Voor literatuurlijst klik hier.

Het Teken van

Jericho

 

Na 40 jaar omzwervingen in de woestijn viel IsraŽl
onder leiding van Jozua Kanašn binnen met de
opdracht van God om het heidendom daar uit te roeien.
God beloofde – onder voorwaarden – zijn uitverkoren
volk in het nieuwe thuisland rijkelijk te zegenen met
grote welvaart en vrede.
Deze enorme operatie en de daaraan gekoppelde
belofte van God, meer dan vierendertighonderd jaar
geleden, is het beeld, maar ook slechts een schaduw,
van Gods Plan met zijn uitverkorenen gedurende
7000 jaar geschiedenis van de mens.

 

Jozua een type van Jezus

Zoals God IsraŽl door de Rode Zee had geleid door de wateren uiteen te drijven zodat het volk over de droge zeebodem liep, zo leidde Hij 40 jaar later IsraŽl door de rivier de Jordaan. Het rivierwater werd door God afgesneden en de IsraŽlieten liepen over de droge rivierbedding naar de overkant.
Volkeren worden dikwijls voorgesteld als wateren.
Psalmen 77:16 Gij hebt uw volk met machtige arm verlost, de zonen van Jakob en Jozef. sela 17  De wateren zagen U, o God, de wateren zagen U, zij sidderden, zelfs de diepten beefden.
Dit heeft betrekking op de triomfantelijke doortocht door de Schelfzee (Rode Zee). Men kan hier zowel letterlijk aan het zeewater denken, als aan de heidense Egyptenaren.
Jesaja 17:12  Wee, een rumoer van vele volken, die rumoer maken als rumoerige zeeŽn, en een gebruis van natiŽn, die bruisen zoals geweldige wateren bruisen.
Zie ook Openb. 17:15.
Een andere symboliek van water is Gods geest (Joh. 7:38-39; Openb. 22:17).
God behoedde IsraŽl enerzijds tegen de wateren (heidense naties) door ze terug te dringen, terwijl anderzijds het water (de heilige geest) als een muur ter weerszijden het heilige volk beschermde.
Exodus 14:22 Zo gingen de IsraŽlieten in het midden der zee op het droge; terwijl rechts en links de wateren voor hen waren als een muur.
God had IsraŽl uit de slavernij van Egypte verlost met het doel ze naar het beloofde land te brengen. Maar omdat het volk niet op God vertrouwde – geen geloof had – liet God hen 40 jaar door de wildernis trekken (Num. 13 en 14) en gaf allerlei beproevingen om geloof en vertrouwen te ontwikkelen in de IsraŽlieten.
Wanneer een gelovige verlost wordt uit de slavernij van Satan, gaat hij niet na de doop rechtstreeks naar zijn beloofde land, Gods Koninkrijk, maar wordt eerst in de woestijn of wildernis van deze wereld beproefd om goddelijk karakter, zoals vertrouwen op God, te ontwikkelen. God zal in dat proces de oprechte christen geen moment uit het oog verliezen.
Exodus 13:21 De Here ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan.
Toen Jozua met IsraŽl uit de Jordaan klom bond hij de strijd aan met de heidense volken. Hij had de opdracht van God gekregen om ze te verdrijven of volledig uit te roeien.
Deuteronomium 7:1  Wanneer de Here, uw God, u in het land gebracht zal hebben, dat gij in bezit gaat nemen, en Hij voor u uit vele volken verdreven zal hebben, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanašnieten, de Perizzieten, de Chiwwieten, en de Jebusieten, zeven volken, talrijker en machtiger dan gij, 2  en de Here, uw God, hen aan u overgeleverd zal hebben, zodat gij hen verslaat, dan zult gij hen volkomen met de ban slaan; gij zult met hen geen verbond sluiten en hun geen genade verlenen. 3  Gij zult u ook met hen niet verzwageren; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; 4  want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen, en de toorn des Heren tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen.
Jozua was een type van Christus. De naam Jezus is de Griekse omzetting van het Hebreeuwse Jehosjua, Jeschua of Jozua en betekent redder.
Jozua kreeg van God de opdracht om het heidendom uit te roeien en Gods heilige volk naar het beloofde land te brengen, waar het in vrede en welvaart zou gaan wonen. Jezus Christus heeft dezelfde opdracht.
Jozua 6:2  En de Here sprak tot Jozua: Zie, Ik geef Jericho met zijn koning, de krachtige helden, in uw macht.
God de Vader zal Jezus Christus deze wereld met zijn koningen, de krachtige helden, in zijn macht geven. Jezus zal spoedig terugkomen met grote kracht om het heidendom op deze aarde te verdelgen en fysiek IsraŽl het beloofde land geven, terwijl 'geestelijk IsraŽl' Gods Koninkrijk zal binnengaan.
De religies met hun kerken en andere gebouwen van afgoderij van deze wereld en alles wat met hun afgoderij in verband staat, zullen worden verbrijzeld.
Deuteronomium 7:5  Maar aldus zult gij met hen doen: hun altaren zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen omhouwen en hun gesneden beelden met vuur verbranden. 6  Want gij zijt een volk, dat de Here, uw God, heilig is; u heeft de Here, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn. 7  Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Here Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken.
Christus noemt ook zijn nieuwtestamentische Gemeente een "klein kuddeke" (Luk. 12:32).
Vers 8  Maar, omdat de Here u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de Here u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte,…
De trouwe volgelingen van God van vandaag zijn uit het diensthuis, uit de macht van Satan, verlost.
Vers 9  opdat gij zoudt weten, dat de Here, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten.
De diverse 'beschavingen' van de mensen gedurende 6000 jaar hebben geen universele vrede en geluk gebracht aan de volken. Van de menselijke civilisatie is bij de komst van Christus niets bruikbaars. Niet de politieke systemen die Gods geboden niet eerbiedigen; niet de economie, die het milieu vervuilt en gefundeerd is op hebzucht; niet het onderwijs dat gestoeld is op valse religie en evolutietheorieŽn; niets van de talloze religies waarvan het valse christendom de meest invloedrijke wereldgodsdienst is binnen het heidendom.
Openbaring 14:8 En een andere, een tweede engel, volgde, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht zijner hoererij al de volkeren heeft doen drinken.
Openbaring 18:21 En een sterke engel nam een steen op als een grote molensteen en wierp hem in de zee, zeggende: Zo zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, en zij zal nooit meer gevonden worden.

