Voor literatuurlijst klik hier.

Hoe weet ik welke dag

de eerste dag

van de maand is?

 

Weinigen zullen zich afgevraagd hebben of de Bijbel
instructies geeft over het bepalen van de eerste dag
van de maand. De hele wereld heeft immers een
kalender waarop dat al geregeld is.
Maar Gods heilige volk kijkt op een andere kalender
en de eerste dag van de maand wijst hen de weg
naar de
vaste tijden van Gods heilige dagen.

 

De oude volken waren bekend met de nieuwemaansdag als eerste dag van een nieuwe maand. Ook de Hebreeuwse kalender kende een nieuwemaansdag, evenals de huidige Joodse kalender. En de nieuwemaansdag is op de kalender in de Gemeente van God een onmisbare pilaar in het frame van Gods zevenstappenplan met de mensheid. De zeven stappen worden uitgebeeld door de zeven feesten die op door God vastgestelde tijden in acht genomen moeten worden. Als we niet weten wanneer het de eerste dag van de maand is, weten we ook niet op welke dagen die vaste tijden vallen.
Wanneer mensen die door God worden geroepen de Bijbel gaan onderzoeken en zich daarbij laten leiden door Gods heilige geest, komen ze tot de verbazingwekkende conclusie dat allerlei opvattingen en doctrines van het christendom onbijbels zijn. Toch hadden ze veel gewoonten en leerstellingen uit de christelijke wereld als vanzelfsprekend aangenomen. Ze hadden zichzelf nooit de vraag gesteld of kerst en Pasen wel feestdagen van God zijn. Of dat het zelfs door God verboden feesten zijn. Nooit kwam de vraag op of de zevende dag, de sabbat, Gods wekelijkse heilige rustdag is in plaats van de zondag of dat varkensvlees absoluut door God verboden is om te eten.
Wanneer ze eenmaal opgenomen zijn in de Gemeente en de jaarlijkse feesten van God zijn gaan vieren, hebben ze een kalender leren kennen die voor hen nieuw was. Evenals ze de sabbat, de Tien Geboden en het tiendensysteem hebben aanvaard, hebben ze ook 'de nieuwe' kalender aanvaard.
Toch is er een verschil. Zelfs een verschil met grote consequenties. Iedere trouwe gelovige wil alles bewezen zien, wil zeker weten of hij Gods wil doet. Daartoe wordt hij aangespoord door de Gemeente en de Heilige Schrift: "toetst alles en behoudt het goede." Wat is dan het verschil? Het verschil is dat de waarheid omtrent de geboden en alles wat daarmee samenhangt door iedere oprechte gelovige grondig is bestudeerd en aanvaard, maar dat de kalender die in de verschillende gemeenten van God in gebruik is wel is aangenomen, maar door de meesten nŪet is bestudeerd. De meesten hebben de kalender niet ten volle getoetst aan Gods Woord. Zeer weinigen zijn zelfs maar op de gedachte gekomen om zichzelf de vraag te stellen of die kalender wel in overeenstemming met de bijbelse instructies is. Het is een vanzelfsprekendheid zoals kerst voor een lid van een protestantse kerk.
We gaan hier deze kalender niet bespreken. Daarvoor verwijzen we naar onze publicatie 'Gods Feesten op de kalender'. Wij beperken ons in deze uiteenzetting tot de eerste dag van de maand.

Is er bijbels bewijs?

Hebt u zelf op grond van de Bijbel de volgende vragen beantwoord?

  1. Is er een vers in de Bijbel te vinden waarin staat dat de nieuwe maan het teken van de eerste dag van een maand is?
  2. Leert de Bijbel dat de nieuwe maansikkel het teken is van de eerste dag van een maand?
  3. Is er een schriftgedeelte in de Bijbel waaruit blijkt dat de nieuwe maansikkel met het blote oog waargenomen moet worden.  

