Voor literatuurlijst klik hier.

LAZARUS

en de

RIJKE MAN

  

 

Jezus' gelijkenis van Lazarus en de rijke man is een van de teksten die vaak wordt gebruikt om aan te tonen dat er een eeuwig hellevuur bestaat.

 

Welke les wilde Jezus illustreren door middel van deze vaak verkeerd begrepen gelijkenis? Laten wij deze hele gelijkenis zorgvuldig bestuderen en hem vergelijken met andere Schriftgedeelten.

Zien behouden moeders boven in de hemel hun verloren kinderen beneden in de hel kronkelen van pijn en horen zij hun geschreeuw?

Sta hier eens bij stil! Zou u werkelijk de eeuwigheid willen doorbrengen in een hemel waarin u werd gedwongen voortdurend neer te zien op uw eigen geliefden die verloren waren, terwijl u hen uitzinnig naar u hoorde schreeuwen om hulp die u niet zou kunnen geven, en u onophoudelijk hun onbeschrijflijke doodstrijd gadesloeg, daar zij in brand stonden – dood-brandden – maar zonder ooit werkelijk op te branden? Zou u dan gelukkig zijn?

Toch is dit nu precies de soort ’hemel’ die door vele godsdienstijveraars wordt beschreven. Velen van hen beroepen zich meer op Jezus' relaas over Lazarus en de rijke man dan op enige andere passage uit de Bijbel ter ondersteuning van hun leer dat degenen die ’behouden’ zijn wanneer zij sterven onmiddellijk naar de hemel gaan, terwijl degenen die verloren zijn hun lichaam verlaten en voor een eeuwigdurende foltering in een eeuwigbrandend inferno worden geworpen.

 

Wat de Bijbel zegt

 

Degenen die ontkennen dat men, op het moment dat de dood intreedt, naar hemel of hel gaat, beweren dat het verhaal van Lazarus en de rijke man slechts een gelijkenis is. Maar degenen die de leer van de ’onsterfelijke ziel’ aanhangen, beweren met klem dat het geen gelijkenis is. Jezus maakte melding van voorgekomen feiten, zo redeneren zij.

Laten wij doen alsof dit geen gelijkenis is. Laten wij het relaas letterlijk nemen. Jezus meende vast en zeker precies wat Hij zei. Maar ook dan zei Hij niet wat men algemeen gelooft!

Jezus zei: ”Er was een rijk man.” Hij zei dat deze bijzonder rijke man ”gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend feest hield”. Hij leefde werkelijk in weelde en luister! (Lukas 16:19.)

Jezus zei ook: ”En er was een bedelaar, Lazarus genaamd, vol zweren, nedergelegd bij zijn voorportaal, die verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel; zelfs kwamen de honden zijn zweren likken” (vers 20-21).

Er waren inderdaad veel van die bedelaars in Judea tijdens Jezus' leven.

Vervolgens beschreef Jezus wat er met hen gebeurde.

”Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven” (vers 22-23). Zij stierven beiden!

Dit is exact wat Jezus zei. Lees dat nu nog eens. Zei Jezus dat de bedelaar naar de hemel ging?

Beslist niet! Hij zei dat de bedelaar ”door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot”.

De eerste betekenis van het Griekse apo'phero dat hier vertaald is met ’gedragen’, is wegdragen. Vgl. de volgende verzen.

Markus 15:1  … zij boeiden Jezus en zij leidden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus.

Leiden weg: apo'phero.

Openbaring 17:3  En hij voerde mij in de geest weg naar een woestijn.

Voerde weg: apo'phero.

Lazarus werd door engelen naar Abrahams schoot gedragen (apo'phero).

 

Ging de bedelaar naar de hemel?

 

Wat is een ’schoot’? Als u kunt vaststellen wat een ’schoot’ is – en in dit geval Abrahams schoot – dan weet u waarheen de bedelaar werd gebracht.

In het woordenboek wordt ’schoot’ omschreven als de ruimte in de bocht tussen onderlijf en dijen van een zittend persoon, of het bovenvlak van de dijen in die stand; iets dat omsluit, opneemt, verbergt, een toevlucht biedt, rustplaats, boezem. Andere bijbelvertalingen zeggen ’boezem’. In de volgende Schriftgedeelten staat hetzelfde Griekse woord kolpos.

Johannes 1:18  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem [kolpos] des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

Johannes 13:23  Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem [kolpos] van Jezus.

Het woord vertolkt een intieme relatie.

Lazarus werd dus in een intieme relatie met Abraham gebracht.

Lazarus wordt hier uitgebeeld als iemand, misschien zelfs een heiden, die behoud ontving. Komen heidenen wanneer zij zich bekeren en Christus gaan toebehoren in een intieme relatie met Abraham? Zeer zeker! De door Paulus geschreven Bijbelpassages gericht aan de Galaten, die van geboorte heidenen waren, zeggen duidelijk: ”Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad [kinderen] van Abraham, en naar de belofte erfgenamen” (Gal. 3:29).

Door Christus worden zij kinderen van Abraham.

Galaten 3:7  Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn.

Dat is een intieme relatie met Abraham. Dat is in Abrahams schoot gedragen worden! Je kind neem je op schoot.