God wil voorkomen dat de mensen in het Millennium weer in contact komen met of beschikken over zaken waardoor zij besmet kunnen raken.
Jozua 6:18 Gij echter, neemt u in acht voor het gebannene, opdat gij niet, terwijl gij met de ban slaat [betekent in het Oude Testament doorgaans uitroeien], van het gebannene neemt en de legerplaats van IsraŽl onder de ban brengt en in het ongeluk stort.
Nee, niets wat aan de menselijke geest is ontsproten zal nuttig of bruikbaar zijn voor de Wereld van Morgen, dan alleen materiŽle dingen die deel uitmaken van de fysieke schepping.
Vers 19  Al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zullen de Here heilig zijn: het zal bij de schat des Heren komen. Vers 24  De stad echter en alles wat erin was, verbrandden zij met vuur; alleen het zilver, het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen voegden zij bij de schat van het huis des Heren.
Zie ook Num. 33.
Numeri 33:51 Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer gij de Jordaan overtrekt naar het land Kanašn, 52  dan zult gij al de bewoners van het land voor uw aangezicht verdrijven en al hun beeldhouwwerk vernietigen; ook zult gij al hun gegoten beelden vernietigen en al hun hoogten verwoesten. 53  Gij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen.
Er is nog een gelijkenis, namelijk de dag die God uitkoos voor zowel Jozua als Jezus om een nieuw tijdperk binnen te gaan.
Jozua 4:19 Het volk nu is uit de Jordaan opgeklommen op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal, aan de oostelijke grens van Jericho.
Op de tiende van de eerste maand (van Gods kalender) begint de intocht van Jozua. Uit de context van Markus blijkt dat de intocht van Jezus in Jeruzalem (Matth. 21 en Mark. 11), vier dagen voor zijn kruisiging, eveneens plaats vond op de tiende van de eerste maand (Mark. 11:7: sabbat de 10e; 11-12: zondag de 11e; 19-20: maandag de 12e; 14:1: over twee dagen Pascha en Ongezuurde Broden, dat is woensdag de 14e).
Zacharia 9:9  Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong.
Deze profetie is tweeledig. Behalve zijn intocht in Jeruzalem 2000 jaar geleden beeldt het ook Christus' tweede komst uit.
De eerste komst leidde nog niet tot de oprichting van het 'Beloofde Land', maar zag al wel vooruit naar die belofte. De intocht 2000 jaar geleden was nederig, Hij reed op een ezelsveulen en betaalde met zijn leven de losprijs voor zijn volk, hoewel de massa Hem binnenhaalde als een koning. Jezus is het voorafschaduwende Paschalam dat eveneens op de tiende van de eerste maand in huis genomen moest worden om op de veertiende geslacht te worden (Ex. 12:3).
Zijn tweede komst zal zijn met grote kracht en macht om de wereld te zuiveren en vrede op te leggen! God toont op verschillende manieren dat alles plaatsvindt volgens zijn agenda. Hij is de Regisseur van zijn Plan.
In Ez. 40 en de volgende hoofdstukken laat God op de tiende van de eerste maand EzechiŽl in een gezicht de Wereld van Morgen zien, zoals Jeruzalem en de tempel en het gebied van IsraŽl. Wat God op de tiende dag van de eerste maand aan EzechiŽl laat zien is de ultieme vervulling:
EzechiŽl 40:1  In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, in de aanvang van het jaar, op de tiende der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad was gevallen, op diezelfde dag, was de hand des Heren op mij en Hij bracht mij daarheen: 2  in gezichten Gods bracht Hij mij naar het land van IsraŽl en zette mij neer op een zeer hoge berg; daarop was iets als een stad gebouwd aan de zuidzijde.
EzechiŽl 43:7  en Hij zeide tot mij: Mensenkind, [dit is] de plaats van mijn troon en de plaats mijner voetzolen, waar Ik wonen zal onder de IsraŽlieten tot in eeuwigheid.

Na de komst van Christus zal Satan, de veroorzaker van al het kwaad, worden gebonden. Dat vindt plaats op de tiende van de zevende maand.
Leviticus 16:20  Wanneer hij de verzoening van het heiligdom en van de tent der samenkomst en van het altaar voleindigd heeft, dan zal hij de levende bok brengen, 21  en Ašron zal zijn beide handen op de kop van de levende bok leggen en over hem al de ongerechtigheden der IsraŽlieten en al hun overtredingen in al hun zonden, belijden; hij zal die op de kop van de bok leggen en die door iemand, die daarvoor gereed staat, naar de woestijn laten brengen. 22  Zo zal de bok al hun ongerechtigheden op zich dragen naar een onvruchtbaar land, en hij zal die bok in de woestijn vrijlaten.
Openbaring 20:1  En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand;  en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3   en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten.

De aanvoerder van het heidendom, Satan, zal worden verwijderd en alle wereldmachten vernietigd worden en God zal zich verzoenen met de gehele mensheid.
Leviticus 23:27 Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de Here een vuuroffer brengen. 28  Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de Here, uw God. 29  Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten.
Het Paschalam dat door IsraŽl sinds de uittocht uit Egypte op de tiende van de eerste maand in huis moest worden genomen om op de veertiende te worden geslacht is een type van het werkelijke verzoenoffer Jezus Christus die op de tiende van de eerste maand 'in huis' – Jeruzalem – werd gehaald en op de veertiende werd gekruisigd. 2000 jaar geleden werd Hij het volmaakte verzoenoffer voor de mensheid gedurende 7000 jaar – van Adam tot na het komende Millennium. De jaarlijkse zeven feesten beelden Gods plan met de mensheid uit. Ze beslaan drie seizoenen. Het derde en laatste seizoen is in de zevende maand. Het begint met de terugkomst van Christus (Bazuinenfeest) waarna de gehele mensheid verzoend wordt met God. Op de tiende van de zevende maand is daarom de Grote Verzoendag.

 

Waarom mocht Jericho
niet herbouwd worden?

Nadat Jozua met IsraŽl Kanašn was binnengetrokken, werd als eerste stad Jericho verbrand. Voordat de IsraŽlieten de stad binnentrokken, waarschuwde God hen er ernstig voor iets van de buit voor zichzelf te nemen. Waarom zei God de IsraŽlieten geen buit mee te nemen? God beschouwde de plaats als onrein en onheilig door eeuwen van weerzinwekkende zonden.
Verscheidene honderden jaren eerder had God tot Abraham gezegd dat zijn volk in de vierde generatie het Beloofde Land zou beŽrven:
Genesis 15:16  Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.
Hun maatschappij was hopeloos corrupt geraakt en God wilde niet dat de IsraŽlieten zich aan de zondige gewoonten ervan zouden schuldig maken. De IsraŽlieten waren kort daarvoor geheiligd. Zij waren besneden, hadden het Pascha gevierd en het zuurdesem uit hun midden verwijderd. Zij mochten zich niet bezoedelen met iets van een veroordeelde samenleving.
Toch had iemand iets voor zich zelf verborgen. Zijn naam was Achan. De tragische gevolgen kwamen onmiddellijk. Wegens Achans zonde werden de IsraŽlieten verslagen door de inwoners van de volgende stad, Ai.
Jozua werd erg neerslachtig en bevreesd, maar God zei hem de zondaar te verwijderen en IsraŽl zou weer overwinnen: Jozua stelde snel vast wie de schuldige was. Nadat Achan zijn zonde had beleden, werden hij en zijn familie gestenigd. Gods steun was hersteld en de IsraŽlieten konden hun verovering van het Beloofde Land voortzetten.
Jozua sprak een vloek uit over degene, die Jericho zou herbouwen.
Jozua 6:26  Te dien tijde deed Jozua deze eed: Vervloekt voor het aangezicht des Heren is de man, die zich opmaakt en deze stad Jericho herbouwt; ten koste van zijn eerstgeborene zal hij haar grondvesten, ten koste van zijn jongste haar poortdeuren inzetten.
De vloek van Jozua werd onder Achab vervuld aan ChiŽl van Bethel. Hij leefde in een tijd dat de IsraŽlieten God krenkten en geloofden in afgoden en de afgoden dienden. Precies zoals in onze samenleving nu. Ook zoals de bevolking van Jericho indertijd. Waarschuwingen van de profeten toen en Gods Gemeente nu, worden als belachelijk afgedaan. Er bestond geen enkele vrees om Jericho te herbouwen, zoals er geen enkele vrees bestond en bestaat om het valse christendom op te bouwen en te onderhouden.
1 Koningen 16:30  Achab, de zoon van Omri, deed wat kwaad is in de ogen des Heren, meer dan allen die voor hem geweest waren. 31  Het minst erge was, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, maar hij nam tot vrouw Izebel, de dochter van Etbašl, de koning der SidoniŽrs, en ging de Bašl dienen en zich voor hem neerbuigen. 32  Vervolgens richtte hij voor de Bašl een altaar op in het huis van de Bašl, dat hij te Samaria gebouwd had. 33  Verder maakte Achab de gewijde paal; en Achab ging voort met zo te handelen dat hij de Here, de God van IsraŽl, meer krenkte dan alle koningen van IsraŽl die voor hem geweest waren. 34  In zijn dagen herbouwde de Beteliet ChiŽl Jericho. Ten koste van Abiram, zijn eerstgeborene, grondvestte hij het; en ten koste van Segub, zijn jongste, plaatste hij haar poortdeuren – Naar het woord des Heren, dat Hij gesproken had door de dienst van Jozua, de zoon van Nun.
Dit betrof niet het opbouwen van de huizen in het algemeen, zodat de plaats nimmer weer bewoond zou mogen worden, want met de verdeling van de gebieden (Joz 18:21) wordt Jericho aan de stam Benjamin toebedeeld, en later wordt de plaats weer bewoond (Richt. 3:13; 2 Sam.10:5). Maar wel vervloekt Jozua hem, die de stad tot vesting zal maken. Nimmer mochten de gevallen muren worden opgericht.
In de dagen van de IsraŽlitische koning Achab, gekenmerkt door zijn afgoderij, werd Jericho herbouwd tot een vesting. Daarmee toonde hij zijn verachting van God. ChiŽl, mogelijk de eigenaar van een bouwbedrijf, herbouwde de stad en haar vestingwerken, waarschijnlijk in opdracht van Achab.
ChiŽl werd getroffen door de rechtvaardige straf, hetgeen tevens een ernstige waarschuwing voor Achab geweest moet zijn.
De naam ChiŽl is een teken aan de wand, want ChiŽl betekent: God leeft. God slaapt niet, Hij let goed op.
Waarom mocht Jericho niet herbouwd worden?
Het was in het heidense Kanašn de eerste stad die God vernietigde. Het had een blijvende herinnering moeten zijn.
Maar in ruimere zin verbeeldt de vernietiging van Jericho ook de ondergang van de wereldcivilisatie bij de komst van Christus. De heidense stad Jericho was een vesting van het heidendom, een type van de wereldcivilisatie als een bolwerk of vesting van Satan. Zijn vesting zal echter niet standhouden. De ondergang van zijn vesting zal definitief zijn, nooit zullen dan de verdorven maatschappijen van de mens herrijzen.
Omdat de hele samenleving er van overtuigd was dat haar zondige religie de juiste was en niet meer naar God luisterde, nam God maatregelen voor het hele land.
1 Koningen 17:1  Toen zeide de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab: Zo waar de Here de God van IsraŽl, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord.
Dit treffen we ook in het boek Openbaring aan waar de eindtijd wordt beschreven. Vlak vůůr de terugkomst van Christus.
Jericho is herbouwd. Maar de verwoesting van de wereld zal definitief zijn, d.w.z. het goddeloze leven van de mensen, dat onbeschrijflijk veel leed heeft gebracht. De aarde zal ook 'herbouwd' worden, maar dan volgens Gods normen en waarden.

