Voor literatuurlijst klik hier.

God is een team

 

Team duidt op samenwerking in een ploeg of groep. Gods Koninkrijk is een team. God heeft dit zelfs in specifieke bewoording op een paar plaatsen in de Bijbel laten schrijven. In Deuteronomium 6 en Markus 12 zegt Gods Woord: God is ťťn!. Allen moeten we de huisregels leren van het heilige Gezin van God zodat we ťťn kķnnen zijn. Die huisregels zijn de Tien Geboden, de grondwet. Voordat IsraŽl het Beloofde Land binnentrok, kreeg het van God de bepalingen en voorschriften voor een gelukkig en harmonieus leven met God en elkaar. Om een eenheid te vormen, een team. God zei tegen hun leider Mozes:

Deuteronomium 5:31 Maar sta gij hier bij Mij, opdat Ik u mededele heel het gebod, al de inzettingen en verordeningen, die gij hun moet leren, opdat zij die nakomen in het land, dat Ik hun geven zal om het in bezit te nemen. 32 Onderhoudt ze naarstig, zoals de HERE, uw God, u geboden heeft; wijkt niet af, naar rechts noch naar links. 33 Heel de weg, die de HERE, uw God, u geboden heeft, zult gij gaan, opdat gij leeft en het u wel ga en gij lang woont in het land, dat gij in bezit zult nemen. Deuteronomium 6:1 Dit nu is het gebod, dit zijn de inzettingen en verordeningen, die de HERE, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemen, 2 opdat gij de HERE, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang leven moogt. 3 Hoor dan, IsraŽl, en onderhoud ze naarstig, opdat het u wel ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de HERE, de God uwer vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig.

Zegeningen zijn het gevolg van gehoorzaamheid aan God. Voordat Mozes de Tien Geboden voorleest, moet hij eerst benadrukken dat God ťťn is.

Vers 4 Hoor, IsraŽl: de HERE is onze God; de HERE is ťťn!

Het woord dat vertaald is met ťťn staat ook in Genesis 2:24.

Genesis 2:24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot ťťn vlees zijn.

Wanneer aan Jezus wordt gevraagd wat het belangrijkste is van de geboden zegt Hij:

Markus 12:29 Jezus antwoordde: 30 Het eerste [belangrijkste] is: Hoor, IsraŽl, de Here, onze God, de Here is ťťn.

Vervolgens geeft Hij een samenvatting van de Tien Geboden, waarmee Hij benadrukt dat de eenheid, het team, ontstaat door het gezamenlijk onderhouden van dezelfde grondbeginselen.

Allen die in Gods Koninkrijk worden geboren, vormen het gezin van God samen met onze hemelse Vader en Jezus Christus en dragen dus de familienaam ’God’. Het is ťťn gezin. God is ťťn en andere gezinnen met de naam God zullen nooit bestaan, er is ťťn God. Het zal een team zijn met een hechte samenwerking. De Gemeente met de reeds verwekte, maar nog niet geboren, kinderen van God is de voorloper van het Koninkrijk. Daarom is de roeping van God een oproep tot bekering van werelds gedrag en training in het werken in teamverband, zowel binnen de Gemeente als in ieders persoonlijk leven. We delen ons leven met anderen, ook met mensen in de wereld, en daar moeten we werk van maken, d.w.z. benutten om ons te bekwamen in samenwerking. We zijn niet geroepen om afgezonderd als een eenling te leven in eeuwigheid, maar om een hecht team te zijn. Daarvoor worden we getraind.

 

De wil van onze Vader

De eenheid wordt bepaald door de liefde voor de wil van onze Vader. De wil van onze hemelse Vader is gefundeerd op twee basisprincipes. Zij zijn de pijlers voor samenwerking. Wat is de wil van onze hemelse Vader?

-  Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
-  Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Deze twee pijlers zijn een samenvatting van de Tien Geboden. Niet in plaats van, zoals ’christelijke’ kerken leren. Christus vult dit aan met een nieuw gebod.

Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.

 

De eerste pijler: God liefhebben

Om de samenwerking tot een succes te maken moeten we een gezamenlijk doel hebben. Dit doel is bepaald door onze Vader. Daarom moeten we Hem liefhebben. Hij heeft ůns lief.

MattheŁs 7:20 Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen. 21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.

