Voor literatuurlijst klik hier.

 

Militaire Dienst en Oorlog

Deze publicatie behandelt het bijbels onderwijs en geboden van God over militaire dienst, doden en oorlog. Al denkt u dat u waarschijnlijk nooit aan een militaire operatie zult deelnemen, toch gaat dit onderwerp ons allen aan. En zij die geroepen zijn in Gods Gemeente, hebben een extra verantwoordelijkheid. Zij zijn geroepen tot koningen en priesters in het komende Koninkrijk en zullen de waarden en normen van God hierover gaan onderwijzen.

Behoort een lid van de Gemeente van God te vechten, wapens te dragen, in een oorlog te doden, of in militaire dienst te gaan? In de zorg voor en de dienstbaarheid aan haar leden, is het de plicht van de Gemeente van God om het Woord van God te instrueren, om Gods geboden en richtlijnen te onderwijzen. God staat het niet toe dat ieder voor zich zelf uitmaakt wat juist is en wat verkeerd is. God beslist en maakt bekend wat recht en wat zonde is. Maar God dwingt het individu om te beslissen tot gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid. Ongehoorzaam zijn is zondigen.

Uw beslissing is UW verantwoordelijkheid
God gaf de mens een vrije wil. Hij geeft de mens de mogelijkheid om ongehoorzaam te zijn aan Zijn onderwijs en geboden, maar vanzelfsprekend volgen op overtredingen van Gods wetten automatisch straffen!
In overeenstemming met deze basisprincipes, die de Schepper heeft gegeven, zal Zijn Gemeente geen pogingen doen om voor de leden te beslissen. Eenieder moet zijn eigen beslissing nemen en eenieder is verantwoordelijk tegenover God voor het resultaat.
Gods Gemeente leert, zoals Jezus zei in Lukas 4:4 (Statenvertaling), dat we "bij alle woord Gods" moeten leven, dat wil zeggen, ons door elk woord van de Bijbel laten leiden.
Daarom geven we nu het onderwijs van het Woord van God over oorlog, doden en militaire dienst.
In veel landen worden gewetensbezwaarden getoetst op de oprechtheid van hart. Maar ook God oordeelt de oprechtheid van hart en Hij kan nooit verkeerd oordelen of worden misleid! In verband met het belang van leven en dood kan het daarom niet genoeg benadrukt worden om volstrekt eerlijk te zijn tegenover God en volkomen zeker en oprecht in de overtuiging, na Gods instructies, onderwijs en geboden te hebben bestudeerd in Zijn Woord.

Wat heeft voorrang?
Dit vraagstuk betreft iemands relatie en verantwoordelijkheid tot God en zijn land.
Wat is iemands individuele relatie met God? Wat is iemands individuele relatie met en verantwoordelijkheid tegenover zijn land? En wat is de relatie tussen God en het land?
Zonde heeft betrekking op iemands relatie tot zijn Maker. De Bijbel definieert zonde als wetteloosheid of overtreding van de Wet (1 Johannes 3:4) en de Wet is geestelijk (Romeinen 7:14). Misdaad is een overtreding van de menselijke wet vastgesteld door een officieel menselijk instituut.
Om onderscheid te maken in de relaties is het nodig vast te stellen welke wet volgens Gods Woord, voorrang heeft.
Omdat God de Schepper van de mens is, de Maker van hen die hun eigen wetten hebben gemaakt en omdat God heeft bepaald wat goed en verkeerd is, de Regeerder over het uitgestrekte universum, openbaart God dat Hij boven de Wetten van de mens staat.
God gebiedt dat wij, die Hij door Zijn Geest in Zijn Gemeente heeft gedoopt als Zijn eigen verwekte kinderen, ons loyaal onderwerpen aan de menselijke overheden. De menselijke overheid bestaat met Gods instemming. Daarom leert Gods Woord Zijn mensen om deze menselijke overheid te gehoorzamen, tenzij dit ongehoorzaamheid aan de hogere macht van God betekent, tenzij dit leidt tot zonde tegen God! Zelfs dan zijn we nog steeds onderworpen aan welke straf dan ook die ons land ons oplegt.
In deze aangelegenheid van relaties, is het belangrijk dat we duidelijk stellen dat God en Gods Wet het hoogste goed is en boven de wetten van alle naties staat. En omdat ons leven (zij die deel uitmaken van Gods Gemeente) gebonden is aan elk woord van God, kijken we in en verbinden ons leven en onze eeuwigheid aan Gods Woord, de Bijbel, voor onze antwoorden.
O.a. via Jesaja geeft God ons een vergelijking van de macht en het gezag tussen Hem en alle andere naties op aarde:
Jesaja 40:9  Klim op een hoge berg, vreugdebode [van het Evangelie] Sion; verhef uw stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem; verhef ze, vrees niet; zeg tot de steden van Juda: 10  Zie, hier is uw God! Zie, de Here Here zal komen met kracht en zijn arm zal heerschappij oefenen; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. 11  Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden. 12  Wie mat de wateren met zijn holle hand, bepaalde de omvang der hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal? 13  Wie bestuurde de Geest des Heren en onderrichtte Hem als zijn raadsman? 14  Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg des verstands doen kennen? 15  Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal; zie, eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; 16  de Libanon is niet toereikend als brandhout, en zijn wild gedierte niet ten brandoffer. 17  Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem beschouwd als nietig en ijdel. 18  Met wie dan wilt gij God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?
God is de Allerhoogste Rechter over geheel de aarde.
Psalmen 58:12  En de mensen zullen zeggen: Toch is er loon voor de rechtvaardige, toch is er een God, die recht doet op aarde.
1 Samuel 2:10  Wie met de Here twisten, worden gebroken; over hen dondert Hij in de hemel. De Here richt de einden der aarde; Hij geeft sterkte aan zijn koning en verhoogt de hoorn van zijn gezalfde.
Micha 4:3  En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiŽn tot in verre landen.

God zal de gehele wereld oordelen (Romeinen 3:6).
Romeinen 14:11  Want er staat geschreven: [Zo waarachtig als] Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven. 12  Zo zal dan een ieder onzer voor zichzelf rekenschap geven aan God.

God staat boven de naties
In de eerste plaats moeten we goed begrijpen dat God heeft het oppergezag en regeert ook over de nationale overheden. Elke nationale regering op aarde regeert alleen met Gods toestemming. Maar menselijke overheden, zoals menselijke individuen, hebben een vrije wil. God laat de overheden vrij om te gehoorzamen en de zegeningen te oogsten of ongehoorzaam te zijn en te lijden onder de gevolgen.
Misschien dat mensen die in hun ambt gezag uitoefenen over naties dit niet begrijpen of accepteren. Maar het is geen zaak van aanvaarden of verwerpen van mensen. Het is een feit.
In het Plan van de Schepper om Zijn doel hier beneden te verwezenlijken, heeft Hij de mens een vrije wil gegeven. Hij openbaart de juiste weg en vraagt dan de mens te kiezen. Hij heeft het voor de mens mogelijk gemaakt om te rebelleren, om Zijn heerschappij te verwerpen, Zijn waarheid. Maar vanzelfsprekend is het een kwestie van oorzaak en gevolg. Wat een mens zaait, zal hij oogsten. Een dag van afrekening zal komen.
In Gods Meesterplan wordt de mens gedurende 6.000 jaar opgeroepen om te kiezen vrijwillig Gods heerschappij te accepteren en te gehoorzamen of te rebelleren en automatisch onder de straf te lijden. Zesduizend jaar voor de mens om te kiezen om zichzelf te regeren of vrijwillig Gods Regering te accepteren. Dit is van toepassing op de mensheid als geheel en als individu. God regeert met een goddelijke Wet. De basis van Gods Regering is Zijn geestelijke Wet, de Tien Geboden, die eenvoudig de weg wijzen naar elke zegening, alles wat goed is voor de mens, individueel en nationaal.
Eigenlijk is de straf eenvoudig de afwezigheid van die verlangde zegeningen en de straf van eeuwige dood, hetgeen uiteindelijk de afwezigheid van de zegening van eeuwig leven is.
Maar de menselijke natuur is vijandig tegenover God en ten opzichte van Gods weg en Gods regering. De mensheid als geheel heeft er deze 6.000 jaar dus voor gekozen Gods Regering over hem te verwerpen; Gods weg te verwerpen en om zijn eigen vorm van gedrag en gouvernement te ontwikkelen. In de geschiedenis hebben weinig staatshoofden erkend dat God in macht boven hen staat, dat zij alleen gezag dragen met Zijn toestemming.

Oud IsraŽl
In de dagen van Mozes, nadat alle naties Gods regering hadden verworpen, bevrijdde God de IsraŽlitische slaven uit Egypte, leidde hen naar een land dat Hij had aangewezen om hun te geven en richtte hen op als Zijn natie, geregeerd door Hem, met Zijn Bestuur. Ook toen ontnam God hen niet het voorrecht van de vrije wil. Hij stelde hun een Theocratisch Bestuur voor. De mensen namen hun eigen beslissing om het aan te nemen. Maar vanaf het begin jammerden, klaagden en rebelleerden ze. Na verloop van tijd wilden ze ook een menselijke regering, zoals de andere naties rondom hen.
Hier is het dramatische incident:
1 Samuel 8:4  Daarom kwamen alle oudsten van IsraŽl bijeen; zij gingen naar Samuel in Rama 5  en zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden en uw zonen wandelen niet in uw wegen; stel nu een koning over ons aan om ons te richten, als bij alle andere volken. 6  Toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons te richten, mishaagde dat aan Samuel, en hij bad tot de Here. 7  De Here zeide tot Samuel: Luister naar het volk, in alles wat zij tot u zeggen, want niet u hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn.
Zo kregen ze een menselijke koning, Saul. Hij stak een hoofd boven het hele volk uit. Maar ze bleven nog steeds Gods Koninkrijk door hun verbond met God, al liet Hij toe dat ze een menselijke koning hadden.
God verwijderde Saul. Het was God die koning David als de volgende menselijke koning koos. Daarna kwam koning Salomo. Hij verviel tot afgoderij en eiste bovendien van de mensen zeer hoge belastingen.
Toen zijn zoon koning Rechabeam de belasting nog hoger maakte, verwierp de natie hem als hun koning. Jerobeam, die door Salomo tot opziener over de stammen van Jozef was aangesteld, werd uitgeroepen tot hun koning. De stam Juda scheidde zich af om vast te houden aan Rechabeam als hun koning.
En zoals het altijd is gegaan met het bestuur van mensen, het volk moest lijden en de naties vielen uiteen! De stam Benjamin sloot zich aan bij Juda. De Levieten, die door God aangesteld waren in het priesterambt, werden door Jerobeam ontslagen. Zij vormden de bovenlaag in opleiding en leiderschap. Jerobeam stelde priesters aan uit "de geringsten des volks" (Statenvertaling), die niet tot de Levieten behoorden. Daarna werden ook de Levieten een deel van het Koninkrijk Juda. Dit koninkrijk werd bekend als de Joden. Na negentien koningen in de natie IsraŽl, liet God zien dat Hij nog steeds het allerhoogste gezag heeft over de naties van de aarde door de natie IsraŽl in gevangenschap en slavernij te laten leiden door de voorvaderen van het Duitse volk, de AssyriŽrs. De IsraŽlieten werden uit hun huizen verdreven, van hun boerderijen, uit hun steden en als slaven naar AssyriŽ weggevoerd.
Later, toen de natie Juda weigerde om Gods geboden te houden en te leven volgens Gods weg, stuurde God koning Nebukadnezar van de ChaldeeŽn om het land binnen te vallen en te veroveren. De Joden werden uit hun huizen en hun land verdreven en als slaven naar het land van de ChaldeeŽn gebracht.

Het eerste wereldrijk
Nebukadnezar had zijn veroveringen uitgebreid naar het westen, tot in Juda, Tyrus en Egypte en zat op de troon van het eerste wereldimperium.

