijk geopenbaard.

Het is de meest opwindende, meest wonderbaarlijke, meest hoopgevende waarheid die ooit kon worden geopenbaard.

Heeft u zich ooit verwonderd over de ontelbare miljoenen lichtende sterren aan een wolkeloze, zwarte hemel? Soms lijken ze op kolossale vuurpijlen die zojuist in een flonkerende tros zijn geŽxplodeerd.

Vele ervan zijn reusachtige zonnen, ongelooflijk veel groter dan onze zon. Waarschijnlijk zijn de meeste omringd door planeten, zoals onze zon door de aarde, Mars, Jupiter, Saturnus en de andere planeten van ons zonnestelsel.

Velen hebben zich afgevraagd of er bewoonde planeten bij zijn. Zijn ze geŽvolueerd, zoals in de theorieŽn van de meeste geleerden – astronomen, biologen, geologen – wordt verondersteld? Of werden ze geschapen door een alwetend, almachtig, scheppend Wezen? Werden ze geschapen en in de ruimte geplaatst met een bepaald doel? Is er op sommige van de planeten enige vorm van leven, of lijken ze alle op onze maan: doods, vervallen, levenloos, woest, leeg en onbewoonbaar? En als ze doods en zonder enig leven zijn, waarom zou een intelligente Schepper ze dan zo hebben geschapen?

Schiep Hij ze wel zo?

Alles wijst erop dat alleen onze planeet Aarde leven in stand kan houden. De andere planeten lijken op onze maan: doods, vervallen, woest en ledig. Onze aarde is een deel van het zonnestelsel; dit maakt weer deel uit van een sterrenstelsel, de Melkweg. Er zijn buiten onze Melkweg vele andere sterrenstelsels. Deze bevinden zich zover in het universum dat wij de afstand alleen nog in lichtjaren kunnen uitdrukken, niet meer in kilometers of andere afstandsmaten.

Hoewel de wetenschap dus betrekkelijk weinig weet over het oneindige universum, onthult de openbaring er iets zeer verbazingwekkends over.

Het eerste vers van het geopenbaarde Woord van God luidt: ”In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Het woord ’hemel’ staat in de meeste vertalingen in het enkelvoud, maar het oorspronkelijke Hebreeuwse woord staat in het meervoud: ’hemelen’.

Koning David uit de Oudheid zag met verwondering op naar de sterren en schreef onder inspiratie dat God ze heeft geschapen.

 

 

Geschapen – maar met welk doel?

 

David werd geÔnspireerd te schrijven: ”O Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde, Gij, die uw majesteit toont aan de hemel . . . Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt . . . ?” (Ps. 8:2, 4-5.)

Waarschijnlijk was aan koning David het werkelijke verband tussen de mens en de sterren in het universum niet geopenbaard, want hij vervolgt: ”Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond. Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen altegader en ook de dieren des velds, de vogelen des hemels en de vissen der zee, hetgeen de paden der zeeŽn doorkruist. 0 Here, onze Here, hoe heerlijk is uw naam op de ganse aarde” (Ps. 8:6-10).

David beperkt hier het gebied van de mens tot de huidige aarde, tot dat wat God bij de schepping aan de mens heeft gegeven: deze aarde, de atmosfeer eromheen, de wateren en de zeeŽn (zoals in Genesis 1:26-28 staat beschreven).

Genesis 1:26  En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27  En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28  En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

Dat is het gebied van de mens op dit moment.

In het Nieuwe Testament, dat veel later werd geschreven wordt veel meer geopenbaard. Hoewel de woorden in Genesis ook al onthullen dat de mens is geschapen naar Gods beeld en dat houdt een ongelooflijk potentieel in.

 

 

Het ongelooflijke potentieel

van de mens geopenbaard

 

Er is slechts ťťn aarde, maar de Bijbel spreekt over drie werelden, tijdperken of beschavingen op deze aarde: ”de toenmalige wereld” (de antediluviale wereld van Adam tot Noach); ”de tegenwoordige boze wereld” (vanaf de Zondvloed tot de nog toekomstige wederkomst van Christus); en ”de toekomende wereld” (die begint wanneer Christus komt en het Koninkrijk van God opricht).

2 Petrus 3:6 waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water.

Galaten 1:4  die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader.

HebreeŽn 2:5  Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen.

Dat is nu ons onderwerp, ”de toekomende wereld”, dus niet de huidige wereld, die nu snel haar einde nadert! Verder in vers 6 en 7:

HebreeŽn 2:6  Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet? 7  Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond.

We hebben gezien dat in psalm 8 David er in het bijzonder op wijst dat God momenteel de aarde met haar atmosfeer en zeeŽn aan de mens heeft onderworpen. Maar de schrijver van het boek HebreeŽn is geÔnspireerd met iets totaal anders te vervolgen – iets dat in de toekomende wereld zal geschieden!