Abraham nu is een erfgenaam van God. God gaf Abraham een belofte. Merk op (Gal. 3:29) dat degenen die door Christus kinderen van Abraham worden erfgenamen zijn – maar erfgenamen volgens de belofte die God aan Abraham deed.

 

De belofte was niet de hemel

 

Wat heeft God nu aan Abraham beloofd? Van welke belofte werd deze bedelaar een erfgenaam? Beloofde God de hemel aan Abraham en zijn kinderen?

Laten wij het heilige Woord van God geen interpretatie opleggen. Geen enkele Bijbelpassage kan door iemand persoonlijk worden geÔnterpreteerd, iedere passage wordt geÔnterpreteerd door andere Bijbelpassages. De Bijbel behoort niet door de mens te worden geÔnterpreteerd.

Teneinde te weten te komen wat God aan Abraham beloofde, moeten wij teruggaan naar Genesis 12.

Genesis 12:5  Abram nu nam zijn vrouw SaraÔ en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de lieden, die zij in Haran verkregen hadden, en zij trokken uit om te gaan naar het land Kanašn, en zij kwamen in het land Kanašn. 6   En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More; en de Kanašnieten waren toen in het land. 7  Toen verscheen de HERE aan Abram en zeide: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. En hij bouwde daar een altaar voor de HERE, die hem verschenen was.

Het land Kanašn is op deze aarde, niet boven in de hemel. Door Christus werd deze bedelaar ”Abrahams nageslacht” – kreeg hij met Abraham de intieme vader-zoon relatie. Dus begreep God ook deze bedelaar in zijn uitspraak: ”Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.”

Later beloofde God Abraham opnieuw dat land.

Genesis 13:14  En de HERE zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, 15  want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven.

En weer later nog eens.

Genesis 15:18  Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.

Hier beschreef God in de overeenkomst, of het eigendomsrecht van het grondbezit, de precieze grenslijn van het grondbezit. Natuurlijk slaat de uitdrukking ”uw nageslacht” in het bijzonder op Christus. Maar aangezien deze bedelaar Christus toebehoorde, was ook hij ”zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenaam.

De belofte was niet de hemel. De belofte was het land Kanašn, op deze aarde. De belofte was voor eeuwig, en omvatte dus eeuwig leven en een eeuwige erfenis.

HebreeŽn 9:15  En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

De belofte was derhalve het eeuwige leven op deze aarde!

 

Slechts erfgenaam!

 

Let nu op een belangrijk punt. De bedelaar werd door de engelen in Abrahams schoot gedragen – dat wil zeggen, volgens de verklaring van de Bijbel, dat hij een van de kinderen van Abraham werd, en derhalve erfgenaam van het land op deze aarde en van het eeuwige leven.

De volgende vraag is wanneer deze bedelaar het eeuwige leven in het beloofde land zou beŽrven, er bezitter van zou worden. In zijn verhaal over Lazarus en de rijke man besprak Jezus dit punt niet. Hij vertelde alleen wat er gebeurde, niet wanneer. Wij moeten het antwoord zoeken, niet in de menselijke verbeelding of de valse leer van mensen, maar in de Bijbel!

Een zoon die erfgenaam is van de bezittingen van zijn vader, kan deze niet in zijn bezit krijgen voordat zijn vader deze heeft geŽrfd. Deze bedelaar, die in de intieme vader-zoon relatie met Abraham werd gebracht, kon het eeuwige leven noch dat land beŽrven voordat zijn vader Abraham deze beloften ontving.

Wanneer ontving Abraham deze beloften in werkelijkheid? Het schokkende antwoord van de Bijbel is: hij ontving ze niet! Hij heeft, ook in onze dagen, deze beloften nog niet ontvangen!

 

Wanneer wij de beloften beŽrven

 

De Bijbel openbaart het antwoord door de geÔnspireerde toespraak van de allereerste christelijke martelaar, Stefanus, die juist om deze woorden door steniging ter dood gebracht werd.

Handelingen 7:2  En hij zeide: Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God der heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in MesopotamiŽ was, voordat hij in Haran ging wonen, 3  en Hij zeide tot hem: Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal. 4  Toen vertrok hij uit het land der ChaldeeŽn en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; 5  en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet een voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

Dit verbazingwekkende feit wordt opnieuw vermeld in HebreeŽn 11, het hoofdstuk over het geloof.

HebreeŽn 11:8  Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou. 9   Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isašk en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; 10  want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. 11  Door het geloof heeft ook Sara kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge leeftijd, daar zij Hem, die het beloofd had, betrouwbaar achtte. 12  Daarom zijn er dan ook uit ťťn man, en wel een verstorvene, voortgekomen als de sterren des hemels in menigte en gelijk het zand aan de oever der zee, dat ontelbaar is. 13  In dat geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde.

Abraham stierf, maar heeft tot op de dag van vandaag de beloften nog niet beŽrfd!

Abraham stierf, en was nog steeds dood in de tijd van het predikambt van Christus op aarde. Wij lezen in Johannes:

Johannes 8:52  De Joden zeiden tot Hem: Nu weten wij, dat Gij bezeten zijt. Abraham is gestorven en ook de profeten, en Gij zegt: indien iemand mijn woord bewaard heeft, zal hij de dood in eeuwigheid niet smaken.