Maar was hij en zijn menselijke regering werkelijk oppermachtig? Dat dacht Nebukadnezar in zijn ijdelheid!
Nu zullen we zien hoe God toonde dat De Eeuwige de Hoogste Macht is, dat Gods heerschappij boven naties en regeringen staat, of mensen en menselijke leiders dit nu al dan niet erkennen.
God gebruikte DaniŽl om deze waarheid te openbaren aan de eerste keizer van een wereldimperium, koning Nebukadnezar van het Chaldeeuwse Rijk!
Toen deze grote koning de troon besteeg en Juda was binnengevallen om de Joden in ballingschap naar BabyloniŽ te brengen, selecteerde hij ook enkele begaafde jonge Joodse jongemannen voor belangrijke posten in zijn regering. Zij werden prinsen, goed opgeleid en geschoold. Een van hen was de profeet DaniŽl.
In zijn tweede regeringsjaar had Nebukadnezar een ongewone droom. Het maakte hem angstig en bracht hem danig in de war. Geen van zijn tovenaars, waarzeggers of astrologen kon de koning vertellen wat hij had gedroomd, laat staan wat het zou kunnen betekenen. Maar dan werd DaniŽl geroepen. In een visioen openbaarde God de droom en zijn betekenis aan DaniŽl (DaniŽl 2:19).
DaniŽl zei tegen de koning:
DaniŽl 2:27  DaniŽl gaf de koning ten antwoord: De verborgenheid waarnaar de koning vraagt, kunnen geen wijzen, bezweerders, geleerden of waarzeggers de koning te kennen geven. 28  Maar er is een God in de hemel, die verborgenheden openbaart; Hij heeft de koning Nebukadnessar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen geschieden zal.
Nadat hij de koning had gezegd wat hij gedroomd had – een enorm groot metalen beeld – vervolgde DaniŽl:
Vers 36  Dit is de droom, en de uitlegging daarvan zullen wij de koning zeggen: 37  Gij, o koning, koning der koningen, aan wie de God des hemels het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft, 38  ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt, …

Gods autoriteit neemt de plaats in van de menselijke bestuurlijke autoriteit
Dus God openbaarde de allereerste wereldheerser, nadat de laatste twee koninkrijken van IsraŽl waren veroverd en hun soevereiniteit hadden verloren, dat Gods Heerschappij boven de naties staat, dat God aan koning Nebukadnezar de macht gaf om te regeren, dat volken alleen regeren met Gods toestemming.
In het derde hoofdstuk van DaniŽl staat het verslag van een dergelijke gebeurtenis om deze menselijke leider dezelfde les te leren. Nebukadnezar had een reusachtig groot gouden afgodsbeeld van zo'n 30 meter hoog laten maken. Hij had alle hooggeplaatste regeringsambtenaren, ook uit de verafgelegen provincies, opgeroepen om de inwijding bij te wonen. Iedereen werd bevolen neer te buigen om dit gouden beeld te aanbidden, zodra de band begon te spelen.
Een van de tien basispunten van Gods geestelijke Wet verbiedt het aanbidden van afgoden.
Een ander punt, waaraan we in deze publicatie aandacht besteden, verbiedt doden. Hier zien we een historische realiteit, waarin de regeringsautoriteit deze mensen opdroeg iets te doen dat rechtstreeks de hogere Wet van God zou aantasten.
De drie Joodse collega's van DaniŽl, Sadrak, Mesak en Abednego gehoorzaamden God en weigerden Gods hogere wet te breken door de lagere menselijke overheid te gehoorzamen.
In dit geval werden de Joodse jongemannen persoonlijk voor de koning gebracht. Hoewel DaniŽls uitleg van zijn droom hem had getoond dat Gods Macht alle gezag overstijgt, ook die van menselijke regeringen, negeerde de koning dat.
De koning zei tegen de Joodse jongemannen:
DaniŽl 3:15  Nu dan, indien gij bereid zijt, zodra gij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp, doedelzak en allerlei soort van muziekinstrumenten hoort, u ter aarde te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik gemaakt heb – maar indien gij niet aanbidt, zult gij ogenblikkelijk in de brandende vuuroven geworpen worden; en wie is de god, die u uit mijn hand zou kunnen bevrijden?

Een typerende historische realiteit
De Joodse mannen antwoordden:
Vers 16  Toen antwoordden Sadrak, Mesak en Abednego de koning Nebukadnessar: Wij achten het niet nodig u hierop enig antwoord te geven. 17  Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; 18  maar zelfs indien niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden.
Hier wilde het gezag van een wereldrijk zijn wetten opleggen die in strijd zijn met Gods Wet, ťťn van de Tien Geboden, ingesteld door de Hoogste Macht. Deze gehoorzaamheid aan God, de Allerhoogste Macht, hoger dan menselijke overheden, vereiste werkelijk actief geloof. Deze mannen zetten hun leven op het spel!
Toen zij de koning dus antwoordden, werd hij razend, zijn gezicht vertrok van woede. Hij gebood om de oven zevenmaal heter te stoken dan gewoonlijk. Sterke soldaten bonden deze drie Joodse jonge mannen vast met hun kleren aan en wierpen ze in de brandende vuuroven. Het was zo heet dat de soldaten die hen erin hadden geworpen, werden gedood door de vlammen.
Toen werd Nebukadnezar bevreesd. Hij zag "vier mannen vrij wandelen midden in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van een zoon der goden!" (Zie verzen 10-25.)
De koning liep naar de deur van de brandende vuuroven en riep: "… gij dienaars van de allerhoogste God, treedt naar buiten en komt hier!" (Vers 26.) Opnieuw werd deze koning gedwongen te erkennen dat God de Allerhoogste is!
De Joodse mannen die op God vertrouwden en Hem gehoorzaamden, met risico voor eigen leven, kwamen uit het vuur en gingen naar buiten. Alle regeringsfunctionarissen uit het rijk "zagen, dat het vuur geen macht had gehad over de lichamen van deze mannen, dat hun hoofdhaar niet was geschroeid, dat hun mantels ongeschonden gebleven waren, ja, dat er zelfs geen brandlucht aan hen gekomen was" (vers 27).

Menselijke regeringsleider gedwongen om Gods autoriteit te erkennen
Opnieuw werd deze koning gedwongen te erkennen dat De Eeuwige God is! Hij heerst over aardse regeringen! Zijn Autoriteit overstijgt de nationale regeringen. God maakte dit zeer duidelijk. Maar al gaf hij deze realiteit toe, deze menselijke koning was niet bereid God te gehoorzamen, noch vrijwillig Gods heerschappij over hem en zijn land te accepteren.
Zoals de menselijke regeringen dat sinds die dag tot op heden niet hebben gedaan. God heeft dit toegestaan. Maar het verandert het feit niet.
Ook in het vierde, vijfde en zesde hoofdstuk van DaniŽl wordt aan allen die het geopenbaarde Woord van God aanvaarden, uit de doeken gedaan – zoals DaniŽls vrienden dat deden aan de leiders van dat rijk – dat God in autoriteit en macht over alle nationale regeringen de Allerhoogste is!
De ware christen moet geloven dat God God is en dat Hij de beloner is van hen die Hem gehoorzamen. Het vereist geloof.
De kwestie van gehoorzaamheid aan God boven gehoorzaamheid aan de menselijke overheid dat tot zonde zou leiden, zou ook vandaag een zaak van leven en dood kunnen worden, zoals voor de drie Joodse mannen.
Een christen behoort geen opstandige houding te hebben tegen zijn land. Ondanks zijn houding van gehoorzaamheid aan God op de eerste plaats, moet hij loyaal zijn tegenover en zich onderwerpen aan de wetten van zijn land, ook aan de straffen of boetes als die opgelegd worden. Ieder moet voor zich beslissen dat gehoorzaamheid aan God op de eerste plaats komt!
Militaire dienst, vrijwillig of verplicht, vereist het maken van een keus. Jonge mannen moeten de ernst hiervan inzien en bidden om Gods leiding om een oprechte persoonlijke overtuiging van Gods waarheid te ontvangen.

Wat is zonde?
De hele kwestie van goed of fout ten aanzien van militaire dienst, wapens dragen en doden, draait om de vraag: "Is het zonde?" Is dat niet het geval, dan moeten we deze dienst vervullen als de overheid dat van ons eist.
Als het zonde is?
Handelingen 5:29  Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen.
We gehoorzamen eerst God en zullen ons moeten onderwerpen aan de straf die de menselijke overheid eventueel oplegt.
De zonde begon met Adam. Hoewel God in de dagen van Mozes op de berg SinaÔ zelf de woorden van Zijn Wet uitsprak tegenover de hele natie IsraŽl (Exodus 20), was de Wet in de tijd van Adam al van kracht. Adam brak met zijn zonde drie specifieke geboden.
Romeinen 5:12  Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben. 13  want reeds voor de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is. 14  Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende.
Voordat de Wet als 'inzet' of basis van het verbond met IsraŽl werd gegeven, was zij van kracht. De Wet van God is de manier van leven die vrede en geluk brengt. Het is eenvoudig een zaak van oorzaak en gevolg. Opstandigheid tegen of overtreding van deze weg is de oorzaak van ongelukkig zijn, geestelijke armoede, ruzie, verkilling, oorlog en dood. Gods weg brengt de zegeningen die iedereen wenst. De tegenovergestelde weg, of zonde, brengt alle vloek.
God zelf heeft bepaald dat overtreding van de Wet zonde is, omdat het schade en kwaad over de mensen brengt die God lief heeft. Schending van de Wet heeft een totale straf tot gevolg, een straf voor eeuwig: de eeuwige dood!
Ten aanzien van oorlog geldt de basisleer van God – Zijn basiswet betreffende oorlog, militaire dienst en doden is het Zesde Gebod: "Gij zult niet doodslaan".
Gods Wet, kort aangegeven in de Tien Geboden (Exodus 20), is de leidraad voor de juiste levensweg. Het zijn de tien basisprincipes van rechtvaardigheid voor de mens, zowel individueel als nationaal.
Het Nieuwe Testament, dat een vergrootglas op dit basisprincipe legt, zegt:
1 Johannes 3:15  Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.
Jezus, die deze wet specifiek toepast op vijanden, zegt:
Mattheus 5:44  Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, 45  opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Voor iemand die Gods weg niet kent, klinkt dit misschien tegenstrijdig. Maar het is het onderwijs van Diegene door wie God het universum schiep en die nu de leiding heeft van de Super-Regering over het gehele universum.
Hebreen 1:1  Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, 2  die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. 3  Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge.
Het is niet moeilijk om aan te tonen dat het vrij eenvoudig is om "uw vijanden lief te hebben".

De twee levenswijzen
Er zijn twee brede, algemene filosofieŽn of levenswijzen.
Gods manier is de weg van liefde, de uitgaande zorg naar anderen, Godgericht, God liefhebben, gehoorzamen boven alles en je naaste liefhebben als jezelf, vijanden inbegrepen. Het is de weg waarvan Jezus zei: "Het is zaliger te geven dan te ontvangen" (Handelingen 20:35). Het is de weg van samenwerken, helpen en delen.
Zonde is de weg van ijdelheid, eigenliefde, egoÔsme, zelfgerichtheid, hebzucht, wedijver, inhalig zijn, nemen, krijgen; en van jaloezie en afgunst, kwaadwilligheid, belediging, ruzie, haat, moord. Het is de tegenovergestelde weg van Gods weg. Het is de weg van oorlog.
In de zondige levensstijl gaat eigenliefde gepaard met vijandschap en gebrek aan zorg voor anderen. Hoewel die eigenliefde zich meestal ook uitstrekt naar hen met wie ze zich verbonden voelen, zoals eigen man of vrouw, de club, het team, de groep of het land. In Gods levensstijl gaat eigenliefde gepaard met zorg voor anderen.
Dit zijn de twee tegengestelde levensstijlen, een tegengestelde gezindheid van hart. De ene is de weg van rechtschapenheid, de andere de weg van zondigen. God is liefde. Zo is Zijn hele karakter, uitgaande zorg. Hij is de gever van alles wat goed en waardevol is. In Zijn liefde voor ons mensen gaf God Zijn Zoon; gaf Zijn Wet zodat het ons goed zou gaan! God zou heel graag ieder van ons Zijn heilige Geest geven en eeuwig leven!
Dit zijn de brede, algemene principes van Gods Wet, de basis en het fundament van de Regering van God.
De hele Wet kan samengevat worden in dat ene woord: liefde. Liefde voor God en je naaste, de twee grote geboden. De eerste vier van de Tien Geboden definiŽren in beginsel hoe we God moeten liefhebben. De laatste zes de liefde tot de naaste. De Geboden moeten letterlijk genomen worden en zijn principes.
Militaire dienst, het dragen van wapens om tegen mensen gebruikt te worden, doden, oorlog, staat lijnrecht tegenover het principe van Gods Wet! Het is niet de weg van geven, delen, helpen, dienen.