Dit is een absolute voorwaarde – de wil van onze Vader in de hemel te doen. De wereld, waarin de ’christelijke’ kerken, kent de wil van de Vader niet. Men roept here, here en spreekt over genade en liefde. Maar genade is alleen mogelijk als mensen bereid zijn zich te bekeren en dan zullen ze leren dat liefde in directe relatie staat met Gods geboden.

Jezus zei:

Johannes 5:30 Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.

Johannes 6:38 Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.

We wťten daarom dat de opdrachten die we krijgen van Jezus, de wil is van onze Vader in de hemel. Onze hemelse Vader heeft de leiding over de hele schepping. Hij is de Almachtige (met een hoofdletter). In onze houding moeten wij deze eerbied tonen. Dat is de eerste vereiste zodra we enig besef krijgen van de Schepper. Die eerbied kan als kind al aanwezig zijn, ook al wel voordat we in contact komen met zijn Gemeente.

Als we zijn wil niet doen, hebben we Hem niet lief.

2 Johannes 1:6 En dit is de liefde, dat wij naar zijn geboden wandelen. Dit is het gebod, gelijk gij het van den beginne gehoord hebt, dat gij daarin moet wandelen.

1 Johannes 2:3 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. 4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; 5 maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

Dit heeft betrekking op ons gehele doen en laten, 24 uur per etmaal, zeven dagen per week! Als iemand in contact komt met de Gemeente van God, ontvangt hij of zij veel nieuwe informatie en wordt aangespoord zich te bekeren van de gewoonten van de wereld (de ’christelijke’ kerken maken daar deel van uit) tot de weg van God.

HebreeŽn 10:19 Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus…

Het heiligdom binnengaan betekent tot de Vader gaan. Dit was voorheen, toen we in de wereld waren, niet mogelijk. We liepen op de verkeerde weg, een weg die niet naar de Vader ging, maar naar de eeuwige dood. We moesten dus een nieuwe weg inslaan.

Vers 20 langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, 21 en wij een grote priester over het huis Gods hebben, 22 laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad [andere vert.: gezuiverd van een kwaad geweten], en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. 23 Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw. 24 En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.

We geven acht op elkaar, niet om te kunnen verwijten, maar om elkaar te helpen. We helpen elkaar om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan. Daarvoor dient ondermeer het onderwijs op de sabbatbijeenkomsten.

 

De tweede pijler: onze naaste liefhebben

God en onze naaste liefhebben is alleen mogelijk met een gevende houding. Rekening met de ander houden, opletten wat de ander aangenaam vindt, maar ook wat de ander stoort. Het is niet mogelijk om gedurende het fysieke leven je eigen gang te gaan om daarna het Koninkrijk van God binnen te gaan. We moeten nķ leren te investeren in de naaste, zodat we dat straks in het Koninkrijk op veel grotere schaal kunnen doen. Werken in teamverband vereist aandacht voor de ander.

Als de relatie met mensen in onze omgeving verstoord is of stroef gaat, is dat een gelegenheid om met de kennis die we van God krijgen onze houding te laten vormen om aan een herstelprogramma te werken. God wilde geen robots maken die na een druk op de knop precies doen wat Hij wil. Dat is ook niet mogelijk, want "precies wat Hij wil" kan alleen uit liefde met een vrije wil. Zo'n relatie wil God en dat moet ontwikkeld worden. Als we het bestuur over een stad krijgen in de Wereld van Morgen, moeten we voortdurend handelen naar de natuur van God of anders gezegd: naar de geest van God. Dat kan een robot niet.

Hoewel wij geen deel hebben aan de verkeerde levenswijzen van deze wereld, is het toch noodzakelijk, dat we ons inspannen om het de mensen in onze omgeving aangenaam te maken. Daarvoor moeten we veel van ons zelf geven. Onverschilligheid past hierin niet.

Paulus schrijft aan de CorinthiŽrs hoe de mensen hem en zijn medearbeiders bejegenen wanneer ze zijn ijver voor het werk van Christus opmerken.

1 CorinthiŽrs 4:9 Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen. 10 Wij zijn dwaas om Christus’ wil… Vers 11 Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; 12 wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; 13 worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe. 14 Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Vers 16 Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld.

