Voor  literatuurlijst klik hier.

God
en de
Heilige Geest

Is God een drie-eenheid of een gezin? Was Jezus Christus nu God, of alleen maar mens? Was Jezus geboren als de Zoon van God, of was Hij slechts een geadopteerde 'zoon'? Is de heilige Geest een persoon of de creatieve kracht van de Godheid?

Het geloof dat God één wezen is, maar toch drie personen, is een van de centrale leerstellingen van de christelijke religie. Ondanks het grote gewicht van dit geloof in de drie-eenheid, is het een leerstelling die door de gewone christenen maar slecht begrepen wordt. Slechts weinig mensen hebben een idee van de problemen die de leer van de drie-eenheid aankleven. Zij nemen het leerstuk eenvoudig zonder vragen aan – en laten de mysterieuze leerstellige aspecten ervan aan de theologen over.
En als de leek er al een verder onderzoek naar instelt, dan ziet hij zich geplaatst voor ontmoedigende verklaringen zoals:
"Het menselijke verstand kan het mysterie van de Drie-eenheid niet volledig bevatten. Hij die het mysterie volledig tracht te begrijpen, zal zijn verstand verliezen. Maar degene die de Drie-eenheid ontkent, zal zijn ziel verliezen."
Zo'n bewering betekent dat het concept van de drie-eenheid aangenomen moet worden, zo niet, dan… Toch is het volkomen in strijd met de Schrift om het als doctrine te accepteren zonder het te bewijzen. God inspireerde Paulus het volgende te schrijven: "…toetst [bewijst] alles en behoudt het goede" (1 Thess. 5:21).
Een christen behoort voor zichzelf eens voor al te bewijzen of God nu wel of niet een drie-eenheid is.

 

HET GEZIN VAN GOD
OPEN OF GESLOTEN?

Denkt u eens terug aan uw schooltijd toen er een bepaalde categorie scholieren was waar u bij had willen horen. Misschien was het de club van de sportievelingen, of wellicht het groepje knappe koppen, of de populaire kring van de lolbroeken. Hoe pijnlijk was het niet toen u afgewezen werd, omdat u niet geheel aan hun maatstaven voldeed. Wat een leeg gevoel om tot degenen te behoren die men links laat liggen, u ongewenst te voelen, buitengesloten en niet goed genoeg.
Maar weet u wel wat waarschijnlijk de meest exclusieve club van het universum is – de kliek waarvan de gehele mensheid buitengesloten is?
Dat is de 'drie-eenheid'!
 

Drie-eenheid

Met Drie-eenheid, ook Drievuldigheid of Triniteit (Lat. Trinitas), wordt het christelijk dogma aangeduid dat God één is in Zijn openbaring als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Behoudens enkele kleine christelijke groeperingen, spreken de christelijke kerken van één wezen en drie personen. Vele theologen hebben bezwaar tegen de uitdrukking 'personen', omdat deze gemakkelijk als drie persoonlijkheden (personen ieder met een eigen ik-centrum) zou kunnen worden misverstaan. Zij geven daarom de voorkeur aan: zijnswijze. De éne God is telkens op een andere wijze God: als de Vader die alle dingen geschapen heeft, als de Zoon die in de wereld is gekomen, als de Geest die een woning maakt in de harten van de mensen.
Hoewel toegegeven wordt dat het Nieuwe Testament niet de latere dogmatische formulering kent, wordt wel naar een aantal zgn. ‘trinitarische’ teksten in deze richting verwezen, zoals Matth. 28:19. De tekst over drie en één in 1 Joh. 5:7, het Comma Johanneum, komt in de oudste handschriften niet voor. Sommige mensen die zich christen noemen hebben moeite met het begrip 'wezensgelijk' van God, omdat zij menen dat de 'personen' Christus en de Heilige Geest niet op één lijn met de Vader geplaatst kunnen worden.
In het Romeinse Rijk waren hierover al vroeg conflicten. Op het Concilie van Nicea (325) werd Arius en aanhangers veroordeeld omdat zij het accent legden op het geschapen-zijn van de Zoon i.p.v. het God-zijn. Er werd een geloofsbelijdenis aanvaard waarin de term homoiousis (= wezensgelijk) werd vastgelegd. Deze wezenseenheid werd ook uitgesproken omtrent de Heilige Geest. (Concilie van Constantinopel in 381: "die met de Vader en de Zoon tezamen aanbeden en mede verheerlijkt wordt..."). Er waren toen ook bestrijders van deze wezenseenheid van de Geest met de Vader en de Zoon.
In de christelijke geloofsbelijdenis is de Heilige Geest de derde persoon van de Drie-eenheid. De 'kerk' belijdt dat God zich in de heilshistorie openbaarde als Vader, Zoon en Heilige Geest. Het christendom onderkende de Heilige Geest al vroeg als persoon. Tevens werd Hij in de eredienst tegelijk met de Vader en de Zoon als in goddelijke eenheid aanbeden. Dat Hij als derde met de Vader en de Zoon het ene Godsmysterie openbaarde, werd eerst uitdrukkelijk uitgesproken door de Oecumenische Concilies van Nicea in 325 en Constantinopel in 381. Velen beschouwden dit als ketters en pas op het Concilie van Chalcedon, in 451 n.Chr., werd de doctrine van de drie-eenheid permanent de officiële leer van de katholieke orthodoxie.
Reeds in de oudheid en nog eens in de middeleeuwen verkondigden bepaalde spiritualistische stromingen dat de Heilige Geest een nieuw rijk zou stichten ter aflossing van het Rijk van Christus, een rijk waarin alle uitwendige vormen zouden plaats maken voor een louter geestelijke godsdienstigheid. Hierbij werd 'geest' tegenover de zichtbare werkelijkheid geplaatst. Een dergelijk spiritualisme was ook werkzaam in de tijd waarin de Reformatie ontstond en leefde voort in sommige sectoren van de Reformatie.
Aurelius Augustinus, geboren in 354 n. Chr., een roomse 'kerkvader', wordt door velen beschouwd als de invloedrijkste christelijke denker in het westerse christendom. Eén van zijn hoofdwerken was: Drie-eenheid Gods (De trinitate Dei). Zijn discussies over de kennis van waarheid en het bestaan van God waren gebaseerd op de bijbel en op de ideeën van de filosofen uit het oude Griekenland!
Op de ideeën en filosofieën van de oude wereld is veel gebouwd. Ten goede, maar ook ten kwade. Er is veel overeenkomst tussen Babylon en Rome. Als we de oude Babylonische Mysteriën onder het hele religieuze systeem van Rome leggen, zoals je twee glasplaten met figuren op elkaar legt, dan zien we hoe immens veel de één van de ander heeft overgenomen.
Verderop in deze publicatie komen we op de drie-eenheid terug.
Laten we eens in de bijbel naar twee verzen kijken waarvan men zegt dat daarin de drie-eenheid genoemd wordt en laten we eens zien wat er werkelijk staat.

Comma Johanneum (1 Johannes 5:7-8)

