Voor literatuurlijst klik hier.

 

Wat is ware

BEKERING?

 

Wat betekent zich bekeren? Is het 'Christus aannemen'? Is bekering slechts een diepe emotie? En is bekering werkelijk nodig voor behoud? De antwoorden op deze zeer belangrijke vragen zijn te vinden in de Bijbel.

Sinds Adam en Eva hebben alle mensen, uitgezonderd Jezus Christus, een levenswijze gevolgd die tegengesteld is aan die van God. Wij hebben allen bijgedragen tot de zonden van deze wereld.
Romeinen 5:12  Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.
Wij hebben allen de "wil van het vlees" gedaan, d.w.z. voldaan aan de onmatige begeerten van ons denken en ons lichaam, daar wij allen hebben geleefd in overeenstemming met de gang van zaken in deze wereld die wordt bepaald door "de overste van de macht der lucht".
Efeze 2:1  Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, 2  waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, 3  (trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns).
Aangezien iedereen zondigt, verdient iedereen de straf voor de zonde, de dood: de definitieve beŽindiging van het leven! De apostel Paulus drukte het als volgt uit:
Romeinen 6:21  Wat voor vrucht hadt gij toen? Dingen, waarover gij u nu schaamt; immers, het einde daarvan is de dood. 22  Maar thans, vrijgemaakt van de zonde en in de dienst van God gekomen, hebt gij tot vrucht uw heiliging en als einde het eeuwige leven. 23  Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.
Alle mensen die nog geen berouw over hun zonden hebben, bevinden zich in een geestelijke 'dodencel' en wachten op de uitvoering van een gerechtvaardigde en verdiende doodstraf. Deze straf verdient men door eenvoudigweg 'te doen wat natuurlijk is': zondigen.

Goddelijke vergeving

God heeft in Zijn grote barmhartigheid jegens de mensen echter een weg aangegeven waardoor wij die uiteindelijke straf kunnen ontlopen:
Johannes 3:16  Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Een liefhebbende God wil dat wij ons allen uiteindelijk beroepen op het offer van Zijn Zoon, Jezus Christus, ter kwijtschelding van onze persoonlijke zonden.
Romeinen 5:8  God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. 9  Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. 10  Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft.
Slechts deze ene weg is er om onze zonden te doen uitwissen – ťťn weg slechts om het Koninkrijk van God binnen te gaan als verheerlijkt lid van Gods Gezin. En deze weg houdt berouw en bekering in!
Handelingen 2:38 vat het proces van behoud samen in ťťn enkel vers. De allereerste woorden van deze uiterst belangrijke tekst zijn: "Bekeert u"! Denk ook eens aan de volgende woorden van Jezus: "Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen".
Lukas 13:1  Terzelfder tijd kwamen enigen tot Hem met het bericht over de GalileeŽrs, wier bloed Pilatus met hun offers vermengd had. 2  En Hij antwoordde en zeide tot hen: Meent gij, dat deze GalileeŽrs groter zondaars waren dan alle andere GalileeŽrs, omdat zij dit lot hebben ondergaan? 3  Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen. 4  Of meent gij, dat die achttien, op wie de toren bij Siloam viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen, die in Jeruzalem wonen? 5  Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.
Bekering is dus een stap van levensbelang voor ons behoud.
Maar wat is ware bekering in de ogen van God? Wat moeten wij doen?

Een verandering van richting

Petrus droeg zijn toehoorders in Jeruzalem op:
Handelingen 3:19  Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren.
God zegt ons dat er iets is wat wij moeten doen, opdat Hij het offer van Christus van toepassing laat zijn ter vergeving van onze zonden. Wij moeten aantonen dat wij niet langer de levenswijze wensen voort te zetten die tot de dood leidt. Wij moeten dat doen door van levenswijze te veranderen. Deze verandering van richting is wat 'bekering' wordt genoemd.
Waarvan precies bekeren wij ons?
Van de zonde.
Handelingen die in strijd zijn met Gods wet zijn 'zonde'. Zonde is de schending of overtreding van een of meer van Gods geboden. De bijbelse definitie van zonde staat in 1 Johannes 3:4:
Vertaling Het Boek:  Wie zondigt, overtreedt de wet van God, want elke zonde is een overtreding van die wet.
Vertaling Groot Nieuws Bijbel:  Wie zondigt, gaat in tegen de wet van God, want zonde is ingaan tegen Gods wet.
Leidse vertaling:  Ieder die zonde bedrijft overtreedt ook de wet; want de zonde is de wetsovertreding.
Zich van zonde bekeren betekent dus eenvoudig veranderen. Wij keren ons af van onze zelfzuchtige levenswijze van 'nemen' en 'gaan over op' de levenswijze van 'geven'. Wij laten de zelfzucht achter ons en richten ons op onzelfzuchtigheid. Wij keren ons af van onze eigen weg om Gods weg te volgen.
Wanneer wij onze oprechte wens om te veranderen tonen en God vragen om vergeving voor onze vroegere levenswijze, dan laat Hij het offer van Christus op ons van toepassing zijn. Wij ontvangen dan vergeving en worden bevrijd van de schuld en de straf voor de zonden die wij in het verleden bedreven hebben. Ons hangt niet langer de doodstraf boven het hoofd.
Paulus legde dit als volgt uit:
HebreeŽn 9:14  Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
Onze liefdevolle Schepper is zeer barmhartig!
Laten wij proberen de bijzonderheden van deze essentiŽle stap die leidt tot behoud te begrijpen.

De 'natuurlijke' staat van de mens

Ware bekering brengt verandering onzerzijds met zich mee. Maar waarom verandering? En in welk opzicht? Om deze vragen te beantwoorden moeten wij eerst inzicht krijgen in de 'natuurlijke' staat van iedere mens.
God inspireerde de profeet Jeremia tot het karakteriseren van de diepste drijfveren van het menselijk denken. Wat zegt onze Schepper over het denken, het 'hart', van de mens?
Jeremia 17:9  Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?
Is het onbekeerde denken van de mens geneigd God te gehoorzamen?
Romeinen 8:7  Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: 8  zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
Waartoe is het 'vleselijke' of fysiek georiŽnteerde denken geneigd?
Galaten 5:19  Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, 20  afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, 21  nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beŽrven.
Romeinen 1:28  En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: 29  vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; 30  oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; 31  onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. 32  Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.
Jakobus 4:1  Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten? 2  Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. 3  Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

Waar komen deze geneigdheid en impulsen om te zondigen vandaan, wie is de 'vader' van de zonde?
Johannes 8:44  Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
1 Johannes 3:8  wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