Stel jezelf altijd de vraag: wiens belang dien ik? Wat is het belang van het team waarin ik functioneer? Dat team is niet alleen de Gemeente van God, het kan het gezin zijn, het werk, de school, een vereniging, enz. Zoals gezegd, we delen ons leven met anderen, ook met mensen buiten Gods gemeenschap, en daar moeten we werk van maken, d.w.z. benutten om ons te bekwamen in samenwerking. Een belangrijke vraag is dus altijd: wat is het belang van die ander? Hoe serieus nemen we de ander? Zijn we betrokken, ook als de ander een geheel andere opvatting heeft?

1 CorinthiŽrs 9:19 Want hoewel ik vrij sta tegenover allen, heb ik mij allen dienstbaar gemaakt, om er zoveel mogelijk te winnen; 20 en ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet (hoewel persoonlijk niet onder de wet) om hen, die onder de wet staan, te winnen; 21 hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet (hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus) om hen, die zonder wet zijn, te winnen. 22 Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden. 23 Alles doe ik ter wille van het evangelie, om er zelf ook deel aan te verkrijgen.

Paulus begrijpt dat alleen een houding van geven, dat een belangrijk element is in het evangelie, hem een plaats kan geven in het Team van God.

Natuurlijk moet bij het afwegen van belangen Gods levenswijze voorop staan. We kunnen niet toegeven aan wensen van anderen als we daarmee Gods geboden schenden. Christus gaf verschillende voorbeelden, zelfs door mensen de rug toe te keren.

Aangezien we het grootste deel van ons leven direct te maken hebben met het gezin en werk, gaan we daaraan aandacht besteden. Want ook het Koninkrijk bestaat daaruit. Het Koninkrijk is het Gezin van God en zal een Werk doen in alle eeuwigheden. Het gezin en het werk behoren daarom tot de hoofdvakken op de leerschool van God.

 

Het gezin en ons werk

Het huwelijk en het gezin is de mens gegeven door God. Het behelst het grote Doel van Gods schepping. Het menselijke gezin is het tegenbeeld van het goddelijke Gezin. In dit menselijke gezin heeft elk lid een taak. Het is een soort school waarin de man zijn rol leert als echtgenoot en vader; de vrouw als echtgenote en moeder; de kinderen hun rol leren als toekomstige kinderen van God. Dat is niet de minst belangrijke rol want alle mensen zijn kinderen van ouders geweest en kunnen kinderen van onze hemelse Vader worden.

Om een basis van orde in het gezin te brengen heeft God gezagsstructuur ingesteld. Dit wordt op verschillende plaatsen behandeld in de Bijbel, o.a. door de apostel Paulus in 1 CorinthiŽrs in het hoofdstuk over haardracht. Eigenlijk gaat dat hoofdstuk over gezagstructuur. De man draagt kortgeknipt haar en de vrouw lang. Paulus zegt dat de natuur, de schepping, zelf leert het een schande voor een man is om lang haar te hebben, want daarmee plaatst hij zichzelf in de positie van de vrouw. In het huwelijk vormen de man en de vrouw het beeld van Christus en zijn vrouw, de Gemeente. Als we de door God ingestelde positie niet vervullen, zijn we niet geschikt voor het Koninkrijk.

Het is raadzaam om de instructies van Paulus en andere Schriftgedeelten aangaande de positie van de man en de vrouw in het huwelijk en gezin er zo nu en dan op na te slaan.

De vrouw dient haar man te respecteren en zich neer te leggen bij zijn beslissingen. Die beslissingen moeten in het belang van haar zijn en eventueel andere gezinsleden. Deze gezagsregel van God mag niet misbruikt worden.

1 Petrus 3:7 Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden.

Paulus schrijft aan Titus dat kennis van de waarheid niets betekent als je je niet bekeert van werelds gedrag.

Titus 1:16 Zij belijden wel, dat zij God kennen, maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk.

Titus 2:1 Maar gij, kom uit voor hetgeen met de gezonde leer strookt.

De ouderen hebben een voorbeeldfunctie.

Vers 2 Oude mannen moeten nuchter zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding. 3 Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende, 4 zodat zij de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben, 5 bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat het woord Gods niet gelasterd worde. 6 Vermaan evenzo de jonge mannen bezadigd te zijn in alles, 7 houd hun in uzelf een voorbeeld voor van goede werken, zuiverheid in de leer, waardigheid, 8 een gezonde prediking, waarop niets valt aan te merken, opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstigs van ons hebbe te zeggen.

Van het gezin stapt hij vervolgens over naar het werk. Ook daar onderwijst hij dat we goed moeten omgaan met de gezagsstructuur.