In die tijd – eeuwen nadat hij stierf – leefde Abraham noch op aarde noch in de hemel noch op enige andere plaats! Ook nu is hij nog dood. Wanneer zal hij dan de beloften beŽrven?

Ten tijde van de opstanding van de rechtvaardigen, natuurlijk! Het Koninkrijk van God is de regering die na de wederkomst van Christus te Jeruzalem zal worden ingesteld om over alle volken te regeren.

1 Thessalonicen 4:16  want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan.

Sterfelijke mensen, in Christus, levenden en doden, ontvangen eeuwig leven – de onsterfelijkheid, de beloften door God aan Abraham gedaan – bij Christus' wederkomst. Op dat moment zullen zij onsterfelijkheid aandoen.

1 CorinthiŽrs 15:50  Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed [sterfelijke mensen] kunnen het Koninkrijk Gods niet beŽrven en het vergankelijke beŽrft de onvergankelijkheid niet. 51  Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52  in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden [met inbegrip van Abraham en de bedelaar] zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53  Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

Merk nogmaals op wanneer Abraham en al zijn kinderen, zijn mede-erfgenamen, tenslotte de beloften – het Koninkrijk van God op deze aarde – zullen beŽrven.

MattheŁs 25:31  Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem [merk op dat dit de wederkomst van Christus is], dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. 32  En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, 33  en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. 34  Dan [en niet eerder] zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beŽrft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.

Jezus zei dat Abraham de beloften, met inbegrip van het eeuwige leven, zou ontvangen door de opstanding.

MattheŁs 22:31  Wat nu de opstanding der doden betreft, hebt gij niet gelezen, wat door God tot u gesproken is, toen Hij zeide: 32  Ik ben de God van Abraham, en de God van Isašk, en de God van Jakob? 33  Hij is niet een God van doden, maar van levenden.

Jezus zei niet dat Abraham op dat moment leefde. De dingen die God beloofd heeft zijn echter zo zeker dat zij geacht kunnen worden reeds vervuld te zijn. Abraham was dood, zoals hierboven door de Bijbel wordt aangetoond en hij is dat nog steeds. Maar Jezus sprak deze woorden over Abraham in verband met de opstanding der doden. Abraham zal worden opgewekt.

De erfenis van Abraham en ’zijn kinderen’, en Lazarus is daar ťťn van, omvat niet alleen Kanašn, maar de gehele aarde, en zelfs nog meer: het Koninkrijk van God dat over de aarde zal regeren. En niets daarvan bevindt zich in de hemel.

 

Door engelen gedragen

 

Laten wij nu nogmaals terugkomen op wat Jezus in Lukas zei over Lazarus. Jezus zei dat deze bedelaar stierf. Hij is dus evenals Abraham nog steeds dood.

Maar Lazarus werd, naar Jezus zei, na zijn dood ”door de engelen gedragen ... in Abrahams schoot”. Wij weten nu dat waarheen hij gedragen werd niet een plaats boven in de hemel was, maar de status van zoon en erfgenaam van Abraham, opdat hij het land op deze aarde en het eeuwige leven daarop zal beŽrven op het tijdstip waarop zijn vader Abraham zijn erfenis in bezit krijgt – ten tijde van de opstanding.

Maar merk op dat Lazarus daarheen door engelen zal worden gedragen!

Wanneer zullen de engelen uit de hemel neerdalen? In MattheŁs 25:31, hierboven geciteerd, zagen wij dat het zal zijn bij de wederkomst van Christus — ten tijde van de opstanding.

Dit lezen we ook in MattheŁs 24.

MattheŁs 24:30  En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. 31   En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

Zij die dan leven en zij die uit hun graven opgewekt worden, in een opstanding.

De tijd waarin de engelen Lazarus en de heiligen zullen dragen naar hun deelgenootschap in de erfenis van Abraham – in Abrahams schoot – is de tijd van de opstanding. Lazarus zal worden opgewekt en door de engelen door de lucht worden gedragen om Christus te ontmoeten bij diens wederkomst en om in de intieme vader-zoon relatie met Abraham te komen! Hoe duidelijk! Lazarus zal dan de liefdevolle omhelzing van zijn vader door Christus, Abraham, ervaren – beiden zullen zij dan zijn opgewekt om voor eeuwig te leven in het beloofde land, dat zij dan beŽrven!

Er bestaat geen twijfel over hoe de Bijbel het woord ’schoot’ gebruikt. Sla Jesaja 40:11 op. Daar zien wij dat God voor zijn volk zal zorgen als een herder voor zijn schapen en het ”in zijn schoot” zal dragen.

Jesaja 40:11  Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.

De Statenvertaling heeft het Griekse woord kolpos in het volgende vers met ’schoot’ vertaald.

Johannes 1:18 (Statenvert.)  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot [kolpos] des Vaders is, Die heeft [Hem] [ons] verklaard.

Jezus was ”in de schoot” van de Vader en genoot de zegeningen van en de intieme relatie met de Vader. In iemands schoot zijn betekent dat men de liefde en de bescherming van die persoon geniet en deelt in zijn zegeningen en erfgoed. Zo zal het ook bij de opstanding zijn.

 

Het lot van de rijke man

 

Laten wij nu eens zien wat er met de rijke man gebeurde – en wanneer.