Als u alle drie vragen met 'ja' kunt beantwoorden, hebt u per ongeluk in een verkeerd boek gekeken. In geen enkel vers staat rechtstreeks dat de nieuwemaan de eerste dag van de maand is. De Bijbel meldt niets over een maansikkel! Er zijn veel gissingen en ook stellige verklaringen over dit onderwerp. De 'Bijbelse Theologische Encyclopedie' schrijft: "Hoe men vaststelde op welke dag het nieuwe maan was, weten wij niet." Maar dan lezen we enkele zinnen verder in dezelfde encyclopedie de volgende tegenstrijdige tekst met het voorgaande: "Het Sanhedrin kwam op de 30e dag van iedere maand ‘s ochtends vroeg samen en bleef tot het avondoffer bijeen. Zodra iemand de sikkel van de maan zag verschijnen, was hij verplicht daarvan kennis te geven. Het Sanhedrin hoorde de getuigen en sprak over de dag de woorden 'Hij is geheiligd' uit. Deze dag werd als de eerste dag van de nieuwe maand beschouwd, zodat de voorafgaande maand slechts 29 dagen telde. Vanaf de Olijfberg werd het feest door vuursignalen op de bergen overal bekend gemaakt. Later gebeurde dit door boodschappers, omdat men niet meer op de signalen van de Samaritanen kon rekenen. Bij mistig weer of wanneer de lucht bewolkt was, kwamen er natuurlijk geen getuigen van de nieuwe maan. Dan werd de 30e dag als de laatste dag van de lopende maand beschouwd en het feest van de nieuwe maan op de volgende dag bepaald, zonder dat het op een bijzondere wijze bekend gemaakt werd." In andere encyclopedieŽn wordt gesteld dat men niet ťťn dag, maar enkele dagen de hemel naspeurde op zoek naar de maansikkel.
De vermoedens en veronderstellingen over de methode en ook stellige verslagen van het bepalen van de nieuwe maan lopen nogal uiteen, zodat de conclusie is gerechtvaardigd dat men het eigenlijk niet weet.

Bijbelse informatie

De bijbelse informatie over dit onderwerp is veel beperkter dan de meeste mensen denken. Maar het is voldoende. Concreet geeft de Bijbel ons de volgende informatie.

Genesis 1:14  En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren.
Psalmen 104:19  Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden, de zon kent de tijd van haar ondergang.

Hoewel veel mensen er van uit gaan dat direct in de Schrift staat dat de nieuwe maan de eerste van de maand is, moet deze richtlijn uit de samenhang van verzen gelezen worden. De nieuwe maan wordt in veel bijbelboeken genoemd.

Numeri 28:14  En de bijbehorende plengoffers zullen bestaan uit een halve hin wijn bij een stier, en een derde hin bij een ram, en een vierde hin bij een schaap. Dit is het maandelijks brandoffer in elke maand van de maanden des jaars.

In elke maand moest er een brandoffer gebracht worden. We weten dan nog niet zeker op welke dag van de maand. Het volgende vers zegt ons dat dat moet gebeuren op de nieuwemaansdagen.

Numeri 10:10  Ook op uw vreugdedagen, op uw feesten en op uw nieuwemaansdagen zult gij een stoot op de trompetten geven bij uw brandoffers en vredeoffers; zij zullen u dienen om u voor het aangezicht van uw God in gedachtenis te brengen; Ik ben de Here, uw God.

Op de nieuwemaansdagen werden brandoffers gebracht. In het volgende vers lezen we dat deze brandoffers gebracht moesten worden op de eerste dag van de maand, waaruit blijkt dat de nieuwemaansdag het begin van de maand aangeeft.

Numeri 28:11  En bij het begin uwer maanden zult gij de Here een brandoffer brengen: twee jonge stieren, een ram, zeven gave, eenjarige schapen.

Maandelijks werden er brandoffers gebracht en wel "bij het begin uwer maanden". Dat begin wordt in Num. 10:10 nieuwemaansdag genoemd. En zo blijkt ook uit de Bijbel via een omweg dat een maand begint met de nieuwemaan.
Alles wat de Bijbel ons zegt over de betekenis van de maan op de kalender is dat God de maan heeft gemaakt voor de vaste tijden en dat de nieuwemaan het begin is van een maanmaand. Niets over een maansikkel en over visuele waarneming met het blote oog. 