Vers 9 De slaven [werknemers] moeten hun meesters onderdanig zijn in alles, het hun naar de zin maken zonder tegenspraak, 10 of oneerlijkheid, maar alle goede trouw bewijzen, om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken.

De leer van God moet in het leven van een christen opgemerkt worden als een sieraad.

Respect voor de baas behoort tot "de leer van God".

Behalve de instructies aan de man en de vrouw in de huwelijksrelatie, heeft de Bijbel ook lessen voor de jongeren.

Spreuken 1:8 Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; 9 want zij zijn een liefelijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals. 10 Mijn zoon, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet; 11 indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, laat ons de onschuldige belagen, ook al geeft hij geen oorzaak; 12 laat ons hen levend verslinden evenals het dodenrijk, met huid en haar, gelijk degenen die in de groeve nederdalen; 13 wij zullen allerlei kostbare dingen vinden, wij zullen onze huizen vullen met buit; 14 gij zult met ons uw aandeel krijgen, een buidel zal er zijn voor ons allen; 15 mijn zoon, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun pad; 16 want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. 17 Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; 18 zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven. 19 Zo zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.

Prediker 11:9 Verheug u, o jongeling, in uw jeugd, en uw hart zij vrolijk in uw jongelingsjaren; ja, volg de lust van uw hart en wat uw ogen aanschouwen…

Het gaat hier over werelds genoegen, valse verlokkelijkheden.

… maar weet, dat God u om al deze dingen in het gericht zal doen komen.

Prediker 12:1 Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan gij zegt: Ik heb daarin geen behagen; 2 voordat de zon verduisterd wordt evenals het licht en de maan en de sterren en de wolken na de regen wederkeren.

Dan is het te laat zegt prediker.

Jezus waarschuwt dat een stukje van de wereld je in de greep kan houden. Er staat een voorbeeld in Matth. 19.

MattheŁs 19:16 En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? 17 Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden. 18 Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, 19 eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 20 De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?

De jonge man onderhield Gods geboden, vond hij zelf.

Vers 21 Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij. 22 Toen de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.

Voor deze jonge man was rijkdom een probleem, voor een ander is dat iets anders wat hem afhoudt van een totale overgave aan God.

Onze publicaties over huwelijk en gezin zijn een hulp om de weg te vinden in de Bijbel: ’Is seks zonde?’; ’Huwelijk en Gezin - kent u het doel?’; ’God haat echtscheiding’; ’Paulus over haar en hoofdbedekking’.

Behalve het gezin is ook ons werk – baan of bedrijf – een niet onbelangrijk deel van ons leven. Een uitstekende gelegenheid om de principes van God aan te leren. Het ontwikkelt verantwoordelijkheidsbesef en de weg van geven. Besteden wij die tijd om die eigenschappen te ontwikkelen? Werk staat in dienst van het gezin. Het werk dient voor het onderhouden van het gezin, ook in de Wereld van Morgen.

Voor sommige mensen is een baan niet meer dan een vervelende onderbreking van hun sociale leven; ze kunnen niet wachten tot vrijdagavond. Voor anderen is het een manier om sociale contacten te hebben en te onderhouden.

God waardeert werk. God zelf is een werker. "In den beginne schiep God de hemel en de aarde" en Hij onderhoudt alles. Hij schept genoegen in wat Hij maakte en onderhoudt, want Hij bewijst de mensheid daarmee een grote dienst. Hij kan met zijn werk zijn gevende aard demonstreren. En Jezus besteedde een goed deel van zijn leven aan werk als bouwvakker en later als brenger van het beste nieuws aller tijden.

God werkt en Hij geeft ons het voorrecht om te werken. Door ons werk kunnen wij God verheerlijken.

Prediker 9:10 Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat…

Colossenzen 3:17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem!

Werk is ook een manier waarop wij kunnen meewerken met God in zijn regering over de schepping.

Genesis 1:28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

Dit wijst op onze verantwoordelijkheid aangaande onze dagelijkse arbeid.

Vers 29 En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen.

God geeft, maar wij moeten ons aandeel verrichten, onderhouden. Door ons werk op verantwoorde wijze te doen, bouwen we op positieve wijze aan ons karakter

2 CorinthiŽrs 9:6 [Bedenkt] dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. 7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. 8 En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn, 9 gelijk geschreven staat: Hij heeft uitgedeeld, aan de armen gegeven, zijn gerechtigheid blijft in eeuwigheid.