 

Jezus' Werk
in zevenduizend jaar

Jozua trok het beloofde land binnen op de tiende van de eerste maand, dezelfde datum van Jezus' intocht in Jeruzalem – de stad die symbool staat voor het nieuwe Jeruzalem in de Wereld van Morgen, het 'beloofde land' voor Gods geestelijk volk.
We hebben al gezien door een aantal verzen in Markus te volgen dat Jezus' intocht in Jeruzalem bijna 2000 jaar geleden, op de sabbat viel. Vier dagen daarna op de 14e, werd Hij gekruisigd. Dat was op een woensdag, op de helft van de week. Door het bijbelse principe van 'een dag voor een jaar', dat God geopenbaard heeft in EzechiŽl 4:4-6 en Numeri 14:34, toe te passen, is een week zeven jaar.
Elk zevende jaar heette sabbatsjaar in IsraŽl, net zoals de sabbat de zevende dag van elke week is. In diverse gedeelten lezen we over deze zeven jaren.
Leviticus 25:3 Zes jaar zult gij uw akker bezaaien en zes jaar zult gij uw wijngaard snoeien, en de opbrengst daarvan inzamelen, 4  maar in het zevende jaar zal het land een volkomen sabbat hebben, een sabbat voor de Here: uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien.
Zeven is in de Bijbel het getal van volmaaktheid. Een week is na zeven dagen voltooid en zeven jaar was eveneens een afgeronde of een volkomen voltooide periode.
DaniŽl 9:27  En hij [Christus] zal het verbond voor velen zwaar maken [Statenvert. versterken; Strong: versterken, bevestigen], een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden…
Christus werd het volkomen en volmaakte offer, waardoor de dierenoffers (slacht- en brandoffer) ophielden voor zijn volgelingen. Dit gebeurde "in de helft van de week". Letterlijk op een woensdag, maar ook in het midden van de 70e profetische week (Dan. 9:24, 27). Op de helft van die week, drieŽneenhalf jaar nadat Christus zijn openbaar Werk begon, is Hij gedood. Wanneer Hij terugkomt zal Hij de tweede helft van die zeven jaar voltooien.
Als we de jaren terugbrengen naar dagen volgens het bijbelse principe 'een dag voor een jaar', dan zien we dat Hij van de eerste (zondag) tot de vierde dag (woensdag) heeft gewerkt (drieŽneenhalf jaar). Het ligt dus voor de hand dat Hij op woensdag terugkomt om de rest van de week te voltooien, d.w.z. nog drieŽneenhalf jaar om de zeven jaar vol te maken.
Het zou wel uiterst wonderlijk zijn als Christus ook letterlijk op de eerste dag van de week zijn Werk was begonnen. Omdat het Bazuinenfeest zijn terugkomst uitbeeldt, is het niet onwaarschijnlijk dat Hij zijn openbare optreden eveneens op het Bazuinenfeest is begonnen. In andere publicaties (o.a. 'Hoe weet ik welke dag de eerste dag van de maand is?') hebben we aangetoond dat Christus op woensdag 5 april in 30 n.Chr. is gekruisigd. Het zou wel zeer 'toevallig' zijn als 3Ĺ jaar daarvoor, 26 n.Chr., toen Christus op 30-jarige leeftijd zijn Werk in het openbaar begon, het Bazuinenfeest op een zondag zou vallen. Ter illustratie – in de periode 2000 t/m 2050 komt het slechts eenmaal voor dat het Bazuinenfeest op een zondag valt en het Pascha 3Ĺ jaar later op een woensdag. Maar toch…3Ĺ jaar vůůr woensdag 30 n.Chr., de dag van de kruisiging, viel in 26 n.Chr. het Bazuinenfeest op zondag 29 september! Verbijsterend? Ja en nee. Voor veel mensen verrassend, maar besef goed dat God de Almachtige Architect en Regisseur is. Interessant is ook dat in het jaar van Christus' geboorte het Bazuinenfeest (zijn geboortedag?) eveneens op een zondag viel (1 oktober in het jaar 5 v.Chr.)!
De scheppingsweek, bestaande uit zes dagen arbeid en de rustdag op de zevende dag, is het frame of basispatroon van Gods Plan.
Niet alleen voor 'een dag voor een jaar', maar ook voor 'een dag voor duizend jaar' in de context van het totaaloverzicht. Petrus schetst deze context.
2 Petrus 3:3  Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, 4  en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is.
Petrus heeft het over het begin, de schepping, en over de laatste dagen.
Vers 5  Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat,…
Petrus schetst het totaaloverzicht, van begin tot eind. Hij gaat terug naar de schepping door Jezus Christus als het Woord van God en ziet in vers 7 vooruit naar het oordeel na het komende Millennium, dat is na 7000 jaar geschiedenis van de mens.
Vers 7  Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.
Ter verduidelijking voegt hij er in vers 8 aan toe hoelang de periode zal zijn van de schepping van hemel en aarde tot aan het oordeel op het eind.
Vers 8  Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.
De Schrift maakt ons in Genesis al duidelijk dat de scheppingsweek het basispatroon is van 7000 jaar geschiedenis. Wanneer het Woord van God de scheppingsweek heeft afgerond, zegt Hij:
Genesis 2:4  Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de Here God aarde en hemel maakte.
Met de schepping van de hemel en de aarde zet God de geschiedenis van de mensheid neer: de zeven scheppingsdagen beelden 7000 jaar uit.
Sinds de fysieke schepping voert God een Plan van 7000 jaar uit om een geestelijke schepping te voltooien.
Een uiterst belangrijke mijlpaal in die 7000-jarige geschiedenis is de eerste komst van Jezus naar de aarde om de mensen vrij te kopen. Dat gebeurde op de vierde 1000-jarige dag, "in de helft van de week" zoals geprofeteerd in Dan. 9:27 en hierboven uitgelegd aan de hand van Mark. 11. Zie ook onze publicaties 'DE OPSTANDING was NIET op zondag' en 'Waarom Jezus rond 2000 niet terugkeerde'.
Nee, Gods Plan kent geen toevalligheden!
Lees ook wat God Jesaja inspireerde te schrijven.
Jesaja 58:13  Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan…
Onze zaken, de zaken van de mens, hebben we 6000 jaar, zes 1000-jarige dagen, gedaan. Nu begrijpen we waarom we op de sabbat niet de zaken mogen doen die wij mensen op de zes dagen doen. Onze werken op de zes wekelijkse dagen zijn in deze context een type van de menselijke civilisatie gedurende de 6000 jaren sinds Adam. Zes 1000-jarige dagen heeft de mens zijn zaken, werken en handel gedaan, maar op de zevende 1000-jarige dag zullen we op Gods manier gaan leven. Met het houden van de sabbat tonen we begrip en eerbied voor Gods plan. De zevende dag is sinds de schepping apart gezet als een heilige tijd als een verwijzing naar het komende 1000-jarige vrederijk, een tijd die de mens dan "een verlustiging" noemt.
Vers 14  dan [op de zevende 1000-jarige dag, getypeerd door de sabbat] zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des Heren heeft het gesproken.
Op de zevende 1000-jarige dag gaat vers 14 in vervulling en zullen we op Gods manier gaan genieten. Het houden van de sabbat herinnert ons aan Gods plan en geeft ons visie. Daarom heeft Satan de mens een andere dag, de zondag, gegeven. De mens is daardoor de kluts volledig kwijt. Het moge duidelijk zijn dat elke andere door de mens gekozen dag dan de door God geheiligde zevende dag, buiten de sabbatviering staat.
Wanneer de zevende engel zal blazen op de bazuin, dan breekt de zevende dag – de zevende 1000-jarige dag – aan.
Het Plan van God wordt van de eerste tot en met de zevende dag op aarde gerealiseerd.
Openbaring 11:15  En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.
Mattheus 5:5  Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beŽrven.