De nieuwemaan feitelijk onzichtbaar

De maan komt evenals de zon en de sterren in het oosten op en gaat in het westen onder als gevolg van de rotatie van de aarde. Die omloop geschiedt in dezelfde richting als waarin de aarde zich om de zon beweegt.
In haar baan om de aarde gedurende ruim 29,5 dagen verdwijnt de afnemende maan als een sikkel, daarna is zij ťťn ŗ twee dagen onzichtbaar en komt vervolgens weer tevoorschijn als een sikkel. De symbolen van de nieuwemaan en volle maan zijn resp. een zwarte en een witte bol.
Met volle maan zijn we precies op de helft van de maand. Dan passeert het middelpunt van de maan de as van de zon en de aarde. De aarde staat dan tussen de zon en de maan.
Met nieuwemaan passeert eveneens het middelpunt van de maan de as van de zon en de aarde. Nu staat de maan tussen de zon en de aarde.
Het tijdstip dat de maan de as van de zon en de aarde passeert, kan elk tijdstip zijn van een etmaal. De smalle maansikkel wordt in Europa gewoonlijk pas twee dagen, in tropische landen wel eens ťťn dag na nieuwemaan gezien.
De nieuwe maan wordt pas zichtbaar minstens ťťn dag nadat de maan de as zon-aarde gepasseerd is. Er kan daarom ťťn of twee dagen verschil optreden tussen de feitelijke (astronomische) nieuwemaan en de visueel waarneembare nieuwe maan.
Jeruzalem was in het Oude Testament de plaats voor het waarnemen van de vaste tijden voor Gods kalender, dus ook voor de nieuwemaan. Zo zal het ook zijn in de Wereld van Morgen en zo is het vandaag in de Gemeente van God.
Voorbeeld 1: als op 8 mei 2005 om 11.08 uur de maan de as zon-aarde passeert, is de sikkel van de nieuwe maan op z'n vroegst pas de volgende ochtend op 9 mei te zien. Als de dag waarop de nieuwe maan als een sikkel visueel waar te nemen is als de eerste dag van de maand wordt aangenomen, dan is in dit voorbeeld 9 mei de eerste dag van die maand, terwijl feitelijk 8 mei de eerste dag is.
Voorbeeld 2: als op 8 april 2005 om 22.54 uur de maan de as zon-aarde passeert, is de sikkel van de nieuwe maan op z'n vroegst pas op 9 april laat in de avond zichtbaar met het blote oog. De dag is dan al voorbij zodat de eerste van de maand de volgende dag op de 10e april begint. Als de dag waarop de nieuwe maan als een sikkel visueel waar te nemen is als de eerste dag van de maand wordt aangenomen, dan is in dit voorbeeld 10 april de eerste dag van die maand en 23 april de 14e (Pascha), terwijl feitelijk 9 april de eerste dag is. Geen 8 april, omdat op die avond pas om 22.54 uur (na zonsondergang) de maan de as zon-aarde passeerde. De 14e (Pascha), van de eerste maand valt dan op 22 april.
Zoals we hebben gezien kunnen we indirect in de Bijbel lezen dat de nieuwemaan de eerste dag van de nieuwe maand is, terwijl in de Heilige schrift niets staat over een maansikkel.
Wel kan men het laatste smalle boogje (sikkel) van de afnemende maan registreren en vervolgens enkele dagen daarna het eerste smalle boogje (sikkel) van de wassende maan. Daartussen ligt de feitelijke nieuwemaan. Als over een aantal jaren de dag en tijd van de verdwijnende sikkel en de weer tevoorschijn komende sikkel geregistreerd wordt, is na verloop van tijd vooraf bekend wanneer het nieuwe maan is.
Ondanks de onregelmatigheden in de vorm en beweging van de maan, konden de oude Griekse sterrenkundigen de excentriciteit van de maanbaan bepalen. Waarom dan niet exact de feitelijke nieuwemaan?
Nieuwemaan – dat is niet de eerste jonge maansikkel, maar de donkere maanhelft – vindt plaats wanneer de maan tussen de aarde en zon door gaat. De eerste sikkel verschijnt pas ťťn of twee dagen later.
De Bijbel zegt niets over een sikkel, maar spreekt van de nieuwemaan!

De Heer van het Oude Testament bepaalt de eerste dag van de maand
en de Heer van het Nieuwe Testament bevestigt die dag

De Heer van het Oude Testament maakt aan Mozes en Ašron de eerste dag van het jaar bekend en die dag is tevens de eerste dag van de maand.