Het zesde gebod
Een specifiek punt van Gods fundamentele Wet betreffende oorlog is het zesde van de Tien Geboden: "Gij zult niet doodslaan".
Als alle naties dat Gebod zouden gehoorzamen en de weg van liefde voor andere mensen – en naties – zouden volgen, zou er geen oorlog zijn.
Maar, zo redeneert men, dat is een aardige gemeenplaats, maar het is niet praktisch, het zal niet werken! Waarom? Omdat, zo gaat de redenatie verder, als ons land zich aan dat Gebod houdt en niet bewapend is, geen militaire strijdkracht heeft, zou het aangevallen en verslagen worden door een land dat Gods Wet negeert, minacht en wel gelooft in oorlog. We zouden onze vrijheid verliezen, ons land, onze huizen, onze welvaart en misschien ons leven!
Zo redeneren alle landen. Maar God zegt:
Spreuken 14:12 en 16:25   Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.
De Eeuwige Schepper zegt dat die redenering bedrieglijk is. De Schepper begrijpt de menselijke natuur beter dan de mensen zelf. Hij heeft voorzien in onze bescherming tegen de goddeloze vijand. De Almachtige God is niet onpraktisch. Hij laat hen die Hem gehoorzamen en op Hem vertrouwen, die Zijn regering aanvaarden, niet hulpeloos aan hun lot over! Een van de fundamentele verantwoordelijkheden van elke regering is haar onderdanen te beschermen.
Denkt u dat het de Regering van God aan macht ontbreekt en zo zwak is dat zij niet in staat is een enkeling of de hele natie, waarover zij regeert, te beschermen? Het wordt tijd dat onze ogen opengaan voor de feiten, de waarheid! God koos een volk om Zijn natie te zijn. Hij koos een familie van twee ŗ vier miljoen hulpeloze slaven, afstammelingen van Zijn vriend Abraham en bood aan hen als een natie onder Zijn Regering te plaatsen.

Bescherming tegen aanvallen gegarandeerd door God
Zie nu hoe het gebod "Gij zult niet doodslaan" op militaire macht en oorlog wordt toegepast.
Zie wat God zegt tegen hen die zich onder Zijn Regering hebben gesteld. Dat Zijn almachtige bovennatuurlijke en boven de menselijke overheden staande Regering Zijn volk beschermt tegen elke binnendringende strijdmacht.
Exodus 23:20  Zie, Ik zend een engel voor uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb. Vers 22  Maar indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden vijandig bejegenen, en benauwen die u benauwen. 23   Want mijn engel zal voor uw aangezicht gaan en u brengen naar de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Kanašniet, de Chiwwiet en de Jebusiet, en Ik zal hen vernietigen.
God beloofde dat Hij het volk dat onder Zijn Regering staat zal beschermen, door iedere vijand die hen aanvalt op bovennatuurlijke wijze te bestrijden. We zullen daarvan historische bewijzen geven om dit te bevestigen.
Maar is het voor God niet net zo verkeerd als voor de mens om tegen een binnendringende legermacht te strijden en indien noodzakelijk, mensenlevens te nemen?
Volstrekt niet! God is de gever van menselijk leven. Dat leven behoort Hem toe. Hij alleen heeft het recht mensenlevens te nemen. Het zesde gebod verbiedt de mens naar eigen goeddunken een mens van het leven te beroven!

Vrije keus voor de mens en naties
Maar hebt u gezien dat er voorwaarden zijn aan Gods belofte van een goddelijke bescherming? Hij zei dat Hij hen beschermen zou "… indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg."
Gedurende de eerste zesduizend jaar in Gods Meesterplan dwingt Hij geen enkele natie of individu zich onder Zijn regering te stellen. Die beslissing wordt overgelaten aan de vrije keus van de mens.
Toen God op de berg SinaÔ, met Zijn donderende stem, de tien fundamentele punten van Zijn onverbiddelijke geestelijke Wet gaf, stippelde Hij voor de mensheid de weg uit naar vrede, geluk en een overvloedig bestaan.
Dit is van toepassing op ieder individu en op ieder volk. Overtreding van de basiswet is zonde (1 Johannes 3:4).
De Wet, het grondbeginsel van recht als onderscheid van verkeerd, bestond al in de tijd van Adam.
Een overzicht van deze Wet vindt u in Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5:4-22.
God had gezegd Gij zult niet doodslaan! De mens, die naar eigen vrije wil, het leven van een mens neemt, pleegt een kapitale zonde, die gestraft wordt met de hoogste kapitale straf – dat van de eeuwige dood!
Onmiddellijk nadat God met donderende stem de Tien Geboden had uitgesproken, beefde het volk en bleef van verre staan. Dan naderde Mozes tot de donkerheid waarin God was en begon God tegen Mozes te spreken (Exodus 20:21-22). God gaf verschillende wetten en verordeningen voor de natie, inclusief de specifieke instructies over oorlogvoering.

IsraŽl koos voor Gods Regering
Toen God voor de grote familie van IsraŽlieten de geestelijke basiswet had herhaald, het fundamentele principe voor alle nationale religieuze, sociale, privaatburgerlijke, staatkundige wetsbepalingen, legde God dit via Mozes aan dit volk voor om te kiezen of zij Zijn Regering wilden aanvaarden.
Zie dan de voltooiing van het verbond, de overeenkomst tussen God en dit volk. Een verbond dat hen tot een natie onder God maakte.
Exodus 24:3  Toen kwam Mozes en deelde het volk al de woorden des Heren en al de verordeningen mee, en het gehele volk antwoordde eenstemmig: Al de woorden, die de Here gesproken heeft, zullen wij doen. 4   En Mozes schreef al de woorden des Heren op. Vroeg in de morgen bouwde hij een altaar onder aan de berg, met twaalf opgerichte stenen overeenkomstig de twaalf stammen van IsraŽl. 5  Toen zond hij de jongelingen der IsraŽlieten heen, en zij brachten brandoffers en offerden stieren als vredeoffers voor de Here. 6  Daarop nam Mozes de helft van het bloed en deed het in bekkens, en de andere helft van het bloed sprengde hij op het altaar. 7  Hij nam het boek des verbonds en las het voor de oren van het volk en zij zeiden: Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen. 8  Toen nam Mozes het bloed en sprengde het op het volk en hij zeide: Zie, het bloed van het verbond dat de Here met u sluit, op grond van al deze woorden.

De Overheid beschermt tegen oorlog
Het is belangrijk om nog eens te benadrukken dat een deel van Gods regeringsverantwoordelijkheid zoals Hij die aan de mensen had voorgelegd voordat ze Zijn natie werden, was de belofte dat Zijn Regering Zijn burgers zouden beschermen tegen de noodzaak om oorlog te voeren.
Dat is een openbare belofte van God, die van toepassing zou zijn voor elk volk.
Later bood God dezelfde regering met dezelfde bescherming en zegeningen aan het eerste wereldrijk, het heidense Chaldeeuwse Rijk onder koning Nebukadnezar, aan, zoals we zullen zien.
God trekt niemand voor. Hij zegent niet het ene land en brengt het andere naar eigen willekeur schade toe.
Maar de menselijke natuur is de menselijke natuur – en feiten zijn feiten. En de mensheid heeft van het begin gerebelleerd tegen God, voor de vloed en na de vloed.
Sinds de tijd van de Toren van Babel hebben de mensen naties gevormd met menselijke ideeŽn over overheden die haaks staan op Gods wetten en het bestuur van God.
Zij hadden andere goden gekozen! Hun religie was slechts ijdel bijgeloof. De volkeren werden oorlogvoerende koninkrijken!
Geen volk, behalve een verdrukt volk in slavernij, zou er voor kiezen tegen God te zeggen: "Al de woorden, die de Here gesproken heeft, zullen wij doen."
Niet alleen had deze uitgebreide familie van IsraŽlieten geleden onder de zweep van de slavernij, maar God had hun ook Zijn macht laten zien en Zijn liefde en zorg voor hen, door hen met spectaculaire wonderen uit de slavernij te bevrijden.
Door de wonderen van de plagen over de Egyptenaren heeft God hen bevrijd.

De menselijke natuur in werking
En de menselijke natuur? Ja, hier waren de IsraŽlieten vol van!
Waarom verwerpen wereldleiders, wetenschappers en opvoeders zelfs vandaag God en doen hun zaken, werk en interesses alsof God niet bestaat? God zelf vertelt het ons. In Zijn Woord zegt Hij tegen de mens:
Romeinen 8:7  Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet.
Laten we dit beginsel van de Wet goed begrijpen. God heeft bepaald dat het een kapitale zonde is om het leven van een mens te nemen. God is de Gever, Maker van het menselijk leven. Hij en Hij alleen, heeft het recht om het leven van een mens te nemen, wanneer en hoe Hij dat ook wil.
God verbiedt de mensen – de natie, het individu – om te doden. God stelt dat oorlogen en doden overbodig zijn voor welke mensen of natie dan ook. God zelf zal de strijd voeren als het nodig is!

Laat het vechten aan God over!
De mensen, individueel en nationaal, zullen Hem moeten gehoorzamen. Daarom moeten ze op Hem vertrouwen. Hij heeft geen beperkingen. Hij heeft alle macht. Hij heeft het recht! Hij heeft een belofte gedaan en Hij kan niet liegen. Twijfelen dat Hij voor ons zal strijden is zonde.
Romeinen 14:23  Maar wie twijfelt, wanneer hij eet, is veroordeeld, omdat hij het niet uit geloof doet. En al wat niet uit geloof is, is zonde.
Sinds Hij ons heeft verboden te vechten en te doden en beloofd heeft elke strijd die gestreden moet worden voor ons zal voeren, is het zonde om te weigeren er op te vertrouwen dat God elke strijd zal voeren die noodzakelijk is.
De plicht van de mens is: gehoorzaamheid en geloof! Dat is de weg naar vrede! Of er gevochten moet worden is een zaak van God!
In Gods specifieke instructies staat dat de mensen de afgoden moeten vernielen en verbrijzelen, maar niet de mensen.
Exodus 23:24  Gij zult u niet nederbuigen voor hun goden noch hen dienen en gij zult niet doen naar hun werken, maar gij zult ze volkomen vernielen en hun gewijde stenen zult gij geheel verbrijzelen. Vers 32  Gij zult noch met hen noch met hun goden een verbond sluiten.
Ook vandaag moeten we goed onderscheiden wat afgoderij is en volledig uitbannen, dan zal God de vijand verjagen en indien nodig, vernietigen.
Exodus 23:22  Maar indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden vijandig bejegenen, en benauwen die u benauwen. 23  Want mijn engel zal voor uw aangezicht gaan en u brengen naar de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Kanašniet, de Chiwwiet en de Jebusiet, en Ik zal hen vernietigen. Vers 27  De schrik voor Mij zal Ik voor u uit zenden; Ik zal in verwarring brengen elk volk, waarmee gij in aanraking komt, en Ik zal al uw vijanden voor u doen vluchten. 28  Ook zal Ik hoornaars voor u uit zenden, opdat zij de Chiwwiet, de Kanašniet en de Hethiet voor u uit verdrijven.
Horzels zijn de grootste wespensoort (crabrones), waarvan de steek hevige pijn veroorzaakt.
Jozua 24:12  Toen zond Ik hoornaars voor u heen, en deze dreven hen voor u uit, zoals de twee koningen der Amorieten; waarlijk niet door uw zwaard, noch door uw boog.
God zei dat Hij, niet een IsraŽlitisch leger, terreur en angst onder de vijanden zou brengen.
Exodus 23:29  Ik [niet IsraŽl] zal hen niet in een jaar voor u uit verdrijven, opdat het land geen woestenij worde en het wild gedierte u niet te veel worde. 30  Langzamerhand zal ik hen voor u uit verdrijven, totdat gij zo vruchtbaar wordt, dat gij het land in bezit kunt nemen. 31   En Ik zal u het gebied geven van de Schelfzee tot de Zee der Filistijnen en van de woestijn tot de Rivier, want Ik zal de inwoners van het land in uw macht geven, zodat gij hen voor u uit verdrijft.