Jezus zei van hem: ”Ook de rijke stierf en hij werd begraven” (Lukas 16:23). Jezus zei niet dat de rijke man op dat moment rechtstreeks naar een eeuwigbrandende hel werd gebracht. Hij zei niet dat het lichaam werd begraven, maar dat de rijke zelf onmiddellijk in een brandende hel werd geworpen. Hij zei dat de rijke stierf — en dat de rijke zelf werd begraven.

Nu kan men moeilijk zeggen dat in die denkbeeldige brandende kookpot, op lugubere wijze beschreven als de hel, te worden geworpen hetzelfde is als te worden begraven. Men wordt niet begraven als men niet wordt overdekt.

Men wordt in een graf begraven en met aarde overdekt. De denkbeeldige hel, die door sommigen is uitgedacht, wordt echter nooit afgeschilderd als een begraafplaats. De rijke stierf en werd begraven. Hijzelf werd begraven – niet een ’omhulsel’ waarin hij had geleefd. Jezus heeft dit gezegd – lees het na in uw bijbel.

 

Wat voor soort hel?

 

We gebruiken nu voor het vervolg van vers 23 in Lukas 16 ”En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg” de Statenvertaling.

Lukas 16:23 (vervolg) … En als hij in de hel zijn ogen ophief …

De rijke man was dus toch in een plaats die ’hel’ wordt genoemd. En in die hel sloeg hij zijn ogen op. In de dood waren zijn ogen gesloten geweest en nu kwam er een tijd waarin zij werden geopend – hij ”sloeg zijn ogen op”.

Wat voor ’hel’ is dit?

Hoe schokkend dit ook mag zijn, de rijke werd in dezelfde soort ’hel’ begraven als Jezus! Jezus stierf en werd inderdaad begraven – in een ’hel’!

In zijn eerste geÔnspireerde preek, op de dag waarop de nieuwtestamentische Gemeente begon, zei Petrus:

Handelingen (Statenvert.) 2:31  Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien.

Ook Jezus stierf en werd begraven. En ook Hij sloeg zijn ogen op in de ’hel’ – toen Hij werd opgewekt!

Laten we dat uitleggen en duidelijk maken!

Het Nieuwe Testament werd geschreven in het Grieks. Onze bijbels zijn daarvan een vertaling. De Statenvertaling luidt: ”En als hij in de hel zijn ogen ophief.” In het oorspronkelijke Grieks waarin het Nieuwe Testament werd geschreven komen drie verschillende Griekse woorden voor, die elk een geheel verschillende betekenis hebben, maar alle drie in de Statenvertaling werden vertaald met het woord ’hel’.

Een van deze Griekse woorden is tartaros, dat enkel verwijst naar de huidige toestand van duisternis of perversie en van beteugeling van gevallen engelen of demonen. Een tweede is gehenna, een plaats aan de voet van een uitspringende rots aan de zuidkant van Jeruzalem waar vuilnis, afval en lijken van dieren en de ergste misdadigers over de uitspringende richel werden gestort om te worden verbrand. Beneden werden de vuren steeds brandende gehouden. Ze verbrandden of verteerden – vernietigden volledig – de lijken en het afval die er werden gestort. Dit woord gebruikte Jezus wanneer Hij over de uiteindelijke vernietiging in het ’hellevuur’ sprak.

Maar deze rijke werd niet in die ’hel’ begraven. Hij was niet in gehenna. Het derde gangbare Griekse woord was hades, dat hier door Lukas werd neergeschreven. En hades betekent ’het graf’ – een begraafplaats in de grond!

Dat is de ’hel’ waarin Jezus werd begraven, het graf of de tombe, waaruit Hij werd opgewekt! En deze hades was tevens de ’hel’ waarin de rijke man werd begraven.

In de meeste andere Nederlandse vertalingen is het correct vertaald. Zie van bovenstaande verzen de NBG-vertaling.

Handelingen 2:31  heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk [Gr. hades; Statenvert. hel] is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien.

Lukas 16:23  Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk [Gr. hades; Statenvert. hel] zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.

 

Wanneer hief hij zijn ogen op?

 

Ook nu weer zei Jezus niet wanneer deze rijke man, ”in de hel” (het graf), zijn ogen opsloeg. Jezus beeldde hem uit als een van de zondaren of verlorenen. Wij moeten andere Bijbelpassages bestuderen om te weten wanneer de onrechtvaardigen in hun graf de ogen zullen opslaan.

DaniŽl spreekt over de opstanding van de rechtvaardigen, en van de onrechtvaardigen.

DaniŽl 12:2  Velen van hen die slapen [hun ogen zijn gesloten] in het stof der aarde [hun graf – zijn begraven in hades], zullen ontwaken [hun ogen opslaan], dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen.

Jezus zei:

Johannes 5:28  Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, 29  en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben [ook de rijke man], tot de opstanding ten oordeel.

Hier spreekt Jezus over twee verschillende en afzonderlijke opstandingen. Hierboven werden Bijbelpassages geciteerd die aantonen dat de ’doden in Christus’ ten tijde van diens wederkomst zullen worden opgewekt. In 1 CorinthiŽrs 15:22-24 lezen wij dat iedereen zal worden opgewekt, maar in een bepaalde volgorde van verschillende opstandingen.