De natuurlijke staat van de mens, gewoonlijk 'de menselijke natuur' genoemd, is op de mensheid overgebracht door de gevallen aartsengel, nu bekend als Satan, de duivel.
Satan wordt geÔdentificeerd als "de god dezer eeuw" [wereld of tijdperk] (2 Cor. 4:4), die alle volken misleidt (Openb. 12:9). Hij wordt verder geÔdentificeerd als de "overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid" (Ef. 2:2).
Satan werkt in de mensen door zijn opvattingen in hun geest 'uit te zenden'. Hij is, bij wijze van spreken, overal ter wereld 'in de lucht', zoals een radio- en tv-zender, hij zendt voortdurend uit. En de geest van de mens, die in ieder individu aanwezig is (Job 32:8; 1 Cor. 2:11) is 'afgestemd' op Satans 'golflengte'. Satan zendt niet uit in woorden, hij zendt niet uit in klanken. Hij zendt houdingen van ijdelheid, zelfzucht, hebzucht, begeerte, wellust, naijver, kritiek, afgunst, wrok, haat, bitterheid en opstandigheid uit, die door de geest van de mens wordt ontvangen. De 'ontvanger' in de mens staat voortdurend afgestemd op de 'zender' Satan.
Deze houdingen van Satan in de menselijke geest vormen wat wij 'de menselijke natuur' zijn gaan noemen. In werkelijkheid is dit Satans natuur die door hem naar onze geest wordt uitgezonden en die door ons op uiteenlopende wijzen tot uitdrukking wordt gebracht. Niemand wordt echter gedwongen aan deze houdingen en impulsen van Satan gehoor te geven. De duivel heeft niet de macht om iemand te dwingen kwaad te denken of te doen! Niettemin doen nietsvermoedende mensen dit automatisch zonder te beseffen wat er in hun geest gebeurt. De meeste mensen laten zich gewoon meevoeren en geven uit gewoonte gehoor aan de impulsen van Satan.
De aangeleerde natuur van de mens drukt zich geestelijk en fysiek uit. De geestelijke kant ervan is ijdelheid. IJdelheid zet aan tot verheerlijking van het eigen ik. Zij is egocentrisch, zelfzuchtig en hebzuchtig. Zij leidt tot wrok en verzet tegen gezag.
De fysieke kant van de menselijke natuur vertoont onmatige neigingen en begeerten die roepen om verzadigd te worden. Vanzelfsprekend zijn er in de mens bepaalde fysieke neigingen die niet verkeerd zijn, zoals de neiging tot zelfbehoud. Wanneer echter begeerte en de egocentrische houding van 'nemen' een rol gaan spelen, is er sprake van zonde.
Zonde is de overtreding van Gods geboden, waarvan de Tien Geboden het fundament vormen. Jezus Christus was de God die deze geboden met Zijn vingers in twee stenen platen graveerde. Zoals Hij de hoeksteen is van het fundament van de nieuwtestamentische gemeente, is Hij – en Hij doet alles namens Zijn Vader – de hoeksteen van de Tien Geboden, als fundament van Gods regering, want Hij schrijft als eerste gebod:
Deuteronomium 5:6  Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
Deze God, Jezus Christus, die ons uit deze wereld verlost heeft, vereist onvoorwaardelijke gehoorzaamheid in het belang van ons welzijn, ons hele leven. Hij eist dat wij Hem liefhebben. Dat is geen idee of voorstel, maar een gebod – gij zult.
Deuteronomium 6:5  Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Hebben wij de Heer, onze God, niet lief, dan schenden wij het eerste gebod.
Vers 2  … opdat gij de Here, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg. 3 … onderhoud ze naarstig, opdat het u wel ga… Vers 6  Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, 7  gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. 8  Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden [onze daden moeten overeenkomstig de geboden zijn] en het zal u een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn [ons denken in overeenstemming met de geboden].
Alles wat God ons opdraagt is een uitvloeisel van het eerste gebod en als wij ons daaraan niet houden, overtreden wij het eerste gebod en de Bijbel noemt dat zonde.
De uitingen van de door Satan geÔnspireerde menselijke natuur zijn daarom in de ogen van God duidelijk onwettig!
Laten wij de wijze waarop de aangeleerde menselijke natuur zich uitdrukt nog eens van een andere kant bekijken.
De mens heeft, onder invloed van hetgeen Satan uitzendt, boven alles zichzelf lief. Hij is zelfzuchtig. Naast zichzelf heeft hij lief wat hem toebehoort of wat in zekere zin met hem verbonden is: personen, materieel bezit, opvattingen enz. Deze maken alle deel uit van een groter 'ik', een klein 'imperium'. Het is dit eigen 'ik' dat mensen liefhebben boven enige 'buitenstaander', en vooral boven God.
Hebben sommige mensen anderen dan niet werkelijk lief? Geven sommigen niet heel veel tijd aan het helpen van anderen? Inderdaad hebben sommigen zich tot op zekere hoogte het beginsel eigen gemaakt dat het beter is te geven dan te ontvangen. Zij volgen wellicht in mindere mate de filosofie van de duivel dan anderen. Zij proberen misschien enkele bijbelse leerstellingen in hun leven toe te passen.
In de meeste gevallen echter zijn ook de ogenschijnlijk altruÔstische daden zelfzuchtig, gemotiveerd door het verlangen door anderen als 'goed' of rechtvaardig te worden beschouwd, of door de wens zichzelf goed te achten, hetgeen niets anders is dan eigengerechtigheid – een verwerpelijk kleed in Gods ogen!
Jesaja 64:6  Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed; wij vielen allen af als het loof en onze ongerechtigheden voerden ons weg als de wind.
Degenen die God ten slotte vanuit hun sterfelijkheid zal veranderen zodat zij goddelijk worden zoals Hijzelf – degenen die zullen worden geboren als kinderen van God –, zijn de mensen die zich van hun zonden bekeren en er met behulp van Gods heilige Geest naar streven hun 'menselijke natuur' (de houdingen en impulsen van Satan) te weerstaan.
Hoe moeten wij volgens Jezus worden als wij het Koninkrijk van God willen binnengaan?
Mattheus 18:2  En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, 3  en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. 4  Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.
Kleine kinderen vertonen de neigingen van de 'menselijke natuur' minder sterk dan grotere kinderen, tieners en volwassenen. Kleine kinderen beschouwen wij als 'lief' en 'onschuldig' wegens hun in wezen nederige en leergierige houding.
Toch beginnen de neigingen van Satan al op zeer jonge leeftijd ons denken te beÔnvloeden. Geleidelijk aan beginnen wij in verschillende mate blijk te geven van vijandschap en opstandigheid jegens gezag. Wij krijgen er een hekel aan 'gecommandeerd' te worden. Wij beginnen onderhevig te raken aan opwellingen die voortspruiten uit onze zinnelijke begeerten. Onze gedachten beginnen op 'ik', 'mij' en 'mijn' gericht te worden. Door de uitstraling van Satan koesteren wij allen deze verkeerde houding in meerdere of mindere mate. Daarom inspireerde God Paulus ertoe te schrijven:
Romeinen 3:10  gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een, 11  er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; 12  allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een. 13  Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; 14  hun mond is van vloek en bitterheid vol; 15  Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, 16  verwoesting en ellende zijn op hun wegen, 17  en de weg des vredes kennen zij niet. 18  De vreze Gods staat hun niet voor ogen. Vers 23  Want allen hebben gezondigd en [zij die zich niet bekeren] derven de heerlijkheid Gods.
Prediker 7:20  Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen.
Laten wij nu eens stilstaan bij het contrast tussen het 'natuurlijke' denken van de mens en dat van God. God is vervuld van onbaatzuchtige liefde. Hij heeft alle mensen lief. In plaats van van hen te nemen wil Hij hun uit zuivere liefde en zorgzaamheid voor de mensheid zegeningen geven. Hij is niet vijandig, uitdagend, opstandig, wraakzuchtig of zelfzuchtig.
God wil dat wij allen ten slotte zullen zijn zoals Hij. Daarom wil Hij dat wij ons afkeren van de slechte invloed die de duivel op ons denken en handelen heeft en ernaar streven die te overwinnen. Dit is waar het bij de bekering in wezen om gaat.

Het begon allemaal in Eden

Adam en Eva werden geschapen met een fysiek lichaam en kregen een menselijke geest naar het beeld en gelijkenis van het verheerlijkte geestelijke lichaam van God en Zijn heilige geest (Gen. 1:26-27). En alles aan hen was "zeer goed" (vers 31).
Zij waren samengesteld uit vlees dat uit het stof der aarde was gemaakt (Gen. 2:7; 3:19). En zij hadden een natuurlijke zorg voor zichzelf. God gaf deze zorg aan ons opdat wij een juiste aandacht voor ons persoonlijk welzijn, ons leven, ons lichaam zouden hebben.
Nergens in de Bijbel zegt God dat het verkeerd is een juiste liefde voor zichzelf te hebben:
Efeze 5:29  want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het…
Er wordt ons geboden anderen even lief te hebben als onszelf.
Mattheus 19:19  … en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Mattheus 22:37  Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. 38  Dit is het grote en eerste gebod. 39  Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40  Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Markus 12:33  En Hem lief te hebben uit geheel het hart en uit geheel het verstand en uit geheel de kracht, en de naaste lief te hebben als zichzelf, is meer dan alle brandoffers en slachtoffers.
Efeze 5:28  Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.
Het wordt pas zonde wanneer wij onszelf meer liefhebben dan de noodzakelijke zorg voor onszelf vereist en wanneer die zorg ten koste van anderen gaat.
Toen Adam en Eva werden geschapen, stond hun natuur 'neutraal' tegenover God. Zij was God niet vijandig gezind. Evenmin bezat zij een inherente of 'geprogrammeerde' neiging Hem te gehoorzamen. Als pas geschapenen waren zij nederig en leergierig als kleine kinderen (Matth. 18:3-4).
God verschafte Adam en Eva de basiskennis van Zijn levenswijze, een levenswijze onder Gods leiding, gebaseerd op de wet van God, een levenswijze van geven en delen. Hij waarschuwde tevens voor de consequenties van het eten van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad.
Toen verscheen de duivel. Op geraffineerde wijze misleidde hij Eva, zodat zij ging twijfelen aan wat God had gezegd en werd verleid tot het eten van de verboden vrucht. Ook Adam at van de vrucht.
Genesis 3:6  En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Vers 17  En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft.
Door de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad te nemen en ervan te eten trokken zij de kennis van goed en kwaad aan zich, eigenden zij zich het recht toe zelf te bepalen wat goed en kwaad is. Door deze handelwijze kwamen zij in opstand tegen Gods gezag, gehoorzaamden zij niet de wet – het gebod dat Hij hun had gegeven – en zondigden zij. Door deze daad kregen zij de zondige natuur of houding van Satan. Hun ogen werden 'geopend'.
Genesis 3:7  Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
Satans opstandige geest en houding was hun geest binnengeslopen. Hun denken, hun 'hart', werd verwrongen: "arglistig" en "verderfelijk" (Jer. 17:9).
Romeinen 5:12  Daarom, gelijk door ťťn mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.
Alle mensen zijn onder de doodstraf gekomen, niet door de zonde van Adam, niet door erfelijkheid, maar doordat "allen [op gelijke wijze] gezondigd hebben".
Wij allen hadden als baby een nederige, leergierige natuur zoals Adam en Eva toen zij pas waren geschapen. Maar vervolgens werd onze geest door Satan beÔnvloed. Daardoor zondigden ook wij tegen God en zijn wij "vleselijk" geworden op een wijze die de eenvoudige lichamelijkheid en de natuurlijke zorg voor het eigen ik te boven gaat.

Een totale ommekeer

De oorspronkelijke Griekse en Hebreeuwse woorden die met 'zich bekeren' en 'bekering' zijn vertaald betekenen zich omkeren, van richting veranderen. En dit is precies wat ware bekering is: een totale ommekeer van ongehoorzaamheid aan God naar gehoorzaamheid aan, liefde voor en samenwerking met Hem.
Ware bekering behelst een volledig besef dat wij hebben gezondigd tegen de Schepper, tegen Zijn levenswijze en Zijn rechtvaardige wet. Ware bekering betekent dat wij een afschuw krijgen van de zonden die wij hebben begaan en van onze eigenzinnige, opstandige natuur. Wij moeten werkelijk vastbesloten en bereid zijn om met Gods hulp op te houden met zondigen, onze opstandigheid te laten varen en ons met ons gehele hart en verstand te onderwerpen aan God.
Het moment dat wij daadwerkelijk beginnen met ons te bekeren is het keerpunt in ons leven!
Wanneer wij tenslotte tot werkelijke en volledige bekering komen, zijn wij serieus bereid om in elk aspect van ons leven Gods wil te laten prevaleren boven onze eigen wil. Bij werkelijke bekering heeft onze zelfzuchtige manier van leven volledig afgedaan. Wij hebben oprecht berouw van onze zonden, en wij zijn gereed en bereid een blijvende verandering te ondergaan. Wij zijn bereid om te keren en de tegengestelde richting in te slaan, m.a.w. Gods weg te volgen.
Inzien dat onze natuur moet veranderen is een stap van essentieel belang voor het bereiken van het werkelijke doel van ons leven. Wanneer wij dit eenmaal begrijpen, kan onze Schepper een begin maken met het proces van het vormen, het scheppen, van Zijn eigen rechtvaardige karakter in ons. Hij doet dat door in ons Zijn heilige Geest te planten. Deze schenkt de geestkracht die nodig is om de onbeheerste, door Satan geÔnspireerde aandriften die ons tot zonde brengen te weerstaan en te boven te komen.