Comma Johanneum (Lat. = johanneïsche zinsnede), een omstreden invoeging in de tekst van de eerste brief van Johannes (1 Joh. 5:7–8) die van deze verzen een nieuwtestamentisch getuigenis voor de Drie-eenheid maakt:
1 Johannes 5:7  Want drie zijn er, die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord, en de Heilige Geest; en deze drie zijn een. 8  En drie zijn er, die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot een.
De woorden tussen de teksthaken zijn pas in de 16e eeuw in enkele handschriften van de Griekse tekst doorgedrongen, uit het Latijn terugvertaald. De oudste twee handschriften waarin het voorkomt dateren uit de 7e eeuw. Sinds 1590 staat de invoeging in de officiële Vulgaat-editie. Voor een 'echt' bestanddeel van 1 Joh. houdt vrijwel niemand het meer.
Nu zijn vrijwel alle geleerden het erover eens dat de woorden "de Vader, het Woord en de heilige Geest" onjuist zijn en in de tekst zijn ingevoegd in een poging de argumenten voor de drie-eenheid te versterken.
In een weloverwogen en bedrieglijke poging de wereld de valse drie-eenheiddoctrine aan te praten voegde een monnik in de vierde eeuw na Christus volslagen zelfverzonnen woorden aan de bijbeltekst toe als zogenaamd 'bewijs' voor deze belangrijke leerstelling van de heidense oudheid. Vers 7 en 8 horen in feite als volgt te luiden: "Want drie zijn de getuigen; de Geest, het water en het bloed; en die drie zijn eenstemmig." Zo wordt deze passage weergegeven in de Leidse Vertaling. De auteurs van zowel vrijzinnige als orthodoxe bijbelcommentaren (van zowel vroeger als nu) zijn het allen eens over de zeer twijfelachtige herkomst van 1 Johannes 5:7 zoals dat door de NBG-vertaling en Statenvertaling wordt weergegeven. In de bijbel met kanttekeningen bij de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap staat het volgende: "Het tussen / / geplaatste is het zgn. comma Johanneum, dat in andere Gr. hss. niet voorkomt. Uit Spanje of N.-Afrika afkomstig, is het allengs in verschillende bijbelvertalingen opgenomen; klaarblijkelijk om het leerstuk der Drie-eenheid te schragen; maar het is duidelijk een invoeging. Verscheidene andere vertalingen laten het dan ook geheel weg, wat o.i. de voorkeur verdient."
De gewraakte passage staat in slechts twee moderne Griekse handschriften, in een of twee vroegere versies die van weinig belang zijn en natuurlijk in vele latere exemplaren van de Latijnse Vulgaat.
Het ontbreekt in ieder manuscript van deze brief dat voor de uitvinding van de boekdrukkunst werd geschreven, op één uitzondering na, de Codex Montfortii (die zich in het Trinity College te Dublin bevindt).
Het ontbreekt in de Syrische vertaling, evenals in alle Arabische, Ethiopische, Koptische, Sahidische, Armeense, Slavische vertalingen etc., kortom, in alle vroege uitgaven behalve in de Vulgaat – en zelfs in de oudste manuscripten van de Vulgaat ontbreekt het.
Het feit kan niet worden genegeerd dat niet één Grieks handschrift of kerkboek van vóór de vijftiende eeuw enig spoor vertoont van 1 Johannes 5:7. En tenslotte haalt geen enkele Griekse 'kerkvader' het aan in enige discussie betreffende de drie-eenheiddoctrine zelf.
Bijgevolg werd de passage weggelaten in de meer recente vertalingen, zoals de Willibrord, de Lutherse, de Leidse Vertaling, en die van prof. Brouwer. Ook in de Groot Nieuws Vertaling ontbreekt het. Vele andere naslagwerken en commentaren, zoals bijv. De Interpreter's Bible en Jamieson, Fausset en Brown's commentaar tonen aan dat de enige Griekse manuscripten die deze verwijzing naar de drie-eenheid bevatten pas veel later zijn toegevoegd.
Nu zullen we eens uitzoeken wat 1 Joh. 5:7-8 werkelijk betekent. We zullen zien dat juist dit gedeelte van Gods Woord dat aangevoerd wordt om de drie-eenheid te bewijzen in feite precies het tegenovergestelde bewijst.
Eerst kijken we hoe 1 Joh. 5:7-8 behoort te luiden: "Want drie zijn er, die getuigen: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één." (Zie de NBG-vertaling waarin de hier weggelaten woorden tussen teksthaken zijn geplaatst.) Er is dus inderdaad sprake van drie dingen die ergens van getuigen: de Geest, het water en het bloed.
Maar waarvan getuigen die drie? Van een gesloten goddelijke kliek van drie wezens? Nee, van precies het tegendeel!
Het getuigenis wordt duidelijk in vers 11-12 gegeven:
1 Johannes 5:11  En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. 12  Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.
Dus waarvan getuigenis wordt gegeven is van het feit dat indien wij Jezus Christus Zijn leven in ons laten leven, we door Hem hier en nu eeuwig leven in onszelf hebben.
Met andere woorden, om de analogie te gebruiken, die door geheel 1 Johannes heen en op andere plaatsen in de bijbel wordt gebruikt, over te nemen: wij zijn nu verwekte zonen van God en, indien we onszelf niet aborteren tijdens dit groeiproces, zullen wij later de geboren zonen van God worden. Dat houdt in dat we feitelijk leden worden van de sterk groeiende familie van God.
In de drie-eenheididee is slechts plaats voor drie goddelijke wezens. Is het dan niet ironisch dat de plaats waar een vers is ingevoegd in een poging een goddelijke kliek te vestigen, een gesloten drie-eenheid, precies de plaats is waar God laat zien hoe Hij leden aan Zijn Gezin toevoegt?
De drie die "getuigen" in 1 Joh. 5:7-8 zijn:
1) Gods Geest, die geen persoon is, maar de kracht van God, het "onderpand" van de verwekking, door God gegeven om te tonen dat het Hem ernst is en dat Hij later de beloning zal voldoen wanneer u in het Koninkrijk van God bent geboren met een volkomen geestelijk lichaam.
Efeze 1:13  In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, 14  die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.
2) Het water – de doop, die onze dood en begrafenis symboliseert, zodat een nieuwe entiteit kan gaan ontstaan, een entiteit die kan uitgroeien tot een zoon van God.
Romeinen 6:4  Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
3) Het bloed – Christus' dood, die ons met God verzoent, door onze doodstraf, die het gevolg van onze zonde is, op zich te nemen, waardoor wij in staat worden gesteld om ons te ontwikkelen tot een zoon van God.
Romeinen 5:10  Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft.
Iedere christen die op weg is om lid van Gods gezin te worden, moet deel hebben aan de drie dingen die getuigen van het feit dat God wenst dat de gehele mensheid zich bij Hem voegt in Zijn eeuwig heersende gezin – de doop, het ontvangen van de heilige Geest, en het jaarlijkse Pascha dat een herdenking is van de dood van Jezus Christus. Deze drie unieke gebeurtenissen in uw leven als christen vormen een krachtig bewijs dat u ook een zoon van God bent, die te zijner tijd uit God geboren zal worden.
God is een gezin – geen drie-eenheid. Gods gezin zal niet beperkt worden tot een op zichzelf bestaande gesloten kring van drie personen. Dit is een groep waarvan u niet hoeft te worden buitengesloten!
U kunt deel uitmaken van de meest grootse groep die er bestaat.
Gods gezin staat open!

Mattheus 28:19

Een tekst waarover veel misverstand bestaat en die vaak wordt aangehaald als 'bewijs' van de drie-eenheid is Mattheus 28:19:
Mattheus 28:19  Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
Hieruit te concluderen als zou dit vers betekenen dat alle drie (de Vader, de Zoon en de heilige Geest) personen zijn, is eenvoudig niet op een eerlijke manier met de Schrift omgaan. Onmiskenbaar zijn de eerste twee (God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus) twee afzonderlijke, individuele, geestelijke persoonlijkheden in de Godheid; maar dat feit maakt niet automatisch de heilige Geest eveneens tot een persoon.
De mensen geven dikwijls namen aan dingen die geen personen zijn. Vrijwel alles – of het nu om een persoon, een plaats of een ding gaat heeft een naam!
Maar waarom gaf Jezus de apostelen de opdracht bekeerlingen in deze drie namen te dopen? En waarom moeten zij op die wijze gedoopt worden om de heilige Geest te ontvangen? Geleerden vertalen de Griekse uitdrukking eis to onoma, in de naam van, wel als 'tot eigendom van'. Wanneer God de Vader een mens werkelijk berouw verleent, behoort deze vervolgens aan Hem toe.
Romeinen 2:4  Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt?
Handelingen 11:18  En toen zij dit gehoord hadden, kwamen zij tot rust en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering ten leven geschonken.
2 Timotheus 2:25  …. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot erkentenis der waarheid te keren 26   en, ontnuchterd, zich te wenden tot de wil van Hem, losgekomen uit de strik des duivels, die hen gevangen hield.

God brengt ons tot berouw en bekering en wij worden dan (letterlijk!) Zijn zonen – de zonen van God (die Zijn naam dragen) – wanneer wij de heilige Geest ontvangen en erdoor worden geleid.
Romeinen 8:9  Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Vers 14   Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. Vers 16  Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. 17  Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.
Wij worden een deel van dat goddelijke gezin, waartoe ook de heilige Geest behoort, hoewel niet als een persoon.
Veel mensen dragen de naam van hun voorouders, bijvoorbeeld Jansen, Pietersen, Hendriks, wat oorspronkelijk betekent de zonen van Jan, de zonen van Pieter, van Hendrik.
'God' is de familienaam van het goddelijke Koninkrijk van geestelijke wezens. De naam van de Vader is in het Nederlands 'God'. Jezus Christus – die gekruisigd werd opdat onze vroegere zonden vergeven kunnen worden – wordt eveneens God genoemd.
Johannes 1:1  In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
Hebreen 1:8  maar van de Zoon: Uw troon, o God
[Jezus Christus], is in alle eeuwigheid en de scepter der rechtmatigheid is de scepter van zijn koningschap. 9  Gerechtigheid hebt Gij liefgehad en ongerechtigheid hebt Gij gehaat; daarom heeft U, o God [Jezus Christus], uw God [de Vader] met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten.
De heilige Geest – die van God uitgaat – is de verwekkende kracht waardoor wij het onderpand van ons behoud ontvangen.
2 Corinthe 1:21  Hij nu, die ons met u bevestigt in de Gezalfde en ons heeft gezalfd, is God, 22  die ook zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven heeft.
Zie ook Ef. 1:14 en Rom. 8:16 hiervoor.
Veel godsdienstige mensen begrijpen niet welke rol de Vader, de Zoon en de heilige Geest ieder afzonderlijk spelen in het proces van behoud. Ten dele is de drie-eenheid het resultaat van deze fundamentele misvattingen.
Maar hier is opnieuw een van die 'roemruchte' bijbelse tegenstellingen. In plaats van de heidense doctrine van de drie-eenheid te onderwijzen, zegt Mattheus 28:19 in werkelijkheid dat God een groeiend gezin of Koninkrijk is, waar wij deel van kunnen uitmaken na berouw, doop, het ontvangen van de heilige Geest en geduldige volharding tot aan het einde van ons fysieke leven en/of de wederkomst van Christus – afhankelijk van wat het eerst komt. Een gesloten drie-eenheid of triade, of triumviraat staat net zo ver van Gods gedachten en Zijn plan voor de mensheid af als het oosten van het westen is verwijderd.

 

WIE WAS JEZUS?

Uw Verlosser – was Hij nu mens, God, of wat eigenlijk? Waar kwam Hij vandaan? Hoe kwam Hij hier? Was Hij echt goddelijk? Zou het waar kunnen zijn dat Christus en de God van het Oude Testament één en dezelfde Persoon zijn? Velen hebben deze zeer fundamentele en belangrijke vragen gesteld. Hier zijn, uit het boek Johannes, de antwoorden daarop.

Sommige mensen hebben of hadden ooit een 'boezemvriend' – iemand wie zij deelgenoot maken van een kant van zichzelf die door anderen zelden wordt gezien. Ofschoon Jezus alle mensen lief had, had Hij toch een zeer nauwe band met Zijn discipel Johannes. De apostel zelf onthult deze warme vriendschap in zijn eigen evangeliebeschrijving. Hij is enigszins beschroomd zichzelf in de eerste persoon te noemen – al was hij totaal niet beschroomd de andere discipelen bij hun naam te noemen.
Hij is de enige van Christus' biografen die vermetel genoeg was Simon Petrus aan te wijzen als degene die bij de arrestatie van Jezus in de hof het oor van de dienstknecht afsloeg (Joh. 18:10). Toch noemt hij zichzelf in zijn hele boek nooit bij zijn naam; als hij het over 'Johannes' heeft, verwijst hij naar Johannes de Doper. 

