Voor literatuurlijst klik hier.

 

 

 

Hoe het zal zijn in de

Wereld van Morgen

 

 

 

Jezus Christus zal de wereld van morgen besturen. Zijn rechtvaardige heerschappij zal zich vanuit Jeruzalem over de gehele wereld uitbreiden. De heropvoeding van de mens in Gods levenswijze zal de hoogste prioriteit krijgen. Naarmate de wereld heropgevoed wordt, zullen de mensen de zegeningen ontvangen die men krijgt wanneer men aan Gods wet van liefde gehoorzaam is. Er zal vrede zijn, samenwerking, gezondheid, overvloed en vreugde. En de gehele wereld zal Gods meesterplan voor de mensheid leren begrijpen.

Deze duizendjarige wereld wordt uitgebeeld door het Loofhuttenfeest, dat ieder jaar door de Gemeente van God wordt gehouden. Laten wij eens zien hoe die utopische wereld er in werkelijkheid uit zal zien.

Wat voorspelt God met betrekking tot de afstammelingen van Jakob in de eindtijd, die in ballingschap zullen leven in vreemde landen?

„Zijt gij voor Mij niet gelijk aan de kinderen der EthiopiŽrs, o kinderen IsraŽls? luidt het woord des HEREN. Heb Ik IsraŽl niet uit het land Egypte gevoerd en de Filistijnen uit Kaftor en de ArameeŽrs uit Kir? Zie, de ogen des Heren HEREN zijn tegen het zondige koninkrijk, en Ik zal het verdelgen van de aardbodem. Evenwel zal Ik het huis Jakobs niet geheel en al verdelgen, luidt het woord des HEREN. Want zie, Ik geef bevel, en Ik schud het huis van IsraŽl onder al de volken, gelijk men met een zeef schudt, en geen steentje zal ter aarde vallen. Door het zwaard zullen zij sterven, al de zondaren van mijn volk, die zeggen: Gij moogt het kwaad niet nader brengen en het ons niet tegemoet voeren. Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds” (Amos 9:7-11).

„Zo zegt de HERE der heerscharen: Zie, Ik verlos mijn volk uit het land van de opgang en uit dat van de ondergang der zon; Ik breng hen terug en zij zullen binnen Jeruzalem wonen. Zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn, in trouw en in gerechtigheid” (Zacharia 8:7-8).

„Maar gij, bergen van IsraŽl, zult uw takken voortbrengen en uw vruchten dragen voor mijn volk IsraŽl, want nabij is zijn komst. Want zie, Ik kom bij u en keer Mij tot u, gij zult bewerkt en bezaaid worden. Ik zal de mensen op u talrijk maken: het ganse huis IsraŽls; de steden zullen weer bewoond en de puinhopen herbouwd worden. Ja, Ik zal mensen en dieren op u talrijk maken, zij zullen zich vermenigvuldigen en vruchtbaar zijn; Ik zal u bevolken als vanouds en u weldoen meer dan vroeger; en gij zult weten, dat Ik de HERE ben” (EzechiŽl 36:8-11).

„In de komende dagen zal Jakob wortel schieten, IsraŽl bloeien en uitspruiten, zodat zij de wereld met vruchten vervullen” (Jesaja 27:6).

Bij zijn terugkeer zal Christus de wederopbouw van de door massavernietigingswapens verwoeste naties van de wereld ter hand nemen, beginnend met de afstammelingen van het oude IsraŽl. Vůůr zijn terugkeer zullen de twaalf stammen, niet alleen de stam Juda (de Joden), weer in ballingschap gevoerd worden. Christus zal hen uit ballingschap bevrijden en hen een nieuwe woonplaats geven en hen tot een voorbeeld maken voor alle naties.

Waar zal de hoofdzetel van de regering van Christus op aarde gevestigd worden – de hoofdstad van de wereld?

„Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden” (Zacharia 8:3).

„Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des HEREN te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart” (Jeremia 3:17).

Zij zal een voorbeeld zijn voor de gehele wereld.

„Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel. Volken zullen uw heil zien, alle koningen uw heerlijkheid en men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond des HEREN zal bepalen . . . En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde” (Jesaja 62:1-2, 7).

Vanwege haar ligging ten opzichte van de werelddelen, is Jeruzalem het ideale geografische middelpunt voor de wereldheerschappij.

Zij zal in perfectie worden herbouwd. Geen enkele stad uit het verleden of heden zal haar schoonheid en pracht kunnen evenaren. Zij zal de toekomstige modelstad worden – het patroon waarnaar andere steden zullen worden gebouwd.

De verwoeste steden zullen herbouwd worden.

„Ik zal een keer brengen in het lot van mijn volk IsraŽl: verwoeste steden zullen zij herbouwen en bewonen; wijngaarden zullen zij planten en de wijn ervan drinken; boomgaarden zullen zij aanleggen en de vrucht daarvan eten. Dan zal Ik hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God” (Amos 9:14-15).

„Zo spreekt de Here HERE: Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden weer bevolken en zullen de puinhopen herbouwd worden; het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond” (EzechiŽl 36:33-35). Lees EzechiŽl 36 helemaal.

Er zal geluk en vreugde heersen in deze steden.

„Ja, Ik zal een keer brengen in het lot van Juda en IsraŽl en hen opbouwen als weleer; Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid, waardoor zij tegenover Mij gezondigd hebben, en Ik zal hun vergeven al hun ongerechtigheden, waardoor zij tegenover Mij gezondigd hebben en van Mij afvallig geworden zijn. Dan zal zij Mij tot een blijde naam worden, tot lof en eer bij alle volkeren der aarde, die van al het goede dat Ik aan hen doe, horen zullen; ja, zij zullen zich verbazen en verwonderen over al het goede en al het heil, dat Ik aan haar doe. Zo zegt de HERE: In deze plaats, waarvan gij zegt: Zij is verwoest, mens noch dier is er, in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem die woest liggen, zonder mensen, zonder inwoners en zonder dieren, zal weer gehoord worden de stem der vreugde en de stem der vrolijkheid, de stem van de bruidegom en de stem der bruid, de stem van hen die zeggen: Looft de HERE der heerscharen, want de HERE is goed, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid! terwijl zij lofoffers in het huis des HEREN brengen; want Ik zal in het lot van het land een keer brengen, zodat het wordt als tevoren, zegt de HERE” (Jeremia 33:7-11).

„Zo zegt de HERE der heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen” (Zacharia 8:4-5).

„En gij zult te dien dage zeggen: Ik loof U, HERE, omdat Gij toornig op mij zijt geweest; uw toorn heeft zich afgewend en Gij vertroost mij. Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want mijn sterkte en mijn psalm is de HERE HERE, en Hij is mij tot heil geweest. Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils. En gij zult te dien dage zeggen: Looft de HERE, roept zijn naam aan, maakt onder de volken zijn daden bekend, vermeldt, dat zijn naam verheven is. Psalmzingt de HERE, want Hij heeft grootse dingen gedaan; dit worde bekendgemaakt op de ganse aarde. Juicht en jubelt, inwoners van Sion, want groot in uw midden is de Heilige IsraŽls” (Jesaja 12:1-6).

„Want de HERE troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des HEREN; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang” (Jesaja 51:3).

„Dan verheugt zich het meisje in de reidans, jongelingen en grijsaards tezamen. Ik verander hun rouw in vreugde. Ik troost en verblijd hen na hun smart” (Jeremia 31:13).

In het Millennium zullen de steden voorzien zijn van schone bedrijven en faciliteiten voor een gezonde levenswijze en een gelukkig familieleven.

Christus zal de oorlogsangst doen verdwijnen wanneer Hij degenen die de aarde met geweld en dood gevuld hebben met grote kracht verslagen heeft.

„En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiŽn. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren” (Jesaja 2:4).

Alle naties zullen onderwezen willen worden in Gods levenswijze. De mensen zullen met elkaar gaan samenwerken als zij leren over God en zijn levenswijze.

