Voor literatuurlijst klik hier.

 

 

Is God wel eerlijk?

 

 

Waarom heeft God 6000 jaar

menselijk leed toegestaan?

 

 

 

Kijk eens naar de wereld van vandaag! Oorlog, terrorisme, hongersnood, epidemieŽn! Armoede, ongelijkheid, gebrek! Ziekte, kwalen, lijden, dood! Misdaad, zwendel, onrecht, corruptie! Geestesziekte, degeneratie, verval! Onbehagen, angst, ellende en leed!

Hoe, zo vragen veel mensen zich af, kan een almachtige en liefdevolle God zoveel menselijke ellende toestaan?

 

 

Is God wel eerlijk?

 

Sommige mensen zeggen:

„God is niet eerlijk”, of „Is er eigenlijk wel een God?” Maar wat denkt u dat de mensen zouden zeggen als God hun het recht zou afnemen te denken en te doen zoals zij zelf willen? Want God zou nooit het afschuwelijke bloedvergieten op aarde kunnen stoppen zonder de mensen te dwingen naar zijn wil te handelen en hun een eigen vrije wil – volgens de huidige normen – te ontzeggen.

Het zijn de wegen van de mens zelf, die deze ellendige toestand hebben veroorzaakt. Deze hebben alle leed en verdriet in de wereld teweeggebracht. God zegt: „Uw wegen zijn niet mijn wegen” (Jesaja 55:8).

Als Gods wegen waren nagevolgd, zou dit voorzeker hebben geleid tot vrede, geluk en welvaart. God heeft altijd zijn wegen aan de mens geopenbaard.

Veronderstel eens dat God zich van het enige alternatief had bediend, dat Hij de mensen, tegen hun wil in, gedwongen had volgens zijn wetten te leven?

Hoort u al het verontwaardigde geschreeuw van een opstandige, halsstarrige mensheid tot de almachtige God: „U kunt uw godsdienst niet aan mij opdringen!” Want het Ūs een kwestie van godsdienst. Kunnen wij inzien dat als God dat had gedaan, de mens meer dan ooit zou hebben geroepen: „God is niet eerlijk”?

Zesduizend jaar lang hebben de mensen zich niets van Gods wetten aangetrokken. Als God hun de mogelijkheid om ongehoorzaam te zijn, ontzegd zou hebben, dan zouden de mensen God van onrechtvaardigheid hebben beschuldigd en de vrijheid hebben geŽist hun eigen weg te gaan.

Gods plan is het scheppen van volmaakt karakter in mensen die, hoewel zij individueel los van God bestaan, toch leden van Gods eigen gezin zullen zijn. Dan zullen zij geestelijke wezens zijn zoals God en de engelen. Karakter kan niet automatisch worden geschapen – het moet ontwikkeld worden door ervaring!

Evenmin kan karakter, zonder dat men een vrije wil heeft om te handelen, geleidelijk worden ingegeven. Om dit doel te bereiken – het absolute hoogtepunt van Gods schepping: zonen van God met een volmaakt karakter – moet de mens uit eigen vrije wil overtuigd worden dat Gods wetten juist zijn. De mens moet ze vrijwillig aannemen. En deze les kan alleen geleerd worden door ervaring!

Al in het begin verscheen Satan om de wijsheid van Gods wet te betwisten. Deze wet behelst eenvoudig gezegd, het liefhebben van God en de naaste, zoals vastgelegd in de principes van de Tien Geboden. Het is een fundamentele, geestelijke en eeuwige wet. De levensvisie die Christus leerde, luidt dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Maar Satans redenering draait om de weg van nemen. Concurrentie, redeneerde hij, is de drijfveer van onze activiteiten. Eigenbelang prikkelt tot ondernemingsijver. IJdelheid zet tot daden aan. Zodoende vormt in Satans filosofie eigenbelang, concurrentie en tweedracht het grondprincipe. Volgens deze redenering is de weg van nemen de weg van vooruitgang.

Als God niet had toegestaan om voor deze zelfzuchtige weg te kiezen, dan hadden Gods schepselen in alle eeuwigheid kunnen aanvoeren dat een in hun ogen ’betere’ weg hun was ontzegd.

 

 

De week van de duivel

 

God stond Satan toe de eerste zes dagen van ťťn week, bestaande uit zeven dagen van elk 1000 jaar, de mensen zŪjn weg voor te houden. Daarmee zou de duivel de onjuistheid van deze weg – de weg van hebzucht – aantonen.