1 CorinthiŽrs 15:22  Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23  Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling [bijna 2000 jaar geleden], vervolgens [in een andere opstanding] die van Christus zijn bij zijn komst [waarmee het komende Millennium begint]; 24  daarna het einde [na het Millennium de opstanding van de onrechtvaardigen], wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben.

In Openbaring 20:4 lezen wij over de opstanding van degenen die in Christus zijn bij zijn komst.

Openbaring 20:4  En ik zag tronen, en zij [die van Christus zijn] zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.

Maar Openbaring 20:5 zegt dat de overigen moesten wachten tot een opstanding na het Millennium.

Vers 5  De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.

De opstandingen van alle onrechtvaardige of niet-behouden mensen, inclusief die van de rijke, zullen dus na het Millennium plaatsvinden! Deze opstandingen worden beschreven in Openbaring 20:11-15.

Toen Jezus over de rijke man en Lazarus sprak, zei Hij dus niet wanneer de rijke zijn ogen zou openen en uit het graf zou worden opgewekt, maar andere Bijbelteksten openbaren dat dit na het Millennium zal zijn.

 

Hebben de doden bewustzijn?

 

Lazarus zal met Abraham en al de heiligen die Abrahams kinderen zijn ten tijde van Christus' komst worden opgewekt. Zij zullen gedurende het hele Millennium leven (als onsterfelijke wezens, zoals God en de engelen). Maar de overige doden zullen pas weer (fysiek) leven als de duizend jaren voorbij zijn. De rijke zal dus pas weer levend worden duizend jaar nadat Abraham, Lazarus en allen die van Christus zijn tot leven zijn gewekt.

Zal deze rijke man zich bewust zijn van het verstrijken van die lange periode?

De Bijbel zegt, aan wie hem zal geloven:

Prediker 9:5  De levenden weten tenminste, dat zij sterven moeten, maar de doden weten niets; zij hebben geen loon meer te wachten, zelfs hun nagedachtenis is vergeten.

Dat wil zeggen dat zij, terwijl zij dood zijn, geen bewustzijn hebben. Zij zijn zich totaal van niets bewust! Job sprak als volgt over een dode:

Job 14:21  Zijn zonen mogen tot ere komen, maar hij weet het niet; of komen zij tot lage staat, hij bemerkt niets van hen.

Jesaja zegt dat onze vader Abraham nu niets van ons weet (Jes. 63:16).

Jesaja 63:16  Gij immers zijt onze Vader; want Abraham weet van ons niet…

David werd ertoe geÔnspireerd te schrijven:

Psalmen 146:4  gaat zijn adem uit, dan keert hij weder tot zijn aarde, te dien dage vergaan zijn plannen.

De rijke zal dus, ten tijde van zijn opstanding na het Millennium, tot bewustzijn komen, zijn ogen openen en opheffen en absoluut niets weten van de uren, dagen en jaren sinds zijn dood. Het zal voor hem zijn als was het een fractie van een seconde na het moment dat hij stierf. Het zal hem voorkomen alsof hij onmiddellijk is overgegaan tot de staat of toestand waarin hij zich bevindt wanneer hij uit het graf oprijst.

 

Wat is die vlam?

 

Maar wanneer hij wordt opgewekt, ziet hij een vlam die hem kwelt. Wat betekent dat?

Bij andere gelegenheden sprak Jezus van vergaan en vernietigd worden in het gehennavuur. Wat wil dat zeggen? In Openbaring 20:14-15 wordt het beschreven als een poel of zee van vuur.

Overal beschrijft de Bijbel het uiteindelijke lot van de zondaars als een verbranding. Hun straf is de dood door vuur! Het is deze ”poel des vuurs” die ”de tweede dood” is, waaruit geen opstanding zal zijn! Zij blijven eeuwig dood! Deze dood zal tot in alle eeuwigheid duren — het is een eeuwige straf — maar niet een eeuwige bestraffing!

Wanneer nu deze rijke man in zijn graf zijn ogen opent, ziet hij Abraham met Lazarus in zijn ’schoot’ of aan zijn boezem – een omhelzing! Hij ziet ook die vreselijke vuurvlam – die poel des vuurs die op het punt staat hem voor eeuwig te vernietigen! Hij is doodsbang!

Wat gebeurt er als iemand plotseling zo verlamt van angst? Zijn mond wordt droog. Zijn tong kleeft vast aan zijn gehemelte en blijft in zijn keel stokken!

In deze geestelijke doodstrijd schreeuwt de rijke uit:

Lukas 16:24  Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.

Als de rijke zich nu bevond in de soort ’hel’ die de meeste mensen zich schijnen voor te stellen, dan zou zijn gehele lichaam in brand staan. Denkt u niet dat hij dan niet op zijn minst om een emmer water gevraagd zou hebben om het vuur te doven?

En kijk nu eens! Om hoeveel water riep hij? Hij zei tegen Abraham: ”zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope. Een paar druppels maar – dat is al het water waar hij om vroeg! Vindt u dat niet vreemd?