Het Plan van God krijgt zijn ultieme vervulling met de laatste duizend jaar van 7000 jaar.
Openbaring 20:4 En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.
Door de gehele Bijbel heen geeft God tekens, signalen, gebeurtenissen, waarschuwingen dat de mens moet stoppen met zondigen (is wetsovertreding). Gedurende 6000 jaar negeert de mens in zijn algemeenheid Gods boodschap. De menselijke natuur is arrogant en opgeblazen en kiest ervoor Gods weg op de harde manier te leren. Met de val van Jericho geeft God zo'n signaal voor onze tijd. Het gaf de IsraŽlieten geloof en moed in hun tijd. De Bijbel geeft een indrukwekkend verslag om ons geloof te versterken in onze tijd en om de ongelovigen en twijfelaars te waarschuwen dat het God menens is.

 

Jericho –
symbool van gezuurd brood

Wanneer iemand door God geroepen wordt en na oprecht berouw zich bekeert en zich laat verlossen van zijn zonden en de doodstraf door Jezus Christus, zal hij, om een ware christen te kunnen zijn, Gods geboden gaan houden. Hij gaat dan 'ongezuurd' leven. Gezuurd brood is een type van zonde.
Exodus 13:3  Toen zeide Mozes tot het volk: Gedenkt deze dag, waarop gij uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want met een sterke hand heeft de Here u daaruit geleid. Daarom mag niets gezuurds gegeten worden.
Na de verlossing "mag niets gezuurds gegeten worden". Niets van de zonden, waar deze wereld vol van is, mag meer 'gegeten' worden.
1 Corinthe 5:6  Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? 7  Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam [Pascha] is geslacht: Christus. 8   Laten wij derhalve feest vieren [week van Ongezuurde Broden], niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.
Wij leven in een wereld van oud zuurdeeg. Paulus geeft hiervan enkele voorbeelden.
Vers 9  Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met hoereerders; 10  niet met de hoereerders uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten gaan. 11  Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een hoereerder, geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten.
Bijna 2000 jaar geleden – in 26-30 n.Chr. – verscheen Jezus Christus op aarde als een boodschapper die de belangrijkste boodschap van God bij zich had voor de mensheid. Zijn opdracht was geprofeteerd in Maleachi 3:1.
Maleachi 3:1  Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de Here der heerscharen.
Die boodschap was feitelijk fascinerend nieuws. Het was het alles te boven gaande goede nieuws! Het was het evangelie (dat 'goed nieuws' betekent) van Jezus Christus.
Dit evangelie was de aankondiging van de komende wereldregering van het Koninkrijk van God. Het was de aankondiging van de Wereld van Morgen! Het was geen boodschap van ondergang en veroordeling – behalve voor de uitleg van de oorzaak van de ondergang van het kwaad van deze wereld, het lijden en ongeluk. Het was een vreugdevolle aankondiging van de komende wereldvrede, universeel geluk en welzijn.
Maar de leiders van het volk in Judea wilden het goede nieuws niet begrijpen en hoonden het weg. De leidende priesters en FarizeeŽn gingen over tot gewelddadige vervolgingen. Ze begrepen Jezus' boodschap totaal verkeerd! Zijn nieuws betrof het komende Koninkrijk van God, niet – zoals zij veronderstelden – het omverwerpen van de Romeinse regering van die tijd.
De Romeinen, die toen de Westerse wereld overheersten, lieten veel van het gezag over aan de JudeeŽrs zelf in Judea.
De Farizeese leiders zaten comfortabel in hun bestuurlijke zetels en genoten van hun gezag. Ze beschouwden Jezus als een anti-Romeinse opstandeling die het Romeinse gezag wilde ondermijnen. Ze trachtten Hem om te brengen en op een door God bepaalde tijd werd Jezus gekruisigd, waardoor de verzoening van de mensheid met God mogelijk werd gemaakt.
God wekte Jezus op miraculeuze wijze op uit de dood om eeuwig leven voor de mensheid mogelijk te maken. Op de 50e dag (Pinksteren) na zijn opstanding, ontvingen de 120 bekeerden van Jezus, ook de apostelen, de kracht van de heilige geest van God. In die kracht verkondigden zij het goede nieuws van het Koninkrijk van God. Duizenden bekeerden zich en werden gedoopt. Maar spoedig werd er hard tegen hen opgetreden en namen de vervolgingen steeds ernstigere vormen aan.
Twee jaar na de opstanding van Jezus, 32 n.Chr., eigende Simon Magus (de Tovenaar) zich de naam van Christus toe en mengde die met zijn Babylonische mysteriereligie in Samaria onder de naam 'christendom'. Hij was niet de apostel Simon Petrus, maar Simon de Pater (vader of Peter) of Petor dat 'waarzegger' betekent. Deze beweging zette hij op gang nadat zijn bedoelingen door de echte Simon Petrus werd ontmaskerd (Hand. 8). Simon Magus en zijn volgelingen begonnen systematisch de Gemeente van God tegen te werken en bewerkten vervolgingen. Hoe de Babylonische mysteriereligie Samaria in 718 v.Chr. was binnengedrongen wordt uitgelegd in 2 Kon. 17:18-34.
Aanvankelijk waren het vooral de Joden die zich vijandig tegenover de gemeente van Christus opstelden vanwege het aanvaarden van Jezus als de Messias. Het JudaÔsme eiste het in acht nemen van de tijdelijke rituele wetten van Mozes. Daarom legden de vroege apostelen sterke nadruk op de heilige geest, het offer en de opstanding als onfeilbaar bewijs van Christus als de Messias.
De apostelen gingen persoonlijk om met Jezus gedurende 3Ĺ jaar voor zijn kruisiging en 40 dagen na zijn opstanding – ze waren dus ooggetuigen van de opstanding.
Nadat in 32 n.Chr. het werk van deze Simon de Tovenaar zich verspreidde, kwam er steeds meer tegenwerking van de heidenen tegen de ware Gemeente. De brieven van Paulus, maar ook 1 en 2 Petrus, Jakobus, 1, 2 en 3 Johannes en Judas laten zien dat het verzet van de heidenen primair was gericht op de wet van God. Simon omarmde de doctrine van genade uit het onderwijs van de apostelen, maar het was een genade die door hem en zijn aanhangers veranderd werd in losbandigheid en ongehoorzaamheid (Judas 4).