Gods specifieke toepassing
Dit is Gods specifieke toepassing van het gebod "Gij zult niet doodslaan" op militaire organisaties en oorlog. Het is de instructie van God voor de mensheid. Hij zegt duidelijk dat wij mensen niet moeten vechten, het ook niet nodig is om te vechten, omdat in plaats daarvan ons geboden wordt op God te vertrouwen. God heeft beloofd dat als wij hierin op Hem vertrouwen, Hij voor ons zal strijden. Zowel geestelijk als fysiek.
We zullen aan de hand van historische gebeurtenissen dit laten zien. Het principe is van toepassing op zowel fysieke als geestelijke oorlogvoering en op zowel persoonlijke als nationale vijanden.
We zien hetzelfde onderwijs in Numeri 33:50-56.
Numeri 33:50  En de Here sprak tot Mozes in de velden van Moab bij de Jordaan van Jericho: 51  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: Wanneer gij de Jordaan overtrekt naar het land Kanašn, 52   dan zult gij al de bewoners van het land voor uw aangezicht verdrijven en al hun beeldhouwwerk vernietigen; ook zult gij al hun gegoten beelden vernietigen en al hun hoogten verwoesten. 53  Gij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen. 54  Dan zult gij het land door het lot onder elkander als erfdeel toewijzen naar uw geslachten: voor een groot geslacht zult gij het erfdeel groot maken, en voor een klein zult gij het erfdeel klein maken; waarop voor hen het lot valt, dat zal ieders eigendom zijn; naar de stammen uwer vaderen zult gij onder elkander het erfdeel toewijzen. 55  Maar indien gij de bewoners van het land voor uw aangezicht niet verdrijft, dan zullen degenen die gij van hen over laat, tot dorens in uw ogen en tot prikkels in uw zijden zijn, en zij zullen u benauwen in het land waarin gij woonachtig zijt. 56  Dan zal Ik met u doen, gelijk Ik gedacht had met hen te doen.
Wanneer het volk van IsraŽl door de rivier de Jordaan gaat en het Beloofde Land binnengaat, zal God deze afgodendienende onrechtmatige inwoners in hun handen geven, zoals Hij in Exodus 23:31 beloofde en de IsraŽlieten moesten hen uit hun land verdrijven – Vers 52   dan zult gij al de bewoners van het land voor uw aangezicht verdrijven en al hun beeldhouwwerk vernietigen.
Nergens in deze passage zegt God dat de IsraŽlieten militaire wapens moeten gebruiken en deze mensen doden. Ze verdrijven is niet hetzelfde als doden. Wat ze moesten vernietigen was hun beeldhouwwerk en al hun gegoten beelden en ze moesten al hun hoogten verwoesten.
Deze passages geven Gods onderwijs voor de mensheid. God heeft niet ťťn manier voor IsraŽl en een andere voor de heidenen. God kent geen aanzien des persoons. Hij zegt: "Ik ben onveranderlijk."
Dit is het onderwijs van God, in Zijn Woord! Elk ander onderwijs is daarom zonde!

Waarom ging IsraŽl vechten?
Maar, zou iemand kunnen vragen, voerde IsraŽl geen oorlog? Deze natie heeft zich toch bewapend om ten strijde te trekken? Ze hebben toch gedood? Heeft God hun zelfs geen opdracht gegeven oorlog te voeren en te doden?
Het antwoord is Ja – maar dit verandert op geen enkele wijze het voorgaande onderwijs of doet het teniet of weerlegt het, zoals we zullen zien.
Weinigen hebben werkelijk begrepen waarom IsraŽl oorlog voerde. Ze hadden het ook nooit moeten doen, zoals we zullen aantonen.
Begrijp goed waarom IsraŽl oorlog voerde! Begrijp goed dat ze zondigden door dat te doen!
God wilde niet dat dit volk ooit oorlog hoefde te voeren. Toen Hij hen uit Egypte verloste liet Hij hen een grote omweg maken naar het Beloofde Land, zodat zij de oorlog niet zouden zien waardoor ze terug zouden willen gaan naar Egypte.
Exodus 13:17  Toen Farao het volk had laten gaan, leidde God hen niet op de weg naar het land der Filistijnen, hoewel deze de naaste was; want God zeide: Het volk mocht eens berouw krijgen, wanneer zij in strijd gewikkeld werden, en naar Egypte terugkeren. 18  Daarom liet God het volk zwenken, de woestijnweg op naar de Schelfzee. Ten strijde toegerust trokken de IsraŽlieten op uit het land Egypte.
De zinsnede "in strijd gewikkeld werden", is in de Statenvertaling vertaald met: "den strijd zien zouden." Het Hebreeuwse woord in de grondtekst is meestal vertaald met 'zien'.
Voordat ze de berg SinaÔ bereikt hadden vonden er enkele merkwaardige gebeurtenissen plaats. Na de wonderen die God had laten zien om hen uit de slavernij van Egypte te bevrijden, hen had beschermd, hen had gezegend, de militaire strijd voor hen had gestreden, hen op wonderbaarlijke wijze geleid had door een wolk overdag en een vuurkolom 's nachts, begon dit volk te jammeren, te mopperen, te klagen en werd ongehoorzaam.
Ondanks deze ongelofelijke wonderen begonnen ze het vertrouwen te verliezen.
Zeshonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegeteld, kwamen aan de Rode Zee. Er waren geen schepen of bruggen. Ze konden over zo'n afstand niet zwemmen. Ze konden niet over het water wandelen. Ze werden tegengehouden door dit obstakel, dit ging hun macht te boven.
Ze zagen in de verte farao's leger naderen.

Hoe God onze strijd voert
Voordat ze de berg SinaÔ hadden bereikt, voordat ze Gods eigen stem de Tien Geboden hoorden donderen, 'demonstreerde' God juist hier de methode die Hij zou hanteren om er voor te zorgen dat Zijn volk niet in militaire dienst hoeft, geen oorlog hoeft te voeren of mensen te doden.
Hier is Gods levende voorbeeld nummer ťťn! Juist hier, toen het volk IsraŽl angstig was, mopperde, klaagde, verwijten maakte en het vertrouwen in God ontbrak.
Deze IsraŽlieten werden "door een verheven hand geleid" (Exodus 14:8).
Exodus 14:9  De Egyptenaren nu, al de paarden en wagens van Farao, zijn ruiters en zijn legermacht, achtervolgden hen en haalden hen in, terwijl zij gelegerd waren aan de zee, bij Pi-hachirot, tegenover Bašl-sefon. 10  Toen Farao naderbij gekomen was, sloegen de IsraŽlieten hun ogen op, en zie, de Egyptenaren rukten achter hen aan. Toen werden de IsraŽlieten zeer bevreesd en schreeuwden tot de Here, 11  en zij zeiden tot Mozes: Waren er soms geen graven in Egypte, dat gij ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn? Wat hebt gij ons aangedaan door ons uit Egypte te leiden? 12  Hebben wij u dit al niet gezegd in Egypte: laat ons met rust, en laten wij de Egyptenaren dienen. Want wij kunnen beter de Egyptenaren dienen dan in de woestijn sterven.
Maar het was niet Gods bedoeling dat ze zouden worden overwonnen. Hij had zich voorgenomen hen uit de Egyptische slavernij te bevrijden. Zijn doel was om hen en alle naties en de hele mensheid, te laten zien dat Hij voor hen zou strijden. Ondanks hun trouweloos geklaag in dit eerste voorbeeld van Gods trouw, ondanks hun gebrek aan geloof, was Hij vastbesloten voor hen te strijden om hen te redden.
Vers 13  Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des Heren zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. 14  De Here zal voor u strijden, en gij zult stil zijn.
De IsraŽlieten mochten niet vechten, maar moesten zich stilhouden! Ze zouden zien hoe de Heer hen tegen de legermacht van Farao beschermde. God was van plan hun te laten zien dat Hij voor hen strijden zou, terwijl zij in alle rust en vrede moesten afwachten!

Hoe God de strijd voor hen voerde
Toen nam de engel Gods, die voor hen uitging, plaats achter de IsraŽlieten en ook verliet de grote donkere wolkkolom haar plaats aan hun spits en ging achter hen staan tussen hen en de Egyptische legermacht. De ene zijde van de wolk verlichtte de nacht voor de IsraŽlieten, terwijl de andere zijde duisternis gaf en de Egyptenaren er van weerhield om aan te vallen. Toen scheidde God de wateren van de zee en hield ze tegen door een goddelijk wonder, zodat de wateren aan beide zijden een hoge muur vormden. Zo gingen de IsraŽlieten in het midden van de zee op het droge naar de overkant.
Dan zien we het dramatische voorbeeld hoe God op miraculeuze wijze de strijd voert voor IsraŽl.
Exodus 14:21  Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Here deed de zee de gehele nacht door een sterke oostenwind wegvloeien, maakte haar droog, en de wateren werden gespleten. 22  Zo gingen de IsraŽlieten in het midden der zee op het droge; terwijl rechts en links de wateren voor hen waren als een muur. 23  En de Egyptenaren vervolgden hen en kwamen achter hen aan, alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiters, midden in de zee. 24   Toen dan, in de morgenwake, schouwde de Here in vuurkolom en wolk naar het leger der Egyptenaren en bracht het leger der Egyptenaren in verwarring. 25  Hij deed de wielen van hun wagens wegglijden en met moeite voortrijden, zodat de Egyptenaren zeiden: Laten wij vluchten voor de IsraŽlieten, want de Here strijdt voor hen tegen Egypte. 26   Toen zeide de Here tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, opdat de wateren terugvloeien over de Egyptenaren, over hun wagens en ruiters. 27  En Mozes strekte zijn hand uit over de zee en tegen het aanbreken van de morgen vloeide de zee terug in haar bedding, terwijl de Egyptenaren haar tegemoet vluchtten; zo dreef de Here de Egyptenaren midden in de zee. 28  De wateren vloeiden terug en bedekten de wagens en de ruiters van de gehele legermacht van Farao, die hen in de zee achterna getrokken waren; er bleef van hen niet een over. 29  Maar de IsraŽlieten gingen op het droge midden door de zee en de wateren waren hun rechts en links als een muur. 30  Zo verloste de Here op die dag de IsraŽlieten uit de macht der Egyptenaren. En IsraŽl zag de Egyptenaren dood op de oever der zee liggen. 31  Toen zag IsraŽl, welk een machtige daad de Here tegen Egypte gedaan had; en het volk vreesde de Here en zij geloofden in de Here en in Mozes, zijn knecht.

Hun geloof was van korte duur
Ja, voor een korte tijd waren ze vervuld met ontzag en geloofden werkelijk in God. Om God te vertrouwen dat Hij doet wat Hij beloofd heeft moet je in wonderen geloven, zegt u? Natuurlijk! Redding vereist wonderen! God verricht wonderen!
Nadat ze tegen een catastrofe, een oorlog, waren behoed en een heel leger van een groot land was vernietigd, gaf IsraŽl tijdelijk blijk van geloof. Met Mozes zongen ze een loflied en verheugden ze zich.
Exodus 15:1  Toen zong Mozes met de IsraŽlieten de Here dit lied en zij zeiden: Ik wil de Here zingen, want Hij is hoog verheven, het paard en zijn ruiter stortte Hij in de zee. 2  De Here is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn God, Hem verheerlijk ik, de God mijns vaders, Hem prijs ik.
Laten we de les goed begrijpen, Egypte is een type van zonde. God leidde figuurlijk deze mensen uit de zonde. Zij begonnen nu aan Gods levensweg.
Maar we moeten goed begrijpen dat Gods levensweg geloof vereist. Het is een leven van gehoorzaamheid aan God. Gehoorzaamheid vereist geloof.
Efeze 2:8  Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.
Maar niet door dood geloof! Levend geloof maakt gehoorzaamheid mogelijk.
Sadrak, Mesak en Abednego gehoorzaamden Gods gebod tegen afgoderij. Maar hun vastberaden weigering om voor Nebukadnezar afgodsbeeld te buigen was alleen mogelijk door hun vertrouwen op God die hen kan beschermen en bevrijden. Ze vertrouwden op God. Ze toonden actief geloof, levend geloof! Loos, dood geloof, alleen geloven dat God bestaat, is niet het geloof dat redding brengt.
Jakobus 2:17  Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood. 18  Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. 19  Gij gelooft, dat God een is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen.
Maar geloof en gehoorzaamheid moet bestendig zijn! De pas bevrijde IsraŽlitische slaven, nog diep onder de indruk en vol ontzag na de ervaring van zulke wonderen, gaven uitdrukking aan hun geloof en zongen.
Maar dat geloof zat niet diep en duurde niet lang. Drie dagen later kwamen ze in Mara, maar zij konden het water van Mara niet drinken, omdat het bitter was. Toen dit ene probleem op hun weg kwam, begonnen ze weer te klagen en gingen twijfelen. Al weer door een wonder maakte God het water zoet.