Bedenk dat je dagelijkse werk niet alleen voor jezelf is. Je dient daarmee je werkgever of je klant en niet in de laatste plaats je gezin. De ijverige verantwoordelijke arbeider, zowel in loondienst als zelfstandig, bevestigt met zijn arbeid zijn gelijkenis met God.

Werken leert ons verantwoordelijkheid te nemen, te zorgen voor anderen, te plannen om te kunnen genieten van de zegeningen die God geeft, ook om te voorkomen dat je in de problemen komt wanneer het tegen zit of tijden slechter worden. Werken leert ons om volwassen christenen te worden. Werken beproeft onze moraal. Handhaven we de normen van God in ons zakelijk handelen? Besteden we de door God gegeven tijd nuttig? Zoeken wij het beste voor ons gezin gedurende ons werk? Zijn we voorbereid op mindere tijden? Of moet een ander dan onze problemen maar oplossen en misschien zelfs ons onderhouden?

Vergeet niet dat het een overtreding is van Gods wet als door onvoldoende inzet, lanterfanten, veronachtzaming van verplichtingen je een beroep moet doen op de samenleving in geval van financiŽle zorgen. Het is een verkapte vorm van diefstal!

Werk is een prima uitvinding van God om ons karakter te bouwen en te testen. Besef dat God zijn deel in ons werk levert.

Vers 10 Hij nu, die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijze, zal u uw zaaisel verschaffen en vermeerderen, en het gewas uwer gerechtigheid doen opschieten…

God helpt ons in ons werk. Als wij ons aandeel leveren krijgen we de kans om zelfs het besef van gerechtigheid te ontwikkelen.

Vers 11 terwijl gij in alles verrijkt wordt tot alle onbekrompenheid, welke door onze bemiddeling dankzegging aan God bewerkt.

’Onbekrompenheid’ is van het Griekse woord hap'lotes. Het betekent: eenvoud, oprechtheid; de deugd van iemand die vrij is van veinzerij; niet zichzelf zoeken, openheid van hart die blijkt uit edelmoedigheid.

Vers 12 Want het dienstbetoon met deze ondersteuning draagt niet alleen bij tot de behoeften der heiligen, maar het is ook overvloedig door vele dankzeggingen aan God. 13 Want door dit duidelijk blijk van hulpbetoon prijzen zij God om uw gehoorzaam belijden van het evangelie van Christus en om uw onbekrompen [hap'lotes] delen met hen en met allen, 14 terwijl zij ook in hun gebed het verlangen naar u uitspreken om de buitengewone genade Gods, die op u rust. 15 Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave!

De dienstbaarheid aan elkaar verstevigt ook de relatie met God door onze dankzegging en lofprijzingen aan God. Het doel is om een hecht teamverband te creŽren.

Al vanaf het begin van de schepping van de mens zien we dat God in zijn relatie met de mens werken (arbeid) gebruikt om karakter te bouwen. God zelf verricht werk door het onderhouden van de schepping, maar vereist dat ook wij mensen ons aandeel daarin leveren. Hij schenkt bijvoorbeeld zaad voor gewassen, waarmee wij aan de slag moeten: de bodem bewerken, zaaien, snoeien, wieden, oogsten. Dit doet een beroep op onze menselijke verantwoordelijkheid. Er ontstaat een samenwerking met God, want Hij blijft doorgaan met zijn deel van het werk. Hij geeft regen en zonneschijn.

God doet niet alles zelf, Hij verwacht ook dat wij ons aandeel van het werk leveren, maar wij kunnen niet doen alsof wij de eigenaars zijn. Het sleutelbegrip is rentmeesterschap. Een rentmeester heeft een machtiging gekregen van de eigenaar, maar hij weet dat hij eens verantwoording zal moeten afleggen voor de wijze waarop hij zich daarvan gekweten heeft.

Ons dagelijkse werk moeten wij dus doen met de wetenschap dat we rentmeesters of beheerders zijn. We moeten verantwoording afleggen aan de Heer.