„En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem” (Jesaja 2:2-3).

Zal de hele wereld uiteindelijk Gods weg naar vrede, naar geluk, naar overvloedig leven en behoud begrijpen?

„Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken” (Jesaja 11:9).

„Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken” (Jeremia 31:34).

Het komende Koninkrijk van God zal een letterlijke wereldomvattende regering zijn, samengesteld uit onsterfelijke, uit geest geboren leden van het Gezin van God. Onder de leiding en de directe supervisie van Jezus Christus zal het Koninkrijk van God de wetten en heerschappij van God over de gehele wereld instellen. En het onderwijsprogramma van Christus voor de gehele mensheid zal een nieuwe beschaving tot stand brengen die gebaseerd is op Gods levenswijze – op zijn wet van liefde – met universele vrede en welvaart als resultaat.

De oude, onvruchtbare plaatsen zullen onder de herstelprogramma's van Gods regering vruchtbaar gemaakt worden en in het Millennium zullen mooie bossen tot ontwikkeling komen.

„Vrees niet, gij wormpje Jakob, gij volkje IsraŽl! Ik ben het, die u help, luidt het woord des HEREN, en uw Verlosser is de Heilige IsraŽls. Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dorsslede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken. Gij zult ze wannen, en de wind zal ze opnemen en de storm zal ze verstrooien; maar gij zult juichen in de HERE, u beroemen in de Heilige IsraŽls. De ellendigen en de armen zoeken naar water, maar het is er niet, hun tong verdroogt van dorst; Ik, de HERE, zal hen verhoren; Ik, de God van IsraŽl, zal hen niet verlaten. Ik zal op kale heuvels rivieren doen ontspringen en bronnen te midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen. Ik zal in de woestijn ceder, acacia, mirt en olijfwilg zetten; Ik zal in de wildernis cypres naast plataan en denneboom planten, opdat men zie en tevens erkenne, bedenke en tevens begrijpe, dat de hand des HEREN dit gedaan en de Heilige IsraŽls het geschapen heeft” (Jesaja 41:14-20).

„De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis; zij zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen. De heerlijkheid van de Libanon is haar gegeven, de luister van de Karmel en van Saron; zij zullen aanschouwen de heerlijkheid des HEREN, de luister van onze God” (Jesaja 35:1-2).

„Dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, Daar zal een gebaande weg zijn, die de heilige weg genaamd wordt; geen onreine zal die betreden; maar hij zal alleen voor hen zijn; reizigers noch dwazen zullen erop dolen” (Jesaja 35:6-7).

Gedurende de komende duizendjarige periode zal het grootste deel van het landoppervlak van de aarde productief worden. Er zullen in de gehele wereld prachtige bossen en agrarische gebieden zijn en er zullen geen verontreinigde rivieren meer zijn of verwoeste landschappen en geen smog, geen vuile lucht, geen verontreinigd grondwater.

Het grote aantal verschillende talen is een grote hindernis voor samenwerking tussen de volken. Kunt u zich voorstellen hoe een wereld met slechts ťťn taal eruit zou zien? Bedenk eens wat een grote stap voorwaarts het zou zijn als alle mensen dezelfde taal zouden kunnen spreken, lezen en schrijven. Zal God de gehele wereld ťťn enkele, zuivere taal geven, zodat iedereen Hem eenparig kan dienen?

„Maar dan zal Ik de volken andere, reine lippen [andere vertalingen: taal of spraak] geven, opdat zij allen de naam des HEREN aanroepen; opdat zij Hem dienen met eenparige schouder” (Sefanja 3:9).

Dat lippen, taal of spraak erop duidt dat de taal in het Millennium niet verpauperd zal zijn zoals in de huidige tijd, is duidelijk, maar ongetwijfeld zal er in het 1000-jarige Vrederijk ťťn taal zijn voor een optimale communicatie.

Toen de mensheid haar mogelijkheden in negatieve zin ontwikkelde bracht God de babylonische spraakverwarring om de prestaties van de mensheid af te remmen.

„Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, en de HERE zeide: Zie, het is ťťn volk en zij allen hebben ťťn taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan” (Genesis 11:5-7).

In Handelingen zien we de noodzaak om elkaar goed te kunnen verstaan.

„Zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken. Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel; en toen dit geluid gekomen was, liep de menigte te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En buiten zichzelf van verwondering zeiden zij: Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken, GalileeŽrs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van MesopotamiŽ, Judea en KapadociŽ, Pontus en Asia, FrygiŽ en PamfyliŽ, Egypte en de streken van LibiŽ bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken” (Handelingen 2:4-11).

Natuurlijk zullen de volken zich eerst moeten bekeren voordat ze bereid zullen zijn dezelfde taal te gaan leren.

„Zo zegt de HERE der heerscharen: In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is” (Zacharia 8:23).

Dit is het begin van het Millennium: „volken van allerlei taal”.

In het Millennium zal God een tijdperk inluiden van wereldwijd alfabetisme en van onderwijs door middel van ťťn enkele, zuivere taal.

In het Millennium zullen de mensen bezittingen hebben en het rechtvaardige loon van hun eigen arbeid ontvangen.

„Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken” (Micha 4:4).

„De HERE heeft gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm: Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden tot spijze geven en nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; maar zij die het oogsten, zullen het eten en de HERE loven, en zij die hem inzamelen, zullen hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdom” (Jesaja 62:8-9).

Onder welke voorwaarden heeft God altijd beloofd grote materiŽle welvaart te schenken?

„Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. Dan zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet verderve en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zij, zegt de HERE der heerscharen. En alle volken zullen u gelukkig prijzen, omdat gij een land van welbehagen zijt, zegt de HERE der heerscharen” (Maleachi 3:8-12).

God zal de natuurwetten laten functioneren ten bate van hen die Hem in de wereld van morgen zullen gehoorzamen.

„Ik zal die, ja al wat rondom mijn heuvel ligt, tot een zegen stellen; Ik zal de regen doen neerdalen op zijn tijd, zegenbrengende regens zullen het zijn; het geboomte des velds zal zijn vrucht geven en het land zijn opbrengst. . . . Ik zal voor hen een plantengroei doen opschieten, waarvan men overal spreekt” (EzechiŽl 34:26-27, 29).

Er zal grote vreugde zijn over de overvloed aan gewassen en vee die God zal schenken.

„Zo komen zij jubelend op de hoogte van Sion en stromen toe naar het goede des HEREN, naar koren, most en olie, naar schapen en runderen; hun ziel zal zijn als een besproeide hof, zij zullen nooit meer versmachten” (Jeremia 31:12).

Er zal inderdaad een grote overvloed aan voedingsmiddelen zijn.

„De HERE antwoordde zijn volk: Zie, Ik zal u koren, most en olie zenden, zodat gij daarmede verzadigd wordt, en Ik zal u niet meer prijsgeven tot een smaad onder de volken. . . . En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de HERE, uw God, want Hij geeft u de leraar ter gerechtigheid; ja, regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late regen, zoals voorheen. De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen. Ik zal u vergoeden de jaren, toen de sprinkhaan alles opvrat, de verslinder en de kaalvreter en de knager, mijn groot leger dat Ik op u afzond. Gij zult volop en tot verzadiging eten, en gij zult loven de naam van de HERE, uw God, die wonderbaar met u gehandeld heeft; mijn volk zal nimmermeer te schande worden” (JoŽl 2:19, 23-26).

„Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat de ploeger zich aansluit bij de maaier en de druiventreder bij hem die het zaad strooit; dan zullen de bergen druipen van jonge wijn en al de heuvelen daarvan overvloeien” (Amos 9:13).

Tot op heden heeft de mens vooral de weg van nemen leren kennen – nemen van God en nemen van de mensen – een weg die veel armoede, ziekte, diefstal, oorlog en onheil heeft gebracht.