"De discipel die Jezus liefhad."
Bij Zijn laatste Pascha was Jezus ontroerd:
Johannes 13:21  Na deze woorden werd Jezus ontroerd in de geest en Hij getuigde en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal Mij verraden. 22  De discipelen zagen elkander aan, in het onzekere, van wie Hij sprak. 23  Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; 24  hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zeide tot hem: Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt.
Wie was deze discipel die Jezus liefhad?
Enkele dagen na Jezus' opstanding uit de doden, was Petrus betrokken in een lang gesprek met de opgestane Christus. Aan het eind van het gesprek keerde Petrus zich om en zag de discipel volgen, dien Jezus liefhad.
Johannes 21:20  En Petrus, zich omwendende, zag de discipel volgen, dien Jezus liefhad, die zich bij de maaltijd aan zijn borst geworpen had en gezegd had: Here, wie is het die U verraadt? 21  Toen hij deze zag, zeide Petrus tot Jezus: Here, maar wat zal met deze gebeuren? 22  Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil, dat hij blijft, totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.
Vers 24 onthult de identiteit van deze discipel en toekomstige apostel:
Vers 24  Dit is de discipel, die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft en wij weten, dat zijn getuigenis waar is.
Dit kan niemand anders zijn dan de auteur van 'Het Evangelie naar [de beschrijving van] Johannes'. Johannes bleef in leven om het boek Openbaring te schrijven lang na het martelaarschap van Petrus. Johannes is hoogstwaarschijnlijk de enige apostel wiens leven niet met de marteldood eindigde. Het is waarschijnlijk dat hij zijn laatste dagen ondanks zijn gevangenschap in betrekkelijke rust op het eiland Patmos heeft kunnen doorbrengen.
Johannes was ook begunstigd om te behoren tot de kleine kring binnen de discipelen die door een visioen getuige was van een voorproefje van het Koninkrijk van God.
Mattheus 17:1  En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en zijn broeder Johannes mede en Hij leidde hen een hoge berg op, in de eenzaamheid [ofwel alleen].
Daar zagen zij dat Jezus verheerlijkt werd tezamen met Mozes en Elia.
Ook was Johannes degene die als eerste discipel geloofde dat Christus uit de doden was opgestaan. Kort na Christus' opstanding kwam Maria Magdalena naar het graf en zag dat dit leeg was.
Johannes 20:2  IJlings kwam zij dan bij Simon Petrus en bij de andere discipel, dien Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben de Here weggenomen uit het graf en wij weten niet, waar zij Hem hebben neergelegd.
Johannes snelde Simon Petrus voorbij op weg naar het graf, maar de onstuimige Petrus ging als eerste naar binnen (vers 3-7).
Vers 8  Toen ging ook de andere discipel, die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde.

Johannes' diepere inzicht.
Wellicht ten dele wegens zijn bijzondere relatie met Jezus, werd Johannes door God een dieper en breder begrip van zijn Verlosser gegeven. Mattheus, Markus en Lukas beginnen ieder hun 'minibiografieën' van Jezus met een verslag over Johannes de Doper of met de conceptie van de mens Jezus.
Maar het begin van het boek Johannes gaat zelfs nog aan de gebeurtenissen van het Oude Testament vooraf:
Johannes 1:1  In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2  Dit was in den beginne bij God. 3  Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
Vers 14 verklaart wie dit 'Woord' was:
Vers 14  Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij [de discipelen] hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.
Jezus Christus is het enige hemelse Wezen dat ooit een vleselijk menselijk wezen werd en in deze wereld leefde.
Dit kleine aantal verzen vertelt ons zeer veel over de natuur van Jezus Christus: 1) Hij was God; 2) Hij was vanaf het allereerste begin samen met een ander Wezen dat God genoemd wordt; 3) Hij was het 'Woord' (Grieks: Logos) of Woordvoerder voor de Vader. ("Niemand heeft ooit God gezien" heeft betrekking op het andere Wezen dat God genoemd wordt, vers 18.)
De eerste brief van Johannes en twee brieven van Paulus voorzien ons van een uitstekend commentaar op deze openingsverzen van het vierde evangelie. Haast als een gewoonte begint Johannes zijn eerste brief met:
1 Johannes 1:1  Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens 2  (het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is) 3  hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.
Deze brief maakt, evenals de eerste verzen van Johannes' evangelie, duidelijk dat het Wezen waar zij samen mee hadden geleefd, gewerkt, gezwommen en gevist niemand anders was dan een lid van de Godheid – die samen was met en gelijk was aan God de Vader.
De apostel Paulus schrijft:
Kolossensen 1:13  Hij [de Vader] heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde [Jezus Christus], 14  in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden. 15  Hij [Jezus] is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, 16  want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17  en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.
Vergelijk Ef. 3:9.
Efeze 3:9  en in het licht te stellen [wat] de bediening van het geheimenis [inhoudt], dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen.
Paulus wijst hier op de uitgebreide en enorme omvang van het werk en gezag van de vóór-menselijke Christus.

Het thema van Johannes: de goddelijkheid van Christus.
We moeten ons niet laten (mis)leiden door leringen van mensen zegt Jezus zelf. Elk oorspronkelijk schriftwoord is door God ingegeven en staat geen eigen interpretaties toe. Ook niet ten aanzien van de bijbelse geschriften van Johannes.
2 Timotheus 3:16  Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid.
2 Petrus 1:20  Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; 21  want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.
Johannes 14:26  maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.

Johannes benadrukt steeds opnieuw, door de inspiratie van de heilige Geest, Christus' preëxistentie als God vóór Zijn geboorte als mens.
Het is een thema dat door zijn gehele evangelie heen op de voorgrond treedt. Lees het nog eens in het allereerste hoofdstuk:
Johannes 1:10  Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
Als Hij de wereld heeft geschapen, dan ging Hij vooraf aan het door Hemzelf geschapene. Toen Hij echter in het menselijk vlees kwam, verwierp de overgrote meerderheid van degenen die de gelegenheid hadden Hem te kennen haar eigen Schepper.
Johannes de Doper vat ditzelfde thema op:
Vers 15  Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geweest, want Hij was eer dan ik.
Liet Johannes de Doper zich hier gaan in een soort spirituele quasi-diepzinnige onzin? Beslist niet! Johannes de Doper was verwekt en als mens geboren vóór Jezus (Lukas 1:35-37, 57-60).
Maar Jezus was God lang voordat Johannes ooit maar was verwekt. Johannes de Doper herhaalt het in vers 30:
Johannes 1:30  Deze is het, van wie ik zeide: Na mij komt een man, die voor mij geweest is, want Hij was eer dan ik.

Jezus' bovennatuurlijke kennis.
Johannes openbaarde dat Christus over machten beschikte die een gewoon menselijk wezen niet heeft, hoewel Hij beslist onderworpen was aan de negatieve kracht en verleidingen van het vlees.
Hebreen 4:15  Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
Een voorbeeld van Jezus' bovennatuurlijke kennis.
Johannes 1:46  Filippus vond Natanaël en zeide tot hem: Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret. 47  En Natanaël zeide tot hem: Kan uit Nazaret iets goeds komen? Filippus zeide tot hem: Kom en zie. 48  Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in wie geen bedrog is! 49  Natanaël zeide tot Hem: Vanwaar kent Gij mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom. 50  Natanaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël! 51  Jezus antwoordde en zeide tot hem: Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, gelooft gij? Gij zult grotere dingen zien dan deze. 52   En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg ulieden, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalen op de Zoon des mensen.
Let ook eens op de drie laatste verzen van Johannes, hoofdstuk twee:
Johannes 2:23  En terwijl Hij te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed; 24  maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende 25  en omdat het voor Hem niet nodig was, dat iemand van de mens getuigde; want Hij wist zelf, wat in de mens was.
Christus de Schepper had de mensheid gemaakt en Hij wist alles van de menselijke zwakheden.

Jezus – uit de hemel.
Johannes kende de ware afkomst van Jezus. Hij bevestigt dat door Christus zelf te citeren:
Johannes 3:13  En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen.
Johannes zet dit thema voort in de tweede helft van het hoofdstuk:
Vers 31  Die van boven komt, is boven allen; wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt van de aarde. 32  Die uit de hemel komt, is boven allen; wat Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij en zijn getuigenis neemt niemand [van de grote meerderheid] aan. 33  Wie [de enkeling, die] zijn getuigenis aanvaardt, heeft bezegeld, dat God waarachtig is. 34  Want Hij, die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods, want Hij geeft de Geest niet met mate.
Ten tijde dat Jezus nog in de hemel was (nog vóór Zijn geboorte als mens), zag en hoorde onze Verlosser de boodschap die Hij later op aarde zou uitspreken. In een gesprek met de religieuze leiders van Zijn generatie, zei Hij:
Johannes 8:14  … Ook al getuig Ik van Mijzelf, toch is mijn getuigenis waar, want Ik weet, vanwaar Ik gekomen ben [uit de hemel] en waar Ik heenga [naar de hemel]; maar gij weet niet, vanwaar ik kom of waar Ik heenga.
In vers 23 vervolgt Hij:
Vers 23 … Gij zijt van beneden, Ik ben van boven; gij zijt van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld. Vers 28  Jezus dan zeide: Wanneer gij de Zoon des mensen verhoogd [gekruisigd] hebt, zult gij inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft.
Nog even terug naar vers 26:
Vers 26  … maar die Mij gezonden heeft, is waar, en wat Ik van Hem gehoord heb, dat spreek Ik tot de wereld. Vers 38  Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik… Vers 42  … Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.