Het maakt niet uit of we werken in de landbouw of de beroepen van de moderne wereld uitoefenen, God leert ons lessen en we mogen niet verzuimen. In het begin van de Bijbel, de jaren van Adam en Eva en daarna, illustreert God de principes van arbeid met behulp van de landbouw. De meeste mensen werken niet meer in de agrarische sector, maar de principes en ethiek en doelstellingen van arbeid zijn onveranderlijk. Het doel van de schepping van de mens is niet veranderd. We moeten allemaal het einddiploma halen om het doel niet te missen. Laat je niet misleiden door de religies van deze wereld. Ze houden de mensen voortdurend een genadige God voor zonder voorwaarden. Maar als wij ons niet aan de voorwaarden van God houden, kan Hij ons niet gebruiken. Natuurlijk is God genadig als iemand z'n best doet, maar geconfronteerd wordt door tegenslagen en andere omstandigheden. God zal een gezonde arbeider die zijn tijd niet volledig benut afwijzen en een zieke die zich volledig ingespannen heeft, maar niet kan, van harte aannemen.

Ons werk speelt zijn rol in de vervulling van het mens-zijn. Wij zijn een creatie van God, dat moeten we eren. Het is niet goed voor iemand om nutteloos te zijn. De Bijbel slaat kundige werkers hoog aan.

Spreuken 22:29 Ziet gij een man, vaardig in zijn werk, hij zal ten dienste van koningen gesteld worden; ten dienste van onaanzienlijken wordt hij niet gesteld.

Lees ook het volgende wijze principe.

Spreuken 24:27 Maak buiten uw werk gereed en bereid het voor u op het veld; daarna kunt gij uw huis bouwen.

Zorg eerst voor een behoorlijk maatschappelijk bestaan en bouw daarna, als je een gezin kunt onderhouden, je huis door in het huwelijk te treden.

God werkte in de scheppingsweek en Hij onderhoudt de schepping door te werken en Hij werkt aan zijn Huis.

Johannes 5:17 Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook.

God gaf het voorbeeld, Hij werkte zes dagen aan de schepping en rustte op de zevende dag. De rustdag heeft geen betekenis als er geen zes werkdagen zijn. De sabbat krijgt zijn speciale betekenis als er zes dagen wordt gewerkt. Het is zelfs een opdracht.

Exodus 23:12 Zes dagen zult gij uw werk doen, maar op de zevende dag zult gij rusten, opdat uw rund en uw ezel uitrusten, en de zoon van uw slavin en de vreemdeling adem scheppen.

Zes hele dagen.

Psalmen 104:23 De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot de avond toe.

Spreuken 18:9 Hij, die traag is in zijn arbeid, is reeds een broeder van de verderver.

De huishouding en klussen in, aan en rondom ons huis is werk.

Neem God serieus, zowel werknemer als werkgever.

Colossenzen 3:22 Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren. 23 Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen.

Colossenzen 4:1 Heren, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid; gij weet toch, dat ook gij een heer in de hemel hebt.

Paulus waarschuwt voor lanterfanten.

2 Thessalonicen 3:10 Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit: Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten. 11 Wij horen namelijk, dat sommigen onder u zich ongeregeld gedragen, door geen werk te verrichten, maar bezig te zijn met wat geen werk is; 12 zulke mensen bevelen wij en wij vermanen hen in de Here Jezus Christus, dat zij rustig bij hun werk blijven en hun eigen brood eten.

"Bezig zijn met wat geen werk is" is niet geoorloofd bij God. Ons land zorgt voor sociale uitkeringen of een andere vorm van bijstand. Het is een vangnet. Het kan iedereen overkomen dat hij of zij daar gebruik van moet maken. Maar als we ons niet volledig hebben ingezet, niet productief de tijd benut hebben die God heeft gegeven, niet aan degelijke planning gedaan hebben, dan is het gebruik van een sociale uitkering of andere vormen van hulp een verkapte vorm van diefstal, dat is stelen.

Lukas 21:34 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome.

Door onvoldoende inzet en verantwoordelijkheidsbesef kunnen we in de zorgen geraken en daardoor kan onze aandacht worden afgeleid van onze christelijke verplichtingen. Het kan leiden tot het missen van het Doel.

EfeziŽrs 4:28 Wie een dief was, stele niet meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige.

Werk is natuurlijk ook een manier om anderen te dienen. Een belangrijk element voor het ontwikkelen van een positieve teamgeest. "Werk," zegt de apostel Paulus, "opdat je iets te delen hebt met wie iets nodig hebben." En natuurlijk heeft inzet, plichtsbesef en trouw in ons werk ook invloed op de tienden.