Deze geopenbaarde kennis van Gods doel met de mens, het ongelooflijke potentieel van de mens, tart ieder voorstellingsvermogen. De wetenschap weet hier niets van; het wordt door geen enkele godsdienst geopenbaard; en ons hoger onderwijs is er volkomen onkundig van.

Niettemin is dit wat God, zoals Hij zegt, bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.

1 CorinthiŽrs 2:9  Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. 10  Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods.

Eerder wezen we er reeds op dat God de noodzakelijke kennis aan onze eerste ouders openbaarde, maar dat zij niet geloofden wat Hij zei! Bijna 4000 jaar later verscheen Jezus Christus op aarde met een boodschap die rechtstreeks van God de Vader in de hemel kwam, en waarin deze zelfde essentiŽle kennis werd geopenbaard. Niet meer dan honderdtwintig mensen geloofden toen wat Hij zei, hoewel velen betuigden ”in Hem te geloven”.

Johannes 8:30  Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem. 31  Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij. Vers 37  Ik weet, dat gij Abrahams nageslacht zijt; maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen plaats vindt. 38  Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt. Vers 40  maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet. Vers 45  Maar omdat Ik u de waarheid zeg, Mij gelooft gij niet. 46  Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet?

Vandaag geloven wetenschap, godsdienst en onderwijs nog altijd niet wat Hij zei.

Laten wij nu eens zien wat in het boek HebreeŽn 2 na vers 7 wordt gezegd:

(Laatste deel vers 7) . . . met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, 8  alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem [de mens] niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn.

Is het mogelijk dat God ook werkelijk bedoelt wat Hij zegt? ”Alle dingen”? Niets uitgezonderd?

Met andere woorden: voor hen die bereid zijn te geloven wat God zegt, zegt God dat Hij heeft beslist dat alles wat Hij heeft geschapen, het gehele universum, met alle sterrenstelsels, de talloze zonnen en planeten – alles – aan de mens zal worden onderworpen.

Dat is de belofte voor de toekomst van de mens. Laatste deel Hebr. 2:8: ”Doch thans zien wij nog niet, dat hem [de mens] alle dingen [het oneindige heelal] onderworpen zijn.” Vergeet niet dat in vers 5 gesproken wordt over ”de toekomende wereld” – niet over de wereld van vandaag. Wat zien wij echter vandaag?

Vers 9  maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond.

De mens is, in tegenstelling tot Christus, nog niet ”met eer en heerlijkheid gekroond”.

Maar let erop dat Christus reeds wel met heerlijkheid en eer is gekroond. Verder:

Vers 10  Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen [het hele universum] bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. 11  Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit ťťn; daarom schaamt Hij [Christus] Zich niet hen broeders te noemen,

Met andere woorden, christenen die Gods Geest hebben, zijn mede-erfgenamen met Christus en zullen wat Christus nu reeds heeft geŽrfd, ook beŽrven. Hij is nu in heerlijkheid! Hij heeft het gehele universum reeds geŽrfd. Hij houdt het door zijn kracht in stand. De mens is, als hij zich heeft bekeerd en Gods heilige Geest bezit (Rom. 8:9), nu nog slechts een erfgenaam, nog geen bezitter.

Romeinen 8:9  Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.

Maar Christus is reeds met heerlijkheid en eer gekroond, heeft reeds geŽrfd, heeft bezit genomen van het erfgoed. Nu HebreeŽn, hoofdstuk 1:

HebreeŽn 1:1  Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, 2  die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen [het hele universum], door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. 3  Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen [het hele universum] draagt [onderhoudt] door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge.

De levende Christus onderhoudt reeds het gehele universum door zijn onbeperkte goddelijke kracht. Deze passage vervolgt met aan te tonen dat Hij boven de engelen staat; Hij is de verwekte, eniggeboren Zoon van God; de engelen zijn slechts individueel geschapen wezens. De (voor ons onzichtbare) engelen zijn dienende geesten – zij dienen de mensen, die nu een lagere status hebben dan de engelen, maar erfgenamen zijn van het behoud, dat wij zullen beŽrven wanneer wij, evenals Christus, uit God geboren zonen zijn geworden.

Vers 4  zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft. 5  Immers, tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd: Mijn Zoon zijt gij; Ik heb U heden verwekt? En wederom: Ik zal Hem tot Vader zijn, en Hij zal Mij tot Zoon zijn. 6  En wanneer Hij wederom de eerstgeborene in de wereld brengt, spreekt Hij: En Hem moeten alle engelen Gods huldigen. 7  En van de engelen zegt Hij: Die zijn engelen maakt tot winden en zijn dienaars tot een vuurvlam; 8  maar van de Zoon: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap. 9  Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten. 10  En: Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen; 11  die zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij zullen alle als een kleed verslijten, 12  en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden; maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden. 13  En tot wie der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gemaakt heb tot een voetbank voor uw voeten? 14  Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beŽrven?