Exodus 12:1  En de Here zeide tot Mozes en tot Ašron in het land Egypte: 2  Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn.

Uit het voorgaande hebben we gezien in Numeri dat nieuwemaansdag de eerste dag van de maand is. In Ex. 12:2 maakt God bekend welke maand de eerste maand van het jaar is. In de verzen 3 en 6 geeft Hij instructies voor de tiende en veertiende dag van deze eerste maand, waaruit de conclusie getrokken kan worden dat de 'Heer' van het Oude Testament in vers 2 ook de eerste dag van de maand bekend maakte of dat die dag bekend was. Anders zou IsraŽl immers niet weten wanneer het de tiende en de veertiende was.
Hiermee hebben Mozes en Ašron een begin. Het is mogelijk dat zij daarna aan het eind van elke maand de laatste glimp van de afnemende maan noteerden en enkele dagen later de eerste glimp van de wassende maan, waarmee de nieuwemaan vastgesteld kan worden. Die ligt immers precies tussen die twee momenten.
De maancyclus is een tijdvak van 19 jaren of 235 maansomlopen, na verloop waarvan de schijngestalten van de maan weer op dezelfde datum vallen. Om precies te zijn: deze periode is 2 uur, 4 minuten en 24 seconden langer dan 19 zonnejaren. Als de nieuwemaan in 19 jaar, 2 uur, 4 minuten en 24 seconden in een schema wordt vastgelegd, kan men deze periode de volgende 19 jaar herhalen, mits het tijdstip van de nieuwemaan te Jeruzalem maandelijks wordt vermeld. Als de nieuwemaan gedurende 40 jaar in de woestijn nauwkeurig is opgetekend, kon IsraŽl met een kant-en-klare kalender het beloofde land binnengaan. Hoewel IsraŽl onder Jozua ook de afnemende en wassende maan bijgehouden zou kunnen hebben voor het bepalen van de nieuwemaan voor de volgende jaren. Strikt genomen is het voldoende dat in een periode van 19 jaar, 2 uur, 4 minuten en 24 seconden de exacte tijd van nieuwemaan wordt opgetekend om oneindig die zelfde perioden te herhalen.
Maar stel dat Mozes en Ašron aan het eind en begin van de maand tegen een zwaar bewolkte hemel keken. De oplossing is simpel. Was het niet God die hen door de woestijn leidde? De Christus, de Rots (1 Cor. 10:4), heeft IsraŽl gedetailleerd voorbereid op hun leven in het beloofde land, en indien nodig, ongetwijfeld gedurende de 40 jaren in de woestijn op elke nieuwemaan gewezen.
God vertelde Mozes en Ašron welke dag de eerste dag van het jaar was. Daarna zwierf IsraŽl 40 jaar door de woestijn. De Rots (JHWH) leidde hen waardoor we zeker weten dat gedurende 40 jaar de nieuwemaansdag op de juiste dag op de kalender werd gezet.
Het staat vast dat 450 later nog steeds vooraf bekend was wanneer het nieuwemaan was.

1 SamuŽl 20:5  David antwoordde Jonatan: Zie, morgen is het de nieuwe maan, dan zou ik bij de koning aan de maaltijd moeten deelnemen. Indien gij mij verlof geeft, houd ik mij in het veld verborgen tot overmorgenavond.