Ware bekering betreft het hart

Ware bekering behoort een ingrijpende en oprecht doorleefde ervaring te zijn.
JoŽl 2:12  Maar ook nu nog luidt het woord des Heren: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. 13  Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de Here, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil.
God aanvaardt geen 'bekering' die louter uiterlijk vertoon is, waarbij geen sprake is van een werkelijk veranderde houding. Let nogmaals op wat God zegt: "Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen."
Een oprechte, berouwvolle houding baant de weg naar een nauwe en tot behoud leidende relatie met God.
Psalmen 34:19  De Here is nabij de gebrokenen van harten Hij verlost de verslagenen van geest.
Geestelijke bekering is duidelijk op God gericht.
Handelingen 20:21  Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus.
Zonde is tegen God gericht. Hij is de Wetgever wiens volmaakte wet wij hebben geschonden. Zich bekeren betekent zich zo vernederd en gebroken voelen bij de gedachte opstandig te zijn geweest jegens de levende, heilige God, zo vol afschuw te zijn van onze oneerlijkheid, ijdelheid en zelfzucht, dat wij ons in diep berouw tot God wenden om genade en vergeving en de hulp vragen die wij nodig hebben teneinde te overwinnen en in ons het rechtvaardige karakter van God tot ontwikkeling te laten komen.
Wat zei Job toen hij tenslotte van zijn eigengerechtigheid was ontdaan?
Job 42:5  Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. 6  Daarom herroep ik en doe boete in stof en as.
Voor het eerst in zijn leven, nadat zijn 'ik' volledig het zelfvertrouwen was kwijtgeraakt, keerde Job zijn egocentrische geest af van zichzelf en begreep hij werkelijk de macht en majesteit van God. Job besefte nu hoe klein hij was in vergelijking met de Schepper (hoofdstuk 36 tot en met 41). Daarom verfoeide hij zichzelf en had berouw.
Sommigen denken dat bekering louter een kwestie is van Gods waarheid (of een deel ervan) 'zien' en zo 'goed' zijn die te aanvaarden. Dat is geen bekering. Dat is eigen gerechtigheid – zonde – iets om zich van te bekeren.
Wij allen moeten uiteindelijk zover komen dat wij onszelf zien zoals Job. Wij moeten onszelf gaan zien door de ogen van God. Door Gods Woord te bestuderen beginnen wij te begrijpen dat wij allen de heerlijkheid of het karakter van God missen en dat wij Zijn vergeving en hulp heel hard nodig hebben.
Op dit punt gekomen vraagt u wellicht: "Ik zie de noodzaak van bekering wel in, maar hoe moet ik ertoe komen?"
Allereerst moeten wij inzien dat wij op eigen kracht geen diep gevoel van afschuw voor onze zonden en onze zondige natuur kunnen creŽren. Hoe kan iemand dan tot een dergelijke bekering komen? Hoe kan men overgaan van egocentrische liefde naar liefde voor God? En hoe kan men beginnen liefde voor God en voor de naaste aan de dag te leggen? Deze wens moet komen van God Zelf.
Door Gods goedheid en barmhartigheid wordt iemand tot bekering geleid.
Romeinen 2:4  Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt?
God is geduldig en liefdevol wanneer Hij iemand tot bekering brengt. Het is God die bekering geeft.
2 Timotheus 2:25  met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren.
Handelingen 11:18  En toen zij dit gehoord hadden, kwamen zij tot rust en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering ten leven geschonken.
Jezus heeft duidelijk gezegd dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Vader hem trekt.
Johannes 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Vers 65  En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem van de Vader gegeven zij.
Hoe weten wij, in het licht van bovengenoemde passages, of de Vader ons 'trekt', ons tot bekering roept? Indien u begrijpt wat u tot dusverre hebt bestudeerd en gelooft wat de Bijbel zegt en u tot God wilt komen om Hem te gehoorzamen, dan wordt u geroepen!

Onvoorwaardelijke overgave aan God

Vůůr Christus' terugkeer om het Koninkrijk van God te vestigen en Gods liefdevolle regering aan de mensheid op te leggen, roept God bepaalde mensen op om zich te bekeren, om zich nu vrijwillig te onderwerpen aan Gods wil.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen het oppercommando van de Geallieerden Duitsland, ItaliŽ en Japan opriep zich over te geven, eiste het onvoorwaardelijke overgave. Dit betekende dat de verslagen Asmogendheden zich volledig moesten overgeven aan de overwinnaars, zonder voorwaarden, beperkingen of nadere bepalingen. De betreffende naties gaven zich over en stemden erin toe zich te onderwerpen aan iedere wet die door de overwinnaars zou worden opgelegd. Dit is wat Christus op dit moment van ons eist!
Na de onvoorwaardelijke overgave van de Asmogendheden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bezetten de legers van de Geallieerden de veroverde gebieden om daaraan de wil van de bezettende mogendheden op te leggen. Niemand vond het vreemd dat de overwinnaars het recht opeisten de verslagen Asmogendheden te gebieden wat zij moesten doen, en zo, door hun bemoeienis, het leven van de overwonnenen te bepalen. Ditzelfde recht eist God op wanneer wij ons eenmaal aan Hem hebben overgegeven.
Er is een verschil. De verantwoordelijke leiders van de verslagen Asmogendheden zullen in hun gedachten de nederlaag betreuren, terwijl wij van harte Gods heerschappij in ons leven wensen.
Wanneer wij ons bekeren – ons volledig overgeven aan God – en gedoopt worden, plant God Zijn Geest in ons. Die begint dan onze manier van denken en leven te beÔnvloeden.
De heilige Geest neemt echter niet onze vrije wil weg. Hij zal ons niet dwingen iets wel of niet te doen. Gods Geest zal ons alleen leiden in de richting van Gods waarheid en ons de geestelijke kracht geven Gods wil te doen.
Bekering betekent eenvoudig het opgeven van onze eigen levenswijze en ons richten op Gods levenswijze. Bekering betekent overgave – onvoorwaardelijke overgave – teneinde te leven naar ieder woord van God. Aangezien de Bijbel het Woord van God is, betekent bekering te gaan leven volgens de Bijbel. Dit betekent volkomen, vrijwillige onderwerping aan Gods gezag, zoals dat in Zijn Woord is vastgelegd.
Betekent onderwerping aan God tevens dat wij Hem boven alles en iedereen moeten stellen?
Mattheus 10:37  Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig.
Is ons eigen leven hierbij inbegrepen?
Lukas 14:26  Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.
Dit betekent niet dat wij onze ouders, man of vrouw, broers en zusters en kinderen moeten haten om God lief te mogen hebben. In precies dezelfde betekenis als hij "ook zelfs zijn eigen leven" haat, moeten we elk leven dat niet in overeenstemming is met Gods wil haten. We zullen onze naasten lief moeten hebben en tegelijkertijd hun vijandige houding jegens God haten. De vergelijking in Mattheus 10:37 toont aan dat God wordt vergeleken met je dierbaren.
Jezus zei, met een merkwaardige paradox, dat wie zijn oude zondige, zelfzuchtige 'ik' verloochent en zijn leven opgeeft of 'verliest' ter wille van Christus, zal leven.
Mattheus 10:39  Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.
Mattheus 16:24  Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. 25  Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.
Jezus doelde op het geven van ons leven in volkomen gehoorzaamheid en dienstbaarheid aan God. Bekering – overgave aan God is niet een kwestie van opgeven van al het goede. Bekering is iets positiefs. Niet alleen ontkomt men daardoor aan de uiteindelijke straf voor de zonde, maar ook leidt Gods levenswijze tot talrijke zegeningen in dit leven!
Bekering betekent nadrukkelijk niet dat wij het gebruik of de waardering voor materiŽle dingen moeten opgeven. God is geÔnteresseerd in onze houding tegenover materiŽle zaken. Hij wil weten of wij eerst, als onze hoogste prioriteit, Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid zoeken.
Mattheus 6:33  Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
God wenst dat wij voorspoed hebben en gezond zijn. Johannes schrijft aan Gajus:
3 Johannes 1:2  Geliefde, ik bid, dat het u in alles wel ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wel gaat.
God wil dat wij alleen die dingen opgeven die slecht voor ons zijn, die ons geestelijk en lichamelijk schaden. Berouw en bekering maken het ons mogelijk Gods materiŽle schepping op verstandige wijze te gebruiken op grond van de leiding van Zijn wet en Zijn Geest.
De overgave aan God is niet iets dat we niet al te zwaar hoeven op te vatten. wij moeten eerst "de kosten berekenen" en ten diepste beseffen wat werkelijk vereist is voor overgave aan God.
Lukas 14:27  Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. 28  Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? 29  Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, 30  zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien.