1 CorinthiŽrs 6:3  Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen?

 

 

Het heelal met dode hemellichamen

 

Breng dit nu in verband met wat in het achtste hoofdstuk van Romeinen wordt geopenbaard.

Daar wordt gesproken over Christus als Gods Zoon:

Romeinen 8:29  Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen.

Mensen die Gods heilige Geest bezitten, zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen met Christus, die, als enige van alle mensen, reeds als Gods Zoon is geboren door een opstanding uit de doden.

Romeinen 1:4  naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Here.

Hij is de eerste van de menselijke familie die in het Gezin van God – het Koninkrijk van God – is geboren.

Hij is de pionier die ons is voorgegaan. Wij (de eerstelingen, Jak. 1:18) zullen volgen bij de opstanding der rechtvaardigen ten tijde van Christus' wederkomst op aarde in grote macht en heerlijkheid.

In dit achtste hoofdstuk van Romeinen wordt gezegd (vers 9) dat, als wij Gods heilige Geest in ons hebben, wij zijn verwekte zonen zijn. Als wij daarentegen zijn Geest niet hebben, behoren wij Hem niet toe – wij zijn dan geen christen. In vers 11 wordt evenwel gezegd dat, als wij Gods Geest hebben en deze in ons toeneemt en ons leidt, wij uit de doden zullen worden opgewekt door zijn Geest (of, als wij nog in leven zijn ten tijde van Christus' wederkomst, wij op slag van sterfelijke in onsterfelijke wezens zullen worden veranderd).

Vervolgens:

Romeinen 8:14  Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Vers 16  Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. 17  Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij [in dit leven] delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking. 18  Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. 19  Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. 20  Want de schepping [alle zonnen, planeten, sterren en manen] is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, 21  in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22  Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping [de sterren, zonnen en manen, die nu in een toestand van verval en nutteloosheid verkeren] in al haar delen zucht en in barensnood is. 23  En niet alleen zij [de schepping], maar ook wij zelf, wij, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben [wij, de door Gods Geest verwekte mensen, de zeer weinigen die nu tot behoud worden geroepen: de ”eerstelingen”], zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap [onze geboorte als zonen] . . .

Wat een wonderbaarlijke kennis wordt hier geopenbaard!

Verbazingwekkender, ontzagwekkender, meer openbarende passages kunnen niet worden geschreven!

Dit is een zo wonderbaarlijke openbaring, dat men het, door het vluchtig door te lezen, niet volledig kan bevatten.

We citeerden eerst een gedeelte uit Romeinen 8, vers 29, waar staat dat Christus de eerstgeborene is van vele broederen.

In HebreeŽn 1 zien wij dat Christus, de eerste mens die door een opstanding uit de doden werd geboren, verheerlijkt is en nu het hele universum onderhoudt. Hij is de pionier die ons is voorgegaan. Bij zijn terugkeer naar de aarde in macht en glorie zullen zij die bekeerd zijn en Gods heilige Geest hebben ontvangen, door een opstanding in het gezin van God worden geboren. Daarna zal het hele universum aan hen worden onderworpen!

Vervolgens citeerden we uit Romeinen 8: als wij geleid worden door de heilige Geest van God, zullen wij worden opgewekt tot uit geest samengestelde, onsterfelijke wezens in het Gezin van God, evenals Christus na zijn opstanding in het jaar 30.

Nogmaals vers 19: ”Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.” Dit zal gebeuren ten tijde van de opstanding, wanneer zij die fysiek zijn – door een opstanding of een ogenblikkelijke verandering van sterfelijk vlees tot onsterfelijke geest – Gods zonen zullen worden.

Tracht dit goed te begrijpen. Waarom zou het gehele universum – de schepping – met reikhalzend verlangen wachten op de daadwerkelijke geboorte, het openbaar worden van al deze zonen van God die in Gods Gezin zullen worden geboren? De daaropvolgende verzen geven een beeld van een heelal vol hemellichamen in een staat van verval en nutteloosheid, al zijn ze nu weliswaar onderworpen aan deze dode staat in hoop en verwachting! ”Omdat ook de schepping zelf [het universum is nu niet in staat leven in stand te houden] van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.”

De fysieke mens, de aarde en het universum is tijdelijk, in een ”dienstbaarheid aan de vergankelijkheid”.