De Joden zullen het document van de kalender bewaard hebben tot in de dagen van Christus, want Hij heeft de feesten gevierd overeenkomstig Zijn eigen instructies aan Mozes en Ašron.
Dezelfde God, die IsraŽl door de woestijn leidde en die mens geworden was, vervulde op exact het goede moment en de juiste datum de kruisiging: in het midden van de week op woensdag de 14e van de eerste maand in het jaar 30 na Chr.
30 n.Chr. is historisch gezien juist en ook volgens Gods kalender het jaar van Christus' dood.
In het jaar 31 na Chr. passeerde de maan de as zon-aarde op dinsdag 10 april om 13.56 uur. De 14e viel dus in dat jaar feitelijk op maandag (23 april). Christus stierf op woensdag.
Als uitgegaan wordt van de visuele waarneming van de sikkel, die op z'n vroegst pas te zien was op 11 april rond het middaguur, dan was woensdag 11 april de eerste dag van de kalendermaand en dinsdag 24 april de 14e van de eerste maand. Christus stierf evenwel niet op dinsdag, maar op woensdag. Met de regels van uitstel van Hillel II kan op woensdag gekomen worden.
In het jaar 30 na Chr. passeerde de maan de as zon-aarde op woensdag 22 maart om 20.09 uur. Omdat dit tijdstip (na zonsondergang – in Jeruzalem om 17.52 uur) in de avond viel begon de feitelijke eerste dag van de maand de volgende dag op donderdag 23 maart en viel de 14e op woensdag 5 april. Christus stierf op woensdag.
Als uitgegaan wordt van de visuele waarneming van de sikkel, die op z'n vroegst pas te zien was op donderdag 23 maart in de avond na zonsondergang, was vrijdag 24 maart de eerste dag van de maand en donderdag 6 april de 14e van de eerste maand. Christus stierf niet op donderdag maar op woensdag.
Ook in de jaren 29 en 32 n.Chr. viel op geen van de kalenders (astronomische nieuwemaan, maansikkel, regels van uitstel van Hillel II) de 14e van de eerste maand op een woensdag.
In de context van de historie is 30 n. Chr. als jaar van de kruisiging aanzienlijk aannemelijker dan 31 n.Chr. Alleen als de uitstelregel van Hillel II wordt toegepast – deze verschuiving van Gods heilige dagen is onbijbels – valt woensdag in 31 n.Chr. op de 14e van de eerste maand. Door 33Ĺ jaar terug te tellen van 31 n.Chr. zou het geboortejaar van Christus op 4 v.Chr. uitkomen (het jaar 'nul' bestaat niet en wordt in het terugtellen dus overgeslagen). Maar daarmee zou de tijdsruimte tussen de geboorte van Christus en het overlijden van koning Herodes te kort zijn voor de ons bekende gebeurtenissen.
Historici vermelden dat koning Herodes aan het eind van het jaar 4 v.Chr. gestorven is. Sommigen nemen een speling tot begin 3 v.Chr. In de periode tussen de geboorte van Christus en het overlijden van Herodes vonden veel gebeurtenissen plaats, die niet in enkele maanden hebben kunnen plaatsvinden. De wijzen hebben de ster van Jezus gezien in het Oosten. Hoeveel tijd ging voorbij voordat ze besloten om naar Judea te gaan? In de verhalen over de geboorte van Jezus lezen en horen we dat de wijzen al enkele dagen na de geboorte Hem bezochten. Toch zegt de Bijbel in duidelijke bewoording geheel iets anders. Dat delen ze mee in Matth. 2:2, 7 en 9.
Ezra ondernam met een gezelschap een reis vanuit Babel via Ahawa in BabyloniŽ naar Jeruzalem (Ezra 7:9; 8:31). Die reis duurde 4 maanden en verliep voorspoedig "daar de goede hand van zijn God over hem was" (Ezra 7:9).
Er zijn sterke vermoedens dat de wijzen IsraŽlitische familiehoofden waren uit de vroegere ballingschaplanden. In Judea aangekomen gingen zij op zoek naar de plaats waar de "Koning der Joden" was geboren want kennelijk zagen ze nu niet de ster die ze in het Oosten hadden gezien.

Mattheus 2:2  en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.

Zij hadden Zijn ster in het Oosten gezien. Nu zagen ze Zijn ster niet meer, want dan hadden ze die ongetwijfeld aangewezen.

Vers 3  Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. 4  En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. 5   Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet: 6  En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk IsraŽl weiden zal.

Na de aankomst van de wijzen in Judea is intussen tijd verstreken.

Vers 7  Toen riep Herodes de wijzen in het geheim en deed bij hen nauwkeurig navraag naar de tijd, dat de ster geschenen had. 8  En hij liet hen naar Betlehem gaan, en zeide: Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, bericht het mij, opdat ook ik hem hulde ga bewijzen.

Hoewel Betlehem dichtbij Jeruzalem ligt vereiste de reis daarheen toch enige tijd.

Vers 9  Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.

Op weg naar Betlehem zagen ze plotseling de ster weer.
Toen ze Jezus hulde gebracht hadden en geschenken gegeven hadden, vertrokken ze langs een andere weg naar hun land terug.