Jezus – de God van het Oude Testament.
In deze lange dialoog met Jezus brachten de Farizeeën Abraham ter sprake (de grootste van de Joodse nationale helden). Jezus verklaarde hen:
Vers 56  Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd.
Degene die Christus werd, ging om en sprak met de patriarch Abraham (Gen. 12:1-4; 13:14-18; 17:1-22; 18:1-33; 22:1-2). Natuurlijk hadden deze godsdienstijveraars niet door wat Jezus zei:
Vers 57  De Joden dan zeiden tot Hem: Gij zijt nog geen vijftig jaar en hebt Gij Abraham gezien? 58  Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik.
Jezus Christus was dezelfde God die omging en sprak met Mozes in de wildernis, de God die er altijd was, is en zal zijn:
Exodus 3:14  Toen zeide God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden.
Dezelfde Ik ben die het volk Israël uit Egypte voerde. Paulus maakt dit duidelijk:
1 Corinthe 10:1  Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de [Rode] zee heengingen, 2  allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, 3  allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, 4  en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.
Deze zelfde Persoon van de Godheid had de leiding over de Vloed ten tijde van Noach. Petrus geeft ons de feiten hierover:
1 Petrus 3:18  Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen: Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest, 19  in welke Hij [Christus] ook heengegaan is en gepredikt heeft aan de geesten [demonen] in de gevangenis, 20  die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.

Van Schepper tot Zoon.
De meest nadrukkelijke beweringen over de pre-existentie van Jezus Christus vinden we echter in het boek Johannes. Het boek legt de grootste nadruk op het onmiskenbare feit dat Jezus Christus God was voor Zijn geboorte als mens. Zelfs de Farizeeër Nicodemus zei tegen Jezus:
Johannes 3:2  deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar…
Jezus vertelde de leiders van deze kleingeestige sekte:
Johannes 5:17  Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook. 18  Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde.
Als u een zoon of dochter heeft, leeft die op hetzelfde niveau van bestaan als u. Zij zijn geen lagere wezens zoals dieren. Jezus was aan God gelijk in de zin dat Hij op hetzelfde goddelijke niveau als de Vader bestond. Maar het is waar dat de Vader hoger in autoriteit stond en staat:
Johannes 14:28  Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Christus zette Zijn discussie met de Farizeeën voort door op het punt dat Hij inderdaad Gods Zoon was door te gaan:
Johannes 5:19  Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo. 20  Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. 21  Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil.
Jezus bezit dezelfde macht en kracht als de Vader, omdat ook Hij God is.
Jezus zei: "Ik en de Vader zijn één" (Joh. 10:30). Niet dat zij hetzelfde Wezen zijn, maar zij hebben één en hetzelfde doel, één en hetzelfde plan, en bovenal, zij zijn één in de zin dat zij leden zijn van hetzelfde goddelijke gezin.
Als iemand van Zijn generatie Jezus zag, zag hij hoe Iemand van het goddelijke gezin handelt tijdens Zijn leven hier op aarde – en dus hoe de Vader zou handelen.
Johannes 12:44  Jezus riep en zeide: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, die Mij gezonden heeft; 45  en wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft.

Jezus herkreeg Zijn verheerlijkte goddelijkheid.
Wij hebben onwrikbaar vastgesteld dat Jezus voor Zijn geboorte als mens God was. Lees met het oog daarop nog één vers:
Johannes 17:5  En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.
Jezus was een verheerlijkt goddelijk Wezen voordat er maar ooit één engel of mens op aarde was. In feite heeft Jezus eeuwig als God bestaan.
Hij deed echter afstand van Zijn vroegere heerlijkheid en daalde naar deze aarde af om (naast nog veel andere dingen) als een menselijk wezen voor de zonden van de gehele mensheid te sterven. Paulus schreef aan de gemeenteleden in Filippi:
Filippensen 2:5  Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6  die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7  maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8  En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.
Vervolgens brengt Paulus het feit naar voren dat Jezus nu in Zijn vroegere glorie is hersteld:
Vers 9  Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10  opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen [God staat niet toe dat mensen andere mensen of zelfs engelen aanbidden – alleen leden van het goddelijke gezin] van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11  en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
Johannes heeft ook geschreven dat Jezus Zijn goddelijkheid weer heeft aangenomen. Let op de woorden van Christus in het werkelijke gebed des Heren:
Johannes 17:11  En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Jezus had vroeger eens tegen Zijn leerlingen gezegd:
Johannes 6:62  Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was?
Later zagen zij dat ook inderdaad (Hand. 1:9). Hij had dit al aangekondigd:
Johannes 7:33  Jezus dan zeide: Nog korte tijd ben Ik bij u en dan ga Ik heen tot Hem, die Mij gezonden heeft.
Ter gelegenheid van het laatste Pascha van Christus schrijft Johannes:
Johannes 13:1  En voor het Paasfeest [Pascha], toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader…
Johannes herhaalt dit uiterst belangrijke thema keer op keer:
Johannes 16:28  Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader.

De ongelooflijke bestemming van de mens.
Jezus was God voor Zijn geboorte als mens en op dit ogenblik is Hij God aan de rechterhand van de Vader in de hemel. Moeten we echter onze kennis tot dit punt laten strekken?
Jezus zei tot Maria Magdalena:
Johannes 20:17  Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.
In dit vers stelde Jezus zich op gelijk niveau (hoewel Hij hun Heer en Meester was – Joh. 13:13) met Zijn discipelen en toekomstige apostelen. Wat is de werkelijke betekenis van deze bewering? Jezus zelf geeft ons het ware antwoord in Johannes 10:
Johannes 10:31  De Joden droegen weder stenen aan om Hem te stenigen. 32  Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken doen zien vanwege mijn Vader; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen? 33  De Joden antwoordden Hem: Niet om een goed werk willen wij U stenigen, maar om godslastering en omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt. 34  Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden [zie Psalm 82:6]? 35  Als Hij hen goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, 36  zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon?
Deze buitengewoon belangrijke passage van de Schrift openbaart, of u het gelooft of niet, dat het de uiteindelijke bestemming van de mens is een deel van het goddelijke gezin te worden.
Lees nog eens de eerste brief van Johannes:
1 Johannes 3:2  Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; [maar] wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
Kunt u bevatten wat Johannes hier zegt? Precies zoals God mens werd, zo kan de mens God worden! De twee niveaus zijn onder bepaalde voorwaarden verwisselbaar.
De mens kan precies zo God worden als Christus God is. Dat is in een notendop het transcendente doel van het menselijk leven!
Wat kan iedere man en vrouw doen om zich ervan te verzekeren dat deze wonderbaarlijke gebeurtenis hen inderdaad overkomt? Vers 3:
Vers 3  En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij [Christus] rein is.

Christus in het boek Johannes

Zoals eerder gezegd had Johannes een ongewoon hechte vriendschapsband met Jezus. Hij scheen beter dan de andere discipelen te begrijpen waar Jezus vandaan kwam, waar Hij heenging, en wie Hij nu eigenlijk was. Hieronder volgen in een resumé en aanvullende teksten verwijzingen naar het evangelie volgens Johannes betreffende de aard van Christus.
Christus schiep de wereld: 1:1-3; 1:10.
Hij was de God van het Oude Testament: 1:15, 30; 5:46; 8:56-58.
Hij is één met God de Vader en Hem gelijk: 5:17-18; 10:30, 33, 38; 12:44-45; 15:23; 17:11, 20-26; 19:7.
Hij heerst over alles: 3:34-35; 5:19-23, 26-27;16:15.
Hij werd mens: 1:14.
Hij kwam uit de hemel: 3:13,31; 6:38, 41, 51, 58, 62; 8:14, 21-23.
Hij was door God de Vader gezonden: 3:16-17, 34; 4:34; 5:30; 6:29, 44, 57; 7:28-29, 33; 8:42; 9:4; 10:34-36; 11:42; 16:27-29; 17:8; 20:21.
Zijn gezag ontleende Hij aan God de Vader:
7:16-18; 8:16, 26-29; 12:44, 49-50; 14:24; 15:15.
Hij ging terug naar de hemel: 6:62; 7:33-34; 8:21; 13:1-3, 33; 14:1-3, 12; 16:27-29; 20:17.
Hij zal weer terugkomen: 5:25-29; 14:3; 21:22-23.

Het een-zijn van God

Zoals Johannes 10:30 vermeldt, zei Jezus:
Johannes 10:30  Ik en de Vader zijn een.
Lees vervolgens nauwkeurig Johannes 17:21, waar Hij voor Zijn volgelingen bidt:
Johannes 17:21 (Statenvert.Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
Er is één Godheid, of één goddelijk gezin, dat één van gedachten en doel is. Maar dat gezin is momenteel samengesteld uit twee individuen: God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus. Dit wordt duidelijk bevestigd door Johannes 1:1:
Johannes 1:1  In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
'Het Woord' of de 'Woordvoerder' verwijst naar Degene die later Jezus Christus werd (zie vers 14).
Hebreeën 1 toont eveneens op afdoende wijze aan dat Christus God was en ook nu is:
Hebreen 1:1  Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, 2  die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. 3  Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge.
Met betrekking tot Christus zegt God:
Vers 6  En wanneer Hij wederom de eerstgeborene in de wereld brengt, spreekt Hij: En Hem moeten alle engelen Gods huldigen.
Alleen een lid van het goddelijke gezin is het waard te worden aanbeden.
Het goddelijke gezin blijft ech­ter niet beperkt tot God de Vader en Jezus Christus:
Johannes 1:12  Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden…
En dit betekent niet een bestaan op een of ander engelachtig niveau of iets dergelijks. Hebreeën 2:7 laat zien dat de mens, evenals Christus, "voor een korte tijd beneden de engelen gesteld" is, maar in de toekomst "met heerlijkheid en eer gekroond" zal worden.
Hebreen 2:6  Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet? 7  Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, 8  alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn.
Nog niet, omdat de opstanding tot onsterfelijkheid nog niet heeft plaatsgevonden.
Toen Christus zei dat Hij en de Vader één zijn, en dat Hij aan God gelijk is, beschuldigden de Joden Hem van godslastering. Jezus had daarop het volgende als antwoord:
Johannes 10:34  Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt [potentiële] goden? 35  Als Hij hen goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, 36  zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon?
We zien dus dat de familie van God uiteindelijk zal worden uitgebreid tot en met al degenen van de mensheid die Christus als hun Verlosser aanvaarden en Gods weg volgen. Nu reeds zijn christenen kinderen Gods:
1 Johannes 3:2  Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; [maar] wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.
In 1 Corinthe 15:49 en 53 wordt daaraan toegevoegd:
1 Corinthe 15:49  En gelijk wij het beeld van de stoffelijke [Adam] gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse [Christus] dragen. Vers 53  Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
Hier wordt duidelijk gezegd dat opgestane christenen als Christus onsterfelijk zullen zijn. Hij is onze oudste broeder (Rom. 8:29; Hebr. 2:11), de Leidsman van ons behoud (Hebr. 2:10).
Filippensen 3:21  die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.
Wanneer wij veranderd worden, zal ons stoffelijk lichaam een geestelijk lichaam worden zoals het Zijne.