Zij predikten een valse Jezus die, zoals ze zeiden, de geestelijke grondwet van God had tenietgedaan. Simon en zijn volgelingen predikten een totaal ander evangelie dan de apostelen – de nadruk lag op hun eigen Babylonische mysteriereligie met genade waaraan Christus' naam was toegevoegd. Natuurlijk brachten ze dit ook naar de Galaten.
Aan de Galaten schreef Paulus:
Galaten 1:6  Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, 7   en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.
Aan de CorinthiŽrs schreef Paulus:
2 Corinthe 11:4  Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel.
Over deze Simon Magus-type predikers schreef Paulus:
Vers 13  Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 14  Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. 15  Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken.
Het was Satan – de vroegere cherub Lucifer (Jesaja 14:12-15; Ez. 28:12-17) – die als eerste rebelleerde tegen de Regering van God. Satan is de god van deze wereld (2 Cor. 4:4). Hij heeft zijn kerken en zijn dienaren. Zij staan op tegen de wet van God. Daarom staan ze op tegen het Koninkrijk van God, omdat het wordt geregeerd door de wetten van God. Deze apostelen boden de wereld een 'gemakkelijker' godsdienst. Gehoorzamen was niet nodig.
De oppositie van Simons valse kerk verduisterde tenslotte de verkondiging van de boodschap van het Koninkrijk van God. Voor het einde van de eerste eeuw was het gordijn systematisch neergelaten over alle verslagen van de geschiedenis van de ware Gemeente.
Toen het gordijn weer werd opgetrokken, laat in de tweede eeuw, zagen we een 'christendom' dat volkomen verschilde van dat van Christus en zijn oorspronkelijke apostelen. Zijn doctrines, handelingen en gebruiken waren van de Babylonische mysteriereligie. Het vervolgde en martelde de ware christenen die de leerstellingen en gebruiken van Christus en zijn apostelen in acht bleven nemen. De doctrines en gebruiken van Christus' werden gebrandmerkt als 'Joods'. De term 'Joods' werd een smerig woord – een scheldnaam.
De boodschap die God de mensheid zond door Jezus Christus – het ware evangelie dat Christus predikte, de aankondiging van het komende Koninkrijk van God – was onderdrukt door de kerk (van Simon) het koninkrijk van God te noemen. Sommigen reduceerden later het Koninkrijk van God tot een etherisch onbestemd iets 'in iemands hart'.
Door manipulaties door "de god van deze wereld", Satan, "die de gehele wereld verleidt" (Openb. 12:9) werd het ware evangelie dat Christus bracht onderdrukt en niet aan de wereld verkondigd na de eerste eeuw! De Waarheid is sindsdien geen deel meer van wat de wereld heeft aanvaard als het traditionele christendom.
Ondanks de vervolgingen door de eeuwen heen, is de ware Gemeente van God evenwel door alle generaties tot vandaag blijven voortbestaan, meestal niet herkend door de wereld.
In het boek Openbaring worden twee kerken beschreven. Een, in hoofdstuk 12, de ware en oorspronkelijke Gemeente van God, klein en vervolgd, heeft het hard te verduren om de vervolgingen en martelingen te overleven; de ander, in hoofdstuk 17, de populaire politieke kerk, die over koningen en naties van deze wereld regeert, "dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus" (vers 6).
Gedurende 18Ĺ eeuwen is het ware evangelie van Christus – zijn boodschap van God van het komende Koninkrijk van God – niet verkondigd aan de wereld. Het werd slechts onderwezen aan de relatief weinigen – vaak in het geheim – die de Gemeente van God in leven hielden door de eeuwen heen.
De oorspronkelijke en enige ware Gemeente van God leeft nog steeds! En dikwijls nog steeds vervolgd, belasterd, vals voorgesteld, verspreidt zij vandaag het ware evangelie van Jezus Christus! Zij zendt het goede nieuws over de gehele wereld – als een getuigenis voor alle volken.
Allerlei kerken en denominaties, gestuurd door dezelfde misleidende kracht (Satan) hebben hun evangelisatieprogramma's – talloze – over de gehele wereld. Maar, zoals Paulus zegt, ze behoren tot een ander evangelie. Christus' boodschap werd onderdrukt. Men predikt de wereld een christus – maar een andere Jezus.
We gaan nu weer terug naar Jericho. Toen de IsraŽlieten het heidense Kanašn binnentrokken was dit de eerste stad die ze moesten vernietigen. De inwoners hadden hun eigen valse religie gevormd. In de termen van Paulus was hun leven gezuurd, opgeblazen, waarin Gods geboden geen enkele rol speelde. Zoals gist (zuurdesem) brood doet rijzen, zo maakt zonde opgeblazen.
Een Christen eet op de 14e van de eerste maand met Pascha een stukje ongezuurd brood (van het zondeloze lichaam van Christus) en eet vervolgens dan tijdens de week van Ongezuurde Broden zeven (getal van volmaaktheid) dagen ongezuurd brood. Niets van voedsel waarin gist zit wordt gegeten.
Het beeld, de betekenis, het symbool is met het Pascha alleen niet volledig. Het Pascha verbeeldt het aanvaarden van Christus' bloed voor de vergeving van vroegere zonden (is wetsovertreding). Het verbeeldt de gekruisigde, de dode Christus.
Moeten wij Christus symbolisch aan het kruis laten hangen? De zeven Dagen van Ongezuurde Broden die op het Pascha volgen, verbeelden voor een christen het volledig wegdoen van de zonde, het houden van de Geboden, nadat onze vroegere zonden zijn vergeven.
Alleen het Pascha houden, maar vervolgens niet de zeven Dagen van Ongezuurde Broden in acht nemen, betekent, in deze symboliek, het aanvaarden van het bloed van Christus, maar vervolgens in zonde blijven leven. Het betekent ten onrechte te zeggen dat de wet heeft afgedaan, dat wij onder de genade zijn, wat betekent dat wij gemachtigd zouden zijn te blijven zondigen!
De zeven dagen van het Feest van Ongezuurde Broden verbeelden het houden van de Geboden, wat betekent dat de zonde moet worden afgelegd. Als de IsraŽlieten in Kanašn wilden wonen, moesten ze daar de zonde opruimen te beginnen met Jericho.
De afgoderij moest worden vernietigd, om plaats te maken voor Gods geboden die liefde en harmonie brengen onder de mensen en gehoorzaamheid aan Gods regering. Hiervan wil het valse christendom niets weten.
Jericho moest als gezuurd brood vernietigd worden.

 