Vers 13  Toen zij weggetrokken waren, zie, een engel des Heren verschijnt Jozef in de droom en zegt: Sta op, neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf aldaar, totdat Ik het u zeg; want Herodes zal alles in het werk stellen om het kind om te brengen. 14  Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.

Jozef en Maria waren al vertrokken met Jezus naar Egypte toen Herodes begreep dat hij misleid was (vers 12). Nog meer tijd was er verstreken.

Vers 16  Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Betlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst.

We hebben aangetoond dat de wijzen niet in enkele maanden na de geboorte van Jezus in Betlehem konden zijn. We hadden ons die moeite kunnen besparen, want uit de verzen 2, 7 en 9 blijkt dat de wijzen ten minste ťťn jaar nadat ze de ster hadden gezien door Herodes werden ondervraagd. We moeten hier benadrukken dat Herodes die twee jaar baseerde op de informatie van de wijzen (vers 7). Zij hadden hem meegedeeld wanneer ze de ster gezien hadden. Nog eens vers 16.

Vers 16  Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was, ontstak hij in hevige toorn en zond bevel om in Betlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst.

Sommigen redeneren dat de wijzen over de juiste tijd van het verschijnen van de ster gelogen zouden hebben. Maar er was geen enkele grond om een andere tijd te noemen. Als ze al argwaan zouden hebben, is er geen reden om te stellen dat het iets zou uitmaken of het kind ťťn, drie of vijf jaar zou zijn. De plaats waar het kind geboren zou zijn is dan eerder een punt om zich zorgen over te maken. Ze hadden echter geen argwaan want ze wilden zelfs teruggaan naar Herodes om verslag uit te brengen. Maar:

Vers 12  …van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren, trokken zij langs een andere weg naar hun land terug.