Een treffend voorbeeld van een juiste economische visie is door Jozef gegeven. Hij liet voorraadschuren bouwen. Vele volkeren heeft hij daarmee kunnen ondersteunen. Dit is ook een voorbeeld voor elk gezin.

Spreuken 6:6 Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs: 7 hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser, 8 bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij in de oogst haar spijs. 9 Hoelang, luiaard, zult gij neerliggen, wanneer zult gij opstaan uit uw slaap? 10 Nog even slapen, nog even sluimeren, nog even liggen met gevouwen handen; 11 daar komt uw armoede over u als een snelle loper en uw gebrek als een gewapend man.

Als we de door God gegeven tijd vooral aan onze eigen dingen besteden, zijn we onbruikbaar voor Gods Koninkrijk, want van elk lid van het team wordt een opbouwende en enthousiaste bijdrage verwacht.

 

Conclusie

God is een team. Dit unieke Gezin bestaat uit leden die allen coŲperatief hun bijdrage leveren. Dit teamwork moeten we nķ leren, in dit leven. Daarvoor zijn we nķ, in dit leven, aan het oefenen. Dit betreft niet alleen de sabbat, de jaarlijkse feestdagen, rein vlees, enz., maar ook onze taken in het gezin en bezigheden op de zes werkdagen. De meeste mensen zullen niet weten waarom gezin en werk belangrijke factoren zijn ter voorbereiding op Gods Koninkrijk.

Ieder mens heeft in zijn leven deel uitgemaakt van een gezin, hetzij als vader of moeder of als kind. In die posities moeten we onze verantwoordelijkheden nemen en onze bijdrage leveren. Als we het goed willen doen, en dat willen we, dan is daarvoor honderd procent inzet en een gevende houding nodig.

Nauw verweven met het gezin, is het werk. Verzaken we hierin dan doen we het gezin te kort. Het is niet verkeerd om naar welvaart te streven. In de Wereld van Morgen zullen Gods kinderen werken om het Gezin groeiende rijkdom te geven. Er dient een goede balans te zijn tussen werk en gezin. Als we onze zinnen zetten op het verwerven van financiŽle rijkdom als doel, al onze tijd daaraan geven en de mentaliteit daarvoor ontwikkelen, dan streven we een verkeerd soort geluk na.

Het is noodzakelijk om voldoende financiŽle middelen te hebben voor het onderhouden van het gezin en om plezierige dingen te kunnen doen, om kwalitatief zinvolle aankopen te kunnen doen waar het gezin van kan genieten. En even noodzakelijk is het om te sparen voor financiŽle tegenslagen en slechte tijden. Schieten we daarin te kort, dan ontbreekt een belangrijk element in ons karakter en zijn we ongeschikt voor een hecht team, voor het Koninkrijk.

Denk aan de gelijkenis van de talenten. Een talent heeft twee betekenissen. Talenten zijn muntstukken, het is geld en God zegt dat we dat moeten vermeerderen. Niet als doel op zichzelf, maar als middel om de functie van het gezin en de samenleving tot zijn recht te laten komen. Talenten zijn ook bekwaamheden die we hebben gekregen van God en die moeten we vergroten, eveneens ten behoeve van het gezin en andere naasten.

Hetzelfde principe wordt beoogd met de gelijkenis van de ponden. Een man van hoge geboorte (Christus) trok naar een ver land om voor zich de Koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en daarna terug te keren. En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zei tot hen: Drijf handel, totdat ik terugkom. Natuurlijk gaat het over karakterbouw, maar als dit ook niet letterlijk van toepassing zou zijn, dus met werken een inkomen verwerven, zou de gelijkenis niet opgaan. De inzet die we in ons werk tonen, waarmee we dus geld verdienen, draagt bij aan het welzijn en geluk in een gezin en onze verantwoordelijkheid tegenover de samenleving. Dat is onze taak in de Wereld van Morgen: werken ten behoeve van Gods Gezin en alle volken op aarde.

Als je ergens mee bezig bent, is het belangrijk om je zelf steeds de vraag te stellen: wiens belang dien ik hiermee. Als je iets nalaat, stel je ook de vraag: wiens belang dien ik of schaad ik hiermee. Om het grote doel van de schepping van de mens te bereiken, moeten we eerst tonen dat we het doel van ons gezin en werk ten volle vervullen. Verantwoordelijkheid is het sleutelwoord. Benut de volle tijd en Gods principes voor het Doel. Doen we dat niet dan benadelen we de naaste en God. Want als we een succes van ons gezin en het Gezin van God willen maken, moeten we onze hemelse Vader en Jezus Christus liefhebben met geheel ons hart en met geheel onze ziel en met geheel ons verstand en onze naaste als onszelf.