Waarom vroeg hij om water? Om het vuur van de gehele ’hel’ te doven – de soort hel waarin, naar men u wil doen geloven, hij zich zou bevinden? Welnee! Hij wilde slechts een paar druppels water op Lazarus' vinger. Waarom? ”[Opdat hij] mijn tong verkoele”! Dat zei de rijke man! Open uw eigen bijbel weer en lees het!

De vlam, zei hij, deed hem ”pijn lijden”. De woorden ”pijn lijden”, dat in de verzen 24 en 25 wordt gebruikt, is een vertaling van het Griekse woord odu'nao. Behalve hevige pijn veroorzaken betekent het door angst gekweld zijn, geestelijke pijn, smart, droefheid. Vergelijk het volgende Schriftgedeelte.

Handelingen 20:37  En zij barstten allen in groot geween uit en vielen Paulus om de hals en kusten hem herhaaldelijk, 38  het meest bedroefd [Gr. odunao] over het woord, dat hij gesproken had, dat zij zijn aangezicht niet meer zien zouden. En zij deden hem uitgeleide naar het schip.

Welnu, deze rijke man opent zijn ogen in zijn graf in een opstanding. Hij wordt opgewekt als sterveling, zoals hij vůůr zijn dood was – niet als onsterfelijke zoals Lazarus. Hij ziet de poel des vuurs. Nu weet hij in welk angstaanjagend, afschuwelijk verderf hij zal worden geworpen – om te worden verbrand, vernietigd! Hij wordt gekweld door een geestelijke angst die hij nooit tevoren in zijn leven heeft gekend. Zijn tong is droog. Het koude zweet breekt hem uit. Hij roept om wat water op de top van Lazarus' vinger om zijn tong te verkoelen! Hij kan zijn tranen niet bedwingen.

Bij zijn opstanding zal de rijke man zien hoe de vlammen van de poel des vuurs zich rondom hem verzamelen. Hij weet dat deze vlammen hem voor eeuwig zullen vernietigen. In hevige geestelijke doodsangst vraagt hij alleen een beetje water om zijn tong te verkoelen, die door zijn angst droog is geworden. Hij vraagt niet om bakken of zeeŽn water om het vuur te doven. Hij weet dat een dergelijk verzoek zou worden afgewezen.

In deze beeldspraak wordt een kwellende geestelijke pijn bedoeld. De rijke man is een type van de Joden en van de hedendaagse christenen die menen geestelijk rijk te zijn. Hij begrijpt te laat dat zijn tong afgekoeld moet worden, want zijn verhitte tong heeft Christus veelvuldig gelasterd, Hem een zondaar genoemd, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, bezeten van de duivel en iemand die demonen uitdreef in de naam van Satan, verder een opruier. En christenen met zijn naam dwepen en Hem heer noemen, maar niet doen wat Hij zegt.

 

Het uiteindelijke hellevuur

 

Lees weer in uw eigen bijbel. Lees nauwkeurig wat Jezus zei, niet wat de ’hellevuur’-predikanten zeggen dat Hij zei! Zei Jezus dat deze rijke eindeloos en eeuwig zou lijden – eeuwig zou branden, in brand zou staan, zonder ooit te verbranden? Zei Hij dat? Natuurlijk niet! Er staat hier geen woord over hoelang de angst van de rijke zal duren.

Wat wilde Hij hen doen begrijpen toen Hij dit verhaal over Lazarus en de rijke man vertelde? Jezus zei deze dingen tot degenen die zich niet wilden bekeren, maar een vrome dunk van zichzelf hadden.

Lukas 16:15  En Hij zeide tot hen: Gij zijt het, die voor rechtvaardig wilt doorgaan voor de mensen, maar God kent uw harten. Want wat hoog is bij mensen, is een gruwel voor God.

Lukas 13:25  Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggende: Here, doe ons open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet, vanwaar gij zijt. 26  Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd. 27  En Hij zal tot u spreken, zeggende: Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers der ongerechtigheid. 28   Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isašk en Jakob zult zien en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buitengeworpen.

Ja, zij zullen in precies dezelfde positie verkeren als deze rijke! Jezus gebruikt hem om deze mensen te laten zien wat er met hen zal gebeuren. Zij zullen worden buitengeworpen – in de poel des vuurs, die hen zal verteren, die hen, zoals de Bijbel zegt, met wortel en tak zal uitroeien.

De zondaars zullen in de poel des vuurs worden geworpen. Wanneer zij tijdens hun opstanding de ogen opslaan, zullen zij weten dat zij verdoemd zijn en in de poel des vuurs zullen worden geworpen om te worden verbrand.

Deze rijke riep om hulp vanwege zijn geestelijke en fysieke angst – hij wist wat hem te wachten stond! Hij wist dat hij schuldig was!

 

Wat is de grote kloof?

 

Maar Abraham en Lazarus waren ver weg en er werd geen water gebracht. De rijke moest geestelijk lijden voor zijn zonden. Hij had zijn beloning gehad in materiŽle zaken waarnaar hij had gestreefd en gehunkerd, en die hij tijdens zijn sterfelijke leven had verworven.

Wat antwoordde Abraham aan de rijke man?

Lukas 16:25  Maar Abraham zeide: Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. 26  En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.

Tussen deze verdoemde zondaar en alle verheerlijkte heiligen in Gods Koninkrijk bevindt zich een onoverbrugbare kloof.