De test van gehoorzaamheid
Exodus 16:1  Toen zij van Elim opgebroken waren, kwam de gehele vergadering der IsraŽlieten in de woestijn Sin, die tussen Elim en de SinaÔ ligt, op de vijftiende dag van de tweede maand sedert hun uittocht uit het land Egypte. 2  En in die woestijn morde de gehele vergadering der IsraŽlieten tegen Mozes en Ašron; 3  en de IsraŽlieten zeiden tot hen: Och, dat wij door de hand des Heren in het land Egypte gestorven waren, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten; want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen.
God stelde hun gehoorzaamheid op de proef, gevolgd door weer een wonder.
Exodus 16:4  Toen zeide de Here tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle, of het al dan niet wandelt naar mijn wet.
De speciale wet waarmee God hen testte was Zijn Sabbat. En onthoud dat ze de SinaÔ nog niet bereikt hadden. Op de zesde dag zal Hij de hoeveelheid van twee dagen geven, omdat ze op de zevende dag moesten rusten en geen manna verzamelen mochten. Desalniettemin gingen sommige mensen op Gods Sabbat in hun hebzucht toch manna zoeken.
Exodus 16:28  Daarom zeide de Here tot Mozes: Hoelang weigert gij mijn geboden en wetten te onderhouden?
Ze vertrouwden niet op God en gehoorzaamden Hem niet.
De grote menigte IsraŽlieten brak daarna op uit de woestijn Sin en trok van pleisterplaats tot pleisterplaats en legerde zich te Refidim. Maar daar was geen water voor het volk om te drinken. Weer maakten ze allerlei verwijten, morden, verloren het geloof en stelden de Eeuwige op de proef.
Nu zijn we bij de cruciale gebeurtenis aangekomen die verklaart waarom IsraŽl zelf het oorlogspad opging. Voortdurend hadden ze gemord en geklaagd, waren ze ongehoorzaam en verloren geloof, terwijl ze steeds de wonderen van God zagen. Ook nu weer, toen God nog een wonder liet zien door water uit een rots te laten stromen, twijfelden de mensen of God wel met hen was.
Exodus 17:7  Hij noemde die plaats Massa en Meriba, wegens de twist der IsraŽlieten en omdat zij de Here op de proef gesteld hadden door te zeggen: Is de Here in ons midden of niet?
Als we de revue nog eens laten passeren, dan zien we dat God dit volk ontzaginboezemende en miraculeuze bewijzen gaf van Zijn bedoeling voor hen te strijden. Dit waren zichtbare wonderen die ze met eigen ogen konden zien. God heeft Zijn trouw gedemonstreerd, Zijn macht, Zijn toewijding, Zijn Weg! Toch twijfelden deze mensen regelmatig, klaagden, morden. regelmatig verloren ze het vertrouwen. Na al deze overtuigende bewijzen twijfelde het volk toch aan Gods betrouwbaarheid, twijfelde aan Zijn macht, twijfelde zelfs aan Zijn bestaan. Ze werden ongehoorzaam. Ze gingen de weg van de zonde. Eigenlijk hadden ze hun eigen 'God is dood' beweging!

Geen geloof meer – de keus voor oorlog
Na dit alles was Mozes ten einde raad, zijn zenuwen zwaar op de proef gesteld en zijn geduld zo goed als op. Want Mozes was ook maar een mens!
Exodus 17:4  Toen riep Mozes luide tot de Here en zeide: Wat moet ik met dit volk doen? Nog een ogenblik en zij gaan mij stenigen!
En God verrichtte nogmaals een wonder.
Vers 5  Daarop zeide de Here tot Mozes: Ga voor het volk uit en neem enige van de oudsten van IsraŽl met u; neem ook de staf waarmee gij de Nijl geslagen hebt, in uw hand en ga heen. 6  Zie, Ik zal daar voor u op de rots bij Horeb staan; dan zult gij op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed alzo voor de ogen van de oudsten van IsraŽl.
Maar, juist op dat moment, kwam Amalek, een heidens volk, om met een sterke legermacht tegen IsraŽl te strijden.
Deze keer stond God toe om door ervaring de les te leren. Hij gaf hen de vrijheid om te zondigen. God dwingt de mens niet om niet te zondigen. Mozes, die aan het eind van zijn geduld was en probeerde deze hardnekkige, rebelse IsraŽlieten te overtuigen om in God te geloven en op Hem te vertouwen, zei tegen Jozua:
Exodus 17:9  En Mozes zeide tot Jozua: Kies ons mannen uit, trek uit, strijd tegen Amalek, morgen zal ik op de heuveltop staan met de staf Gods in mijn hand.
Omdat zij gebrek aan het geloof hadden om op God te vertrouwen voor hun bescherming, was Mozes bang dat ze afgeslacht werden. Hoewel de verzwakte Mozes opdracht voor de oorlog had gegeven, had eigenlijk het volk, bij een totaal gebrek aan vertrouwen op God, zelf de beslissing genomen om oorlog te voeren.
Het was helemaal niet nodig voor deze IsraŽlieten om de wapens op te nemen en oorlog te voeren.
Het was verkeerd! Het was zonde. Maar God liet de beslissing aan hen over. Deze gebeurtenis was het keerpunt. Het gebeurde voordat zij de berg SinaÔ bereikten. Na deze gebeurtenis deed God hen het voorstel om Zijn volk te worden, geleid door Zijn regering.
Na deze gebeurtenis beloofde God, op voorwaarde van gehoorzaamheid en vertrouwen, om voor hen te strijden, hen te beschermen tegen oorlog, om hen constant vrede te geven.
Na deze gebeurtenis aanvaardden zij Zijn regering over hen. Maar zij hadden al gebrek aan geloof en vertrouwen getoond, zelfs in de dagen dat God Zijn kracht met zoveel wonderen had gedemonstreerd.
Ze hadden de smaak van de oorlog geproefd. Ze hadden nadien kunnen – hadden moeten – besluiten hier niet mee door te gaan en hun vertrouwen op God te stellen in plaats van op hun eigen kracht.
Maar dat deden ze niet.

Om in vrede te leven afgewezen
Later, kort voordat de IsraŽlieten onder Jozua eindelijk na veertig jaar het Beloofde Land binnengingen, schreef Mozes voor hen – en ook voor ons vandaag – dit verslag van hun weigering door gebrek aan geloof dat God hen tegen oorlogen zou beschermen.
U kunt het lezen in het eerste hoofdstuk van Deuteronomium. Hier volgt de essentie van het verslag.
Deuteronomium 1:6  De Here, onze God, heeft tot ons bij Horeb gesproken: gij zijt lang genoeg bij deze berg gebleven; 7  begeeft u op weg, breekt op, trekt naar het gebergte der Amorieten en naar al hun naburen… tot aan de grote rivier, de Eufraat. 8  Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land… Vers 19   Toen braken wij van Horeb op en gingen heel die grote en vreselijke woestijn door, die gij gezien hebt, in de richting van het gebergte der Amorieten… Vers 20   Toen zeide ik tot u: gij zijt gekomen tot het gebergte der Amorieten, dat de Here, onze God, ons geven zal. 21  Zie, de Here, uw God, heeft het land tot uw beschikking gesteld, trek op, neem het in bezit, zoals de Here, de God uwer vaderen, tot u gesproken heeft; vrees niet en wees niet verschrikt.
Maar het volk was angstig en van streek. Ze geloofden God niet! We vervolgen het verslag:
Vers 22  Toen naderdet gij allen tot mij en zeidet: laten wij enige mannen vooruit zenden om voor ons het land te verkennen en ons in te lichten omtrent de weg waarlangs wij moeten optrekken… in plaats van in geloof de route te volgen waarop God hen zou leiden. Mozes ging verder:
Vers 23  … Dus koos ik uit u twaalf mannen, voor elke stam een; 24  zij begaven zich op weg, trokken het gebergte in, kwamen tot aan het dal Eskol en verkenden dit. 25  Ook namen zij vruchten van het land mee en brachten ons die; tevens brachten zij ons verslag uit en zeiden: Het land dat de Here, onze God, ons geven zal, is goed. 26  Maar gij wildet niet optrekken en waart weerspannig tegen het bevel van de Here, uw God; 27  gij mordet in uw tenten en zeidet: omdat de Here ons haat, heeft Hij ons uit het land Egypte geleid om ons te brengen in de macht van de Amorieten en ons te verdelgen. 28   Waarheen trekken wij op? Onze broeders hebben ons het hart doen smelten met de tijding: de mensen zijn groter en langer dan wij, de steden zijn groot en hemelhoog versterkt, en ook hebben wij daar Enakieten [reuzen] gezien. 29  Ik zeide wel tot u: Beeft niet, vreest niet voor hen. 30  De Here, uw God, die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden in overeenstemming met alles wat Hij voor uw ogen met u gedaan heeft in Egypte 31  en in de woestijn, waar gij hebt gezien, hoe de Here, uw God, u droeg, zoals een man zijn kind draagt, op heel de weg die gij gegaan zijt, totdat gij op deze plaats gekomen zijt. 32  Doch ondanks dit woord geloofdet gij niet in de Here, uw God, 33  die voor u uit ging op de weg om voor u een plaats te zoeken, waar gij u kondt legeren: des nachts in een vuur om u te doen zien op de weg waarlangs gij moest gaan, en des daags in een wolk.
Deze IsraŽlieten waren niet bereid de levende God te geloven en te gehoorzamen! Door hun voortdurende ongeloof, gebrek aan vertrouwen op God en door alleen maar te vertrouwen op de fysieke strijd, wilden ze net als alle andere volken op aarde, een oorlogvoerende natie zijn. Die beslissing namen ze zelf!
Vertrouwen op militaire wapens, fysieke kracht en menselijke bondgenoten, is zonde. Het is een overtreding van Gods gebod: "Gij zult niet doodslaan."
Het feit dat alle volkeren voor deze weg van zonde hebben gekozen, betekent niet dat het de juiste weg is. En de individuele christen van vandaag, die Gods Geest heeft moet deze vraag onder ogen zien en voor zichzelf beslissen of hij de weg van de zonde zal gaan, zoals de overweldigende meerderheid doet, of dat hij God zal gehoorzamen en dan op God vertrouwen met zijn gehele leven.

Naties kunnen voor vrede kiezen!
Vinden de wereldleiders van vandaag het absurd om te geloven dat zelfs nu de Almachtige God voor ons zal strijden, dat elke natie, vandaag, werkelijk in vrede kan leven en nog dit jaar?
Toch zou het kunnen. Maar de wereldleiders van vandaag in de hele wereld zijn zo ver van Gods weg afgedwaald en God is zo onrealistisch voor hen geworden dat het waarschijnlijk belachelijk lijkt om er zelfs maar over te praten. De wetenschappers, de zakelijke leiders, de opvoeders – ja, en zelfs de geestelijkheid – zijn allen zo ver van God en Zijn Weg verwijderd dat zoiets niet in hun gedachten zou komen.
Maar de Eeuwige heeft absolute zekerheid gegeven! Hij heeft in Zijn Woord niet alleen beloften laten neerschrijven, maar behalve de gebeurtenissen die we hiervoor al behandeld hebben, staan nog drie concrete historische gebeurtenissen als bewijzen opgetekend dat Hij daadwerkelijk streed voor een volk dat aangevallen werd, toen dit volk en zijn leiders op Hem vertrouwden.

Gods doel blijft staan!
Al laat God de mensen vrij om hun eigen beslissingen te nemen, laat hen vrij te zondigen, laat landen vrij om oorlog te voeren, God houdt vast aan Zijn doel. Zijn doel was om deze nakomelingen van Abraham te laten wonen in 'het Beloofde Land' dat Hij aan Abraham had beloofd.
Gods belofte aan Abraham, 430 jaar daarvoor, was onvoorwaardelijk. Abraham was zijn deel van de overeenkomst nagekomen. Hij was gehoorzaam geweest aan God, had zich gehouden aan Gods geboden en wetten (Genesis 26:5). Nu vereiste Gods betrouwbaarheid dat Hij deze mensen naar en in dat land zou brengen, ongeacht hun gedrag!
Het was Gods verantwoordelijkheid om dit volk in het Beloofde Land te brengen. Het was IsraŽls verantwoordelijkheid om te beslissen hoe dat gedaan zou worden, of zich te verlaten op God om voor hen te strijden om de illegale inwoners eruit te drijven, of zich zelf te bewapenen, te vechten en zich bezig te gaan houden met oorlog. Deze nakomelingen van Abraham hadden besloten om een oorlogvoerend volk te worden.
Dit was hun eigen beslissing. En sinds zij die weg zijn opgegaan, heeft God hen gebruikt om met strijd de bewoners te verdrijven die illegaal het land bezaten dat God aan Abrahams nakomelingen had beloofd. Daarom zei God welke gevechten – inclusief het doden – nodig waren om Gods doel te bereiken om hen in het beloofde land te brengen!
Maar dat rechtvaardigt de oorlog niet. Goed of fout doen is een beslissing van de mens! Deze IsraŽlieten hoefden niet te vechten!
Wegens IsraŽls ontrouw en ongehoorzaamheid stond God hen toe de wapens op te nemen en dus te zondigen. En daarom gebruikte God hen als Zijn instrumenten om de heidense volken uit het land te verdrijven.
Ook later hadden de IsraŽlieten nog berouw kunnen tonen, hadden kunnen terugkomen op hun beslissing en hun vertrouwen op God kunnen stellen om de strijd voor hen te voeren.
God heeft IsraŽl volop kansen gegeven. Ze hadden geen excuus!
Zo gaat het ook in het leven van ons persoonlijk of van een heel volk, de ene zonde leidt tot de andere. En al wat niet uit geloof is, is zonde (Romeinen 14:23).
De zonde van twijfel leidde bij de IsraŽlieten tot de zonde van strijd, van oorlog!
God stond dit toe! En om een goede reden! Zonder een vrije wil zou Gods doel waarom Hij de mensheid op deze planeet zette, onmogelijk zijn. Dat doel is rechtschapen karakter te ontwikkelen en dat vereist een vrije wil!
Gods doel moet blijven staan, ook als God de mens vrij laat om te rebelleren en te zondigen! Zijn doel om de IsraŽlieten in het Beloofde Land te brengen blijft staande en God zag erop toe. IsraŽls zonde kon Hem daar niet van afhouden!
We kennen dus nu de reden waarom het volk IsraŽl oorlog ging voeren!