 

WAT IS NU PRECIES
DE HEILIGE GEEST?

Wat doet deze Geest en hoe kunt u die verkrijgen? Voor de georganiseerde godsdiensten van deze wereld is de heilige Geest de derde persoon van de Godheid. Maar is dat wel zo?

Meer dan een miljard mensen – een kwart van de totale wereldbevolking – gelooft in de doctrine van de drie-eenheid, een van de weinige hoofddoctrines waarover nagenoeg het gehele belijdende, zowel protestantse als rooms-katholieke christendom het eens is.

Een mistige basis.
Het geloof in de drie-eenheid wordt dikwijls genoemd als het hart en de kern –"het voornaamste mysterie van het Christendom" (De Katholieke Encyclopaedie, art. Drie-eenheid). Het betreft hier het enige doctrinaire punt waarover de meeste eensgezindheid bestaat. Toch blijft het, ondanks de grote algemene overeenstemming, een van de moeilijkst te verklaren leerstellingen van het belijdende christendom, "het mysterie der mysteries" (Christelijke Encyclopedie. art. Drie-eenheid).
Wereldbekende evangelisten beweren dat de heilige Geest, de veronderstelde derde persoon van de Godheid, "niet gemakkelijk in niet-theologische termen is te verklaren". Of dat "feitelijk de drie-eenheid een mysterie is". Het is onmogelijk de "drie in één" te begrijpen. Wanneer men op de man af vragen stelt aangaande het geloof in een drie-enige God, is het antwoord in feite: wie zal het weten? Het is iets dat we in geloof dienen te aanvaarden.
"Het menselijke verstand kan het mysterie van de Drie-eenheid niet volledig bevatten. Hij die het mysterie volledig tracht te begrijpen, zal zijn verstand verliezen. Maar degene die de Drie-eenheid ontkent, zal zijn ziel verliezen" (Harold Lindseli en Charles J. Woodbridge, A Handbook of Christian Truth, pp. 51-52).

Geen mysterie voor de apostelen.
De bijbel noemt het plan van behoud een geheimenis of mysterie (van het Griekse musterion, dat betekent: iets dat tevoren onbekend was, maar nu is geopenbaard). Dat wil echter niet zeggen dat Gods waarheden een mysterie zijn voor degenen die God tot behoud roept. Open uw bijbel bij Markus 4:11. Hier spreekt Jezus Christus van Nazareth, een van de leden van de Godheid, tot Zijn discipelen. Hij had zojuist aan de massa de gelijkenis van de zaaier gegeven, en nadat de massa was vertrokken kwamen Zijn discipelen tot Hem om de interpretatie van de gelijkenis te vernemen.
Markus 4:11  En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis [mysterie] van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen. 12  dat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde.
Jezus Christus laat duidelijk, helder en onomwonden zien dat de waarheden van God, de leer van behoud of de ware woorden des levens een mysterie zijn voor hen die niet worden geroepen. Alleen degenen die Zijn eigen leerlingen zijn, zijn bevoorrecht het geheimenis van het Koninkrijk van God te kennen. Zijn waarheid, Zijn weg en Zijn leer zijn voor Zijn mensen niet "mysterieus, moeilijk te omschrijven enz." Hij sprak alleen tot de onbekeerden in bedekte, dubbelzinnige termen.
Datzelfde geldt ook vandaag!
Nooit heeft Jezus Christus op enige tijd, op enigerlei wijze gedacht aan of gezinspeeld op de heilige Geest als een derde persoon in de Godheid. Er is in de bijbel absoluut geen enkele basis of enig bewijs in welke zin dan ook om de wereldwijde aanvaarding van de leer der drie-eenheid te rechtvaardigen. Zelfs de geleerde schrijvers van de Catholic Encyclopedia moeten toegeven dat "de passages die aangehaald kunnen worden (…) als bevestiging van Zijn [d.w.z. van de heilige Geest] onderscheiden persoonlijkheid klein in getal zijn" (art. Trinity).
Moet u zo maar "in geloof" aanvaarden wat een van de belangrijkste geloofspunten van het christendom is? Christenen wordt bevolen:
1 Thessalonica 5:21  maar toetst alles en behoudt het goede.
Dat iets redelijk is of algemeen aanvaard vormt geen bewijs van welke leerstelling dan ook. Gods Woord, de Bijbel, is de toetssteen voor alle leerstellige waarheid – niet wat de mensen zeggen, denken of geloven. Jezus Christus zei:
Johannes 17:17  … uw woord is de waarheid.
Ook zei Hij ergens anders:
Johannes 12:48  Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt: het woord, dat Ik heb gesproken, dat zal hem [u] oordelen ten jongsten dage.

Wat wordt met de drie-eenheid bedoeld?
"De Drie-eenheid is (...) de waarheid dat er in de eenheid van de Godheid drie personen zijn, de Vader, de Zoon, de heilige Geest (…) De Vader is God, de Zoon is God, en de heilige Geest is God, en toch zijn deze niet drie Goden, maar één God (…) even eeuwig en even gelijk: allen hetzelfde of ongeschapen en almachtig" (Catholic Encyclopedia, art. Trinity).
Dat is een nogal stellige bewering. Maar waar is het gezag om het kracht bij te zetten?
Eén bron waarnaar vaak wordt verwezen, zowel door katholieken als door protestanten, is het oude houvast: Traditie. Oude schrijvers en 'vroege kerkvaders' worden, vaak ten onrechte, aangehaald om aan te tonen dat deze doctrine al eeuwen is onderwezen. Maar niet alle belijdende christenen geloofden erin.
"We kunnen niet twijfelen aan het bestaan [van de drie-eenheidleer] bij orthodoxe Vaders van uiteenlopende opvattingen over dit mysterieuze onderwerp tot aan de uiteindelijke definitie ervan door de Kerk" ('Trinity', Dictionary of Doctrinal and Historical Theology).
Een interessant aspect dat vaak opmerkelijk over het hoofd wordt gezien is dat over velen van degenen naar wie nu wordt verwezen als gelovende in de "gezegende Drie-eenheid", de banvloek werd uitgesproken wegens hun geloofsopvattingen. In hun dagen werden zij als ketters beschouwd en werden wegens hun ketterse geloof volledig geëxcommuniceerd. Pas vanaf het Concilie van Chalcedon, in 451 n.Chr., werd de doctrine van de drie-eenheid permanent de officiële leer van de katholieke orthodoxie.
Maar het verhaal begon heel wat vroeger.
De vooralsnog ongevormde kiem van het drie-eenheididee kan men reeds aantreffen bij vroege christelijke 'kerkvaders' als Clemens van Alexandrië, Origenes, Tertullianus en Irenaeus – allen levend ongeveer twee eeuwen na Christus. Het idee van drie-enige goden was echter niet iets nieuws. De oude heidenen waren goed bekend met triaden of goddelijke drievuldigheden, en het is mogelijk, zelfs zeer waarschijnlijk, dat de heidense gedachte haar invloed heeft doen gelden op de zich ontwikkelende leer van de kerk.
De eerste officiële bevestiging van de drie-eenheidleer werd in de besluiten van het grote Concilie van Nicea, in 325 n.Chr., gegeven. Dit concilie was bijeengeroepen door de Romeinse keizer Constantijn de Grote, die in de kerk een vurig begeerde steunpilaar zag voor de stabiliteit van zijn bewind en dat van zijn nakomelingen. Maar om die toestand van stabiliteit tot stand te kunnen brengen stond hij erop dat alle christenen het uitgesproken eens zouden zijn over een gemeenschappelijk, verenigd geloof met inbegrip uiteraard van een gemeenschappelijke visie op de natuur van God.
De formulering die Athanasius, een Egyptische diaken uit Alexandrië, aan de drie-eenheiddoctrine gaf, werd door het concilie aangenomen.
"De Alexandrijnse catechetische school, die Clemens van Alexandrië en Origenes, de grootste theologen van de Griekse kerk, als leiders vereerde, paste de allegorische methode [beeldspraak, dikwijls een personificatie van een abstract begrip] toe bij de verklaring van de Schrift. De denkwijze van deze school was door Plato beïnvloed: theologische speculatie was hier het sterkste punt. Onder de leden telden Athanasius en de drie Cappadociërs (…)" (Ecumenical councils of the Catholic Church, door Hubert Jedin, p. 29).
Velen verzetten zich tegen het geloofsstuk zoals het was aanvaard. Zij werden hierin geleid door o.a. de priester Arius. Deze voorhoedepositie leidde in het geval Arius tot excommunicatie en verbanning. Maar het duurde niet lang of hij was, met de steun en de gunst van Constantijn, weer terug, en spoedig daarop was het Athanasius' beurt om te worden verdreven. Vanzelfsprekend wist Constantijn zelf maar weinig van de waarheid over dit geschilpunt, en hij stelde er nog minder belang in.
Het nietes-welles gedoe duurde voort. Athanasius werd drie of vier keer verbannen en weer teruggehaald. Er werden nog meer conferenties gehouden, waarop nu eens dit, dan weer wat anders werd besloten. De rode draad die constant door dit alles heenliep was politiek, machtsstreven en twist. En de werkelijke reden dat het trinitarianisme steeds de overhand had, was wellicht eenvoudig omdat de meerderheid niet bereid was te verklaren dat Christus oorspronkelijk een geschapen wezen was, zoals Arius volhield, ofwel slechts een gewoon mens vóór zijn zalving door de heilige Geest in de vorm van een duif, zoals door anderen werd beweerd.
Pas midden in de vijfde eeuw, op het Concilie van Chalcedon, werd het drie-eenheidgeloof permanent en onherroepelijk in het katholicisme verankerd. Desondanks hebben sindsdien gedurende alle eeuwen individuele personen en groeperingen er afwijkende meningen op nagehouden.