Wat is deze grote kloof?

De kloof waarover Abraham spreekt, de kloof die de zondaars belet aan de dood door het hellevuur te ontsnappen, en die tevens de rechtvaardigen voor verbranding behoedt, is de onsterfelijkheid. Zij die onsterfelijk zijn zullen nimmer sterven omdat zij uit God zijn geboren (Openb. 20:6). Maar mensen die niet uit de Geest van God zijn verwekt en geboren, zijn nog vleselijk en onderhevig aan verval en de dood. Zij kunnen door vuur worden verbrand.

Vergeet niet dat dit een letterlijk vuur is en dat de rijke een menselijk wezen van vlees en bloed is. Alleen de behoudenen bezitten onsterfelijkheid als geschenk van God.

Romeinen 2:6  die [God] een ieder vergelden zal naar zijn werken: 7  hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven.

Maar de goddelozen oogsten angst en gramschap die de wederspannigen zal verteren.

Vers 8  maar hun, die zichzelf zoeken, der waarheid ongehoorzaam en der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap.

En de felheid van een vuur.

HebreeŽn 10:27  maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren.

Wat gebeurt er wanneer het lichaam van een mens door vuur wordt verbrand?

Er is een periode van hevige pijn tijdens welke het vuur het lichaam verteert voordat de betreffende persoon sterft. Hoe is dat in het geval van deze rijke man? Jezus zei niet dat hij onsterfelijk was, want als dat het geval was, dan zou hij uit geest bestaan en geest wordt niet door vlammen verbrand. Vuur is een fysiek proces. Het is de verbranding van materie.

De rijke man is, evenals u, een fysieke persoon.

De grote ”kloof” tussen beiden is het verschil tussen sterfelijkheid en onsterfelijkheid. Degenen die onsterfelijk zijn gemaakt zullen nooit meer sterven omdat zij uit God zullen zijn geboren.

Openbaring 20:6  Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht …

 

Het verhaal is niet af

 

En Jezus laat ons in dit verhaal achter met de rijke man op het moment dat deze de woorden van Abraham in zijn geest of geweten hoort en gekweld wordt door de vlammen die zijn lichaam naderen.

Het lichaam van een mens brandt niet eeuwig. In een vuur wordt het tenslotte tot as. Wij moeten daarom uit andere bijbelpassages opmaken wat er werkelijk gebeurde na het korte gesprek dat werd vastgelegd.

MattheŁs 13:30 spreekt op symbolische wijze over de goddelozen, die bij elkaar worden gebonden om te worden verbrand. Wat gebeurt er met onkruid wanneer het in een vuur belandt? Het verbrandt!

In MattheŁs 3:12 waarschuwde Johannes de FarizeeŽn dat zij als kaf zouden worden verbrand als zij zich niet bekeerden. Zij zullen worden verbrand met onuitblusbaar vuur — een vuur zo heet, dat geen enkele hoeveelheid water het kan blussen, omdat de vlammen het water in stoom zouden veranderen.

Wanneer God de goddelozen straft zal het vuur onuitblusbaar zijn! Dat betekent niet dat het niet vanzelf zal uitgaan wanneer het niets meer te verbranden heeft. Een onuitblusbaar vuur kan niet worden gedoofd, maar het kan vanzelf uitgaan wanneer het alles heeft verteerd.

Maleachi 4:1  Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Vers 3  Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof [as] zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de HERE der heerscharen.

Dit is het einde van de goddelozen! Zij zullen vergaan en niet meer zijn.

Psalmen 37:20  Voorwaar, de goddelozen gaan te gronde, de vijanden des HEREN zijn als de pracht der landouwen: zij vergaan, in rook vergaan zij.

In HebreeŽn 10:27 hebben we al gelezen: ”de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren”.

De rijke man, die sterfelijk vlees is, zal verbranden na in de vlammen te zijn gepijnigd. Hij zal de tweede dood sterven.

Openbaring 20:14  En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs.

Het loon van de zonde is de dood, geen eindeloze foltering.

Romeinen 6:23  Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood.

Abraham en de bedelaar zullen zich aan de onsterfelijke zijde van deze kloof bevinden, de rijke aan de sterfelijke, met de dreigende eeuwige dood door vuur voor ogen!

 

De broers van de rijke man

 

De rijke besefte tenslotte dat hij ten ondergang gedoemd was! Hij begreep nu wat een enorme kloof er was tussen hem en degenen die onsterfelijk waren gemaakt. Abraham had duidelijk gemaakt dat het volslagen onmogelijk was dat de rijke die kloof naar de onsterfelijkheid zou overbruggen. Tijdens zijn leven had hij zijn kans gehad. Hij had die voorbij laten gaan ten behoeve van de materiŽle rijkdommen en genoegens van deze wereld. Er was voor hem geen hoop. Hij was nu gedoemd in deze vuurpoel te sterven.

Vele veroordeelden zullen, evenals de rijke man, hun familieleden willen waarschuwen, niet beseffend hoeveel tijd er is verstreken sinds zij stierven en evenmin dat alle andere mensen hun kans op behoud ook reeds zullen hebben gehad.

Lukas 16:27  Doch hij zeide: Dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. 28  Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen.