Gedurende de eerste zes dagen van deze week van 7000 jaar was het Satan toegestaan zijn werk over de gehele aarde te doen. „Zes dagen”, zei God, „zult gij arbeiden en al uw werk doen” – zijn werk van haat en bedrog – „maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen” (Exodus 20:9-10). Zes 1000-jarige dagen kan Satan zijn werk van misleiding doen. Maar zijn heerschappij is beperkt tot alleen het kunnen beÔnvloeden van mensen. God heeft Satan nooit toegestaan de mensen eigenmachtig tegen hun wil te dwingen iets te doen.

De mensheid is dus bijna 6000 jaar vrij gelaten voor de zelfzuchtige levenswijze van Satan te kiezen dan wel de Gouden Regel van God na te volgen. Satan heeft bijna 6000 jaar lang gearbeid, en de mensheid heeft zich door zijn bedrog laten inpalmen!

De filosofie van Satan is de filosofie van de wereld van vandaag. De huidige beschaving is erop gebouwd; een beschaving die de mensen aanhangen en liefhebben, en waarvoor zij op patriottische wijze hun leven opofferen. Een beschaving die zich ontwikkeld heeft op basis van eigenbelang, wedijver en strijd. Succes wordt daarin bepaald door hoeveel de mens heeft weten te nemen, niet door hoe goed hij andere mensen heeft gediend.

God heeft de mens nooit onwetend van de ware levenswijze gehouden. Hij heeft altijd de juiste waarden bekendgemaakt – de weg van zijn geestelijke wet van liefde! Voortdurend heeft God met geduld en in liefde de juiste weg aangewezen. Hij koos zijn eigen volk uit, en het volk had zijn woord gegeven Gods wetten te willen naleven en zich vrijwillig aan Gods levenswijze te wijden. De IsraŽlieten keerden zich echter van Gods wegen af, en vervolgden en doodden Gods profeten! God zond toen zijn eniggeboren Zoon om de mensen op het juiste pad terug te brengen, maar ook Hij werd door de mensen verworpen en gedood.

Gedurende deze 6000 jaar sinds Adam hebben de mensen voortdurend Gods liefde geminacht, zijn wet verworpen, zich doof gehouden voor zijn ware dienaren en profeten, en naar de valse filosofie van Satan een samenleving opgebouwd vol heidense gewoonten, tradities en leerstellingen. De mensen zijn door het volgen van deze verkeerde wegen in een volkomen onmogelijke situatie terechtgekomen, maar zij beseffen dat absoluut niet.

Satan heeft zichzelf opgeworpen als de „god dezer eeuw” (2 CorinthiŽrs 4:4). Deze wereldse beschaving aanbidt haar god. Het ontstellende feit dat door de wereld niet ingezien wordt, is dat Satan, en niet de Eeuwige, haar god is.

2 Petrus 2:19: „Vrijheid spiegelen zij hun voor, hoewel zij zelf slaven des verderfs zijn; immers, door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men.”

De Schepper God „is geen God van wanorde”, lezen we in 1 CorinthiŽrs 14:33. De ware aanstichter ervan is Satan, de god van deze wereld! Satan heeft veel kerkgenootschappen en sekten, die elkaar bestrijden in een babylon van wanorde!

 

 

Het werk van de duivel

 

Er is ťťn ding, naar het schijnt, waarover Satans dienaren het eens zijn. „Gods wet”, roepen zij eenstemmig, „is afgeschaft!” De mensen van de ’christelijke’ religies weigeren naar Gods wet te luisteren.

Jesaja 30:8-11: „Ga nu, schrijf het in hun bijzijn op een tafel en teken het op in een boek, opdat het diene voor latere dagen, voor immer en altoos. Want het is een weerspannig volk, leugenachtige kinderen, kinderen die de wet des HEREN niet willen horen; die tot de zieners zeggen: Gij zult niet zien; en tot de schouwers: Gij zult voor ons de waarheid niet schouwen, spreekt tot ons aangename dingen, schouwt begoochelingen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de Heilige IsraŽls weg uit onze ogen.”

Zij willen dat hun voorgangers zoete en aangename dingen prediken: bedriegerijen! Mensen groeien op in een door Satan gegijzelde wereld. Ze laten zich inpalmen door zijn leugenachtige listen en hebben geen notie van Gods rechtvaardige wet. En velen die de Bijbel hebben gelezen en in aanraking zijn gekomen met de dienaren van God, hebben zich van de waarheid afgewend en aanvaarden en geloven in fabels.

2 TimotheŁs 4:2-4: „Verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met alle lankmoedigheid en onderrichting. Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.”

Zij zijn vijandig tegen Gods wet, en tegen de weinigen die in deze tijd de waarheid van Gods Woord verkondigen!

Romeinen 8:7: „Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet.”