De heilige Geest is Gods kracht.
Mattheus 28:19-20 wordt vaak geciteerd door de pleitbezorgers van de drie-eenheid om te bewijzen dat de heilige Geest een apart individu is.
Wat dit vers in feite aantoont – zoals we hiervoor hebben uiteengezet – is dat wanneer we gedoopt worden, we in een gezin worden geplaatst. Wanneer we in de naam van God worden gedoopt, worden we eenvoudig in het gezin van God gedoopt.
Alles wat door het noemen van de heilige Geest in dit vers wordt aangetoond is dat de heilige Geest ook tot het goddelijke gezin behoort. Het is het wezen of de kracht van God. En precies zoals de levengevende zaadcel of het spermatozoön van een man een kind verwekt, dat hierdoor zijn kind wordt, zo gebruikt God Zijn Geest om ons, bij de doop, te verwekken in Zijn gezin en ons tot Zijn verwekte kinderen te maken.
De heilige Geest is dus de kracht van God die van God uitstraalt. Aangezien deze kracht aan God toebehoort, wordt deze ook bij al Zijn kinderen aangetroffen, en is tegelijk de bindende kracht die hen tot een gezin maakt.
De waarheid inzake dit vers is positief bewijs dat er sprake is van een gezinsverhouding bij God. Het heeft hoe dan ook niets uit te staan met een drie-enige God.

Waartoe de kracht van God in staat is.
God is kracht! Zijn kracht is de heilige Geest. Het is de kracht of Geest van God waardoor in den beginne alle dingen werden geschapen.
Hoe is dat mogelijk? Genesis 1:1 zegt: "In den beginne schiep God… " Betekent dit dat God zelf de gehele schepping met Zijn eigen handen moest vormgeven? Nee! God de Vader nam niet persoonlijk aan de schepping deel. Christus was degene die de feitelijke schepping van alle dingen teweegbracht (Joh. 1:3). Deze waarheid wordt ook aangetoond in Hebreeën 1:2. Hier wordt met verwijzing naar Christus gezegd:
Hebreen 1:2  … door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.
Wil dit dan zeggen dat Jezus Christus alleen alle dingen heeft gevormd? Opnieuw luidt het antwoord nee. In Genesis 1:1 is het woord dat als God vertaald is Elohim, dat een meervoudsvorm is en derhalve een meervoudigheid kan aanduiden of een gezinsrelatie tussen de Vader en de Zoon.
De plannen voor de schepping werden lang vóór de verwezenlijking ervan gemaakt door het goddelijke gezin. Elk mogelijk detail werd zorgvuldig uitgedacht. Evenals een aannemer blauwdrukken laat vervaardigen lang voordat hij de fundatie van een uitgebreid bouwproject legt, zo heeft het gezin van God het universum ontworpen. Nadat alle plannen voltooid waren, voerde Jezus Christus deze uit, door de kracht die de heilige Geest is. Dat betekent niet dat een derde partij de zaak overnam en tot stand bracht. Het betekent eenvoudig dat het werk werd gedaan door de kracht of geest of autoriteit van het goddelijke gezin.

De heilige Geest is alomtegenwoordig.
Zowel in het Griekse Nieuwe Testament als in het Hebreeuwse Oude Testament betekenen de woorden voor geest tevens lucht, wind of atmosfeer. En zoals de atmosfeer op aarde is de kracht van God overal aanwezig. Daardoor was Jezus in staat al het scheppingswerk door zichzelf te verrichten.
Psalmen 139:7  Waarheen zou ik gaan voor uw Geest, waarheen vlieden voor uw aangezicht? 8  Steeg ik ten hemel; Gij zijt daar. Of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde; Gij zijt er.
Davids gebed in deze Psalm toont dat hij wist dat Gods Geest of kracht alomtegenwoordig is. Onverschillig waar u in het heelal naartoe zou gaan, altijd zal daar Gods Geest zijn. Hebreeën 1:3 spreekt over deze kracht.
Hebreen 1:3  Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die [Jezus] alle dingen draagt door het woord zijner kracht
Door Zijn gezag als God houdt Hij alle dingen in het universum op hun plaats. Dit gebeurt door middel van de kracht van het goddelijke gezin en met de uitdrukkelijke toestemming van de Vader.
Al staat de Vader in het goddelijke gezin het hoogst in autoriteit, zoals Christus zelf getuigde (Joh. 14:28), Jezus is degene die de heilige Geest, die van de Vader uitgaat, uitdeelt (Joh. 15:26).
Johannes 14:28  Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb; Ik ga heen en kom tot u. Indien gij Mij liefhadt, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.
Johannes 15:26  Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen.

Hij is zelf groter dan die Geest. Alleen deze twee schriftgedeelten reeds verklaren de veronderstelling dat de heilige Geest een persoon is van gelijke rangorde als de Vader en de Zoon volkomen nietig. De Geest is de werkzame kracht van God – het middel waardoor Hij Zijn wil ten uitvoer brengt. Er is geen sprake van een persoon!

Het is een gave.
Deze kracht van God kunt ook u verkrijgen als een gave, als u tenminste voldoet aan de van tevoren opgestelde vereisten. Als u zich eenmaal hebt bekeerd en gedoopt bent, schenkt God u de gave van Zijn heilige Geest.
Handelingen 2:38  En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Steeds sprekend over de gave van de Geest, zegt God dat Hij in de laatste dagen Zijn Geest die Hem toebehoort zal uitstorten op de gehele mensheid.
Handelingen 2:17  En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees…
De betekenis van het Grieks hier is het letterlijk uitgieten zoals u water uit een kan giet. Hoe is het mogelijk een persoon uit te gieten? Het kan niet! Het is niet mogelijk!
Ook over de heidenen werd de gave van de heilige Geest uitgestort.
Handelingen 10:45  En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort.

Wat zijn zijn functies?
Wij moeten leren wat Gods plannen zijn door de dingen die hier op aarde gebeuren waar te nemen.
Romeinen 1:20  Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.
Overal waar we kijken, zien we dat ieder dier, iedere vogel, microbe en plant zichzelf voortplant. In Genesis 1:26 wordt God (Elohim) geciteerd als er wordt gezegd: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld..." God is bezig zichzelf voort te planten! Hoe buitengewoon duidelijk zou dat voor ons, rationele, denkende wezens moeten zijn. Wij mensen moeten naar het ware beeld van God worden gemaakt! Het is de bedoeling dat wij zelf "Goden" worden.
De Geest van God, de heilige Geest, verenigt zich met onze geest, waardoor wij opnieuw verwekt worden – deze keer geestelijk, zoals wij eens fysiek werden verwekt. Lees het in uw eigen bijbel.
1 Petrus 1:3  Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren [d.w.z. opnieuw verwekt] worden tot een levende hoop.
Vers 22  Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, 23
 als wedergeboren [nogmaals verwekt], en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.
De heilige Geest doordringt ons met de goddelijke natuur. Die geestelijke verwekking vervult ons met de natuur en de gedachten van God. Gedurende ons gehele christelijke leven blijven we voortdurend groeien en ons ontwikkelen in het begrip en het verstand van God, totdat we tenslotte in het goddelijke gezin geboren worden en onsterfelijk worden gemaakt bij de terugkeer van Jezus Christus naar deze aarde (1 Cor. 15:49-52). We zullen dan als Gods zonen deze aarde besturen.

Vanwaar de misleiding?
Waarom heeft Satan deze wereld de leer van de drie-eenheid opgedrongen? Omdat hij niet wil dat u in zijn plaats zal heersen. Hij kwam in opstand en weigerde de Schepper te dienen en werd uit zijn positie van verantwoordelijkheid ontzet.
Ezechiël 28:11  Het woord des Heren kwam tot mij: 12  Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus en zeg tot hem: zo zegt de Here Here: Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon. 13  In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen, hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan u vastgehecht; toen gij geschapen werdt, waren zij gereed. 14  Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen. 15  Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt totdat er onrecht in u werd gevonden: 16  door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen. 17  Trots was uw hart op uw schoonheid. Met uw luister hebt gij ook uw wijsheid teniet doen gaan. Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien. 18  Door uw vele ongerechtigheden, door het onrecht bij uw koophandel, hebt gij uw heiligdommen ontwijd. Vuur deed Ik oplaaien uit uw midden; dat verteerde u! Ik maakte u tot as op de grond voor de ogen van allen die u zagen. 19  Allen die onder de volken u kennen, ontzetten zich over u; een verschrikking zijt gij geworden, verdwenen zijt gij. Voor altijd!
Jesaja 14:12  Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! 13  En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; 14  ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.