Zijn laatste gedachte ging tenslotte uit naar zijn vijf broers. Hij richtte een laatste smeekbede tot Abraham om Lazarus naar het huis van zijn vader te zenden teneinde zijn broers ernstig te waarschuwen, opdat zij niet hetzelfde verschrikkelijke lot zouden ondergaan als hij.

Vers 29  Maar Abraham zeide: Zij hebben Mozes en de profeten, naar hen moeten zij luisteren.

Maar de rijke besefte dat zij daarnaar niet zouden luisteren.

Vers 30  Doch hij zeide: Neen, vader Abraham, maar indien iemand van de doden tot hen komt, zullen zij zich bekeren.

De rijke wist dat Lazarus uit de dood was opgewekt! Deze ene uitspraak geeft aan dat de gehele ervaring van Lazarus en de rijke man door Jezus werd verhaald om de waarheid van de opstanding aan te tonen – niet om te onderwijzen over een direct naar de ’hemel’ of ’hel’ gaan op het moment van de dood. Overigens menen veel bijbelkenners eveneens dat het verhaal van Lazarus en de rijke niets leert inzake de toestand van de doden. The New Bible Dictionary zegt: ”Waarschijnlijk is het verhaal van Dives [de rijke man] en Lazarus (Lk. xvi), evenals het verhaal van de onrechtvaardige rentmeester (Lk. xvi. 1-9), een gelijkenis die een bepaalde Joodse denktrant toepast en niet bedoeld is om iets te leren over de toestand van de doden” (p. 388).

Abraham antwoordde:

Vers 31   Doch hij zeide tot hem: Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen.

Daar staat het! In duidelijke taal! De ervaring van Lazarus en de rijke man toont de opstanding uit de doden aan – niet een onmiddellijk naar ’hemel’ of ’hel’ gaan. Het is een opstanding uit de dood – niet uit het leven. Het toont de sterfelijke mens die sterft, en dood is – niet de onsterfelijke die nimmer het bewustzijn verliest en eeuwig voortleeft in een eeuwigdurende bestraffing in een denkbeeldige ’hel’. Jezus illustreerde een opstanding, een opnieuw tot leven brengen van iemand die dood was, van iemand die geen enkel besef had van het verstrijken van de eeuwen en millennia sinds zijn sterven.

In plaats van de onsterfelijkheid van de ziel en de afgrijselijke kwellingen van een eeuwigbrandende ’hel’ illustreert Jezus de dood – het eeuwenlang volslagen bewusteloos zijn – en de opwekking uit de dood en het herstel van het bewustzijn. Ten tweede illustreert Hij de tweede dood in de poel des vuurs die de goddelozen volledig zal vernietigen, de vuurzee waarin zij vergaan en as worden onder de voetzolen van degenen die behouden zijn – de eeuwige doodstraf, de eeuwige dood, de tweede dood!

De gelijkenis van Lazarus en de rijke man bewijst niet het bestaan van een eeuwige bestraffing door God in het hellevuur. Christus gebruikte deze korte illustratie veeleer om aan zijn toehoorders de realiteit van de opstanding uit de dood van zowel de rechtvaardigen als de goddelozen te tonen. Hij beschreef de opstanding tot het eeuwige leven als tegengesteld aan het uiteindelijke lot van de goddelozen: de opstanding tot de eeuwige dood!

 

De waarschuwing voor ons

 

Wat is tenslotte de ware les?

Jezus predikte het evangelie van het Koninkrijk van God, het evangelie van het Nieuwe Testament! Hij toonde het behoud, de opstanding tot het eeuwige leven als geschenk van God — beŽrving van het Koninkrijk van God op deze aarde.

De apostel Paulus vertelt ons duidelijk dat de nieuwtestamentische Gemeente van God op het fundament van de apostelen en de profeten is gebouwd, waarbij Jezus Christus zelf de hoeksteen is (Ef. 2:20). Jezus zei: ”Ik zal mijn gemeente bouwen.” Paulus openbaart dat zij gebouwd werd op het fundament van zowel de profeten als de apostelen!

Jezus leert ons hier dat wie weigert te luisteren naar Mozes en de profeten – en ook Mozes was een van de profeten – geen hoop op behoud heeft! De Bijbel (zowel het Oude als het Nieuwe Testament) kan, volgens 2 TimotheŁs 3:15, ons door wijsheid behoud schenken.

2 TimotheŁs 3:15  en dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus.

Wij moeten de hele Bijbel in acht nemen, niet alleen het Nieuwe Testament.

God heeft zijn Woord, de Bijbel, gegeven (Lukas 16:31: ”Mozes en de profeten”), maar veel mensen willen geestverschijningen en gezichten van doden om zich te bekeren en gelovig te worden. Zelfs Christus, die uit de dood is opgestaan, geloven ze nog steeds niet.

Degenen die leren dat Gods geboden zijn afgeschaft onderwijzen een heilloze boodschap! Degenen die de heidense leer van de onsterfelijkheid van de ziel onderwijzen – het bij de dood naar de ’hemel’ gaan, of naar een eeuwige bestraffing – zijn in tegenspraak met het onderricht dat Jezus gaf.

Laten wij het Woord van God in zijn geheel in acht nemen!

 

Terug naar de Home Page

web analytics