Het Teken van Jericho

Een van de meest indrukwekkende verslagen in de Bijbel is dat van de val van Jericho in hoofdstuk 6 van het boek Jozua.
Zes dagen lang trok het volk van IsraŽl eenmaal per dag rond de stad. Op de zevende dag marcheerde het er zevenmaal omheen. Toen zeven priesters op de ramshoors bliezen, hieven alle IsraŽlieten een luid gejuich aan en de muur stortte ineen. Daarop namen zij de stad in en verbrandden haar tot op de grond.
De miljoenen IsraŽlieten gehoorzaamden God en voerden in geloof de opdracht uit. Op deze wijze kondigde God Zich aan bij de heidense volken. God toont zijn macht aan de volken.
De Bijbel staat vol richtlijnen en aansporingen over het belang de zonde achter ons te laten. Van even groot belang is het evenwel de zonde eerst en vooral uit de weg te gaan.
Jericho is wat dit betreft een goed voorbeeld. De val van die oude stad vond plaats in het seizoen van het Pascha en de dagen van Ongezuurde Broden.
Na 40 jaar in de wildernis te hebben doorgebracht was de ongelovige en opstandige eerste generatie IsraŽlieten van de exodus uitgestorven. Ook Mozes stierf. God had Jozua als diens opvolger benoemd en liet vervolgens de tweede generatie onder zijn leiding Kanašn binnentrekken. Dit was het begin van de staat IsraŽl.
In de lente kwamen de IsraŽlieten aan in de vlakte van Moab met vůůr hen de rivier de Jordaan. Zoals God eerder de Rode Zee had gesplitst, zo opende Hij nu op wonderbaarlijke wijze de Jordaan en gingen zij het Beloofde Land binnen.
Jozua 4:23  omdat de Here, uw God, de wateren van de Jordaan voor u heeft doen opdrogen, totdat gij erdoor getrokken waart, zoals de Here, uw God, gedaan heeft met de Schelfzee, die Hij voor ons heeft doen opdrogen, totdat wij erdoor getrokken waren, 24  opdat alle volken der aarde zouden weten, dat de hand des Heren sterk is, en zij de Here, uw God, al de dagen zouden vrezen.
Het Pascha – het offer van Christus – is de eerste stap in Gods verlossingsplan. Zo was ook de start van IsraŽl. In de buurt van de sterke vestingstad Jericho vierden de IsraŽlieten het Pascha en de zeven Dagen van Ongezuurde Broden. Eenmaal in het Beloofde Land hadden zij niet langer het wonder van het manna nodig en op de eerste dag van het Feest van Ongezuurde Broden hield het op te verschijnen. Daags na het Pascha aten zij van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren. Zij aten dat jaar van wat het land Kanašn opleverde.
God gaf hun te kennen dat hun 40-jarige tocht door de woestijn ten einde was en dat zij niet langer van het bovennatuurlijke voedsel afhankelijk waren zoals God hun door Mozes had gezegd:
Deuteronomium 8:1  Heel het gebod, dat ik u heden opleg, zult gij naarstig onderhouden, opdat gij moogt leven en talrijk worden en het land binnengaan en in bezit nemen, dat de Here uw vaderen onder ede beloofd heeft. 2  Gedenk dan heel de weg, waarop de Here, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. 3  Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des Heren uitgaat. 4   Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar.
De IsraŽlieten beŽrfden eindelijk het Beloofde Land, dat God enkele eeuwen eerder aan hun voorvader Abraham had beloofd.
Toen zij ongezuurd brood, gemaakt van het graan van het land, begonnen te eten, zei God hun hoe zij te werk moesten gaan bij het innemen van Jericho, een belangrijk obstakel voor hen in de verovering van het land. De zeven gedenkwaardige dagen van het Feest van Ongezuurde Broden lagen voor hen, samen met een geestelijke les die zowel voor de oude IsraŽlieten als voor ons van belang is.
Jozua 6:1  Intussen had Jericho de poort gesloten; het was volkomen gesloten voor de IsraŽlieten; niemand kon daar uit of in gaan. 2  En de Here sprak tot Jozua: Zie, Ik geef Jericho met zijn koning, de krachtige helden, in uw macht. 3   Gij moet om de stad heen trekken, terwijl alle krijgslieden eenmaal om de stad heen gaan; 4  zo moet gij zes dagen doen, terwijl zeven priesters zeven ramshorens voor de ark uit dragen. Maar op de zevende dag moet gij zevenmaal om de stad heen trekken en de priesters zullen op de horens blazen. 5  Wanneer men op de ramshoorn de toon aanhoudt en gij het geluid van de hoorn verneemt, dan moet het gehele volk een luid gejuich aanheffen en de stadsmuur zal ineenstorten en het volk moet daarop klimmen, ieder recht voor zich uit. 6  Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zeide tot hen: Neemt de ark des verbonds op en laten zeven priesters zeven ramshorens dragen voor de ark des Heren uit. 7  En tot het volk zeide hij: Trekt voort en gaat om de stad heen en laten de gewapenden voor de ark des Heren uit trekken. 8  Zodra Jozua tot het volk gesproken had, trokken de zeven priesters, die de zeven ramshorens voor het aangezicht des Heren droegen, voort en bliezen op de horens, terwijl de ark van het verbond des Heren hen volgde. 9  En de gewapenden gingen voor de priesters uit, die de horens bliezen, en de achterhoede kwam achter de ark aan, terwijl er voortdurend op de hoorn geblazen werd. 10  Jozua nu had het volk bevolen: Gij zult niet juichen en uw stem niet laten horen, ja, laat er geen woord uit uw mond uitgaan tot op de dag, dat ik u zeg: Juicht! Dan moet gij juichen. 11  Dus trok de ark des Heren om de stad, eenmaal rondgaande. Daarop kwamen zij in de legerplaats en overnachtten in de legerplaats. 12  En Jozua stond des morgens vroeg op en de priesters namen de ark des Heren op. 13  De zeven priesters nu, die de zeven ramshorens voor de ark des Heren uit droegen, gingen heen en bliezen al gaande op de horens, en de gewapenden gingen voor hen uit en de achterhoede kwam achter de ark des Heren aan, terwijl er voortdurend op de hoorn geblazen werd. 14  Dus trokken zij op de tweede dag eenmaal om de stad heen en keerden terug in de legerplaats. Aldus deden zij zes dagen. 15  Op de zevende dag echter stonden zij vroeg op, zodra de dageraad gekomen was, en trokken op dezelfde wijze zevenmaal om de stad heen; alleen op die dag trokken zij zevenmaal om de stad heen. 16  Toen de priesters bij de zevende maal op de horens bliezen, zeide Jozua tot het volk: Juicht, want de Here heeft u de stad gegeven! 17  Doch de stad en al wat erin is, zal door de ban de Here gewijd zijn; alleen de hoer Rachab zal in leven blijven, zij en allen die met haar in het huis zijn, omdat zij de boden die wij uitgezonden hadden, heeft verborgen. 18  Gij echter, neemt u in acht voor het gebannene, opdat gij niet, terwijl gij met de ban slaat, van het gebannene neemt en de legerplaats van IsraŽl onder de ban brengt en in het ongeluk stort. 19  Al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zullen de Here heilig zijn: het zal bij de schat des Heren komen. 20  Het volk dan juichte, terwijl men op de horens blies; zodra het volk het geluid van de hoorn vernam, hief het een luid gejuich aan. En de muur stortte ineen, en het volk klom de stad binnen, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in. 21  Toen sloegen zij alles wat in de stad was, met de ban, zowel man als vrouw, zowel jong als oud, tot runderen, schapen en ezels toe, met de scherpte des zwaards. 22   Maar tot de twee mannen die het land verspied hadden, zeide Jozua: Gaat het huis van de hoer binnen en brengt de vrouw en allen, die haar toebehoren, naar buiten, zoals gij haar gezworen hebt. 23  Toen gingen de jonge mannen, de verspieders, naar binnen en brachten Rachab naar buiten en haar vader, haar moeder, haar broeders en allen die haar toebehoorden (ja, haar gehele geslacht brachten zij naar buiten) en zij wezen haar een verblijf aan buiten de legerplaats van IsraŽl. 24  De stad echter en alles wat erin was, verbrandden zij met vuur; alleen het zilver, het goud en de koperen en ijzeren voorwerpen voegden zij bij de schat van het huis des Heren. 25  Zo heeft Jozua de hoer Rachab en haar familie en allen die haar toebehoorden, in leven gelaten, en zij heeft onder IsraŽl gewoond tot op de huidige dag, omdat zij de boden verborgen had gehouden, die Jozua uitgezonden had om Jericho te verkennen.