Gods wetten met betrekking tot oorlog
IsraŽl heeft gebruik gemaakt van het voorrecht dat God geeft om zelf te beslissen, ook als het de verkeerde beslissing is en te kiezen voor oorlog. En het is waar dat God hun daarvoor speciale wetten gaf. We kunnen ze vinden in Deuteronomium 20.
Maar let goed op! Het zijn geen militair strategische wetten! Ze rechtvaardigden of verheerlijkten niet de oorlog. Ze leerden de IsraŽlieten niet om te haten, kweekten niet de behoefte om te doden en geven geen opleiding in militaire strategie en tactiek in oorlogvoering.
Deze wetten zijn er nog steeds op gericht dat God voor hen zal strijden, ook al hebben ze ervoor gekozen zelf het slagveld te betreden om ten strijde te trekken. En deze wetten regelen militaire vrijstelling in bepaalde situaties.
God liet hen vrij om hun eigen verkeerde beslissing te nemen om te vechten. Daarom zei Hij in deze speciale oorlogsbepalingen:
Deuteronomium 20:1  Wanneer gij ten strijde trekt tegen uw vijanden, en gij ziet paarden en wagens: een volk, talrijker dan gij; dan zult gij daarvoor niet vrezen, want de Here, uw God, is met u, die u uit het land Egypte heeft gevoerd.
Wanneer ze het slagveld naderden, was het niet de generaal of een militaire commandant die de bevelen gaf, maar de priester!
Vers 2  Wanneer gij dan vlak voor de strijd staat, moet een priester naar voren treden, het volk toespreken 3   en zeggen: Hoor, IsraŽl! Gij staat thans vlak voor de strijd tegen uw vijanden; laat uw hart niet week worden, vreest niet, wordt niet angstig en siddert niet voor hen.
Waarom niet? Niet omdat IsraŽl een grotere legermacht had, want in vers 1 betreft het een vijand die veel groter in aantal is. Ook niet vanwege een superieure militaire strategie. Er was een andere reden waarom ze niet bang hoefden te zijn:
Vers 4  want de Here, uw God, is het, die met u gaat om voor u te strijden tegen uw vijanden, ten einde u de overwinning te geven.
Deze wetten voorzien in militaire vrijstelling.
Deuteronomium 20:5  En de opzieners zullen aldus het volk toespreken: Wie heeft een nieuw huis gebouwd, maar het nog niet in gebruik genomen? Hij mag heengaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd omkome en een ander het in gebruik neme. 6  En wie heeft een wijngaard geplant, maar de vrucht daarvan nog niet genoten? Hij mag heengaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd omkome en een ander de vrucht daarvan geniete. 7   En wie heeft een vrouw ondertrouwd, maar haar nog niet gehuwd? Hij mag heengaan en naar zijn huis terugkeren, opdat hij niet in de strijd omkome en een ander haar huwe. 8  Verder zullen de opzieners nog tot het volk zeggen: Wie is bevreesd en week van hart? Hij mag heengaan en naar zijn huis terugkeren, opdat het hart van zijn broeders niet versmelte zoals het zijne.
Ten slotte, als IsraŽls leger de vijand nadert, moeten ze eerst vrede aanbieden. Ze mogen alleen tot de aanval overgaan als de vrede wordt verworpen. Heel anders dan de wetten en regels van vandaag de dag over oorlog voeren.

Waarom God opdracht gaf om oorlog te voeren
Maar iemand kan de vraag stellen: Als oorlogen verkeerd zijn, als het zonde is, als het in strijd met Gods weg voor de mens is, waarom gaf God dan enkele keren opdracht aan de IsraŽlieten om oorlog te gaan voeren en te doden?
Neem deze twee feiten in acht:

1)  IsraŽl had gezondigd door a) God niet te vertrouwen om voor hen te strijden; en b) ongehoorzaam te zijn aan Gods gebod tegen oorlog. Ze hadden ervoor gekozen om een oorlogvoerende natie te zijn. De beslissing was verkeerd. God dwingt de mens om te beslissen of hij zondigt. Als hij dat doet dan haalt hij zelf de straf over zich heen. Daarom moet het feit onder ogen worden gezien dat IsraŽl weigerde zich op God te verlaten om voor hen te strijden; en maakte de keus om een oorlogvoerende natie te zijn.
2) Gods doel moet overeind blijven, ongeacht wat de mensen doen. Het was Gods doel IsraŽl in het heilige land te brengen en de heidenen daaruit te verdrijven. Dit had Hij aan de kinderen van Abraham, Isašk en IsraŽl beloofd.

Omdat IsraŽl, wegens gebrek aan vertrouwen, het niet aan God wilde overlaten om de heidense volken te verdrijven en de oorlogen zelf wilde voeren, gebruikte God hen om Zijn doel te volbrengen om die volken te verdrijven of uit te roeien. daarom gaf Hij opdracht om te doen wat vereist is om Zijn doel te bereiken!
Begrijp goed dat het verwezenlijken van het goddelijke doel niet afhangt van mensen, het hangt af van het handelen van God, niet van mensen.
En toch, hoewel deze IsraŽlitische natie tegen Gods gebod tegen oorlog en doden rebelleerde, hoewel zij de beslissing namen om een oorlogvoerende natie te worden, zoals alle anderen, hoewel God hen gebruikte de volken uit het Beloofde Land te verdrijven, zegt de Bijbel dat God deze heidenen uit het land van IsraŽl heeft verdreven.
Handelingen 7:45  Onze vaderen namen die [de ark van God] over en met Jozua brachten zij haar verder, bij de onderwerping van de heidenen, welke God heeft verdreven voor onze vaderen, [in het land], tot de dagen van David.

Het recht van God om leven te nemen
Maar, was het verkeerd van God om de IsraŽlieten die ervoor gekozen hadden zelf te vechten, te gebruiken om die volken te verdrijven en te doden? Nee!
Onthoud deze fundamentele waarheid: alleen God heeft het recht om mensenlevens te nemen omdat Hij de gever van leven is.
Vanwege IsraŽls ongeloof en ongehoorzaamheid gebruikte God hen als Zijn instrument om levens te nemen, waartoe God het volste recht heeft!
God is niet onrechtvaardig! Maar IsraŽl heeft gekozen voor de weg van zonde toen zij zich bezig gingen houden met oorlogvoering. Zelfs toen hadden ze zich kunnen bekeren van deze weg.
De goddelijke Gever van menselijk leven heeft het recht om leven te nemen. Dat leven behoort Hem toe. Maar voor een mens of natie, die naar eigen keus of op eigen initiatief, het leven van een mens neemt, is dat zonde. Het leven dat hij neemt is niet van hem, maar van God! Hij pleegt niet alleen een moord, hij steelt of neemt wat van God is.
Zelfs zijn eigen leven behoort toe aan God. Zelfmoord is leven nemen dat van God is!
Een van de fundamentele zonden is het nemen van een mensenleven. Dat heeft God bepaald. En Hij maakt het overbodig om oorlog te voeren vanwege Zijn belofte daar op bovennatuurlijke wijze zelf voor te zorgen. Het volk dat er dus voor kiest oorlogshandelingen te verrichten, begaat zonde. En ieder individu dat deel heeft aan een militaire organisatie begaat zonde.
IsraŽl had daartoe besloten, zoals alle volkeren. Sinds de volkeren van deze wereld vechten, staat God hen toe om deze zonde te begaan. Maar om Zijn doel toch te bereiken, beslist God de uitkomst of afloop van oorlogen. Ondanks het feit dat de IsraŽlieten Hem hadden verworpen als hun 'oorlogskracht', gaf Hij hen toch opdracht om Zijn doel dat bereikt moest worden uit te voeren! Maar dat wiste IsraŽls opzettelijke rebellie niet uit om oorlogshandelingen te verrichten in strijd met Gods weg.
Ter illustratie: Toen God Abraham opdracht gaf om zijn zoon Isašk te offeren, behoorde het leven van Isašk aan God toe. Als God opdracht geeft om zijn leven te nemen, was dat Gods recht. Toen Hij Abraham opdroeg om Zijn instrument te zijn dat het leven moest nemen, was God de verantwoordelijke partij om te nemen wat van Hem was. Als Abraham geweigerd had, zou die rebellie zonde geweest zijn. Natuurlijk was het een test. Zodra Abraham zijn gehoorzaamheid had getoond, dat vertrouwen, geloof vereist (Jakobus 2:20-24), voorzag God in een vervangend offer, een lam en trok Zijn opdracht in om Isašk te offeren.

En David dan die zoveel levens nam in oorlogen
God noemde David een man naar Zijn hart. David was een strijder. Hij heeft veel mensen gedood. David voerde als koning vele oorlogen. Maar dat rechtvaardigt de oorlog niet. God hield David verantwoordelijk voor zijn bloedschuld.
David had een groot verlangen om de grote Tempel in Jeruzalem te bouwen. Koning David zei tegen zijn zoon Salomo:
1 Kronieken 22:7  en David zeide tot Salomo: Mijn zoon, ik zelf had het voornemen een huis te bouwen voor de naam van de Here, mijn God, 8  maar het woord des Heren kwam tot mij: Gij hebt veel bloed vergoten en grote oorlogen gevoerd; gij moogt voor mijn naam geen huis bouwen, omdat gij veel bloed voor mijn aangezicht ter aarde hebt doen vloeien. 9   Zie, u zal een zoon geboren worden; hij zal een man van rust zijn, Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden rondom. Want hij zal Salomo heten, en Ik zal vrede en rust in IsraŽl geven in zijn dagen. 10  Die zal een huis bouwen voor mijn naam …
David was een "man naar Gods eigen hart" niet vanwege zijn oorlogen, zijn vechten, zijn doden.
God strafte hem daar voor! Wat David zo geliefd bij God maakte, was in de eerste plaats zijn bereidheid om toe te geven wanneer hij verkeerd was en berouw te hebben. David had Gods Wet lief en was daaraan gehoorzaam.
Psalmen 119:97  Hoe lief heb ik uw wet! Zij is mijn overdenking de ganse dag.
Zijn houding was goed. Hij was nederig, hoewel hij sterk en niet bang was. Hij was oprecht; hij respecteerde gezag; hij was barmhartig en vergevingsgezind; hij was eerlijk en recht door zee. David had veel vrouwen, maar na zorgvuldig onderzoek blijkt dat hij berouw had en zich daarvan bekeerd heeft en afstand heeft gedaan van zijn bijvrouwen. Op latere leeftijd had hij slechts ťťn vrouw. David zondigde, maar hij erkende zijn zonden en toonde berouw (Psalm 51).

Het gevolg bestrijden – de oorzaak negeren!
Het is zo eenvoudig: elk gevolg heeft een oorzaak. Toch is de hele samenleving en de manier van leven, ook vandaag, gebaseerd op het bestrijden van het gevolg, terwijl de oorzaak wordt genegeerd! Dat gebeurt met de bestrijding van ziekte en kwalen, misdaad. In onderhandelingen over vrede! Iedereen wil vrede, althans, dat beweren de naties! Ze werken aan vrede! Maar er is geen vrede!
Waarom niet? Het werkelijke nieuws over al dit 'werken aan de vrede' werd millennia geleden in bijbelse profetie vermeld! Zo staat het beschreven:
Jesaja 59:8  De weg des vredes kennen zij niet …
De verschillende landen en hun leiders roepen om 'vrede', spannen zich in voor 'de vrede', ondertekenen vredesverdragen, terwijl ze doorgaan op hun weg van oorlog voeren! Zij gaan de weg die oorlogen veroorzaken en onderhandelen over het gevolg om de oorlog te stoppen, terwijl de oorzaak wordt genegeerd.