„Dan [in de wereld van morgen] zal een dwaas niet meer edel genoemd worden en de bedrieger niet meer aanzienlijk heten” (Jesaja 32:5).

In de wereld van morgen zal gehoorzaamheid aan Gods wetten – de weg van geven, aan God en aan de mensen – universele welvaart, vrede en geluk in het Millennium tot gevolg hebben.

„Hij, die in gerechtigheid wandelt en oprecht spreekt; die gewin, door afpersing verkregen, versmaadt; die zijn handen weerhoudt om een geschenk aan te nemen [omkoping], zijn oor toestopt om niet naar een moordplan te horen en zijn ogen toesluit om het slechte niet aan te zien. Die zal op hoogten wonen; rotsvestingen zullen zijn burcht wezen; zijn brood is gewis, zijn water verzekerd” (Jesaja 33:15-16).

Stadsbewoners zullen niet bang zijn om zich op straat te begeven, vooral 's avonds, zoals het geval is in vele grote steden, maar intussen ook op het platte land, in deze ’beschaafde’ wereld.

„Zie, een koning [Jezus Christus] zal regeren in gerechtigheid en vorsten [de christenen die in de eerste opstanding veranderd worden in geestelijke wezens zoals de Vader en Christus] zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen de wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstromen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land” (Jesaja 32:1-2).

„Want het zal gedaan zijn met de geweldenaar, en de spotter zal vergaan en allen die op boosheid zinnen, zullen uitgeroeid worden” (Jesaja 29:20).

„Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt, waarvan de pinnen nimmermeer uitgerukt worden en geen van de koorden ooit losgerukt wordt” (Jesaja 33:20).

Een vreemde op een eenzame plaats in de nacht zal iemand zijn die kan helpen, niet iemand om bang voor te zijn. Onder Gods regerings- en onderwijssysteem zal het menselijk leven in ieders ogen kostbaar zijn.

En de gezondheid in de wereld van morgen? De doven, blinden, verlamden en doofstommen zullen op wonderbaarlijke wijze worden genezen.

„Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen” (Jesaja 35:5-6).

Zullen ziekten en kwalen in al hun vormen worden genezen?

„En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek; het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben” (Jesaja 33:24).

„Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des HEREN zal uw achterhoede zijn” (Jesaja 58:8).

„Want Ik zal u genezing schenken, u van uw wonden genezen, luidt het woord des HEREN” (Jeremia 30:17).

Wat zal er met de Olijfberg gebeuren als Christus terugkomt?

„Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts” (Zacharia 14:3).

De vallei die zo gevormd zal worden zal de bedding worden van een machtige rivier die in Jeruzalem zal ontspringen.

„Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden” (Zacharia 14:8).

De helft van deze rivier zal oostwaarts vloeien naar de Dode Zee en de andere helft westwaarts naar de Middellandse Zee.

De oostelijke bedding van deze rivier, van waaruit „levende wateren” in de Dode Zee vloeien, is dezelfde als de beek die beschreven wordt in EzechiŽl 47:1-12.

„Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten; het water vloeide onder de rechter zijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar. En hij leidde mij door de Noordpoort en hij voerde mij toen buitenom naar de buitenste poort, naar de poort die op het oosten uitzag; en zie, daar borrelde water op uit de rechter zijkant. Nadat de man uitgegaan was naar het oosten met een meetsnoer in zijn hand, mat hij duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de enkels. Hij mat weer duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de knieŽn. Hij mat weer duizend el en deed mij erdoor gaan; het water reikte tot aan de heupen. Hij mat nog eens duizend el; nu was het een beek geworden, die ik niet doorwaden kon, want het water was zo hoog, dat men erin zwemmen kon, een beek die men niet kon doorwaden. Toen zeide hij tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Daarop deed hij mij teruggaan langs de oever van de beek. Toen ik terugkeerde, zie, langs de oever van de beek stonden aan weerszijden zeer veel bomen. Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de Vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt. En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven, overal waar de beek komt, en er zal zeer veel vis zijn, want als dit water daarheen komt, dan wordt het water van de zee gezond. Overal waar de beek komt, zal alles leven. Vissers zullen erlangs staan van Engedi tot En-eglaÔm; het zal een plaats zijn om de netten uit te spreiden, en de vissen erin zullen van allerlei soort zijn, zoals de vissen van de grote zee, zeer talrijk. Maar de moerassen en poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven. Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel” (EzechiŽl 47:1-12).