Wij moeten ons richten op Gods wet

Hoe kunnen wij van de zonde gereinigd worden, voor God aanvaardbaar worden gemaakt? Door het offer van Christus en door Zijn vergoten bloed, dat onze zonden uitwist en ons met God verzoent.
Romeinen 5:8  God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. 9  Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. 10  Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft.
Wat moeten wij doen opdat het offer van Christus op ons van toepassing is?
Handelingen 3:19  Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren.
Zij van wie de zonden vergeven zijn worden symbolisch voorgesteld als degenen die hun kleren "wit" hebben laten maken door het reinigende bloed van Christus.
Openbaring 7:13  En een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? 14  En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.
Schone, witte kleren zijn het symbool van de rechtvaardigheid die God eist van degenen die Zijn Koninkrijk binnengaan?
Openbaring 19:8  en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.
Hoe luidt de door God geÔnspireerde omschrijving van gerechtigheid van koning David? Betreft Zijn definitie niet duidelijk het houden van Gods geboden?
Psalmen 119:172  Mijn tong zal uw woord bezingen, want al uw geboden zijn gerechtigheid.
Zondaars moeten zich bekeren tot de wet van God.
EzechiŽl 18:21  Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van alle zonden die hij begaan heeft, al mijn inzettingen onderhoudt en naar recht en gerechtigheid handelt, dan zal hij voorzeker leven; hij zal niet sterven. 22  Geen van de overtredingen die hij begaan heeft, zal hem worden toegerekend; om de gerechtigheid die hij betracht heeft, zal hij leven.
Wie zijn naar Paulus schrijft gerechtvaardigd voor God: de hoorders of de daders van Gods wet?
Romeinen 2:13  want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.
Paulus maakte duidelijk dat, ook al geschiedt de onverdiende vergeving van onze zonden door de genade van God op grond van het geloof in het offer van Christus, een christen is niettemin aan God verplicht Zijn wet te onderhouden.
Romeinen 3:31  Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.
Lees ook heel hoofdstuk 6.
Wat zei Jezus tot de rijke jongeling die het eeuwige leven wenste?
Mattheus 19:16  En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? 17  Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.
Christus noemde voldoende geboden op om duidelijk te maken dat Hij inderdaad over de Tien Geboden sprak.
Vers 18  Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, 19  eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Een gangbare doctrine van het traditionele christendom is dat Jezus in onze plaats God heeft gehoorzaamd; dat wij niets anders behoeven te doen dan te geloven dat Hij alles voor ons heeft gedaan en Hem als onze Verlosser aanvaarden. Zo zijn en worden miljoenen mensen ertoe gebracht te geloven dat God ons Jezus' rechtvaardigheid toerekent en ons op grond van de gehoorzaamheid van Jezus als rechtvaardig beschouwt, terwijl wij in de zonde blijven door Gods geboden te overtreden.
Niets is minder waar!
Jezus leidde niet een leven van gehoorzaamheid voor ons, d.w.z. in onze plaats. Wij zijn niet vrijgesteld van het houden van Gods geboden in ons streven een rechtvaardig leven te leiden, te overwinnen en in goddelijk karakter te groeien.
Gods wet is als een spiegel die ons onze zonden voorhoudt.
Jakobus 1:22  En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden. 23  Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; 24  want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. 25  Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
Romeinen 7:7  Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren.
De wet van God is een geestelijke spiegel waarin wij kunnen kijken om het geestelijke vuil – de zonde – in onze geest en ons hart te ontdekken. De spiegel is niet verantwoordelijk voor de aanwezigheid van het vuil, of voor de schade die het kan veroorzaken. De functie van de spiegel – de wet – is het vuil te laten zien, zodat men er iets aan kan doen (zich van de zonde bekeren en gereinigd worden) en daardoor vrij kan worden van angst, van ellende, van de straffen die met de zonde gepaard gaan, m.a.w. vrij van de slavernij van Satans levenswijze.
Gods wet is heilig, goed en rechtvaardig.
Romeinen 7:12  Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.
Gods wet is de weg naar vrede, geluk en vreugde. Het is een volmaakte wet die God de mensheid heeft gegeven om de mens gelukkig te maken, om hem binnen te voeren in het volle, overvloedige leven, zowel in dit leven als in alle eeuwigheid. Het kwaad waaronder de mens in deze tijd gebukt gaat wordt niet veroorzaakt door de wet maar door de overtreding ervan.
Hoe vatte Jezus Gods wet samen?
Mattheus 22:36  Meester, wat is het grote gebod in de wet? 37  Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. 38  Dit is het grote en eerste gebod. 39  Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 40  Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
In welk ene woord kan Gods wet en het inachtnemen ervan worden samengevat?
Johannes 14:15  Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.
Johannes 15:10  Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.
2 Johannes 1:5  En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod zou schrijven, maar hetgeen wij van den beginne gehad hebben: dat wij elkander liefhebben. 6  En dit is de liefde, dat wij naar zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, gelijk gij het van den beginne gehoord hebt, dat gij daarin moet wandelen.
Romeinen 13:8  Zijt niemand iets schuldig dan elkander lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. 9  Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 10  De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.

De hele intentie en het doel van de Tien Geboden is liefde, want "God is liefde" (1 Joh. 4:16). Jezus liet zien dat Gods wet fundamenteel twee aspecten heeft. Het eerste toont ons hoe wij God moeten liefhebben, wat de zin van de eerste vier geboden is. Het tweede toont ons hoe wij onze naaste – al onze medemensen – moeten liefhebben. De laatste zes geboden leren ons hoe wij dit moeten doen.
God belooft zegeningen aan degenen die Zijn wet in acht nemen.
Deuteronomium 28:1  Indien gij dan aandachtig luistert naar de stem van de Here, uw God, en al zijn geboden, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zal de Here, uw God, u verheffen boven alle volken der aarde. 2  De volgende zegeningen zullen alle over u komen en uw deel worden, indien gij luistert naar de stem van de Here, uw God: 3  Gezegend zult gij zijn in de stad en gezegend op het veld. 4  Gezegend zal zijn de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw bodem en de vrucht van uw vee: de worp van uw runderen en de dracht van uw kleinvee. 5  Gezegend zullen zijn uw mand en uw baktrog. 6  Gezegend zult gij zijn bij uw ingang en gezegend zult gij zijn bij uw uitgang. 7  De Here zal uw vijanden, die tegen u opstaan, verslagen aan u overleveren. Langs een enkele weg zullen zij tegen u optrekken, maar langs zeven wegen voor u vluchten. 8  De Here zal over u de zegen gebieden in uw schuren en in alles wat gij onderneemt; Hij zal u zegenen in het land dat de Here, uw God, u geven zal. 9  De Here zal u als zijn heilig volk bevestigen, zoals Hij u gezworen heeft, indien gij de geboden van de Here, uw God, onderhoudt en in zijn wegen wandelt. 10  Dan zullen alle volken der aarde zien, dat de naam des Heren over u uitgeroepen is, en zij zullen voor u vrezen. 11  Ook zal de Here u overvloedig het goede schenken, in de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw vee en de vrucht van uw bodem; in het land, waarvan de Here aan uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het u geven zou. 12  De Here zal zijn rijke schatkamer, de hemel, voor u openen om op zijn tijd de regen voor uw land te geven en al het werk uwer handen te zegenen, zodat gij aan vele volken zult uitlenen zonder zelf te leen te ontvangen. 13  De Here zal u stellen tot een hoofd en niet tot een staart, gij zult enkel opgaan en niet neergaan, wanneer gij luistert naar de geboden van de Here, uw God, die ik u heden opleg om die naarstig te onderhouden, 14  en wanneer gij niet afwijkt van alle geboden, die ik u heden geef, noch naar rechts noch naar links, door het achterna lopen en dienen van andere goden.
Leviticus 26:1  Gij zult u geen afgoden maken; een gesneden beeld noch een gewijde steen zult gij u oprichten; ook een steen met beeldhouwwerk zult gij in uw land niet zetten, om u daarvoor neder te buigen, want Ik ben de Here, uw God. 2  Mijn sabbatten zult gij houden en mijn heiligdom ontzien, Ik ben de Here. 3  Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, 4  dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; 5  de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. 6  En Ik zal vrede in het land geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren. 7   En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 8  Vijf van u zullen honderd achtervolgen, en honderd van u zullen tienduizend achtervolgen, en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 9  En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en u talrijk maken, en Ik zal mijn verbond met u bevestigen. 10  En gij zult het overjarige, dat overgebleven is, eten, en het overjarige zult gij voor het nieuwe moeten wegdoen. 11  En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, 12   maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn. 13  Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, opdat gij hun niet meer tot slaven zoudt zijn; Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop doen gaan.
Mattheus 6:31  Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? 32  Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. 33  Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
Jakobus 1:25  Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.

Wij kunnen vanzelfsprekend niet verwachten dat God ons rijk zal maken, maar wij kunnen zeker verwachten dat Hij ons van de noodzakelijke levensbehoeften zal voorzien, en misschien daarboven nog meer zal schenken, al naargelang wij daarmee kunnen omgaan en wij ernaar streven Hem te behagen. Bovendien kijken de ogen van de wereld naar ons. Niemand zal ooit kunnen zeggen dat God de rijkdom van mensen nodig had om Zijn plan te verwezenlijken.
Welke andere grote voordelen ontlenen wij aan het gehoorzamen van Gods wet?
Psalmen 19:8   De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. 9  De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen. 10  De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig. 11  Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja dan honigzeem uit de raat. 12   Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.
Psalmen 119:165  Zij, die uw wet liefhebben, hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.

Gods oproep tot bekering

EzechiŽl werd door God geÔnspireerd tot het optekenen van een waarschuwende boodschap voor de nakomelingen van IsraŽl.
EzechiŽl 33:7  Gij nu, mensenkind, u heb Ik tot wachter over het huis IsraŽls aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen. 8  Als Ik tot de goddeloze zeg: Goddeloze, gij zult zeker sterven! Maar gij spreekt niet om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen. 9  Maar als gij een goddeloze waarschuwt om zich van zijn weg te bekeren, doch hij bekeert zich daarvan niet, dan zal hij in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar gij hebt uw leven gered. 10  Gij nu, mensenkind, zeg tot het huis IsraŽls: Aldus zegt gij: onze overtredingen en onze zonden rusten op ons en daardoor kwijnen wij weg. Hoe zouden wij dan leven? 11  Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here Here, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis IsraŽls?
Het volk moet zich bekeren van zijn eigen weg.
Spreuken 14:12  Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.
Het boek EzechiŽl was bestemd voor de huidige afstammelingen van IsraŽl, o.a. de Verenigde Staten, Groot-BrittanniŽ en de democratische landen van Noordwest-Europa. Hun voorvaderen uit de Oudheid deden echter evenzeer wat goed was in eigen ogen, omdat hun hart niet bekeerd was (Jer. 17:9).
Romeinen 8:7  Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: 8  zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
Zij hadden niet Gods Geest, die hen in staat had kunnen stellen Satan te weerstaan en God te gehoorzamen. De heilige Geest was hun ook niet ter beschikking gesteld.
Het voorbeeld van het IsraŽl en Juda van de Oudheid is een belangrijke les voor degenen die in deze tijd de heilige Geest ontvangen. Door de heilige Geest kunnen wij de "vrucht van de Geest" voortbrengen, uiteengezet in Galaten 5:22-23.
Galaten 5:22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 23  Tegen zodanige mensen is de wet niet.
Zonder de heilige Geest echter brengen wij, net als zij, "de werken van het vlees" voort. Sommige daarvan worden opgesomd in Galaten 5:19-21. Alle zijn zonde, want het zijn overtredingen van Gods heilige, rechtvaardige, geestelijke wet.
De mensheid van vandaag legt nog steeds deze 'werken' of uitvloeisels van wat van nature komt aan de dag. En de wereld oogst de frustraties en het verdriet die het gevolg zijn van dit schenden van Gods geboden.
Welke boodschap droeg God de profeet Johannes op te verkondigen?
Mattheus 3:1  In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea, 2  en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. 3  Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zeide: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. 4  Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. 5  Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele Jordaanstreek tot hem uit, 6  en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zonden. 7  Toen hij nu zag, dat vele van de FarizeeŽn en SadduceeŽn tot de doop kwamen, zeide hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? 8   Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt.
Let in het bijzonder op vers 2 en vers 8.
Wat was de boodschap van Jezus vanaf het begin van Zijn prediking?
Markus 1:14  En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken, 15  en Hij zeide: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.
Mattheus 4:17  Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Zie ook nog eens Lukas 13:1:5.
Christus' discipelen moesten dezelfde boodschap verkondigen.
Mattheus 10:7  Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Jezus zei dat bekering gepredikt zou worden onder alle volken.
Lukas 24:46  En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, 47  en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.
Op de eerste Pinksterdag na de kruisiging van Jezus Christus toen de heilige Geest werd uitgestort op de discipelen van Christus (Hand. 2:1-4), hield Petrus een toespraak. Tot het prediken van welke boodschap inspireerde God Petrus ten overstaan van de menigten die in Jeruzalem waren verzameld?
Handelingen 2:37  Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? 38  En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Petrus bleef bekering prediken.
Handelingen 3:19  Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren.
Dezelfde oproep tot bekering vormt een essentieel onderdeel van de boodschap van Gods Gemeente in onze tijd.
De Bijbel maakt duidelijk dat er geen uitzonderingen zijn, dat iedereen zonden heeft om zich van te bekeren.
1 Johannes 1:8  Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. 9   Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. 10  Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet.
Romeinen 3:23  Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.
Romeinen 5:12  Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.
Prediker 7:20  Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen.
Er zijn veel mensen die zichzelf beschouwen als 'goede, eenvoudige lieden' die persoonlijk nooit enig kwaad hebben gedaan en dus weinig of niets hebben om zich van te bekeren. De Bijbel zegt echter dat allen gezondigd hebben! Wie meent niet gezondigd te hebben, maakt zich in werkelijkheid schuldig aan de zonde van eigengerechtigheid.
God gebiedt specifiek aan alle mensen, waar dan ook, om zich te bekeren.
Handelingen 17:30  God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen.
Men stapelt de "toorn" van God op als men besluit zich niet te bekeren?
Romeinen 2:5  Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.
Jezus waarschuwt degenen die weigeren zich te bekeren?
Lukas 13:3  Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen. Vers 5  Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.
Wat is het uiteindelijke lot van verstokte zondaars?
Romeinen 6:23  Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.
Openbaring 20:15  En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.
Maleachi 4:1  Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de Here der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten.