Wij lezen verder in Romeinen 8:22: ”Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping [het universum] in al haar delen zucht en in barensnood is.” Hier wordt de schepping vergeleken met een vrouw die op het punt staat een kind te baren. De schepping wordt beschreven als zuchtend in barensnood in afwachting van de geboorte van de kinderen van God. Het is alsof de schepping de moeder, en God de vader is. Bij de komst van Christus zal Gods Koninkrijk opgericht worden en regeren op een vernieuwde aarde onder een vernieuwde hemel. Het lijkt alsof het firmament wordt opgerold en een nieuwe hemel wordt uitgerold. Dat hebben we gelezen in HebreeŽn 1.

HebreeŽn 1:12  en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden.

Zie ook de volgende verzen.

Jesaja 34:4  Al het heer des hemels vergaat en als een boekrol worden de hemelen samengerold; al hun heer valt af, zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgeboom afvalt.

MattheŁs 24:29  Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.

Openbaring 6:12  En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. 13  En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. 14  En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt.

Er zal een nieuw universum gereed worden gemaakt voor de kinderen in Gods Gezin.

Wat deze wonderbaarlijke passages impliceren gaat veel verder dan de geopenbaarde woorden als zodanig.

De geciteerde teksten duiden precies op datgene waarop ook de astronomen wijzen en waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat: de zonnen zijn als vuurballen die licht en warmte afgeven, maar de planeten, met uitzondering van de aarde, verkeren in een toestand van levenloosheid, verval en nutteloosheid. Maar niet voor eeuwig: zij wachten tot de tijd waarop bekeerde mensen zullen worden geboren als kinderen van God, geboren in het heilige gezin van God dat het Koninkrijk van God zal vormen.

Het Evangelie van Jezus gaat over het Koninkrijk van God. Christus' Evangelie van het Koninkrijk bevat in feite alle kennis die hier wordt geopenbaard: het gehele universum zal worden beheerd door ons, die, met God de Vader en met Christus, het Koninkrijk van God zullen vormen.

God is in de eerste plaats Schepper, maar Hij is tevens Heerser. En Hij is de Leraar die kennis openbaart die het menselijk verstand onmogelijk uit zichzelf kan begrijpen!

Indien u alle teksten die we hebben geciteerd in samenhang met elkaar beschouwt, zult u een idee krijgen van het ongelooflijke potentieel van de mens. Ons potentieel is te worden geboren in het Gezin van God en totale macht te ontvangen! Wij zullen gezag over het gehele universum krijgen!

Wat zullen wij dan doen? Deze teksten wijzen erop dat wij leven zullen schenken aan miljarden dode planeten, zoals leven is geschonken aan de aarde. Wij zullen scheppen op aanwijzing en instructie van God. Wij zullen tot in alle eeuwigheid regeren! Openbaring 21 en 22 laten zien dat er dan geen pijn, geen lijden, geen kwaad meer zal zijn, want wij hebben geleerd Gods weg van het goede te kiezen. Het zal een eeuwig leven van scheppen zijn; wij zullen voortdurend in grote vreugde vooruitzien naar nieuwe scheppingsprojecten, en ook terugzien op wat wij hebben volbracht, in blijdschap en vreugde over wat wij tot stand zullen hebben gebracht.

Toen God de aarde schiep was zij ”woest en ledig”. Zoals een pottenbakker een klomp klei neemt om iets te scheppen, maakte God een ruwe klomp aarde en schiep daarvan in zes dagen een meesterwerkstuk: de aarde. Maar de hemellichamen liet Hij voorlopig ”woest en ledig”. De zevende dag rustte Hij. Deze dag beeldt het komende Millennium uit – 1000 jaar vrede wanneer de mensheid zal rusten van haar dwaze en vernietigende werken van 6000 jaar. De aarde wordt dan – en dat gaat spoedig gebeuren – vernieuwd en ’omgetoverd’ tot een hof van Eden, het paradijs.

Psalmen 104:30  zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem.

Dat is de tijd dat God zal heersen en goddelozen zullen verdwijnen:

Vers 35  De zondaren zullen van de aarde vergaan, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof de HERE, mijn ziel. Halleluja.

Jesaja 51:3  Want de HERE troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des HEREN; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

EzechiŽl 36:34  het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. 35  En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond.

In het grote Plan van God is de aarde het centrum van het heelal. Bij de komst van Christus wordt daarop het Koninkrijk van God gevestigd. Deze zevende periode van 1000 jaar is tevens de overgangsfase naar een volgend immens scheppingswerk. Na 7000 jaar, sinds de scheppingsweek, zal het oneindige heelal worden ontwikkeld vanuit de hoofdzetel van het Koninkrijk. De planeten die nu nog ”woest en ledig” wachten, zullen tot leven gebracht worden en eveneens veranderen in paradijzen.

Nooit zullen wij moe of lusteloos worden. Wij zullen steeds levenslustig zijn vol energie, vitaliteit, bruisend leven, kracht en macht!

Wat een potentieel!

 

Terug naar de Home Page

 

web analytics