Inderdaad, Satan heeft de godsdiensten georganiseerd. Hijzelf verschijnt niet als een duivel, compleet met horens, staart en drietand.

2 CorinthiŽrs 11:14-15: „De satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.”

Zijn dienaren doen zich voor als dienaren der gerechtigheid en als de apostelen van Christus!

Vers 13: „Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.”

Ze prediken een valse Jezus.

Vers 4: „Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel.”

Zij komen in de kracht van een andere geest”, en bedriegen de mensen met een ander evangelie” dan het ware Evangelie van het Koninkrijk dat Christus bracht en dat door Paulus en al de apostelen werd gepredikt.

Galaten 1:6-7: „Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.”

Satans kerken doen veel aan vorm en schijn. God waarschuwt duidelijk in zijn Woord.

2 TimotheŁs 3:5: „Die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand.”

De tegenwoordige wereldorde met haar concurrentiebeginselen, haar gewoonten en tradities, haar politieke systemen, wordt in ieder land door Satans kerken in stand gehouden. Alle naties zijn verleid!

Openbaring 17:1-2: „En een van de zeven engelen, die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit aan vele wateren, met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn harer hoererij.”

Openbaring 18:3: „Omdat van de wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid.”

Jezus Christus verscheen 2000 jaar geleden als een boodschapper met een boodschap van God. Hij bracht het Goede Nieuws van het Koninkrijk van God aan een ongelukkige wereld, doortrokken van verkeerde levenswijzen. Een Koninkrijk dat spoedig de ontoereikende regeringen op aarde zal vervangen.

Dat Koninkrijk staat vlak voor de deur! Christus noemt de gebeurtenissen vlak voor zijn terugkeer.

Lukas 21:31: „Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is.”

Godzijdank bevinden wij ons aan het eind van de zes werkdagen die aan Satans heerschappij zijn toegemeten. Gods 1000-jarige sabbatdag staat op het punt aan te breken.

Wij zien thans overal de resultaten van de wegen van de mens. In onuitwisbaar bloed, in menselijke ellende, kwelling en wanhoop staat het verslag van ervaring geschreven.

Zelfs nu willen de mensen geen acht slaan op deze afschuwelijke les – totdat zij gedwongen worden het te zien.

Nu Satans zesde ’werkdag’ ten einde loopt, staat God op het punt tussenbeide te komen en op bovennatuurlijke wijze in te grijpen.

In het aanstaande zevende millennium zal Satan gevangengehouden worden nadat Christus op aarde is teruggekomen om hier met goddelijke kracht te regeren. In de komende duizend jaar zal de nieuwe orde van God vrede, geluk en vreugde op aarde brengen.

Dan zal de mens kunnen terugzien op de wereld van nu en een vergelijking maken. God zal nooit ťťn enkel mens tegen diens wil tot behoud en eeuwig leven dwingen.

Maar als iemand de kroniek van 7000 jaar ervaring duidelijk onder de ogen wordt gebracht, denkt u dat hij dan terug zou willen naar die wegen waar iedereen nu zo van schijnt te houden? De wereld zal ten slotte, uit eigen vrije wil, erkennen dat Gods wegen goed zijn.

HebreeŽn 5:7: „Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden.”

Zelfs Hij, die nooit verkeerd deed, heeft „gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden”!

Vers 9: „En toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden.”

Eens zullen wij Gods adembenemende plan met bewondering en ontzag aanschouwen! Het lijden van deze tegenwoordige tijd zal volledig uit onze gedachten zijn verdwenen.

Romeinen 8:18: „Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.”

De lessen die wij door ervaring hebben geleerd, zullen wij voor eeuwig in gedachten hebben. Binnenkort zal een einde komen aan 6000 jaar menselijke normen, overheden en religies van mensen die verleid zijn door Satan.

Openbaring 12:9: „En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.”

Met hun vrije wil staan de mensen open voor Satans levenswijze. Maar aan de invloed van de ijdele en egoÔstische aard van de duivel zal binnenkort een einde komen.

Openbaring 20:1-3: „En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden.”

Dan is eindelijk de tijd gekomen dat de mensheid Gods levenswijze zal omhelzen, in de wetenschap dat het de juiste levenswijze is. Het geluk en de vreugde die wij dan zullen ervaren kan ons verstand nu niet bevatten. Wij zullen de eeuwige God danken en loven om zijn wijsheid, genade en liefde!

Denkt u dat iemand dan zal terugblikken en zeggen: „God is niet eerlijk”?