God stelt iedereen op zijn tijd in de gelegenheid Zijn wet van liefde te leren kennen. Helaas zullen sommigen blijven weigeren zich aan Gods wet, die de weg naar eeuwige vrede, eeuwig geluk en eeuwige vreugde is, te onderwerpen. Als God eeuwig leven zou schenken aan wie volharden in hun opstandigheid, aan wie koppig weigeren zich te bekeren, aan wie er niet in slagen een rechtvaardig karakter te ontwikkelen, dan zouden zij zichzelf en anderen slechts eeuwige ellende en teleurstelling bezorgen. Het meest barmhartige dat God voor alle betrokkenen kan doen is daarom dergelijke opstandigen het voortbestaan te ontzeggen. De onverbeterlijken zullen eenvoudig ter dood gebracht worden en voor altijd ophouden te bestaan. Slechts degenen die zich bekeren en God gehoorzamen zullen als lid van Gods glorieuze, eeuwige Gezin geboren worden.

Vals berouw

De bijbelteksten die wij tot dusverre bestudeerd hebben tonen duidelijk aan dat bekering vereist is om het Koninkrijk van God te kunnen binnengaan. Wij hebben gezien dat ware bekering niet slechts een kwestie van gevoel of emotie is. Ware bekering is naast een emotie een geestelijke aangelegenheid: het diepe besef dat wij gedacht, gesproken en geleefd hebben in strijd met Gods wet en dat wij daarmee moeten ophouden.
Toch zijn er mensen die menen dat zij voor God gerechtvaardigd kunnen worden zonder bekering. Laten wij tot het inzicht komen dat dit onmogelijk is.
Kan men in feite Christus eren, Hem erkennen als "Heer" en toch Zijn Koninkrijk niet binnengaan?
Mattheus 7:21  Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.
Hoe kan men Hem verder nog eren en desondanks niet uit God worden geboren bij Christus' komst?
Mattheus 15:7  Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: 8  Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. 9  Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.
Wie zullen dan wel Gods Koninkrijk binnengaan?
Mattheus 7:21  … wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.
Let op wat Jezus nog meer heeft gezegd over degenen die Hem willen eren zonder gehoorzaamheid aan Gods geboden:
Markus 7:7  Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. 8  Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen. 9  En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden.
De zinnelijke mens doet vrijwel alles liever dan zich aan God overgeven. Zijn natuur (Jer. 17:9; Rom. 8:7-8) verzet zich tegen de gedachte zich aan Gods wet te moeten onderwerpen. In Christus' tijd stelden huichelachtige godsdienstijveraars hun eigen wetten en tradities in de plaats van Gods wet. Sindsdien verklaren de mensen Gods geboden nietig en bedriegen zij zichzelf door te denken dat zij behoud kunnen verkrijgen door enkel te geloven in de zondeloze Christus als hun Verlosser.
De menselijke natuur wil rechtvaardig zijn, maar zij wenst niet dan ook rechtvaardig te handelen. Daarom zegt men vaak: "Wel, ik zie het zo", en vervolgens stelt men de eigen opvatting van rechtvaardigheid boven die van de Bijbel. Indien het de mens "juist schijnt", wordt het zijn wet. Dit is niets anders dan eigengerechtigheid.
Een andere manier waarop "de overste van de macht der lucht" miljoenen mensen misleidt ten aanzien van bekering en behoud is 'boetedoening'. De Bijbel toont duidelijk aan dat geen enkele hoeveelheid menselijke werken vergeving van zonden kan bewerkstelligen. Ook de offerwetten van het Oude Testament konden geen vergeving en een zuiver geweten teweegbrengen. Het waren slechts symbolische typen, zinnebeelden van het hoogste offer voor onze zonden: Jezus Christus, die later voor de zonden van de mensheid zou sterven.
HebreeŽn 9:9  Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die [God daarmede] dient, voor zijn besef te volmaken, 10  daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel. 11  Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, 12  en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. 13  Want als reeds het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, 14  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
HebreeŽn 10:4  want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen. 5  Daarom zegt Hij bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid; 6  in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad. 7   Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik (in de boekrol staat van Mij geschreven) om uw wil, o God, te doen. 8  In de aanhef zegt Hij: Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild, noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden. 9  Doch daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden. 10  Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Er is eenvoudig geen manier waarop wij zelf onze zonden kunnen goedmaken. Rozenkransen, aflaten, vasten of zelfkastijding of welke wijze dan ook wist de schuld van de zonde niet uit. Wij kunnen de straf voor de zonde – de dood – niet uit de weg gaan door onszelf voor onze zonden te straffen. Alleen het offer van Christus kan dienen om aan die straf te voldoen. En de enige manier waarop Christus' offer kan worden toegepast om onze zonden uit te wissen is het aanvaarden ervan door het opgeven van ons voorgaande leven van ongehoorzaamheid en door te beginnen met het gehoorzamen van Gods wet. Dit is de kern van ware bekering.
Wat zegt de Bijbel over eigengerechtigheid?
Jesaja 64:6  Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed; wij vielen allen af als het loof en onze ongerechtigheden voerden ons weg als de wind.
En wat zei Jezus over degenen die "van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren"?
Lukas 18:9  Hij sprak ook met het oog op sommigen, die van zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren en al de anderen verachtten, deze gelijkenis: 10  Twee mensen gingen op naar de tempel om te bidden; de een was een FarizeeŽr de ander een tollenaar. 11   De FarizeeŽr stond en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als deze tollenaar; 12  ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van al mijn inkomsten. 13  De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig! 14  Ik zeg u: Deze keerde, in tegenstelling met de ander, gerechtvaardigd naar huis terug. Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.
De apostel Paulus beschreef de maatschappij waarin wij tegenwoordig leven.
2 Timotheus 3:1  Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: 2  want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3  liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, 4  verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God.
Let in het bijzonder op vers 5.
Vers 5  die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand.
Veel mensen beweren godsdienstig te zijn; zij gaan naar de kerk; zij hebben een "schijn van godsvrucht", d.w.z. een uiterlijke vorm van godsdienstigheid. Maar intussen maken zij, zoals deze verzen duidelijk tonen, zich de opvattingen en gewoonten eigen die deze wereld juist hebben gemaakt tot wat zij nu is: "de tegenwoordige boze wereld" (Gal. 1:4). Dit is geen goddelijke bekering.
God verlangt een algehele ommekeer van ons. Hij wil dat wij ons geheel afkeren van het volgen van de wegen die naar menselijke redenering rechtvaardig lijken; Hij wil dat wij ons geheel omdraaien en beginnen met het volgen van Gods weg, zoals die in de Bijbel wordt geopenbaard.
Wat zegt God verder over deze tegenwoordige boze wereld waarin wij allen een rol spelen?
1 Johannes 2:15  Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16  Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. 17  En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Wat moeten wij met betrekking tot deze wereld doen?
Openbaring 18:4  En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen.
Romeinen 12:2  En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.
Dit is het uitgangspunt van de weg naar behoud. God beveelt ons uit deze wereld te komen, haar verkeerde wegen achter ons te laten. Wanneer wij ons niet langer conformeren aan deze wegen, die in strijd zijn met Gods weg, worden wij meer en meer als Christus doordat wij de heilige Geest de kans geven ons denken te vernieuwen.
2 Corinthe 7:8  Want al heb ik u door mijn brief bedroefd, ik heb er geen spijt van [die brief maande de gemeente tot bekering van een zonde in de gemeente, 1 Cor. 5:1-8)]. Mocht ik er spijt van gehad hebben, ik zie, dat die brief u, indien al, dan toch slechts tijdelijk bedroefd heeft.
Wat is het soort droefheid om de zonde, het berouw, dat God accepteert en waartoe leidt het?
Vers  9  thans verblijdt het mij, niet, dat gij bedroefd zijt geworden, maar dat de droefheid u tot inkeer heeft gebracht; want gij zijt bedroefd geworden naar Gods wil, zodat gij generlei nadeel van ons hebt geleden. 10  Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil…
Wat is het resultaat van het soort spijt of droefheid van deze wereld?
Laatste deel vers 10 …  maar de droefheid der wereld brengt de dood.
Er wordt vaak gedacht dat een tijdelijk berouwvol gevoel wegens begane fouten – zonder een werkelijke verandering van levenswijze – voldoende is voor bekering en behoud.
God zegt dat een dergelijke 'bekering' volkomen onaanvaardbaar is en slechts tot de dood leidt!
Ware bekering is veel meer dan een tijdelijke, emotionele 'ervaring'. Ware bekering, 'goddelijke droefheid', houdt een volledige en blijvende ommekeer van ons denken en doen in.