De dag nadat IsraŽl het Pascha had gevierd, begon De Week van Ongezuurde Broden. Gedurende die zeven dagen marcheerde Gods volk rond de zware vestingstad.
Het bijbelse verslag begint met: "Intussen had Jericho de poort gesloten; het was volkomen gesloten voor de IsraŽlieten; niemand kon daar uit of in gaan". De enorme stadspoorten waren verzegeld en gesloten en niemand kon de zwaar versterkte stad meer in of uit.
Archeologen beschrijven Jericho als een van de oudste steden ter wereld. In Jozua's tijd had het reeds verscheidene beschavingen zien opkomen en ondergaan. Gedurende de laatste paar eeuwen had het met succes weerstand geboden aan alle pogingen tot verovering. De indrukwekkende vestingwerken hadden iedere aanvaller ontmoedigd.
Honderden jaren eerder waren Abraham en Lot in de Jor≠daanvallei en het gebied rond Jericho aangekomen. Ten zuiden ervan lagen de "steden der vlakte", waaronder Sodom en Gomorra. Deze waren verwoest wegens hun zonden, maar Jericho was blijven bestaan als de belangrijkste stad ten noorden ervan en als een van de toegangspoorten tot het land Kanašn. Daar de stad strategisch en commercieel op zo'n vitale plaats lag, hadden de Kanašnieten haar zwaar versterkt.
Archeologische gegevens van het opgegraven Jericho hebben aangetoond dat in die tijd Jericho een dubbele muur had. Het eerste deel van de muur was een bouwwerk van enorme, vijf meter hoge stenen, met daarbovenop een bakstenen muur van bijna drie meter hoog. Uit opgravingen blijkt dat zelfs als er in deze eerste muur een bres zou zijn geslagen, de aanvallers als in een put gevangen zouden zitten met een tweede, nog hogere muur vůůr zich, waarvanaf de verdedigers dodelijke speren, stenen en peilen konden werpen en schieten.
Toen de IsraŽlieten bij Jericho hun kamp hadden opgeslagen, bleven de inwoners van de stad er waarschijnlijk op vertrouwen dat zij een beleg konden weerstaan. De IsraŽlieten hadden weinig wapens en geen gevechtstorens en stormrammen. Bizar genoeg wandelde een groep priesters, voorafgegaan door krijgslieden en in de achterhoede het volk, iedere dag om de stad heen, terwijl de priesters op hoorns bliezen. Wat had dat met het veroveren van een versterkte stad te maken?
Toch waren de inwoners niet helemaal gerust, niet zozeer wegens de IsraŽlieten, maar wegens de reputatie van IsraŽls God, die het water van de naburige Jordaan had gesplitst.
Jozua 5:1  Zodra al de koningen der Amorieten aan de westzijde van de Jordaan en al de koningen der Kanašnieten aan de zee hoorden, dat de Here de wateren van de Jordaan voor het aangezicht der IsraŽlieten had doen opdrogen, totdat zij erdoor getrokken waren, versmolt hun hart en zij hadden geen moed meer vanwege de IsraŽlieten.
Op de laatste dag van Ongezuurde Broden marcheerden de IsraŽlieten in een optocht zevenmaal rond de stad. Dit was misschien voor de bevolking van Jericho een grap geworden. De IsraŽlitische soldaten moeten voor de stadsbewoners machteloos hebben geleken. Het was het lachwekkendste en slechtst uitgeruste leger dat zij ooit hadden gezien.
Maar toen de priesters hun zevende rondgang hadden voltooid, bliezen zij op hun hoorns en het gehele volk hief een luid gejuich aan. Meteen daarop begon de stad hevig te schudden. Met veel geraas begonnen de muren te hellen, ze kraakten en verbrokkelden.
De zwaar versterkte stad bleek voor Gods kracht niet meer dan een houten doosje. De inwoners hadden geen tijd of gelegenheid te vluchten met hun voedsel.
Wat kunnen wij hiervan leren? Jericho vertegenwoordigt de aantrekkingskracht van een zondige maatschappij. Soms komt men in de verleiding om, bij wijze van spreken, de muren van de wereld te beklimmen en naar binnen te gluren. De inwoners van Jericho genoten comfort, rijkdom en een zekere luxe – allemaal nieuw en aanlokkelijk voor een generatie IsraŽlieten die slechts het harde schrale leven in de woestijn kende.
Binnen in het goed bewaakte Jericho leek het veilig. De burgers van de stad wisten echter niet dat hun dagen waren geteld. Zij hadden geen duurzame les getrokken uit de verwoesting van de steden in het zuiden, Sodom en Gomorra, waarvan zij getuige waren geweest. Zij volhardden in hun morele en geestelijke verval tot het te laat was.
Als geestelijke IsraŽlieten moeten christenen zich niet onder de 'bekoring' van de wereldse samenleving laten brengen. Dit is een van de lessen van het Pascha en de Dagen van Ongezuurde Broden. De apostel Johannes waarschuwt:
1 Johannes 2:15  Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16  Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. 17  En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.
Als wij ertoe worden verleid om over de muren te kijken en de levenswijze van de wereld te begeren, is het mogelijk dat wij ons op de muren bevinden op het moment dat zij vallen!
Christus waarschuwde ons voor het deelnemen aan de zonden van de wereld in de eindtijd.
Lukas 17:28  Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29  Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. 30   Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt.
Als wij het jaarlijkse Pascha vieren en de zeven Dagen van Ongezuurde Broden houden, gedenken wij dat het bloed van Jezus Christus ons geestelijk reinigt en ons uit de slavernij van de zonden van de wereld bevrijdt. God wil dat wij buiten die muren blijven en zijn werk doen: het bekendmaken van Gods waarheden aan een wereld waarvan de samenleving goed versterkt kan lijken, maar die op het tijdstip van Gods oordeel zal instorten.
Zoals eerder opgemerkt had God aan aartsvader Abraham gezegd dat zijn nakomelingen in de vierde generatie het land Kanašn zouden innemen, niet eerder, want eerder was de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten niet vol.
Zoals God wachtte tot de juiste tijd alvorens de IsraŽlieten in het land Kanašn toe te laten, zo geeft Hij ons ook een bepaalde tijd. Wij weten niet wanneer God zal vinden dat de zonden van de wereld "tot aan de hemel" reiken, maar wij weten dat Hij erop let. In een visioen hoorde Johannes een stem:
Openbaring 18:4  En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. 5  Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht.
Op zekere dag zal God vinden dat het kwaad van de wereld ver genoeg is gegaan. Ook dit wordt in Openbaring beschreven:
Openbaring 14:19  En de engel wierp zijn sikkel op de aarde en oogstte van de wijngaard der aarde en wierp het in de grote persbak van de gramschap Gods.
De dag komt dat dit zal gebeuren. Aan welke kant van de muur van Jericho zal God ons aantreffen?
De les voor ons is te gedenken, niet alleen hoe wij uit de wereld moeten komen, maar ook hoe wij ons er niet in moeten laten terugzuigen. Tijdens de feestdagen in het voorjaar staan wij hierbij stil, niet alleen door het eten van ongezuurd brood, maar bovendien door het gezuurde brood te vermijden. Evenals God het Pascha en het Feest van Ongezuurde Broden invoerde toen Hij IsraŽl uit de corrupte samenleving van Egypte haalde, wilde Hij dat de IsraŽlieten, wanneer zij het Beloofde Land binnengingen, zich zouden herinneren dat zij zich niet aan de corrupte praktijken van de Kanašnieten mochten schuldig maken.
Wij moeten deze belangrijke les leren: wij moeten uit de zonde komen (gesymboliseerd door Egypte) en vermijden in de zonde terug te vallen (vertegenwoordigd door Jericho). Als wij daarin slagen, kunnen wij ons Beloofde Land, het Koninkrijk van God, beŽrven.
Als wij het Pascha houden, die de vergeving van begane zonden uitbeeldt, dan moeten we verder gaan met het Feest van Ongezuurde Broden dat het verlaten van de zonde uitbeeldt. Voor de rest van ons leven.
Christus heeft niet alleen een begin gemaakt om ons behoud mogelijk te maken, maar leidt ons ook verder in het voltooien hiervan! Waarom zouden wij het Pascha onderhouden, die de vergeving van begane zonden uitbeeldt en dan weigeren verder te gaan met het feest van ongezuurde broden dat het verlaten van de zonde uitbeeldt? De zeven dagen van ongezuurde broden beelden het volledig wegdoen van de zonde uit, of, met andere woorden, het houden van de Geboden! De zevende dag symboliseert de overwinning op de zonde, zoals op de zevende dag van Ongezuurde Broden het zondige Jericho werd vernietigd.