Het is nutteloos om iemand te dwingen om lief te hebben. Of onmogelijk iemand de mogelijkheid te ontnemen nŪet lief te hebben. God wil kinderen die gemotiveerd zijn. Wat is een keuze in de context van liefde waard als het geen vrijwillige keus is? Liefde komt uit het hart. Het is zowel in het belang van God als van de mens dat met een vrije wil voor elkaar wordt gekozen. God heeft voor alle mensen gekozen.

MattheŁs 18:14: „Zo bestaat bij uw Vader, die in de hemelen is, de wil niet, dat ťťn dezer kleinen verloren gaat.”

Johannes 3:16: „Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”

Hij ziet uit naar de dag dat de mensen – het liefst Šlle mensen – in zijn Gezin verzameld zijn.

Job 14:15: „Naar het maaksel uwer handen zoudt Gij verlangen.”

Hij wil graag dat wij ook voor Hem kiezen.

Deuteronomium 30:19: „Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht.”

God stelt de fundamentele voorwaarde dat wij Hem liefhebben.

Vers 20: „Door de HERE, uw God, lief te hebben.”

Hoe zal dat blijken? Door „naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen” (vers 20). We moeten naar Hem luisteren staat er, de Handleiding voor het Leven goed bestuderen, zodat wij zijn geboden leren kennen die de levensstijl van liefde voor God en de naaste waarborgen. Dan kunnen we Gods normen en waarden in onze harten sluiten. Vrijwillig! Daardoor hangen we God aan (vers 20). Aanhangen betekent enthousiast steunen. Geheel vrijwillig moeten we God liefhebben „want dat is uw leven” (vers 20). Een mens heeft de mogelijkheid te kiezen voor de dood. God houdt ons het leven en de dood voor.

Vers 15-16: „Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade: doordat ik u heden gebied de HERE, uw God, lief te hebben [hoe?] door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft.”

Vers 17-18: „Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient [dat is alles wat niet op God gericht is], dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan.”

Als een mens niet gemotiveerd is om Gods weg te gaan, is er geen sprake van liefde. God en zijn trouwe volgelingen willen een gezin gebaseerd op liefde, goddelijke Liefde.

 

 

Is God eerlijk tegenover de mensen

die Hem niet kennen of gekend hebben?

 

Sommige mensen hebben een geweldige vriend gehad. Altijd joviaal en goedmoedig, altijd bereid zich tot het uiterste in te spannen om iedereen in nood te helpen. Een harde werker, een werkelijke aanwinst voor hun omgeving.

Maar hij was geen christen.

Het verschijnsel dat honderden elkaar bestrijdende denominaties God zouden vertegenwoordigen, trok hem niet aan. Hij stierf dan ook zonder ooit „Christus te hebben aanvaard”.

Colossenzen 2:6-7: „Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging.”

Johannes 1:9-14: „Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend [hoewel de naam Jezus door miljoenen wordt genoemd, kennen ze Hem niet]. Hij kwam tot het zijne [tot IsraŽl, specifiek tot de Joden, zijn volk], en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn. Het Woord [Jezus Christus] is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.”

U kent vast wel ťťn of misschien wel meerdere personen die naar gangbare maatstaven gerekend ’goede’ mensen zijn. Maar zij maken er geen aanspraak op christen te zijn. Wat gebeurt er nu precies met hen na hun dood?

Zal God hen in een eeuwig brandende hel werpen en hen eeuwig straffen alleen omdat zij ontgoocheld werden door wat de wereld christendom noemt?

En hoe staat het met degenen die in Afrikaanse landen de hongerdood zullen sterven? Velen van hen hebben nooit de naam van Jezus Christus ook maar gehoord. Zijn zij voor eeuwig verloren?

Bedenk, voordat u antwoordt, dat de Bijbel zegt dat er geen andere deur toegang geeft tot Gods Koninkrijk dan Jezus.

Johannes 10:1-14: „Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover; maar wie door de deur binnenkomt, is de herder der schapen. Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen naar zijn stem en hij roept zijn eigen schapen bij name en voert ze naar buiten. Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen. In dit beeld sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak. Jezus zeide dan nogmaals: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur der schapen. Allen, die vůůr Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord. Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden. De dief komt niet dan om [komt alleen om] te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed. Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht (en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen) want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte. Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij.”

Handelingen 4:12: „En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden.”

 

 

Gods plan gedwarsboomd?

 

Wat gaat er gebeuren met de miljarden mensen die door de eeuwen heen leefden en stierven zonder christen te worden, onder wie velen die zelfs de enige naam niet hebben gehoord waardoor zij behouden moeten worden? Zij vormen de meerderheid van de mensen.

De Bijbel spreekt echter in termen van behoud van de meerderheid van de mensen.