Er is dus geen grond om te veronderstellen dat de wijzen gelogen zouden hebben over de tijd. Als ze tegen Herodes gezegd hadden dat ze de ster vier weken of vier maanden geleden hadden gezien is dat niet in overeenstemming met de twee jaar die Herodes als grens trekt. Vers 16 van Mattheus 2 zegt dat twee jaar in overeenstemming is met de tijd, die hij bij de wijzen had uitgevorst (het Hebreeuwse woord dat is vertaald met 'uitgevorst' betekent: precies weten; zorgvuldig naspeuren). De leeftijd wordt doorgaans in hele jaren uitgedrukt. We mogen aannemen dat Herodes een royale marge heeft genomen en dat de leeftijd van twee jaar de bovengrens was die hem zekerheid bood dat Jezus gedood zou worden. Het betrof dus jongetjes tussen de ťťn en twee jaar. We kunnen dus vaststellen dat Christus al minstens een jaar geleden was geboren! Dan vond die geboorte plaats in 5 v.Chr. in september/oktober en vaardigde Herodes ruim een jaar later aan het eind van 4 v.Chr. dat bevel uit. Herodes stierf eind 4 v.Chr. of misschien begin 3 v.Chr.
Jozef en Maria waren intussen al naar Egypte gevlucht waar ze bleven tot de dood van Herodes.
De geschiedenis en de Bijbel bevestigen het jaar 5 v.Chr. als geboortejaar van de Messias.
In DaniŽl 9:25 lezen we: Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken (Statenvertaling). DaniŽl zegt dus dat vanaf het moment dat het decreet werd uitgevaardigd om Jeruzalem weer op te bouwen, tot aan de komst van de Messias, er in totaal 69 weken zouden verlopen. Een profetische week is in feite zeven jaar, met inachtneming van het principe van 'een jaar voor een dag', dat we vinden in EzechiŽl 4:6 en Numeri 14:34. De periode van 69 weken is dus een tijdspanne van 483 jaar. Het bevel om Jeruzalem weer op te bouwen werd in 458 v.C. aan Ezra gegeven door koning Artachsasta (Artaxerxes I) van PerziŽ in zijn zevende regeringsjaar (Ezra 7:7). Hij werd koning in 465 v.C. Het zevende regeringsjaar liep van september 459 v.C. tot september 458 v.C. Als we 483 jaar tellen vanaf het jaar 458, komen we aan het jaar 25 n.C. We moeten echter wel rekening houden met het feit dat er geen jaar '0' is. Er moet dus bij de telling ťťn jaar gecompenseerd worden, zodat we bij het jaar 26 n.C. komen. Dit is inderdaad het jaar waarin de Christus zich openbaarde. Als we het jaar van Zijn geboorte willen berekenen, dienen we te weten hoe oud Christus was toen Hij in het najaar van 26 n.C. aan Zijn prediking begon. Lukas 3:23 zegt: En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar… In Numeri 4:3 staat dat de priesters de leeftijd van dertig jaar moesten hebben bereikt voordat zij de priesterlijke functies konden uitoefenen. Christus, als onze Hogepriester, zou zeker niet voor Zijn dertigste begonnen zijn met de prediking van het Koninkrijk Gods, terwijl het evenzeer onlogisch is te veronderstellen dat Hij gewacht zou hebben tot enige tijd nŠ Zijn dertigste geboortedag om Zijn grote opdracht te vervullen.
Aangezien Christus 30 jaar oud was toen Hij in 26 n.C. Zijn openbaar leven begon, moet Hij geboren zijn in het jaar 5 v.C.
We weten dat Christus' openbaar leven en prediking drieŽnhalf jaar duurde en derhalve eindigde op Pascha in het voorjaar van 30 n.C., toen Christus 33Ĺ jaar oud was. Dit komt ook overeen met DaniŽl 9:27 En hij zal het verbond voor velen zwaar maken [Strong: versterken, bevestigen], een week lang; in de helft van de week [de laatste profetische week van 70 weken, Dan. 9:24] zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden…
Dit plaatst de geboorte van Christus in de herfst van het jaar 5 v.C.
Door de bijbelse en historische feiten te combineren blijkt dat alleen het jaar 5 v.Chr. in aanmerking komt als geboortejaar van Christus. En alleen in 30 n.C, wanneer Christus 33Ĺ jaar is en gedood wordt, valt de kruisiging op een woensdag (dus ook letterlijk in de helft van de week, Dan. 9:27). En al deze bijbelse en historische feiten zouden onjuist zijn als de feitelijke (astronomische) nieuwemaan niet de eerste dag van de eerste maand van het jaar van Christus' kruisiging zou zijn.
Er kan geen twijfel over bestaan dat de Heer van het Oude Testament die de Messias werd, aan IsraŽl bekend heeft gemaakt welke dag de eerste dag van de maand is en deze Messias die de Heer van het Nieuwe Testament werd, heeft met de dag van Zijn dood de profetieŽn op exact het juiste tijdstip vervuld en daarmee bevestigd dat de eerste van de maand de astronomische nieuwemaan is.
Hoe belangrijk is dat? Zonder deze dag kunnen we niet weten op welke vaste tijden we Gods feesten moeten vieren. Deze feesten beelden Gods Plan met de mens uit. Zie onze publicatie 'Gods Feesten op de Kalender'.

Conclusie

De Bijbel geeft de volgende informatie:

  1. De maan is gemaakt voor de vaste tijden.
  2. Uit de samenhang van enkele schriftgedeelten blijkt dat nieuwemaansdag de eerste dag van de maand is.
  3. De Bijbel spreekt nergens over een maansikkel.
  4. De Bijbel spreekt nergens over het waarnemen van de nieuwe wassende maan met het blote oog.
  5. Christus maakt, als God van het Oude Testament, aan Mozes en Ašron de eerste dag van de eerste maand van het jaar bekend.
  6. Alleen de feitelijke (astronomische) nieuwemaan, die visueel onzichtbaar is, als eerste dag van de maand, wordt door Christus, als het Lam, op de dag van Zijn kruisiging bevestigd. 

Het is van groot belang dat alle ware christenen op dezelfde dag de jaarlijkse heilige dagen vieren. Dat is Gods wil. Als Gods zeven-stappen-plan volgens de jaarlijkse heilige dagen in vervulling gaan, zoals dat tot op heden is gebeurd, dan wordt de volgende stap het Bazuinenfeest (de terugkomst van Christus), de eerstvolgende grootste dag in de geschiedenis van de mens. Zorg dat u daarvan de betekenis kent en dat u weet welke dag dat is. Bazuinenfeest is een nieuwemaansdag!

 

Terug naar de Home Page

web counter