Waarom moeten er oorlogen zijn?
Velen stellen de vraag: "Als er een God bestaat, waarom staat Hij dan oorlogen toe? Als God liefde is, zou Hij zeker al dit lijden niet willen. En als God almachtig is, kan Hij oorlogen voorkomen! Dus, waarom doet Hij dat niet?"
Het antwoord is dat God het zeker kan stoppen – en dat ook zal doen binnen enkele jaren! Maar waarom in de toekomst? Waarom stond Hij het ooit toe?
Omdat er een Plan wordt uitgewerkt hier beneden! De mens is hier op aarde gezet om rechtvaardig karakter te ontwikkelen! Dat Plan vereist een vrije wil van de mens. Het is absoluut noodzakelijk dat de mens het voorrecht en de mogelijkheid heeft om zijn eigen keus te maken en leert omgaan met zijn vrije wil! Zo niet, dan is er geen karakter!
Er is een weg die oorlog voorkomt en vrede tot stand brengt, een weg naar geluk voor iedereen.
De Eeuwige heeft de mensheid die aangeboden en laat de mensheid kiezen! De Eeuwige heeft onwrikbare wetten geschapen en in werking gesteld, niet alleen wetten aangaande de natuur- en scheikunde, maar eveneens een fundamentele geestelijke Wet, die de weg naar vrede en geluk is! Die Wet is de grondoorzaak van vrede. Overtreding van deze Wet is de oorzaak van oorlog!
Zo simpel is het! Maar een opstandige mensheid, trots op haar rationele intellect, verblindt willens en wetens haar verstand voor eenvoudige Waarheid en geeft zich over aan een systeem van een gecompliceerde en onzinnige dwaling!
De mens is van nature vijandig tegenover God en Zijn onwrikbare wetten (Romeinen 8:7).
De Schepper heeft de mens de kennis van Zijn Wet gegeven, de kennis hoe oorlog te voorkomen! Hier komen we op het punt van de oorzaak. Toegeven aan de menselijke natuur – ijdelheid, egoÔsme, hebzucht, rebellie tegen Gods Wet van vrede – is de oorzaak van oorlog!

Oorlog voeren is nooit nodig geweest!
Wat betreft oorlog, is het zesde gebod van Gods geestelijke Wet het kernpunt. Het zegt simpel: "Gij zult niet doden."
Als alle naties dit gebod zouden onderhouden en de weg van liefde en vrede zouden volgen, zou er geen oorlog zijn!
Maar, werpt iemand tegen: "Dat is een aardige gemeenplaats, maar het is niet praktisch. Het gaat niet op! Elk land dat dat gebod zou naleven, zou aangevallen worden en verslagen door een ander land dat praktischer is."
O, maar het gaat wťl op! Het Ūs de praktische weg! Nog eens, de Schepper begrijpt de menselijke natuur beter dan wij mensen zelf! Hij heeft daarin voorzien! Denkt u dat de Almachtige Schepper zo onpraktisch is dat Hij hen die Hem gehoorzamen, in de steek laat? Zij die Zijn Regering aanvaarden?
God is almachtig! Hij schiep het universum en Hij staat boven alle regeringen, boven het uitgestrekte universum. Hij regeert over de aarde en wat de mensen ook doen in hun politiek, hun oorlogen, hun eigen systemen van regeren, het is alleen mogelijk zolang God het toestaat! Hij heeft de mens gemaakt met een vrije wil.

Verantwoordelijkheid van de overheid om de burgers te beschermen
God staat boven alle overheden! Zoals gezegd, een eerste verantwoordelijkheid van de overheid is de bescherming van haar bewoners!
God zette een volk apart, een grote familie van zo'n twee ŗ vier miljoen slaven, nakomelingen van Gods vriend Abraham en bood hun aan om ze te formeren onder Zijn Regering!
Tegen alle mensen zegt God hetzelfde, of het nu een enkeling betreft, een natie of zelfs alle volkeren, die zich vrijwillig onderwerpen aan Gods Regering. Hij kent geen aanzien des persoons! Wat Hij zei tegen de IsraŽlieten, zegt Hij tegen iedereen:
Exodus 23:22  … indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden vijandig bejegenen, en benauwen die u benauwen. 23  … en Ik zal hen vernietigen.
God zal op bovennatuurlijke wijze elk invasieleger verdrijven of vernietigen om de mensen te beschermen die willen gehoorzamen en op Hem vertrouwen!
Maar weet u, er waren voorwaarden aan Gods belofte van goddelijke en bovennatuurlijke bescherming verbonden. Gedurende de eerste zesduizend jaar van hun verblijf op aarde zal God de mensen niet dwingen zich aan Zijn regering te onderwerpen. Dat wordt overgelaten aan hun vrije keus!
Maar deze bevrijde slaven, de IsraŽlieten, aanvaardden Gods aanbod en werden Zijn volk. Zij beloofden om Hem en Zijn Wetten te gehoorzamen – Zijn Regering – en Hij beloofde om hen vrede te geven, zolang zij gehoorzaamden en op Hem vertrouwden.

Historisch bewijs nr. 1
De IsraŽlieten, twee ŗ vier miljoen, kwamen bij de Rode Zee en werden daardoor tegen gehouden. Dit was een obstakel boven hun macht.
Toen zagen ze vanuit de verte farao's leger aankomen.
Hier demonstreerde God dat Hij zou voorkomen dat Zijn volk militaire dienst zou doen, of zou moeten strijden in een veldslag, of mensenlevens nemen!
Ondanks hun trouweloos klagen in dit eerste voorbeeld van Gods betrouwbaarheid, was Hij vastbesloten om voor hen te strijden en hen te beschermen.
Nadat zij behoed waren tegen die ramp, tegen een oorlog – een heel leger van een grote natie werd vernietigd – begonnen die IsraŽlieten tegen Mozes en Ašron te morren.
Herhaaldelijk heeft God dit volk ontzagwekkende en miraculeuze 'demonstraties' gegeven van Zijn intentie om voor hen te strijden. Na dit overweldigende bewijs, twijfelden deze mensen toch aan Gods trouw. Ze werden ongehoorzaam. Ze gingen de weg van zonde. Ze gingen oorlogen voeren!
Het was absoluut niet nodig voor de IsraŽlieten om zich te bewapenen en oorlog te voeren. Het was verkeerd! Het was zonde. Maar God liet de beslissing aan hen over!
Maar dat rechtvaardigt de oorlog niet. Het is de beslissing van de mens of hij goed of verkeerd doet. De IsraŽlieten hoefden niet te vechten. En ook vandaag is dat voor geen enkele natie nodig!
Veel mensen hebben zich afgevraagd waarom God eigenlijk Zijn eigen volk opdracht gaf om in oorlogen te strijden, terwijl Hij leert dat oorlog verkeerd is.
Dat hebben we al duidelijk gemaakt. God gaf de mens een vrije wil. Hij laat de mensen niet alleen vrij om te kiezen, Hij dwingt ons om te kiezen!
Alleen God bepaalt wat zonde is. God staat de mens niet toe om te beslissen wat zonde is of wat rechtvaardig is. Maar Hij staat de mens toe of eigenlijk dwingt Hij de mens er toe om te beslissen of hij zondigt of niet.
God maakte het voor het oude IsraŽl duidelijk dat ze nooit oorlog hoefden te voeren. Hij garandeerde volledige bescherming tegen vijanden. Hij garandeerde vrede, als ze op Hem zouden vertrouwen en de wetten van Zijn regering zouden gehoorzamen! Hij demonstreerde Zijn Almacht! Maar de IsraŽlieten kozen voor oorlog. Zoals alle naties gekozen hebben. Zoals onze naties vandaag nog steeds nodeloos doen.

Historisch bewijs nr. 2
Dit bewijs betreft koning Asa van het koninkrijk Juda.
2 Kronieken 14:1  Abia ging bij zijn vaderen te ruste en men begroef hem in de stad Davids. Zijn zoon Asa werd koning in zijn plaats; in diens dagen had het land tien jaren rust. 2  Asa deed wat goed en recht was in de ogen van de Here, zijn God. 3  Hij verwijderde de uitheemse altaren en de offerhoogten, verbrijzelde de gewijde stenen, hieuw de gewijde palen om 4   en beval de JudeeŽrs, de Here, de God hunner vaderen, te zoeken en de wet en het gebod te volbrengen. 5  Hij verwijderde uit al de steden van Juda de offerhoogten en de wierookaltaren. Onder hem had het koninkrijk rust.
Dan komt de koning van EthiopiŽ met een leger van een miljoen soldaten en 300 strijdwagens. Hoewel Juda en Benjamin (samen de Joden genoemd) met een vijfhonderdtachtigduizend strijders in die dagen een flink leger hadden, was het niet groot genoeg om aan een invasie van een strijdmacht van een miljoen soldaten weerstand te bieden.
Als de EthiopiŽrs met een kleiner leger gekomen waren, was Asa misschien de strijd tegen hen aangegaan, geheel vertrouwend op zijn militaire kracht, in plaats van op God. Maar in deze situatie stelde hij zijn vertrouwen op God om hen te verdedigen!
Vers 11  Toen riep Asa tot de Here, zijn God, en zeide: Here, er is niemand buiten U om de machteloze te helpen tegen de machtige. Help ons, Here, onze God, want op U steunen wij en in uw naam zijn wij opgetrokken tegen deze menigte. Here, Gij zijt onze God, laat toch tegen U geen sterveling iets vermogen. 12  En de Here deed de Kusieten de nederlaag lijden tegen Asa en Juda, zodat de Kusieten vluchtten.
Maar helaas krijgt deze geweldige gebeurtenis, waarin het vertrouwen op God een miljoen gewapende mannen op de vlucht deed slaan, een triest vervolg.
2 Kronieken 16:1  In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van IsraŽl, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen.
Tussen twee haakjes, we zien dat het koninkrijk IsraŽl hier streed tegen de Joden van het koninkrijk Juda! Het waren twee verschillende landen! De mensen van het koninkrijk IsraŽl werden nooit Joden genoemd!
Deze keer liet Asa na om de strijd tegen de aanvallende militaire macht in Gods handen te leggen! Deze keer deed hij precies hetzelfde wat de landen vandaag doen. Hij huurde een bondgenoot, het koninkrijk SyriŽ.
2 Kronieken 16:1  In het zesendertigste jaar der regering van Asa trok Basa, de koning van IsraŽl, op tegen Juda en versterkte Rama, om alle verkeer van en naar Asa, de koning van Juda, te verhinderen. 2   Toen haalde Asa zilver en goud uit de schatkamers van het huis des Heren en van het huis des konings en hij zond het tot Benhadad, de koning van Aram, die te Damascus woonde, met deze boodschap: 3  Er bestaat een verbond tussen mij en u, tussen mijn vader en uw vader. Hierbij zend ik u zilver en goud. Welnu, verbreek uw verbond met Basa, de koning van IsraŽl, opdat hij van mij wegtrekt. 4  Toen luisterde Benhadad naar koning Asa, en zond zijn legeraanvoerders naar de steden van IsraŽl; zij overweldigden Ijjon, Dan, Abel-maim en al de voorraadsteden van Naftali. 5  Zodra Basa dit hoorde, staakte hij de versterking van Rama en hield met zijn werk op. 6  Toen ontbood koning Asa geheel Juda; en de stenen en het hout waarmee Basa Rama versterkt had, namen zij weg; hij versterkte daarmee Geba en Mispa.
Maar nu verder.
Vers 7  In die tijd kwam de ziener Chanani tot Asa, de koning van Juda, en zeide tot hem: Omdat gij gesteund hebt op de koning van Aram en niet gesteund hebt op de Here, uw God, daarom is het leger van de koning van Aram aan uw macht ontkomen. 8  Waren de Kusieten en de LibiŽrs niet een groot leger met zeer veel wagens en ruiters? Toch heeft de Here hen in uw macht gegeven, omdat gij op Hem gesteund hebt. 9  Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen wier hart volkomen naar Hem uitgaat. Gij hebt hierin dwaas gehandeld, want van nu af zult gij oorlogen hebben.
Precies zo dwaas als de landen in de huidige wereld. Als u zich afvraagt waarom onze naties voortdurend in oorlog zijn, dan is hier uw antwoord!