Johannes 3:17: „Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld [de wereld – op z'n minst het grootste deel van de mensheid] door Hem behouden worde.”

God wil niet „dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” (2 Petrus 3:9).

Kijk eens naar de oude IsraŽlieten. Als u de Bijbel maar een beetje gelezen hebt, bent u ervan op de hoogte dat God IsraŽl koos om Hem te vertegenwoordigen en een voorbeeld van rechtvaardigheid te zijn voor alle andere volken op aarde. Maar de IsraŽlieten, op enkele uitzonderingen na, rebelleerden tegen God, verwierpen zijn levenswijze en weigerden, door de eeuwen heen, zich aan Hem te onderwerpen.

Maar dat is niet het einde van het verhaal. Terwijl veel theologen u zouden vertellen dat al die IsraŽlieten voor eeuwig verdoemd zijn, schreef de apostel Paulus het tegendeel.

Romeinen 11:25-26: „Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over IsraŽl gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans IsraŽl behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.”

Ja, heel IsraŽl – de overgrote meerderheid der IsraŽlieten – zal behouden worden.

Kan God zijn doel bereiken? Is Hij machtig genoeg om de wereld te redden?

Jezus zei in MattheŁs 7:13-14: „Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.”

Waarom zei Jezus dat? Is Satan zo slim en machtig dat hij in staat is Gods plan te dwarsbomen door te zorgen dat de meerderheid van de mensen voor eeuwig verloren gaat? Dit zijn vragen die de meeste theologen maar liever geheel uit de weg gaan. Zij hebben daarop geen passende antwoorden. Toch is een verklaring beslist noodzakelijk.

Als men behouden kan worden zonder het offer van Christus te aanvaarden, welke waarde of welk nut heeft zijn offer dan? Is het daarentegen noodzakelijk dat men christen is om behouden te worden, zoals de Bijbel zegt, dan zijn de meeste mensen die ooit geleefd hebben verloren en wordt Gods plan beslist verre van een groot succes.

 

 

De meesten zijn nu verblind

 

Het traditionele christendom neemt aan dat God verwoed bezig is de mensheid nu te redden. Niets is minder waar, hoe verrassend dat ook mag schijnen!

Merk op wat Jezus verklaarde toen zijn discipelen Hem vroegen waarom Hij tot de menigte zo vaak in gelijkenissen sprak.

Markus 4:11: „En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan [de grote meerderheid van de mensen], komt alles in gelijkenissen.”

Waarom? Om Jezus' onderricht begrijpelijker te maken voor alle mensen, opdat zij zich zouden bekeren? Nee! Juist om het tegendeel: om de waarheid moeilijk toegankelijk te maken en de grote massa van bekering af te houden.

Jezus sprak in gelijkenissen opdat „zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde” (vers 12).

Jezus spreekt opzettelijk op een manier dat de menigten de betekenis niet begrijpen. Enerzijds roept de Vader slechts weinigen om toegevoegd te worden aan de ’eerstelingen’, die speciaal opgeleid worden voor zijn Regering in het Koninkrijk. Anderzijds wŪl de grote massa ook niet geroepen worden. De geneesheer is voor de zieken, de Verlosser voor de zondaars; zij weten echter niet, dat zij ziek zijn, en willen er niet van horen dat zij zondaars zijn.

In de ’eersteling’ moet een karakter gevormd worden van nederigheid en het oprechte verlangen om in gehoorzaamheid aan God de mensheid van dienst te zijn. Het apart gezet worden door God is een geheim, al staat het in duidelijke taal in de Bijbel. Daarom is het ook een wonder.

Hebt u zich ooit afgevraagd waarom Jezus, hoewel Hij de Zoon van God was, door de grote massa verworpen werd en maar weinig meer dan honderd volgelingen had aan het einde van zijn fysiek leven? En nog wel ondanks de wonderen en andere bewijzen dat Hij de Messias was. De apostel Johannes openbaarde het waarom.

Johannes 12:37-40: „En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd, dat hij sprak: Here, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard? Hierom konden zij niet geloven, omdat Jesaja elders gezegd heeft: Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen geneze.”

Satan heeft de natuur van de mens gebruikt om hem en haar te verwijderen van God. Hoewel God ernstig heeft gewaarschuwd, heeft Hij als de hoogste Autoriteit, de mens de mogelijkheid gegeven om te kiezen welke weg hij of zij wil gaan.

Het begon allemaal met Adam en Eva. Zij kozen de weg van ongehoorzaamheid aan God en zijn heilige wetten. Sindsdien is de mensheid al bijna 6000 jaar afgesneden van haar Schepper en verblind voor de grote geestelijke waarheden. Zie ook de publicatie ’Een wereld in gijzeling’ op de website van de Gemeente van God.