Het teken van Jericho is de val van de samenleving van deze wereld.
Dat het eerste Pascha nadat Jozua door de Jordaan was getrokken op een sabbat viel is geen toeval. Dat betekent ook dat de week van Ongezuurde Broden in dat jaar samenvalt met de scheppingsweek, d.w.z. precies van de eerste dag van de week (die nu zondag wordt genoemd) tot en met de zevende dag.
Leviticus 23:10  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer gij komt in het land dat Ik u geef, en de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst naar de priester brengen, 11   en hij zal de garve voor het aangezicht des Heren bewegen, opdat gij welgevallig zijt; daags na de sabbat zal de priester die bewegen. Vers 14  Tot op die dag zult gij geen brood, geen geroosterd of vers koren eten, totdat gij de offergave van uw God gebracht hebt: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen.
Op de wekelijkse sabbat tijdens de Dagen van Ongezuurde Broden moesten de IsraŽlieten de eerste garve van de nieuwe oogst naar de priester brengen, die deze op de volgende dag (de huidige zondag) voor het aangezicht des Heren bewoog. Tot op dat moment mocht niet van het verse koren gegeten worden. Met deze informatie in gedachten gaan we naar het boek Jozua.
Jozua 4:19  Het volk nu is uit de Jordaan opgeklommen op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal, aan de oostelijke grens van Jericho.
IsraŽl was het beloofde land binnen gegaan. Het was vier dagen voor het Pascha, de dag waarop een ťťnjarig stuk kleinvee, een geit of een schaap, afgezonderd moest worden om te bewaren als Paschalam.
Jozua 5:10  Terwijl de IsraŽlieten te Gilgal gelegerd waren, vierden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, des avonds, in de vlakten van Jericho; 11  en zij aten, daags na het Pascha, van de opbrengst van het land, ongezuurde broden en geroost koren, op dezelfde dag.
We hebben in Leviticus gezien dat de dag na de sabbat van de nieuwe oogst gegeten mocht worden. In vers 11 van Jozua 5 hebben we net gelezen dat die dag na de sabbat in dat jaar eveneens daags na het Pascha was. Dat betekent dus dat het Pascha in dat jaar op de sabbat viel en dus de eerste dag van de week van Ongezuurde Broden op de eerste dag van de week en de laatste dag op de zevende dag van de week. Deze week loopt dus van dag ťťn tot dag zeven parallel aan de scheppingsweek, een week die de 7000-jarige geschiedenis van de mens uitbeeldt.
De waarschuwingen aan Jericho en de uiteindelijke val na zes dagen loopt parallel aan de waarschuwingen door Jezus Christus aan de wereld gedurende 6000 jaar en haar uiteindelijke val na 6000 jaar.
Voordat IsraŽl het beloofde land mocht binnentrekken, stuurde God zijn volk op Jericho af. Ze moesten eerst deze vesting nemen. Eigenlijk deed God het voor hen. Ze hoefden alleen maar te waarschuwen, te geloven en zelf God te gehoorzamen, dan zou God een eind maken aan Jericho. Ze hebben geen deel genomen aan de verdorven samenleving binnen de stad, maar moesten de plaats wel goed lokaliseren. Goed tot zich laten doordringen wat zich achter die muren afspeelde. Gods kracht gaf hen vervolgens de overwinning. Ook wij moeten, voordat wij het Koninkrijk kunnen binnengaan, eerst de vesting van zonde overwinnen. De zonde eerst in je leven lokaliseren om dan door Gods kracht de overwinning te behalen – de zonde te vernietigen.
De val van Jericho is een beeld van de ineenstorting van de menselijke beschaving, een teken of een type van de val van de wereld. Een ernstige waarschuwing aan de hele mensheid. Om het heilige land bewoonbaar te maken voor Gods heilig volk en te kunnen leven volgens Gods geboden moest IsraŽl onder leiding van Jozua alles in dat land vernietigen. Alles wat het heidendom had voortgebracht, moest worden opgeruimd, zoals voor aanvang van de week van Ongezuurde Broden alles wat gezuurd is (gist bevat) weggedaan moet worden. Een geringe hoeveelheid zuurdesem (gist) maakt het hele brood 'opgeblazen'. Wanneer Christus komt zal Hij alles van het heidense (wereldse) leven uitroeien om de grote schare nazaten van de twaalf stammen van IsraŽl hun beloofde land te geven, gezuiverd van zondige praktijken, om te leven naar Gods geboden. Daarna zal de gehele aarde gezuiverd worden om Gods bestuur van rechtvaardigheid, universeel geluk en vrede over de hele wereld te verspreiden.
Jericho, als een symbool van de zondige wereld, mocht niet herbouwd worden. Onder leiding van Satan werd dit toch gedaan. Maar wanneer Satan na het komende Millennium voor een korte tijd uit zijn gevangenschap wordt losgelaten en direct weer begint met de herbouw van zijn zondige wereld, wordt hij verpletterend verslagen door Christus (Openb. 20:7-10; Ez. 38:2-21).
De zevende dag van de scheppingsweek is door God geheiligd. Deze dag is apart gezet door God. Hij moet gehouden worden volgens de instructie van God tot welzijn van de mens. Hij is een verkwikking. De sabbat is immers gemaakt om de mens, zegt Jezus. De dag ziet terug op de scheppingsweek, maar ook vooruit op de zevende periode van duizend jaar, ook wel het Millennium genoemd. Na zesduizend jaar menselijke beschaving, zal God zŪjn beschaving opleggen. Dit komende Millennium is een periode van vrede en verkwikking, gebaseerd op Gods geboden van liefde. Na zesduizend jaar van falende menselijke overheden zal plotseling de menselijke beschaving ineenstorten, veroorzaakt door dezelfde Goddelijke kracht die Jericho ineen deed storten.
Op de eerste zes dagen trok IsraŽl zwijgend met de ark (met de Tien Geboden!) rond de stad, maar er werd wťl op de hoorns geblazen. Gods Gemeente slaat ook de menselijke samenleving gade, maar bemoeit zich er niet mee. Wij doen niet aan politiek. Wij blazen intussen wťl al zesduizend jaar op de bazuin om te waarschuwen, zoals IsraŽl zes dagen op de hoorns blies. Op de zevende dag trok IsraŽl zevenmaal rond de stad en blies zevenmaal op de hoorns. Toen de priesters bij de zevende maal op de hoorns bliezen, riep Jozua tot het volk: Juich!
In het boek Openbaring wordt beschreven dat er in de eindtijd achtereenvolgens op zeven bazuinen worden geblazen als een krachtige waarschuwing. Deze zeven bazuinen zijn wereldomspannende gebeurtenissen die allen immense schade aanrichten aan bomen, struiken, gras, zeeŽn, rivieren, meren, ontzagwekkende tekenen aan het firmament, afschuwelijke oorlogen uitmondend in de derde en grootste wereldoorlog. Evenals in de dagen van de val van Jericho, zullen de mensen, ondanks deze harde waarschuwingen, blijven volharden in hun zondig gedrag. Gods heilige volk zal de zes bazuinen herkennen en hebben meegeteld en wachten op de grote gebeurtenis van de zevende bazuin. Dan klinkt de zevende bazuin! Onverwacht voor de wereld en verwacht door Gods Gemeente. Dan barst het gejuich uit van de engelen en Gods trouwe volgelingen op aarde, want met het geschal van de zevende bazuin zal Jezus Christus komen om de vestingwerken van deze wereld te vernietigen en om vervolgens hťt Utopia te stichten waarop de gelovigen hebben gehoopt.
God zal na zesduizend jaar menselijke corrupte beschaving deze volledig vernietigen om vervolgens zijn Koninkrijk op te richten.
Zoals IsraŽl in gejuich losbarstte toen de stad op de zevende dag instortte, zo zullen de engelen en de heiligen juichen wanneer de totale menselijke samenleving instort en er eindelijk vrede en gerechtigheid zal zijn.
Tot slot HebreeŽn 11:30.
HebreeŽn 11:30  Door het geloof zijn de muren van Jericho neergestort, nadat [het volk] er zeven dagen lang omheen getrokken was.
Dit was de doorslaggevende oorzaak van de val van Jericho. Mede door het geloof van ware christenen zal deze wereld ineenstorten en een betere wereld worden opgericht.

 

Terug naar de Home Page

hit counter