De bekering van Mozes

Wat voor houding zoekt God in een mens?
Jesaja 66:2  Dit alles heeft immers mijn hand gemaakt en zo is dit alles ontstaan, luidt het woord des Heren; op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft.
Psalmen 25:9  Ootmoedigen doet Hij wandelen in het recht, en Hij leert ootmoedigen zijn weg.
Wat voor iemand was Mozes?
Numeri 12:3  Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem.
God, die wist wie Mozes was, had voor hem iets groots in gedachten op grond van IsraŽls ongehoorzaamheid.
Exodus 32:9  Vervolgens zeide de Here tot Mozes: Ik heb dit volk gezien en zie, het is een hardnekkig volk. 10  Nu dan, laat Mij begaan, dat mijn toorn tegen hen ontbrande en Ik hen vernietige, maar u zal Ik tot een groot volk maken.
Viel Mozes ten prooi aan ijdelheid (zoals de meeste mensen zou zijn overkomen), toen God zei: "u zal Ik tot een groot volk maken"? Wat was zijn reactie?
Vers 11  Toen zocht Mozes de gunst van de Here, zijn God, en hij zeide: Waarom, Here zou uw toorn ontbranden tegen uw volk, dat Gij uit het land Egypte hebt geleid met grote kracht en met een sterke hand? 12  Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Tot hun onheil heeft Hij hen uitgeleid om hen te doden in de bergen en hen van de aardbodem te vernietigen? Laat uw brandende toorn varen en heb berouw over het onheil, waarmede Gij uw volk bedreigt. 13  Denk aan Abraham, Isašk en IsraŽl, uw dienaren, aan wie Gij gezworen hebt bij Uzelf en tot wie Gij gesproken hebt: Ik zal uw nakomelingschap vermenigvuldigen als de sterren des hemels en dit gehele land, waarover Ik gesproken heb, zal Ik aan uw nakomelingschap geven, om het voor altoos te bezitten.
Deze houding van Mozes bracht God er toe van gedachten te veranderen.
Exodus 32:14  En de Here kreeg berouw over het kwaad, dat Hij gezegd had zijn volk te zullen aandoen.
Zachtmoedigheid is geen zwakheid, zoals vaak ten onrechte wordt gedacht. Zachtmoedigheid is het tegenovergestelde van arrogantie, ijdelheid en zelfzucht. Zachtmoedigheid is de houding van een berouwvol en bekeerd mens. Mozes was zeer zachtmoedig, maar hij was bepaald niet zwak. Mozes was sterk, zowel fysiek als geestelijk.
De bekeerde Mozes had meer zorg voor het welzijn van anderen dan voor dat van zichzelf. En hij was vooral bezorgd voor Gods heilige naam. Zijn leven was werkelijk op God gericht.
Numeri 14:11  En de Here zeide tot Mozes: Hoelang zal dit volk Mij versmaden, en hoelang zullen zij niet op Mij vertrouwen bij al de tekenen die Ik in zijn midden gedaan heb? 12  Ik zal het met de pest slaan en het uitroeien, en u tot een volk maken, groter en machtiger dan dit. 13   Maar Mozes zeide tot de Here: Hoort Egypte het (Gij hebt immers dit volk door uw kracht uit zijn midden doen optrekken) 14  dan zullen zij zeggen tot de inwoners van dit land, die gehoord hebben, dat Gij, Here, in het midden van dit volk zijt, dat Gij, Here, oog in oog U hebt laten zien, terwijl uw wolk boven hen staat en Gij in de wolkkolom voor hen henen gaat des daags en in de vuurkolom des nachts, 15  zult Gij nu dit volk tot op de laatste man doden, dan zullen de volken die van U bij geruchte hoorden, zeggen: 16  Omdat de Here dit volk niet kon brengen naar het land dat Hij hun onder ede beloofd had, daarom heeft Hij hen in de woestijn omgebracht. 17  Nu dan, laat toch de kracht des Heren zich groot betonen, zoals Gij gesproken hebt: 18  De Here is lankmoedig en groot van goedertierenheid, vergevende ongerechtigheid en overtreding, hoewel Hij zeker niet ongestraft laat, maar de ongerechtigheid der vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht. 19  Vergeef toch de ongerechtigheid van dit volk naar de grootheid uwer goedertierenheid, gelijk Gij dit volk vergiffenis geschonken hebt van Egypte af tot hier toe. 20  En de Here zeide: Op uw bede schenk Ik vergeving.
Was Mozes altijd zachtmoedig en nederig geweest? Wat zegt Handelingen 7:22 over Mozes?
Handelingen 7:18  totdat er over Egypte een andere koning aan het bewind kwam, die Jozef niet gekend had. 19  Deze nam list te baat tegenover ons geslacht en handelde slecht met de vaderen, en liet hen hun zuigelingen te vondeling leggen, opdat het volk zich niet zou voortplanten. 20  Te dien tijde werd Mozes geboren en hij was schoon voor God; drie maanden werd hij opgevoed in zijns vaders huis. 21  En toen hij te vondeling was gelegd, nam de dochter van Farao hem aan en liet hem als haar eigen zoon opvoeden. 22  En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken.
Mozes dacht aanvankelijk dat hij IsraŽl door zijn eigen kracht kon bevrijden.
Vers 23  Toen hij nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op, naar zijn broeders, de kinderen IsraŽls, om te zien. 24  En toen hij er een onrechtvaardig zag behandelen, beschermde hij hem en nam het voor hem op, die mishandeld werd, door de Egyptenaar neer te slaan. 25  Hij meende, dat zijn broeders zouden inzien, dat God hun door zijn hand verlossing wilde geven, maar zij zagen het niet in.
Wat moest God doen om hem nederig te maken?
Vers 26  En de volgende dag vertoonde hij zich weer onder hen, terwijl zij aan het vechten waren, en hij maande hen tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders, waarom doet gij elkander onrecht? 27  Maar hij, die zijn naaste onrecht deed, stiet hem van zich en zeide: Wie heeft u tot overste en rechter over ons aangesteld? 28  Wilt gij mij soms ombrengen, zoals gij gisteren de Egyptenaar hebt omgebracht? 29  En Mozes vluchtte op dit woord en werd een bijwoner in het land Midjan, waar hij twee zonen verwekte. 30  En toen er veertig jaren voorbijgegaan waren, verscheen hem in de woestijn van de berg SinaÔ een engel in de vlam van een brandende braamstruik.
Daar kreeg hij de opdracht om IsraŽl uit Egypte te verlossen. Mozes was de hele Egyptische wijsheid onderwezen. Hij maakte deel uit van het hof van de Farao. Hij was de geadopteerde zoon van Farao's dochter en was "machtig in zijn woorden en werken". Hij had een groot zelfvertrouwen.
Maar vervolgens begon God Mozes' hoogmoed te bestrijden. Op het toppunt van zijn trots en roem werd Mozes vernederd. God noodzaakte hem naar de woestijn te vluchten om zijn bekering tot stand te brengen. Dit bekeringsproces duurde veertig jaar.
Exodus 2:15  Toen Farao van deze zaak hoorde, trachtte hij Mozes te doden, maar Mozes vluchtte voor Farao en zocht verblijf in het land Midjan. 16  Daar zat hij neer bij een bron. De priester van Midjan nu had zeven dochters; zij kwamen juist water putten en vulden de drinkbakken om de kudde van haar vader te drenken. 17  Er kwamen echter herders, die haar verjoegen, maar Mozes stond op en kwam haar te hulp en drenkte haar kudde. 18  Toen zij bij haar vader ReŁel gekomen waren, zeide deze: Waarom zijt gij vandaag zo spoedig terug? 19  Zij antwoordden: Een Egyptenaar heeft ons geholpen tegen de herders en bovendien volop voor ons geput en de kudde gedrenkt. 20  Hij zeide tot zijn dochters: En waar is hij? Waarom hebt gij die man achtergelaten? Nodigt hem ten eten. 21  En Mozes bewilligde erin bij de man te blijven, en deze gaf zijn dochter Sippora aan Mozes.
Toen Mozes zachtmoedig en nederig werd, toonde God hem dat Hij IsraŽl inderdaad kon bevrijden. Hij zou het echter door Gods kracht moeten doen en niet door zijn eigen kracht!
Wij allen moeten ook op een bepaald moment in ons leven komen tot het besef van onze volledige onbeduidendheid en van de noodzaak volkomen op God te vertrouwen, evenals Mozes, Job, DaniŽl, Paulus en anderen die in de Bijbel tot voorbeeld worden gesteld.