De enige uitzondering op deze geestelijke blindheid vormen de weinige mensen die God door de eeuwen heen roept en van wie Hij de ogen opent.

Johannes 6:44: „Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.”

Het is de kleine groep mensen, de weinigen die de rechte, smalle weg volgen die naar het eeuwige leven leidt.

De overige mensen – de duizenden miljoenen – krijgen de gelegenheid te doen wat juist schijnt in hun eigen ogen, de gelegenheid hun eigen regeringen te vormen, in hun eigen oorlogen te strijden en te sterven, toestanden van ellende, lijden en vreugdeloosheid te scheppen – kortom, van alles een janboel te maken totdat zij terdege en zeker weten dat ongehoorzaamheid aan Gods geboden nimmer loont.

En precies op het moment dat de mensheid in een laatste oorlog op de rand van zelfvernietiging staat, zal God rechtstreeks ingrijpen in het menselijk gebeuren.

God behandelt de gehele mensheid op dezelfde manier als de oude IsraŽlieten die tegen Hem in opstand kwamen.

Romeinen 11:32: „Want God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten.”

Waarom? Niet om hen allen te veroordelen.

Vervolg vers 32: „Om Zich over hen allen te ontfermen.”

Wanneer? Wanneer zal God zich over al die duizenden miljoenen verblinde mensen ontfermen? Wanneer zal Hij zich ontfermen over de ellendige inwoners van Sodom en Gomorra? Wanneer zal God zich ontfermen over de misleide menigten die leefden in de tijd van het Babylonische Rijk, het Romeinse Rijk, de Middeleeuwen of die nu leven?

Wanneer zal God zich ontfermen over al degenen die hun korte levensperiode op deze aarde hebben besteed aan het doen van wat goed leek in hun eigen ogen?

Spreuken 14:12: „Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.”

Wanneer zal God zich ontfermen over die goede vriend die overleden is of die rover die al veel inbraken heeft gepleegd?

 

 

Geopenbaard door de heilige feesten

 

Het antwoord wordt geopenbaard door de heilige dagen die God aan zijn Gemeente gegeven heeft. Ze herinneren aan de belangrijkste fasen van het plan dat Hij op aarde verwezenlijkt.

U vindt deze heilige dagen in chronologische volgorde in Leviticus 23, maar ze worden door de hele Bijbel heen vele malen genoemd. De wereld, met inbegrip van het traditionele christendom, neemt Gods heilige dagen – zijn feesten – niet in acht en begrijpt daarom niet hoe God bezig is zijn plan uit te werken.

Leviticus 23:4: „Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd.”

„Dit zijn de feesttijden des HEREN”; het zijn Gods feesten. Welke God wilt u dienen?

„Die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd”; elk jaar op de door God bepaalde tijd, op zijn kalender.

Het eerste feest is het Pascha.

Leviticus 23:5: „In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE.”

Het paschalam, Jezus Christus, is ’geslacht’. Een christen gedenkt dit jaarlijks. Jezus veranderde de symbolen in ongezuurd brood en wijn vlak voor zijn kruisiging.

Lukas 22:19-20: „En Hij nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun, zeggende: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.”

„Doet dit tot mijn gedachtenis”; jaarlijks gedenkt een christen met het Pascha de dood van Christus. Zijn opstanding is natuurlijk belangrijk, maar God heeft van die gebeurtenis geen feest ingesteld!

Het tweede feest: de Zeven Dagen van Ongezuurde Broden.

Leviticus 23:6-8: „En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten. Op de eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult gij generlei slaafse arbeid verrichten. Gij zult de HERE een vuuroffer brengen gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.”

Jaarlijks herinnert dit feest een christen eraan om ’ongezuurd’ te leven door Gods geboden van liefde te houden.

1 CorinthiŽrs 5:8: „Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.”

Het derde feest: het Feest van de Eerstelingen of Pinksteren.

Leviticus 23:15-16: „Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn. tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen.” Vers 21: „Op deze zelfde dag zult gij een oproep doen uitgaan, gij zult een heilige samenkomst hebben, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten; het is een altoosdurende inzetting, in al uw woonplaatsen, voor uw geslachten.”

Exodus 34:22: „Het feest der weken, der eerstelingen van de tarweoogst, zult gij vieren.”

Het is de oogst van de ’eerstelingen’, de christenen die in de eerste opstanding zullen zijn.

Jakobus 1:18: „Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.”

Wij naderen nu de tijd dat de vier laatste feesten in vervulling zullen gaan.

Het Bazuinenfeest.