Wiens belang dienen we? Moeten onze naasten maar wennen aan onze kuren of moeten wij de kuren van onze naasten accepteren?

Kennis van Gods Plan zet de deur open, maar we kunnen er pas doorheen gaan als we ons bekeren.

En dan komt de ware voldoening.

Het potentieel van de mens is om God te worden. We oefenen nu voor die eenheid. Die eenheid kan alleen tot stand gebracht worden als we allen dezelfde richtlijnen volgen: de normen (geboden) van God.

Is God ťťn persoon? Is God geen team? Er is slechts ťťn God, maar God bestaat uit meer personen, waarvan het menselijk gezin het type is. De mens is gemaakt naar Gods evenbeeld en gelijkenis (Gen. 1:26) en daarom zegt Paulus:

Handelingen 17:29 Daar wij dan van Gods geslacht zijn…

Dat wil zeggen op fysiek niveau, maar nog niet geestelijk naar Gods aard.

God noemde zelfs de leiders van het uitverkoren volk IsraŽl goden (Ps. 82:6).

Johannes 10:34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden?

Natuurlijk bedoelde God niet dat ze uit geest bestonden en dus onsterfelijk. Maar het is wel het potentieel van de mens om God te worden, want ze kunnen geboren worden in Gods Gezin.

God bestaat nu nog uit twee personen (Joh. 1:1): Vader en Zoon God. Zij die Gods geest hebben ontvangen, zijn nu nog niet geboren in dat gezin. De heilige geest is het zaad van de Vader, waardoor zij al wel verwekt zijn in dat gezin, zoals een menselijk embryo en foetus. Zij wachten op de geboorte in het Gezin van God, of het Koninkrijk van God, dat plaats zal vinden bij de komst van Christus. Christus zegt dat zij zijn broers en zusters zijn en kinderen van de Vader. Zij zijn in geestelijke zin van het geslacht van God.

1 Petrus 2:9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom…

Zij die het eerst geboren worden in het Gezin van God – de eerstelingen – vormen de geestelijke tempel, de woning van God. Alle stenen moeten perfect aaneensluiten. Een type hiervan was de tempel die Salomo liet bouwen.

1 Koningen 6:7 Toen het huis gebouwd werd, werd het opgetrokken van steen, afgewerkt aan de groeve, en geen hamer of beitel of enig ijzeren gereedschap werd gehoord bij het bouwen van het huis.

De leden van de nieuwtestamentische Gemeente zijn de levende stenen van de geestelijke tempel van God. Ieder van hen moet tevoren bereid zijn, voordat hij zijn plaats in het Koninkrijk kan innemen.

1 CorinthiŽrs 3:16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?

1 Koningen 5:18 De bouwlieden van Salomo en van Chiram en de Giblieten behieuwen de boomstammen en de stenen, en maakten ze pasklaar voor de bouw van het huis.

De Gemeente is de tempel van God. Wanneer iemand gedoopt is, is hij een lid van het gezin van God. De gezinsleden van een gezin kennen elkaar, gaan intensief met elkaar om. Ook het Gezin van God, want ze moeten als stenen in een gebouw zodanig gevormd worden dat ze nauwkeurig in elkaar passen in het totale gebouw.

EfeziŽrs 2:19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods.

Iemand die gedoopt is, is een huisgenoot.

Vers 20 gebouwd op het fundament van de apostelen [NT] en profeten [OT], terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21 In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22 in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.

Jammer dat de NBG-vertaling zegt "elk bouwwerk", terwijl andere vertalingen zeggen "het gehele gebouw". En dat is correct, want het gaat hier niet om allerlei bouwwerken, maar om dat ene gebouw, dat hechte team, namelijk het Huis van God, de tempel. Dit gebouw wordt perfect "ineensluitend" (vers 21) gebouwd. Elke steen (elk kind van dat Gezin) wordt precies passend gemaakt, zodat het een harmonieus gezin is, waar volledige eenheid is.

1 Petrus 2:5 en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.

God zal een team zijn tot in eeuwigheid!

 

Terug naar de Home Page

website statistics