Een derde deel van de engelen verbond zich met Lucifer in die opstand en werd tezamen met hem op deze aarde geworpen – zij en Satan hebben zich voor altijd onbekwaam getoond om in de regering van God te dienen.
Gedurende nu al bijna 6000 jaar proberen zij de adembenemende waarheid van God voor de gehele wereld te verbergen. Als zij u ertoe kunnen verleiden in de drie-eenheid te geloven, misleiden zij u te denken dat de Godheid uit slechts drie personen bestaat. Dan zult u zelfs in uw meest fantastische dromen zich nooit indenken dat u werd geschapen om in het goddelijke gezin geboren te worden en om feitelijk in de regering van het universum een aandeel te hebben.
Satan wil u laten denken dat God een beperkte drie-eenheid is en niet een groeiend gezin of Koninkrijk waarin we kunnen binnengaan. Als we de Godheid zien als een gesloten eenheid, zullen we er niet naar streven en er niet voor werken om ons voor dat gezin te bekwamen.
Hoe u het ook bekijkt, het drie-eenheididee is een valse en ontoereikende visie op God. Als iemand wil beweren dat de drie-eenheid alleen maar drie aspecten of manifestaties zijn van één God, dan neemt hij Christus Zijn persoonlijkheid af. Aan de andere kant, als de heilige Geest een persoon is, zou deze niet als het karakter en het zaad van God in vele verschillende menselijke wezens kunnen worden geplaatst teneinde ieder van hen te verwekken en als "vele zonen" geboren te laten worden. En als iemand zou beweren dat dit wel kan – op grond van het feit dat bij God alles mogelijk is – maakt dit in feite de heilige Geest tot de Vader, wat eens te meer zoveel betekent dat de heilige Geest geen aparte persoon is.
Dit is de waarheid over de heilige Geest. Gods gezin is niet afgesloten voor de mensheid zoals Satan u wil doen geloven.
Het staat wijd open voor u, uw familie en de hele mensheid. Indien u de waarheid van God aanvaardt en Hem gehoorzaamt, kunt u ten tijde van Christus' terugkeer tot het evenbeeld van God worden.
De beslissing is aan u!

Een eenvoudige les in grammatica

Wellicht zal iemand de vraag stellen:
"Hoe zit het met het feit dat Johannes de persoonlijke voornaamwoorden 'Hij' en 'Hem' gebruikt, als hij naar de heilige Geest of Trooster verwijst in de hoofdstukken 14, 15 en 16 van zijn evangelie?"
In het Grieks, evenals in andere talen (zoals het Nederlands) heeft elk zelfstandig naamwoord een zogenaamd geslacht; het is mannelijk, vrouwelijk, of onzijdig.
Volkomen onbezielde dingen kunnen van het mannelijk of vrouwelijk geslacht zijn, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse woord fabriek, dat vrouwelijk is. Toch zal niemand een fabriek als een vrouwelijk persoon beschouwen. Evenmin zal iemand aan een kabel denken als aan een persoon van het mannelijk geslacht, omdat het woord kabel mannelijk is.
Datzelfde geldt voor het Grieks, ook daar heeft het geslacht van een woord er totaal niets mee te maken of het betrokken ding zelf werkelijk mannelijk dan wel vrouwelijk van geslacht is. Als dat wel het geval was, zou er een kolossale tegenspraak in de bijbel staan! Want in het Oude Testament is het Hebreeuwse woord voor geest – roeah – meestal vrouwelijk, zelden mannelijk. Taalkundig is het geslacht van een woord niets meer dan een voor het gemak ingesteld grammaticaal middel om naar iets te verwijzen. In Johannes 14, 15 en 16 wordt het woord 'Hij' of 'Hem' gebruikt om ermee naar het woord 'Trooster' te verwijzen – maar beslist niet om theologische of geestelijke redenen.
In het Grieks moeten alle persoonlijke voornaamwoorden grammaticaal overeenstemmen met het woord waarnaar zij verwijzen – of, anders gezegd, overeenstemmen met het geslacht van de term die door het persoonlijk voornaamwoord wordt vervangen. Het Griekse woord parakletos ('trooster') is van het mannelijk geslacht; vandaar dat de vertalers het persoonlijk voornaamwoord 'hij' hebben gebruikt als vertaling van de Griekse voornaamwoorden ekeinos en autos.

De heilige Geest is de kracht van God

De heilige Geest is de onpersoonlijke kracht van God.
Zacharia 4:6  Hij antwoordde mij: Dit is het woord des Heren tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld [van mensen], maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen.
De profeet Micha verklaarde:
Micha 3:8  Ik daarentegen ben vol van kracht, van de Geest des Heren, en van recht en van sterkte

Nog enkele teksten waarop we deze bewering baseren zijn Genesis 6:3; Job 33:4; Psalm 139:7; Jesaja 11:2; 42:1; 61:1; Ezechiël 36:27; 39:29; Lukas 1:15, 35, 67; 11:13; Johannes 20:22; Handelingen 4:8,31; 13:9; 15:8; Romeinen 8:11; 2 Corinthe 1:22: 2 Petrus 1:21.
God verricht al Zijn werk door middel van deze grote kracht: Matth. 3:11; Lukas 2:26; Joh. 1:33; 14:26; 20:22; Hand. 1:2, 5, 8, 16; 2:33, 38; 4:8; 10:38, 44, 45.
God gebruikte Zijn grote kracht om de hemel, de aarde, de mensen en de dieren te scheppen: Gen. 1:1; Jer. 27:5; 51:15.
Aangezien God deze zelfde heilige Geest zonder mate aan Zijn enig verwekte Zoon heeft gegeven, geeft dit te kennen dat Zijn werken door middel van deze grote kracht worden gedaan: Matth. 28:18; Joh. 3:34.
Jezus zei Zijn volgelingen dat de Trooster van God zou uitgaan (Joh. 15:26) en gebood hen in Jeruzalem op kracht te wachten. Christenen worden door deze kracht bewaard (1 Petr. 1:5).

De heilige Geest in symbolen en kenmerken

Gods heilige Geest wordt in de bijbel door verscheidene symbolen aangeduid. We noemen: adem (Gen. 2:7): olie (Ps. 45:8); vuur (Matth. 3:11; Hand. 2:2-4); duif (Matth. 3:16); wind (Joh. 3:8); water (Joh. 4:14; 7:37, 38); zegel (Ef. 1:13); zwaard (Ef. 6:17).
Het is de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en van de vreze (diepe eerbied en ontzag – niet van angst) des Heren (Jes. 11:2).
Om effectief te zijn, moet de heilige Geest worden aangewakkerd.
2 Timotheus 1:6  Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is.

De Geest van God kan worden uitgedoofd.
1 Thessalonica 5:19  Dooft de Geest niet uit.

Het is de verwekkende kracht van God (Matth. 1:18; Rom. 8:9).
De Geest is Gods garantie dat God Zijn beloften aan ons zal vervullen (Ef. 1:14).
Het stort de liefde van God in onze harten uit (Rom. 5:5).
Het moet steeds vernieuwd worden (2 Cor. 4:16).
Let er goed op dat in al deze teksten niet één kenmerk zelfs maar in de verste verte aan een persoon doet denken.
De kenmerken van de heilige Geest openbaren dat deze een onpersoonlijke kracht is die van God uitgaat. De heilige Geest wordt uitgestort (Jes. 32:15; Joël 2:28; Hand. 2:17); uitgegoten (Titus 3:6, Statenvert.); geblazen (Joh. 20:22); vervult mensen (Hand. 2:4; Ef. 5:18); en sommigen worden erdoor gezalfd (Hand. 10:38).
Indien de heilige Geest een persoon was, een van de leden van een heilige drie-eenheid, zou het onmogelijk zijn de volgende teksten te begrijpen en juist uit te leggen:
1) Psalmen 33:6  Door het woord des Heren zijn de hemelen gemaakt, door de adem [of Geest] van zijn mond al hun heer.
2) Hebreen 6:4  Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest, 5  en het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, 6  en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft de Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken.
3) Johannes 20:22  En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest.
4) Johannes 3:34  Want Hij, die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods, want Hij geeft de Geest niet met mate.
Er staat in Gods Woord geen enkel gebod, gezang of uitroep van lof gericht aan de heilige Geest!
In de zeventien nieuwtestamentische geschriften die met een groet van genade en vrede beginnen, is er slechts één groet die een verwijzing naar de heilige Geest bevat, en dan nog alleen als middel tot heiliging (1 Petr. 1:2) en niet als bron van genade. Deze teksten zijn een beroep op God en Zijn Zoon, maar niet op de heilige Geest. Alle schrijvers die geïnspireerd waren door de heilige Geest, de kracht van God, zagen in dat de heilige Geest geen persoon is. In de elf gevallen waarin sprake is van dankzegging of zegening die deze groeten soms volgt, wordt de heilige Geest nergens genoemd. Het door God geïnspireerde Woord erkent dus de heilige Geest niet als een persoon.
Toen Stefanus, vol van de heilige Geest, de marteldood stierf, zag hij de hemelen geopend en de Zoon des mensen aan de rechterhand van God staan (Hand. 7:55-56). In deze veelbewogen gebeurtenis in de hemel wordt geen melding gemaakt van de aanwezigheid van de heilige Geest.
In het boek Openbaring wordt vermeld dat Johannes God op Zijn troon zag, met een groep oudsten, het Lam van God, vier dieren, een sterke engel, en zeer veel andere engelen rond de troon, terwijl zij voor de Zoon van God een nieuw gezang zongen over het Lam dat geslacht was en ons met Zijn bloed voor God gekocht heeft (5:1-9). Als de heilige Geest een persoon was, en aan God gelijk, zou deze dan niet aanwezig zijn geweest en ook op de troon hebben gezeten? Zie ook Openbaring 7:10.