De Dode Zee zal gezond worden als er zoet water in gaat stromen lezen we in het laatste deel van vers 8. En in vers 9 staat dat in de Dode Zee, die nu zoveel zout en andere mineralen bevat dat er geen leven in kan bestaan, planten en vissen kunnen leven. Deze beek zal ook leven geven aan de dorre woestijngebieden waardoor zij stroomt (vers 12).

Deze beek van ’levend water’ ontspringt op de plaats waar de Tempel van God zal staan – op de plaats waar de troon van Christus zal staan in Jeruzalem (vers 1 en 12).

„Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des HEREN en zal het dal van Sittim drenken” (JoŽl 3:18).

De heilige geest wordt met ’levend water’ vergeleken.

„Jezus nu was vermoeid van de tocht en bleef zo bij de bron zitten; het was ongeveer het zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken. Want zijn discipelen waren naar de stad gegaan om voedsel te kopen. De Samaritaanse vrouw dan zeide tot Hem: Hoe kunt Gij, als Jood, van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen? Want Joden gaan niet om met Samaritanen. Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij wist van de gave Gods en wie het is, die tot u zegt: Geef Mij te drinken, gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven. Zij zeide tot Hem: Here, Gij hebt geen emmer en de put is diep; hoe komt Gij dan aan het levende water? Zijt Gij soms meer dan onze vader Jakob, die ons de put gegeven en zelf eruit gedronken heeft met zijn zonen en zijn kudden? Jezus antwoordde en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen; maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven” (Johannes 4:6-14).

„En op de laatste, de grote dag van het feest [de Laatste Grote Dag, aansluitend op het Loofhuttenfeest], stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Johannes 7:37-39).

De heilige geest, waarvan deze toekomstige fysieke beek het symbool is, zal van Jeruzalem uitgaan en alle geestelijke problemen van de mensheid genezen.

God zal in het Millennium zelfs de aard van de dieren wijzigen, zodat alle schepselen in vrede zullen leven.

„Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken” (Jesaja 11:6-9).

Ook voor de dieren zal er volop voedsel zijn.

„Vreest niet, gij dieren des velds, want de weiden der woestijn groenen, want het geboomte draagt zijn vrucht, vijgeboom en wijnstok geven hun rijkdom” (JoŽl 2:22).

In de Bijbel spreekt God over het menselijke hart als symbool van het denken van de mens. Hoe ziet het menselijke hart – zijn gedachten – er tegenwoordig eigenlijk uit, beÔnvloed door Satan, de onzichtbare god van deze wereld?

„Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?” (Jeremia 17:9.)

Het menselijke verstand onderwerpt zich van nature niet aan God en zijn wet.

„Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet” (Romeinen 8:7).

Wat zegt God dat Hij in het Millennium zal toevoegen aan de geest van de mens om de fundamentele instelling of de aard van de mens te wijzigen?

„Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt” (EzechiŽl 36:25-27).

„Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten” (JoŽl 2:28-29).

Gods heilige geest geeft ons zijn natuur, kennis en liefde.

„En wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem” (1 Johannes 4:16).

„De hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is” (Romeinen 5:5).

„En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN” (Jesaja 11:2).

God zal zijn heilige geest – zijn eigen aard van zorgzame liefde en toewijding aan anderen – in de mens plaatsen.

De mensen zullen God en hun naasten liefhebben en ernaar streven hen gelukkig te maken. Dit zal het Millennium – de prachtige wereld van morgen – tot het utopische paradijs maken dat door het Loofhuttenfeest wordt uitgebeeld!


Terug naar de Home Page