Leviticus 23:24-25: „In de zevende maand, op de eerste der maand, zult gij een rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst. Generlei slaafse arbeid zult gij verrichten en gij zult de HERE een vuuroffer brengen.”

De Grote Verzoendag.

Vers 27-32: „Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de HERE een vuuroffer brengen. Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God. Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten. Ieder die enige arbeid verricht op die dag, zal Ik verdelgen uit het midden van zijn volk. Generlei arbeid zult gij verrichten: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen. Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen. Op de negende van de maand, des avonds, van avond tot avond, zult gij uw sabbat vieren.”

Het Loofhuttenfeest.

Vers 34-38: „Spreek tot de IsraŽlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de HERE, zeven dagen lang. Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Zeven dagen zult gij de HERE een vuuroffer brengen; op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. Dit zijn de feesttijden des HEREN, waarop gij heilige samenkomsten zult uitroepen, om de HERE een vuuroffer te brengen: brandoffer en spijsoffer, slachtoffer en plengoffers, naar het voorschrift voor iedere dag, behalve de sabbatten des HEREN en behalve de gaven en al de gelofteoffers en al de vrijwillige offers, die gij de HERE geven wilt.”

En een laatste feest: de Laatste Grote Dag.

Leviticus 23:36: „Op de achtste dag [na de zeven dagen van het Loofhuttenfeest] zult gij een heilige samenkomst hebben en de HERE een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.” Vers 39: „En op de achtste dag zal er rust zijn.”

Johannes 7:37: „En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!”

Wat beelden deze feesten uit? De reeks toekomstige gebeurtenissen, geschetst in de bijbelse profetieŽn, met name in het boek Openbaring, openbaart ons dat. Zie op de website van de Gemeente van God ’Waarom moeten christenen Gods heilige dagen in acht nemen?’ en onderaan de website staan ze alle zeven in chronologische volgorde. Van elk feest wordt de betekenis uitgelegd.

Hier volgt in het kort wat deze feesten die nog in vervulling moeten gaan betekenen.

Het Bazuinenfeest beeldt Gods rechtstreekse ingreep in het wereldgebeuren uit. Deze zal worden aangekondigd door het bazuingeschal van engelen (Openbaring 8 en 9). Wanneer de laatste bazuin schalt, zal Christus op aarde weerkeren en zal het betrekkelijk kleine aantal heiligen uit de hele geschiedenis tot leven worden gewekt.

Openbaring 11:15-18: „En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. En de vierentwintig oudsten, die voor God op hun tronen gezeten waren, wierpen zich op hun aangezicht en aanbaden God, zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.”

1 Thessalonicen 4:16: „De Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.”

De Verzoendag beeldt de verzoening van de mensheid met God uit. Satan, de bewerker van zonde, zal 1000 jaar gebonden worden in een bodemloze put of „afgrond”.

Openbaring 20:1-3: „En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten.”

Deze 1000 jaar, algemeen bekend als het ’Millennium’, een tijd van geluk onder Gods regering, wordt uitgebeeld door het zeven dagen durende Loofhuttenfeest.

Vers 6: „Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.”

Alle mensen op aarde zullen 1000 jaar lang Gods waarheid leren kennen. Deze zal hun onderwezen worden. Zij zullen ernaar leven. Wereldvrede en welvaart zullen het resultaat zijn.

En wat weten wij van het laatste Feest, dat „de laatste, de grote dag”, of eenvoudig de ’Laatste Grote Dag’ wordt genoemd?

 

 

De tweede opstanding

 

Gods plan eindigt niet met het Millennium. God zij daarvoor dank!

Was dit wel het geval, dan zou de kleine groep mensen die God tijdens de 6000 jaar van menselijk bestuur bekeerde, inderdaad in Gods Koninkrijk zijn. En ook de enorme mensenoogst van degenen die tijdens Christus' regering in het Millennium bekeerd worden, zou in Gods Koninkrijk zijn.

Maar het merendeel van de mensen die ooit geleefd hebben – de miljarden mensen die sinds de tijd van Adam verblind werden en geen kans op behoud hadden – zou buitengesloten zijn, zou achterblijven in de koude stilte van het graf. Voor hen zou de dood inderdaad uiteindelijk overwinnen.

Maar dat is niet de manier waarop God het gepland heeft, en het is niet de manier waarop het gebeuren zal.

Openbaring 20:5: „De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.”

Na de 1000 jaar zullen „de overige doden” – de duizenden miljoenen mensen – opnieuw leven. Zij zullen tot leven worden gewekt.

1 CorinthiŽrs 15:22: „Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden [let wel – allen!].”

In de volgende verzen geeft Paulus de volgorde van de opstandingen.