De Geest van God volgens de bijbel

De persoonlijkheid van Jezus Christus is vanuit de bijbel grondig te bewijzen, maar voor een eventuele persoonlijkheid van de heilige Geest bestaat een dergelijk bewijs niet.
"Het OT [Oude Testament] ziet Gods geest duidelijk niet als persoon, niet in strikt filosofische zin, noch in Semitische zin. Gods geest is eenvoudig Gods Kracht. Als deze soms als van God onderscheiden wordt voorgesteld, is dat omdat de adem van Yahweh ergens buiten Hem werkzaam is (Jes. 48:16; 63:11; 32:15)." Aldus de schrijvers van de New Catholic Encyclopedia. Verder:
"Zeer zelden kennen de OT-schrijvers Gods geest gevoelens of intellectuele werkzaamheid toe (Jes. 63:10; Wijsheid van Salomo 1:3-7). Wanneer dergelijke uitdrukkingen worden gebruikt, is dat zuiver bij wijze van spreken, hetgeen verklaard wordt door het feit dat de roeah als de zetel van het denken en voelen werd beschouwd (Gen. 41:8). Ook kan men in het OT of in de rabbijnse literatuur niet het idee vinden dat Gods geest een tussenpersoon is tussen God en de wereld. De engelen bezitten deze hoedanigheid wel, ofschoon de werkzaamheid die elders aan de geest van God toegekend wordt ten dele ook aan hen wordt toegeschreven" (New Catholic Encyclopedia, Vol. XIII, p. 574).
In het Oude Testament wordt Gods Geest getoond als Zijn kracht – de kracht waardoor degene die Jezus Christus werd, als Uitvoerende Macht voor de Vader, de gehele uitgestrektheid van het universum heeft geschapen. Deze theologen zien tevens in dat wanneer van de Geest als persoon sprake is, de bijbelschrijver de Geest louter personifieert zoals hij dat zou doen met wijsheid of welke andere eigenschap ook.
Wat wordt nu over het Nieuwe Testament gezegd?
"Hoewel de NT [nieuwtestamentische] opvattingen van de Geest van God grotendeels een voortzetting zijn van die van het OT, is er in het NT een geleidelijke openbaring dat de Geest van God een persoon is."
Dit zal echter alleen zo lijken te zijn voor degene die een van tevoren gevormd idee heeft dat God een drie-eenheid is, en er zijn slechts weinig teksten die zelfs maar vaag de Geest als persoon zouden kunnen voorstellen, wat in alle gevallen alleen het resultaat van een grammaticaal misverstand is.
Maar we laten de New Catholic Encyclopedia nog eens aan het woord:
"De meerderheid van de NT teksten openbaart Gods geest als iets, niet als iemand; dit is in het bijzonder te zien in het parallellisme tussen de geest en de kracht van God."
Ofschoon de theologen de bijbel graag willen laten zeggen dat de Geest een persoon is, moeten zij toegeven dat de meeste schriftgedeelten die de Geest betreffen deze niet als iemand, maar als iets tonen. Zelfs de personificatie van de Geest vormt geen bewijs van zijn persoonlijkheid.
"Wanneer een quasi-persoonlijke activiteit aan Gods geest wordt toegeschreven, zoals spreken, tegenhouden, wensen, inwonen (Hand. 8:29; 16:7; Rom. 8:9), is het niet gerechtvaardigd om onmiddellijk te concluderen dat in deze passages Gods geest als persoon wordt beschouwd; dezelfde uitdrukkingen worden gebruikt aangaande retorisch gepersonifieerde dingen of abstracte ideeën (zie Rom. 6:6; 7:17). Zo wordt door de context van de zinsnede "lastering van de Geest" (Matth. 12:31; cf. Matth. 12:28; Lukas 11:20) aangetoond dat er verwezen wordt naar de kracht van God" (New Catholic Encyclopedia, Vol. XIII, p. 575).

Paulus erkende de drie-eenheid niet

De apostel Paulus zou vandaag waarschijnlijk door vele trinitariërs als een godslasteraar worden beschouwd, omdat hij in de openingswoorden van zijn brieven aan de gemeenten nooit de heilige Geest noemt. In de inleiding van zijn brief aan de Romeinen stelt hij zichzelf voor als een apostel van God de Vader en Jezus Christus, maar over een derde persoon wordt niet gerept.
Hij laat ook na de heilige Geest te noemen in de aanhef van al zijn andere brieven. Zijn standaardaanhef is:
"genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus" (1 Cor. 1:3). Dezelfde aanhef in 2 Corinthe 1:2, Galaten 1:3, Efeze 1:2, Filippensen 1:2, 1 Thessalonicenzen 1:1, 2 Thessalonicenzen 1:2,1 Timotheus 1:2, Titus 1:4 en Filemon 1:3.
Al deze teksten zijn inhoudelijk gelijk: De heilige Geest wordt consequent buiten beschouwing gelaten, een grove nalatigheid, haast godslasterlijk – aangenomen dat de drie-eenheiddoctrine juist zou zijn – en dat terwijl lastering tegen de heilige Geest de onvergeeflijke zonde wordt genoemd (Matth. 12:32).
Alleen in 2 Corinthe 13:13 wordt, naast God en Jezus, de heilige Geest genoemd en dan nog alleen in verband met de gemeenschap van de gemeenteleden. De heilige Geest is niet het derde lid van de Godheid.
In Romeinen 8:17 identificeert Paulus christenen als erfgenamen van de Vader en erfgenamen van Christus, maar er wordt over ons niets gezegd als erfgenamen van de heilige Geest. In de eerste brief aan de Corinthiërs behoren christenen aan Christus toe evenals Christus aan God toebehoort, maar van niemand wordt gezegd dat hij de heilige Geest toebehoort. In 1 Corinthe 11:3 is de man het hoofd van (staat in gezag boven) de vrouw, is Christus het hoofd van de man, en God het hoofd van Christus. Maar nergens heeft de heilige Geest – als een persoon een bepaalde plaats!
Efeze 5:5 noemt het Koninkrijk van God tezamen met het Koninkrijk van Christus; van een koninkrijk van de heilige Geest wordt echter nooit melding gemaakt. Toch was het juist deze weglating, gekoppeld aan het heersende geloof in de heilige Geest als een persoon van de drie-eenheid, dat in de Middeleeuwen leidde tot een belangrijke ketterij binnen de katholieke kerk. Doordat veel mensen ten onrechte geloofden dat de kerk zelf het Koninkrijk was, en aangezien de kerk destijds al langer dan duizend jaar had bestaan, raakten zij in de ban van een hardnekkig geloof, namelijk een 'geestelijke' religie die het verheven tijdperk of het koninkrijk van de heilige Geest verkondigde – een idee dat inderdaad logisch het gevolg zou zijn indien de heilige Geest een persoon was. In alle eerlijkheid moet de katholieke kerk worden toegegeven dat deze leer snel als ketterij werd gebrandmerkt.
In Kolossenzen 3:1 schreef Paulus over Christus dat Hij aan de rechterhand van de Vader zit. Maar indien de heilige Geest een persoon was, waarom zat deze daar dan ook niet?
Maar 1 Timotheus 2:5 is beslist een afdoend argument:
1 Timotheus 2:5  Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.
Dit houdt in dat de heilige Geest – die speciaal naar de aarde wordt gezonden om als hulp in menselijke wezens te wonen – zelfs geen middelaar is.
Al deze tekstgedeelten en nog vele andere weerleggen de leer dat de heilige Geest een persoon is.

Tot wie bad Jezus?

Als de heilige Geest een persoon zou zijn en de christenen heeft verwekt, zou hij de vader zijn van de christenen. Ook van Christus.
De machtige engel Gabriël deelde Maria mee dat zij zwanger zou worden. Van wie? Van Jozef? Nee, van de heilige Geest.
Lukas 1:34  En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? 35  En de engel antwoordde en zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden.
Als de heilige Geest een persoon zou zijn, zou hij de vader zijn van Jezus. Maar er staat: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten. Dit is de ware bijbelse definitie van de heilige Geest: het is een kracht. God de Vader gebruikte Zijn heilige Geest om Maria zwanger te maken.
Een engel verscheen in een droom aan Jozef om ook aan hem uiteen te zetten wat er gebeurd was.
Mattheus 1:18  De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus. Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest. 19  Daar nu Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden. 20  Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zeide: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.
De heilige Geest, als de kracht van God de Vader, verwekte Maria, zoals een levengevende zaadcel van een man, waardoor God de Vader Jezus' Vader werd. Dezelfde levengevende kracht heeft de christenen verwekt om bij Jezus' komst geboren te worden in het gezin van God de Vader.
Is het mogelijk met helder, gezond verstand de aloude doctrine van een uit drie personen bestaande Godheid te benaderen?
Dus als we de bijbel willen geloven, worden we gedwongen te erkennen dat Jezus Christus door middel van de heilige Geest werd verwekt.
Toch noemt Jezus God – niet de heilige Geest – Zijn Vader. In het boek Johannes zei Jezus tot Maria van Magdala:
Johannes 20:17  Jezus zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.
Begint u in te zien hoe totaal onlogisch het idee van de drie-eenheid is? Indien de heilige Geest een persoon was, zou hij Jezus' vader zijn – niet God de Vader. Toch stelt Jezus dogmatisch vast, dat God Zijn Vader Is.
Vervolgens, indien de heilige Geest een persoon was, dan bad Jezus tot de verkeerde 'vader'. Aangezien Jezus immers door de heilige Geest was verwekt, en indien de heilige Geest een persoon was, dan zou de heilige Geest de vader van Jezus zijn. Maar we zien in alle vier de evangeliën dat Jezus rechtstreeks bad tot Zijn Vader – de Almachtige God! Slechts één voorbeeld:
Johannes 17:1  Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zeide: Vader de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke.
Is deze 'vader' tegen wie Jezus spreekt 'de persoon' de heilige Geest? Natuurlijk niet, dat blijkt overduidelijk uit vers 3.
Vers 2  gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. 3  Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Jezus sprak tot Zijn Vader, de enige waarachtige God.
De goddelijke eigenschappen zendt God uit door Zijn Geest: Zijn kracht, wijsheid, troost, inzicht, eerbied, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing, geloof, hoop en vooral liefde. Deze eigenschappen en de vrucht van de Geest bindt Gods gezin tot een hecht onvergankelijk Gezin.

Terug naar de Home Page

web analytics