Het berouw van David

Koning David is een schoolvoorbeeld van iemand die diep berouw had van zijn zonden. Eťn voorbeeld van zijn zonden is heel bekend. David begeerde Bathseba, de vrouw van Uria, een van de officieren van zijn leger. Hij pleegde overspel met haar, met zwangerschap als gevolg. In een poging de verdenking van zich af te wenden, trachtte hij het vervolgens te doen voorkomen dat Uria de vader was (zie 2 SamuŽl 11).
Toen dit mislukte, liet David Uria in de voorhoede van het leger plaatsen. Vervolgens moest hij door het leger in de steek worden gelaten om ervoor te zorgen dat hij werd gedood.
2 SamuŽl 11:14  Toen schreef David de volgende morgen een brief aan Joab en verzond die door Uria. 15   En hij schreef in die brief: Plaatst Uria in het heetst van de strijd; trekt u dan van hem terug, opdat hij getroffen worde en sneuvele. 16  Bij de belegering van de stad zette Joab toen Uria op een plaats, waarvan hij wist, dat daar geoefende strijders stonden. 17  Toen de mannen der stad een uitval deden en met Joab streden, vielen er enigen van het krijgsvolk, van de knechten van David; ook de Hethiet Uria sneuvelde.
Zo werd David een moordenaar in Gods ogen.
2 SamuŽl 12:9  Waarom hebt gij het woord des Heren veracht, en gedaan wat kwaad is in zijn ogen? De Hethiet Uria hebt gij door het zwaard verslagen; zijn vrouw hebt gij u tot vrouw genomen, hemzelf hebt gij door het zwaard der Ammonieten gedood.
David had zeer ernstig gezondigd!
Toen hij echter weer tot bezinning kwam en besefte wat hij gedaan had, had hij diep berouw van deze ernstige zonden en bekende hij zijn schuld:
Vers 13  Toen sprak David tot Natan: Ik heb tegen de Here gezondigd. En Natan zeide tot David: De Here heeft uw zonde vergeven: gij zult niet sterven,
Davids oprechte, berouwvolle houding jegens God verzoende hem met de Eeuwige. Psalm 51 toont hoe volkomen verslagen David was wegens zijn zonden.
Psalmen 51:1  Voor de koorleider. Een psalm van David, 2 toen de profeet Natan bij hem gekomen was, nadat hij tot Batseba was gekomen. 3 Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid; 4 was mij geheel van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde. 5 Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat bestendig voor mij. 6 Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad is in uw ogen, opdat Gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak, zuiver in uw gericht. Vers 9 Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw. Vers 11 Verberg uw aangezicht voor mijn zonden, delg al mijn ongerechtigheden uit. 12 Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest. 13 verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uw Heilige Geest niet van mij.
David trachtte zijn zonden niet te rechtvaardigen of ze goed te praten, hij bekende ze openlijk.
Wat smeekte David God voor hem te doen? Vers 4, 9. Vergelijk dit met Jesaja 1:16-18.
Jesaja 1:16  Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; 17  leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe. 18  Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.
Hysop, een kleine struikachtige plant, werd vaak gebruikt bij rituele reinigingen waarbij bloed moest worden gesprenkeld als symbool van de vergeving van zonden.
Leviticus 14:4  dan zal de priester gebieden voor hem die gereinigd moet worden, twee levende, reine vogels te nemen, ook cederhout, scharlaken en hysop. 5  De priester zal gebieden de ene vogel te slachten boven een aarden pot met levend water. 6  De levende vogel echter zal hij nemen benevens het cederhout, het scharlaken en de hysop, en hij zal die met de levende vogel dopen in het bloed van de vogel die boven het levende water geslacht is. 7  En hij zal hem die van de melaatsheid gereinigd moet worden, zevenmaal besprenkelen en hem reinigen, en de levende vogel zal hij in het open veld laten wegvliegen.
Exodus 12:22  Daarna zult gij een bundel hysop nemen en in het bloed in een schaal dopen, en van het bloed in die schaal strijken aan de bovendorpel en aan de beide deurposten; niemand van u zal de deur van zijn huis uitgaan tot de morgen.
David vroeg God dus om geestelijke reiniging en vergeving.
David gaf toe dat hij zich schuldig had gemaakt aan vele zonden. Ps. 51:11. Hij gaf toe dat zijn hart (houding) tegenover God niet juist was geweest. Vers 12.
David onderwierp zich bij het erkennen van zijn schuld aan Gods barmhartigheid.
Psalm 51:3 Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid.
David bagatelliseerde zijn zonde niet. Hij deed geen poging die te rechtvaardigen. Hij trachtte de zonde evenmin 'weg te redeneren'. Ook wierp hij de schuld niet op anderen.
In plaats daarvan was hij ontzet over wat hij had gedaan en wierp hij zich eenvoudig voor God neer om Hem te smeken om genade en vergeving. Hij bekende wat hij had gedaan, wat hij was, en vroeg God hem geestelijk te reinigen.
Dit is de grondhouding die wij behoren te hebben wanneer wij ons van onze zonden bekeren.
David was een van de weinige mensen uit de oudtestamentische tijd aan wie God de heilige Geest schonk (vers 12-13; 1 Sam. 16:13), want Gods Geest was nog niet beschikbaar gesteld (Joh. 7:38-39), behalve aan een klein aantal mensen dat God voor een speciaal doel riep.
1 SamuŽl 16:13  SamuŽl nam de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broeders. Van die dag af greep de Geest des Heren David aan. Daarna stond SamuŽl op en ging naar Rama.
Johannes 7:38  Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. 39  Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
David gehoorzaamde God en overwon door de kracht van de heilige Geest, ook al struikelde en zondigde hij af en toe.
Spreuken 24:16  want de rechtvaardige valt zevenmaal, doch staat weer op, maar de goddelozen struikelen in de rampspoed.
David, een man naar Gods hart (Hand. 13:22), zal daarom bij Christus' wederkomst, worden opgewekt om als een zoon van God te worden geboren in Gods Gezin en om koning over IsraŽl te worden (Jer. 30:9).

Het doel van het christelijke leven

Waarom begrijpt men het werkelijke Evangelie dat Jezus Christus onderwees niet? Hij leerde het Koninkrijk van God. De apostelen, inclusief Paulus, deden dit ook. Jezus sprak meestal in gelijkenissen. Laten wij de gelijkenis nemen van de man van hoge geboorte die naar een ver land trekt om later terug te keren en zien wat Jezus openbaarde. Let op het wonderbaarlijke en fascinerende potentieel dat wij hebben.
De gelijkenis staat in Lukas 19:11-27. Jezus is de man van hoge geboorte. Hij ging naar een ver land: de hemel van Gods troon, de zetel van de regering van het gehele universum. Deze gelijkenis gaf Jezus, omdat Zijn discipelen dachten dat Gods Koninkrijk ieder ogenblik kon aanbreken. Bijna 2000 jaar zijn inmiddels verstreken en het Koninkrijk van God is nog altijd niet verschenen.
In de gelijkenis riep Jezus Zijn tien dienstknechten en gaf hun tien ponden – ieder een pond. Dit is symbolisch voor een eenheid van geestelijke waarde waarmee ieder kon beginnen. Met andere woorden: het pond vertegenwoordigde dat deel van Gods heilige Geest dat elk van hen op zijn aanvankelijke bekering kreeg.
Zijn burgers echter haatten Hem. Zij verwierpen Hem als hun heerser. Zij zeiden: "Wij willen niet, dat deze koning over ons wordt." Het Koninkrijk van God is een regering. Deze burgers ontvingen destijds geen bekering – geen "ponden". Zij zullen nog tot bekering komen, zoals zeer veel passages in de Bijbel bevestigen.
De reden waarom Hij naar de hemel ging, was "om voor zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en daarna terug te keren". Met andere woorden: Hij ging naar de troon van de Regering over het gehele universum, waar de Almachtige God, de Vader, zetelt, om daar de heerschappij over de wereld in ontvangst te nemen. De kroningsplechtigheid zal in de hemel plaatsvinden, voor de troon van het universum. Wanneer Hij terugkeert, zal Hij zijn gekroond met vele kronen (Openb. 19:12). Hij komt om alle naties te regeren met almachtige goddelijke kracht (vers 15).
Terug naar Lukas 19. Bij Zijn terugkomst laat Hij Zijn slaven, aan wie Hij geld – de aanvangseenheid van Gods Geest bij de bekering – had gegeven, bij zich roepen "om te weten, wat ieder met zijn handel bereikt had" gedurende Zijn afwezigheid. Dit betekent dat van elke christen wordt verwacht dat hij geestelijk groeit – in geestelijke kennis en genade.
2 Petrus 3:18  maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.
Het christelijke leven is een leven van geestelijke scholing – van training voor een positie in Gods koninkrijk, wanneer en nadat wij zullen zijn veranderd van sterfelijk in onsterfelijk, wanneer wij niet langer wezens van vlees en bloed zullen zijn, maar zullen zijn samengesteld uit geest, met eeuwig leven in onszelf.
In de gelijkenis kwam de eerste slaaf en meldde dat hij hetgeen hem gegeven was had vertienvoudigd. U ziet dat het ontvangen van Gods Geest een gift van God is – het is wat God doet – het is een gift uit genade. Wij kunnen deze niet verdienen. Maar in het gehele Nieuwe Testament wordt duidelijk gemaakt dat wij zullen worden beloond naar onze werken. Wij worden niet behouden door de werken die wij hebben verricht. Deze man had door eigen inzet zijn geestelijke gave vertienvoudigd – zijn pond was uitgegroeid tot tien ponden. Hij ontving een grotere beloning dan degene die vijf ponden had verworven.
De man van hoge geboorte (Christus) zei tegen hem:
"Voortreffelijk, goede slaaf; omdat gij in het minste getrouw geweest zijt, heb gezag over tien steden."
Hij had zich gekwalificeerd om te regeren. Hij was gehoorzaam geweest aan Gods geboden, aan Gods regering. Wij moeten geregeerd worden alvorens wij kunnen leren te regeren.
De tweede slaaf had zijn voorraad geestelijke goederen vervijfvoudigd. Hij had zich tijdens dit leven voor half zoveel als de eerste slaaf gekwalificeerd. Hem werd een half zo grote beloning gegeven.