Vers 23-26: „Maar ieder in zijn eigen rangorde [betekent ook: volgorde]: Christus als eersteling [Hij is opgestaan drie dagen na zijn kruisiging], vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst [dan vindt de eerste opstanding plaats van de weinigen die in de eerste 6000 jaar Gods heilige geest hebben ontvangen]; daarna het einde [de tweede opstanding na het 1000-jarige Vrederijk], wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood [na de tweede opstanding].”

Dat is geweldig nieuws! Deze opmerkelijke gebeurtenis van de tweede opstanding na het zevende millennium wordt beschreven in Openbaring 20:11-12. Johannes zag in een visioen God op zijn troon.

Openbaring 20:11-12: „En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande [in een opstanding] voor de troon, en er werden boeken [Grieks biblia, wat wij de Bijbel noemen] geopend [deze waren niet langer verzegeld en toegesloten voor het verstand van deze menigten]. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens [zij krijgen allen de gelegenheid om het eeuwige leven te ontvangen]; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken [dit gedegen onderwijs geeft hun de mogelijkheid God te gehoorzamen].”

Deze tweede opstanding is voor deze menigten niet een tweede kans op behoud. Zij hebben geen eerdere kans gehad. Het is de eerste (en enige) kans die deze mensen zullen krijgen om de levenswijze van God te leren kennen en zijn heilige geest te ontvangen.

„En de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.”

Zij worden „geoordeeld”, niet veroordeeld, maar „geoordeeld”. Dit oordelen bestrijkt een tijdsbestek waarbinnen aan deze mensen Gods waarheid wordt geopenbaard.

HebreeŽn 9:27 zegt duidelijk dat „het de mensen [de mensen in het algemeen] beschikt is, ťťnmaal te sterven en daarna [nadat zij gestorven en in een opstanding weer tot leven gebracht zijn] het oordeel.”

Iedereen die tot deze periode van oordeel wordt opgewekt zal een faire kans krijgen om te leren naar Gods wetten te leven.

 

 

Een opwindende tijd

 

Wat een geweldige gebeurtenis zal deze climax in Gods plan voor de mensen zijn!

Vele miljoenen mensen zullen weer tot leven worden gebracht. Het zal hun slechts een ogenblik geleden lijken dat zij stierven, hoewel er voor velen duizenden jaren voorbijgegaan zijn. Sommigen stierven in oorlogen, anderen stierven door ziekte, weer anderen werden vermoord, pleegden zelfmoord, stierven door een ongeluk of in concentratiekampen.

Plotseling zullen zij allen daar zijn, weer levend, staande voor de leden van Gods Gezin, een enorme gevarieerdheid aan culturen, talen en achtergronden.

Degenen die hun leven lang blind of verlamd waren, zullen voor het eerst kunnen zien en lopen. Degenen die in slavernij stierven zullen vrij zijn. Hoe verrast zullen zij zijn, wanneer zij beseffen wat er gebeurd is. Al deze miljoenen mensen zullen georganiseerd worden en onderwezen worden in Gods levenswijze. Het zal een vreugdevolle, bedrijvige tijd zijn.

Nadat dit oordeel heeft plaatsgehad, zal een kleine groep mensen, die de waarheid wel gezien en gekend heeft, maar die opzettelijk zal hebben verworpen, worden vernietigd in de „poel des vuurs”.

MattheŁs 25:41: „Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.”

Openbaring 20:14-15: „En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.”

Het vuur zal al het fysieke snel verbranden. Maar de grote meerderheid der mensen zal zich voegen bij degenen die al in Gods Koninkrijk zijn.

Zij zullen delen in de grootse plannen die God in petto heeft voor de rest van de eeuwigheid, dank zij de genade die God over hen heeft uitgestort op „de laatste dag, de grote dag”!

„De laatste dag, de grote dag”. Zo noemt de Bijbel hem. Hij vertegenwoordigt een van de belangrijkste fasen in Gods plan voor de mensheid. En toch hebben de meeste mensen er nooit van gehoord.

God zal zich over de miljarden mensen ontfermen die steeds verblind zijn geweest? Gods heilige dagen geven het antwoord. De tweede opstanding is voor de meeste mensen de eerste (en enige) kans om Gods levenswijze te begrijpen.

Alle mensen zullen gedurende 7000 jaar een eerlijke kans krijgen om volgens de normen en waarden van God te gaan leven. Wie die weg zal gaan zal in het Koninkrijk van God eeuwig leven. Het ultieme geluk zal ons deel zijn.

Ja, God Ūs eerlijk!

 

 

Terug naar de Home Page