Het Koninkrijk van God

De gelijkenis van de ponden laat dus zien dat wanneer het Koninkrijk van God is opgericht, christenen onder leiding van Christus zullen regeren. Jezus sprak over een regering – een wereldregering. Deze gelijkenis werd gegeven om te tonen dat het Koninkrijk van God nog niet in die tijd zou verschijnen. Het Koninkrijk is niet iets etherisch of sentimenteels 'in ons hart'.
DaniŽls profetie laat zien dat de heiligen onder Christus, de Messias, zullen regeren, wanneer Hij een letterlijke wereldregering opricht. Zie DaniŽl 2 – lees het in zijn geheel en let op vers 44. Dit Koninkrijk zal elke andere regeringsvorm, alle regeringen van de mens, verbrijzelen en zal zelf eeuwig bestaan. Let ook op DaniŽl 7, in het bijzonder op vers 18 en 22. Het zal een Koninkrijk op aarde zijn, niet in de hemel, maar "onder de ganse hemel", vers 27.
Jezus zei:
Openbaring 2:26  En wie overwint en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; 27  en hij zal hen hoeden [regeren] met een ijzeren staf…
En ook:
Openbaring 3:21  Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.
Toen Jezus dit, door Johannes in 90 n.Chr., zei, was Hij in de hemel bij Zijn Vader op de troon vanwaar het gehele universum wordt geregeerd.
Wanneer Jezus op Zijn troon hier op aarde zit, zal dat de troon van David in Jeruzalem zijn. Zie wat er aangaande Jezus is gezegd:
Lukas 1:31  En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32  Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33  en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Hij zou evenwel niet in die tijd de wereldheerschappij van het Koninkrijk van God instellen. De Bijbel spreekt over drie werelden of tijdperken. Ten eerste de wereld van toen, die door water werd overspoeld: de wereld van vůůr de Vloed; ten tweede de huidige, kwaadaardige wereld; en ten derde de wereld die nog moet komen. Tijdens Zijn berechting voor Pilatus verklaarde Jezus dat Hij was geboren om koning te worden (Joh. 18:37), maar dat zijn Koninkrijk "niet van deze wereld" was. Hij zal de Wereld van Morgen regeren (vers 36).
De heiligen (door de Geest geleide christenen) zullen gedurende duizend jaar (Openb. 20:4, 6) onder Christus op aarde (Openb. 5:10) regeren.
Waarom is de gehele wereld met een vals evangelie misleid (Openb. 12:9)? Waarom zijn de mensen verleid tot geloof in een vals Koninkrijk van God? Lees onze publicatie Wat bedoelt u precies met het Koninkrijk van God?
Zie nog eens de vele gelijkenissen van Jezus. Ze betreffen het Koninkrijk van God. Ze maken duidelijk dat het Koninkrijk van God de wereldregering is die nu spoedig zal worden opgericht door Christus, die in alle macht en glorie komt om ons wereldvrede, overvloed, geluk en vreugde te brengen.
De bedoeling van het leven van een christen is als toekomstige koning opgeleid te worden teneinde met en onder Christus te regeren. Hoe wordt men dan christen? Wanneer? En waarom is behoud zowel een proces als een beginfase vanaf het ogenblik dat iemand christen wordt?
Hier volgt de eenvoudige waarheid die u moet weten.

Waar berouw

Een christen (iemand die waarlijk bekeerd is) is iemand die de heilige Geest van God heeft ontvangen en in wiens verstand deze Geest woont.
Maar hoe kan iemand de Geest van God ontvangen?
Op de dag dat de Gemeente van God werd opgericht, zei de apostel Petrus:
Handelingen 2:38  En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Bekeren waarvan? Van de zonde. Maar wat is zonde? "De zonde is de wetsovertreding" (1 Joh. 3:4; Leidse Vert.). Overtreding van welke wet? De wet waaraan de natuurlijk gezinde mens, die vijandig tegenover God staat, zich niet wil onderwerpen: de Wet van God (Rom. 8:7). Ook lezen wij:
Handelingen 5:32  En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de Heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn.
Handelingen 26:18  om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.
Bekering en geloof moet als een fundament in ons leven zijn waarop we verder kunnen groeien.
HebreeŽn 6:1  Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God.
Dit zijn de twee voorwaarden voor het ontvangen van Gods gave van de heilige Geest: bekering en geloof. De doop is het uiterlijke teken van het innerlijke geloof in Christus. Bekering is niet slechts spijt hebben van iets dat men heeft gedaan, of zelfs van veel zonden. Het is een diep berouw over wat men is en is geweest – een afkeer van zijn hele vorige gezindheid en leven zonder God. Het is een totale verandering van gedachten en hart en levensrichting. Het is een veranderen van levenswijze. Het is een zich afkeren van de egocentrische weg van ijdelheid, zelfzucht, hebzucht, opstand tegen gezag, afgunst, naijver en onverschilligheid inzake het welzijn van anderen, en een zich keren tot de God-gerichte levenswijze van gehoorzaamheid, onderworpenheid aan gezag, liefde tot God boven liefde voor zichzelf, en liefde en zorgzaamheid voor de medemens in gelijke mate als liefde voor zichzelf.
Liefde is de vervulling van Gods wet:
Romeinen 13:10  De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.
Gods wet is evenwel een geestelijke wet.
Romeinen 7:14  Wij weten immers, dat de wet geestelijk is…
Deze wet kan alleen vervuld worden door:
Romeinen 5:5  … de liefde Gods in onze harten uitgestort … door de Heilige Geest, die ons gegeven is.
De heilige Geest opent iemands verstand voor begrip van Gods onderricht inzake zijn levenswijze, maar zal niemand dwingen op Gods wijze te leven – er gaat geen dwang mee gepaard. Elke christen moet op eigen initiatief handelen, al krijgt hij door Gods Geest hulp, geloof en kracht. Maar alleen zij "die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods" (Rom. 8:14).

Ware christelijke bekering

Aan de twee bovengenoemde voorwaarden om christen te worden – diep berouw en geloof – moeten wij zelf voldoen.
Deze maken ons echter geen christen; ze bekeren ons niet. Het is wat God doet – het geven van zijn heilige Geest als genadegift – dat ons bekeert.
Met ons berouw en geloof kunnen wij niet het ontvangen van Gods Geest verdienen. God geeft ons niet zijn Geest omdat wij berouw hebben en geloven. Hij geeft zijn Geest omdat Hij die wil geven. Hij stelt slechts diep berouw en geloof als voorwaarden.
Toch kan niemand uit zichzelf zeggen: "O, nu begrijp ik het, ik moet berouw hebben. Welnu, hiermee verklaar ik dat ik berouw heb." Men beslist niet terloops, als een routinekwestie, dat men berouw heeft. Waarom niet?
Jezus Christus heeft gezegd dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Vader hem trekt (Joh. 6:44, 65).
Johannes 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
Het is God die berouw geeft (Rom. 2:4). God roept iemand en overtuigt diens verstand en geweten door van buiten af met zijn Geest op het verstand in te werken. Gewoonlijk speelt zich dan in iemand een ware strijd af. Zo iemand is ontzet wanneer hij beseft dat hij verkeerd heeft gehandeld, dat hij verkeerd is, dat hij heeft gezondigd, dat hij een zondaar is. Hij wordt tot werkelijk berouw gebracht, niet alleen over wat hij heeft gedaan, maar ook over wie hij nu inziet dat hij is. Het is niet gemakkelijk. Het zelf wenst nooit te sterven. Werkelijk berouw hebben is zich onvoorwaardelijk aan God overgevenZijn wet gehoorzamen!
Niettemin moet hij zelf de beslissing nemen. Als hij berouw heeft, zich aan God overgeeft, en in geloof Jezus Christus als zijn persoonlijke Verlosser aanvaardt, dan, na het voldoen aan deze twee voorwaarden, belooft God de gave van de heilige Geest in hem te plaatsen. Dit is het leven van God zelf – geestelijk leven. Die Geest verleent hem de goddelijke natuur!
Wat
is er in dit stadium nu gebeurd?
Deze nieuwe bekeerling is alleen door God verwekt – hij is nog niet geboren. Velen die geloven dat zij zijn 'wedergeboren' toen zij de heilige Geest ontvingen, begrijpen wellicht wat er gebeurt, maar zij geven er een verkeerde naam aan, omdat ze nog onvoldoende inzicht hebben in Gods plan. Zie onze publicatie U bent nŪet 'wedergeboren'.
Deze nieuwe bekeerling heeft niet de volle maat van Gods Geest ontvangen die Christus bezat; hij is nog slechts een geestelijke zuigeling in Christus. Hij moet nu geestelijk groeien, zoals een pasverwekt embryo in de baarmoeder fysiek moet groeien totdat het als mens kan worden geboren.
Deze nieuwe bekeerling heeft nu diep berouw. Hij meent het! In alle oprechtheid is hij met hart en ziel omgekeerd om een ander leven te leiden. Hij is nu een christen, hij heeft Gods heilige Geest ontvangen. Hij is bekeerd, hij is een christen. Hij wil werkelijk doen wat juist is – God gehoorzamen – en leven volgens Gods weg.

Heeft u zich werkelijk bekeerd?

Bent u op het punt in uw leven aangekomen waarop u het leven in strijd met Gods wet wilt opgeven om u geheel aan God te onderwerpen?
Hebt u het stadium bereikt waarin u uzelf ziet zoals u werkelijk bent – zoals God u ziet?
Hebt u uzelf 'afgemeten' naar de Tien Geboden, zoals die in de gehele Bijbel worden uiteengezet, en hebt u ontdekt waar u tekort bent geschoten? Bent u bereid al Gods Geboden in acht te nemen?
Als u uzelf nog niet bent gaan zien zoals Job zichzelf zag; als u God nog niet hebt gesmeekt om genade en vergeving zoals David; als u uw houding, uw gedachten, uw handelingen en uw gewoonten nog niet hebt veranderd; als u nog niet werkelijk gebroken hebt met het leven dat achter u ligt; als u nog niet diep berouw hebt gehad; als u in uw leven nog geen complete ommekeer hebt gemaakt; als u dit alles nog niet hebt gedaan, dan moet het duidelijk zijn uit wat u hebt geleerd dat u nog niet de eerste stap hebt gezet tot de christelijke levenswijze!
De apostel Paulus zegt in 2 Corinthe 13:5:
2 Corinthe 13:5  Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk.
De profeet Johannes zei tot de FarizeeŽn en SadduceeŽn:
Mattheus 3:8  Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt.
Hoe kunnen wij onszelf onderzoeken, beproeven? Door ons leven, onze gedachten, woorden en handelingen te vergelijken met wat in het Woord van God staat.
Gods ogen zijn gericht op degenen die een zachtmoedige en berouwvolle geest hebben, die beven voor het tweesnijdend zwaard van zijn Woord. God herkent een berouwvolle houding, een gebroken geest, een nederig zoeken naar vergeving en genade. Hij zal allen die zich afkeren van werken en daden die door de Bijbel als zonde worden omschreven ware eer bewijzen.
Ware bekering vereist een definitieve verandering van richting. Het is een volledige toewijding aan een koers van waaruit geen terugkeer mogelijk is. Het is geen tijdelijke, spontane, emotionele reactie. Wij hebben geleerd dat het iets is dat veel dieper en oneindig veel ingrijpender is!
Bent u werkelijk tot bekering gekomen?

 

Terug naar de Home Page

web stats