Historisch bewijs nr. 3
Het volgende historische bewijs gaat over Asa's zoon, Josafat, de volgende koning van Juda.
Drie geallieerde legers waren tegen Juda opgetrokken, met een machtige militaire kracht.
2 Kronieken 20:3  Toen werd Josafat bevreesd en besloot de Here te raadplegen; hij riep voor geheel Juda een vasten uit, 4  en Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de Here; ja, men kwam uit al de steden van Juda om de Here te zoeken. 5  Josafat ging te midden van de gemeente van Juda en Jeruzalem staan, in het huis des Heren voor de nieuwe voorhof, 6  en zeide: Here, God onzer vaderen, zijt Gij niet God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? Dat wil zeggen zowel over alle heidense als IsraŽlitische volken. Verder: In uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U. 7   Zijt Gij niet onze God, die voor het aangezicht van uw volk IsraŽl verdreven hebt de inwoners van dit land en dit voor altijd hebt gegeven aan het nakroost van Abraham, uw vriend? 8  Zij woonden daarin, bouwden U daarin voor uw naam een heiligdom en zeiden: 9  Indien ons een onheil overkomt: zwaard, gericht, pest of honger, dan zullen wij ons voor dit huis en voor uw aangezicht stellen, want uw naam is in dit huis; wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen. 10  Nu dan, zie, de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte SeÔr, tegen wie Gij IsraŽl niet toestondt op te rukken, toen het uit het land Egypte kwam (want het trok langs hen heen en verdelgde hen niet) 11  zie toch, zij vergelden het ons door op te trekken om ons uit uw bezitting die Gij ons ten erve hebt gegeven, te verdrijven. 12  Onze God, zult Gij over hen niet gericht houden? Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt, en wij weten niet, wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd.
Zou God God kunnen zijn en geen aandacht schenken aan zo'n hartverscheurend gebed van hulpeloze mensen die hem gehoorzaamden en vertrouwden?
Onmiddellijk antwoordde God door een van Zijn profeten.
Vers 13  Geheel Juda stond voor het aangezicht des Heren, zelfs hun kleine kinderen, hun vrouwen en hun zonen. 14   Toen kwam in het midden der gemeente de Geest des Heren op de Leviet JachaziŽl, de zoon van Zekarja, de zoon van Benaja, de zoon van Jeiel, de zoon van Mattanja, uit de zonen van Asaf, 15  en hij zeide: Luistert, geheel Juda en inwoners van Jeruzalem en koning Josafat! Zo zegt de Here tot u: weest niet bevreesd en wordt niet verschrikt voor deze grote menigte, want het is geen strijd van u, maar van God. 16  Morgen moet gij tegen hen oprukken; wanneer zij de helling van Sis bestegen hebben, zult gij hen aantreffen aan het einde van het beekdal voor de woestijn van Jeruel. 17  Niet gij zult hierbij behoeven te strijden: stelt u op, blijft staan, dan zult gij zien, dat de Here u de overwinning geeft. Juda en Jeruzalem, weest niet bevreesd en wordt niet verschrikt; morgen moet gij tegen hen uittrekken, de Here is met u. 18  Toen boog Josafat zich neer met het aangezicht ter aarde, en geheel Juda en de inwoners van Jeruzalem wierpen zich neer voor het aangezicht des Heren, om de Here te aanbidden. 19   En de Levieten, behorende tot de Kehatieten en de Korachieten, stonden op om de Here, de God van IsraŽl, met zeer krachtige stem te loven. 20  De volgende morgen vroeg trokken zij uit naar de woestijn van Tekoa. En terwijl zij uittrokken, trad Josafat naar voren en zeide: Luistert naar mij Juda en inwoners van Jeruzalem, gelooft in de Here, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn. 21  Na het volk te hebben geraadpleegd, stelde hij mannen op, die de Here een lied zongen en Hem loofden in heilige feestdos, terwijl zij voor de gewapenden uittrokken en zeiden: Looft de Here, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. 22   Op het ogenblik, dat zij de jubel en de lof aanhieven, liet de Here de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte SeÔr, die tegen Juda waren opgerukt, uit hinderlagen overvallen, en zij werden verslagen. 23  Daarop keerden de Ammonieten en de Moabieten zich tegen de bewoners van het gebergte SeÔr, om hen met de ban te slaan en te verdelgen. Zodra zij met de bewoners van SeÔr hadden afgerekend, hielpen zij elkander in het verderf. 24  Toen Juda gekomen was bij de wachttoren in de woestijn keerden zij zich naar het krijgsvolk, en zie, het waren slechts lijken, ter aarde nedergevallen: niemand was ontkomen.
Hoe zou Amerika, militair nog steeds de grootste macht ter wereld in het begin van de 21ste eeuw, reageren om de strijd over te laten aan de eeuwige God? Zouden de meeste Amerikanen niet in hoongelach en boegeroep uitbarsten als iemand zou voorstellen dat de grote en machtige Verenigde Staten zich vandaag gaat vernederen en op de onzichtbare God gaat vertrouwen en Hem gaat aanbidden, met gebogen hoofd naar de grond? Horen we al niet het gesnuif en de rauwe bespotting van de hardnekkige trotse 'Great Britons' op het voorstel om een leger zangers naar een vijandelijk leger te sturen die zingen: Prijs de Eeuwige! in plaats van te vertrouwen op 's lands militaire kracht?
Ja, zou het niet belachelijk lijken om voor te stellen dat ook het trotse Nederland Gods profeten gaat geloven – niet de vele valse profeten die niet de geestelijkheid vormen van de ware levende Christus – om naar de oorlogsgebieden te marcheren om in koor te zingen en "Hem loven in heilige feestdos."
Misschien lijkt dat zo! Maar dit soort 'dwaasheid' is geweldig praktisch gebleken.
Op een dag – en dat zal niet lang meer duren – zullen de naties gedwongen worden wakker te worden om de nuchtere realiteit onder ogen te zien welke weg werkelijk de 'dwaze' weg is!

Historisch bewijs nr. 4
Verscheidene jaren later.
2 Kronieken 32:1  Na deze gebeurtenissen, waarin [Jechizkia’s] trouw bleek, rukte Sanherib, de koning van Assur, op. Hij trok Juda binnen, belegerde de versterkte steden en dacht ze te veroveren. 2  Toen Jechizkia [de koning van Juda] zag, dat Sanherib gekomen was met het plan tegen Jeruzalem te strijden, 3  overlegde hij met zijn oversten en zijn helden om de waterbronnen buiten de stad dicht te stoppen, en zij zegden hem hun hulp toe. 4  Er kwam veel volk samen, dat al de bronnen en de beek die midden door dat land stroomde, dichtstopte, en zeide: Waarom zouden de koningen van Assur bij hun komst zoveel water vinden? 5  Met man en macht herstelde hij de gehele afgebroken muur, bouwde daarop torens en daarbuiten een andere muur. Voorts versterkte hij de Millo van de stad Davids en maakte werpspiesen en schilden in menigte. 6  Ook stelde hij krijgsoversten over het volk; hij verzamelde hen bij zich op het plein van de stadspoort en sprak hen bemoedigend toe: 7  Weest sterk en moedig, vreest niet en wordt niet verschrikt voor de koning van Assur en de gehele menigte die met hem is, want met ons is meer dan met hem. 8   Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is de Here, onze God, die ons helpt en onze oorlogen voert. En het volk steunde op de woorden van Jechizkia, de koning van Juda. 9  Hierna zond Sanherib, de koning van Assur, die zelf met zijn gehele macht voor Lakis lag, zijn dienaren naar Jeruzalem, tot Jechizkia, de koning van Juda, en tot alle JudeeŽrs die zich in Jeruzalem bevonden, met de boodschap: 10  Zo zegt Sanherib, de koning van Assur: waarop vertrouwt gij, terwijl gij in Jeruzalem ingesloten zit? 11  Misleidt Jechizkia u niet, om u van honger en dorst te laten sterven, door te zeggen: de Here, onze God, zal ons uit de macht van de koning van Assur redden? 12   Heeft niet deze zelfde Jechizkia zijn hoogten en altaren verwijderd en tot Juda en Jeruzalem gezegd: voor een altaar zult gij u neerbuigen en daarop offers ontsteken? 13   Weet gij niet, wat ik en mijn vaderen gedaan hebben aan al de natiŽn der andere landen? Hebben soms de goden der volken van die landen hun land uit mijn macht kunnen redden? 14  Wie is er onder al de goden dezer volken, welke mijn vaderen met de ban getroffen hebben, die zijn volk uit mijn macht kon redden, dat uw God u uit mijn macht zou kunnen redden? 15  Nu dan, laat Hizkia op deze wijze u niet bedriegen noch u misleiden, en gelooft hem niet, want geen enkele god van enige natie of koninkrijk heeft zijn volk uit mijn macht en uit de macht mijner vaderen kunnen redden; hoeveel te min zal uw God u uit mijn macht kunnen redden! 16  En nog meer spraken zijn dienaren tegen de Here God en tegen diens knecht Jechizkia. 17  Ook had hij een brief geschreven, waarin hij de Here, de God van IsraŽl, hoonde en van Hem zeide: Evenmin als de goden van de volken der andere landen hun volk uit mijn macht gered hebben, zal de God van Jechizkia zijn volk redden uit mijn macht. 18  En zij riepen met luide stem in het Judees tot het volk van Jeruzalem op de muur, om hen bevreesd te maken en hen te verschrikken, opdat zij de stad zouden kunnen innemen. 19  Aldus spraken zij over de God van Jeruzalem als over de goden van de volken der aarde, het maaksel van mensenhanden. 20  Maar koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel. 21  Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde. Eens, toen hij het huis van zijn god was binnengegaan, hebben zijn eigen zonen hem daar met het zwaard geveld. 22  Aldus verloste de Here Jechizkia en de inwoners van Jeruzalem uit de macht van Sanherib, de koning van Assur, en uit de macht van alle anderen [andere vijanden], en Hij gaf hun rust [vrede] aan alle zijden.
Oorlog is zo zinloos en nodeloos! Oorlog voeren is fout! Als de bevolking als geheel de werkelijkheid maar kon (wilde) inzien, kon (wilde) begrijpen dat God werkelijkheid is en zich wilde vernederen voor Hem, Hem geloven, op Hem vertrouwen!
Maar als de mensen dat niet willen, dan staat het vast dat, mogelijk in kortere tijd dan u denkt, we steden van de Verenigde Staten, Groot-BrittanniŽ en andere landen, waaronder Nederland, die o.a. de nakomelingen van de tien verloren stammen van IsraŽl vormen, ineen zien storten en een derde deel van de bevolking geliquideerd wordt door een buitenlandse invasie!
EzechiŽl 13:1  Het woord des Heren kwam tot mij: 2  Mensenkind, profeteer tegen de profeterende profeten IsraŽls en zeg tot hen die naar eigen inzicht profeteren: hoort het woord des Heren. 3   Zo zegt de Here Here: Wee de dwaze profeten, die hun eigen geest volgen, zonder iets geschouwd te hebben. 4  (Als vossen in bouwvallen zijn uw profeten, IsraŽl). 5   Gij zijt niet op de bressen gaan staan en gij hebt geen muur opgetrokken om het huis IsraŽls, opdat het op de dag des Heren zou kunnen standhouden in de strijd.
Dat is geen boodschap aan oud IsraŽl, maar aan onze naties van vandaag. De 'Dag des Heren', een tijd die in meer dan dertig profetieŽn is voorspeld, zal deze generatie spoediger treffen dan velen denken! Dan zult u weten hoe werkelijk het is. Dan zou u willen dat u had opgelet! Deze publicatie is geen dwaasheid, maar de nuchtere realiteit, op gezag van de levende Christus!
De waarschuwing aan onze naties van vandaag gaat verder:
Vers 6  Bedrieglijke dingen en leugenachtige waarzeggerij hebben zij geschouwd, die zeggen: zo luidt het woord des Heren, terwijl de Here hen niet gezonden heeft; en dan wachten zij nog op de vervulling van het woord! 7  Hebt gij dan geen bedrieglijk gezicht geschouwd en leugenachtige waarzeggerij gesproken, toen gij zeidet: zo luidt het woord des Heren, terwijl Ik niet gesproken had? 8  Daarom, zo zegt de Here Here, omdat gij bedrieglijke dingen gesproken en leugen geschouwd hebt, daarom zie, Ik zal u! luidt het woord van de Here Here. 9  Mijn hand zal zijn tegen de profeten die bedrieglijke dingen schouwen en leugen waarzeggen; tot de kring van mijn volk zullen zij niet behoren, in het boek van het huis IsraŽls niet ingeschreven worden, en in het land IsraŽls niet komen, en gij zult weten, dat Ik de Here Here ben. 10  Omdat, ja omdat zij mijn volk hebben doen dwalen door te zeggen: vrede! zonder dat er vrede is; Als het een muur bouwt, zie, dan bepleisteren zij die met kalk.
God zegt ons, vandaag:
EzechiŽl 18:31  Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis IsraŽls? 32  Want Ik heb geen welgevallen aan de dood van wie sterven moet, luidt het woord van de Here Here; daarom bekeert u, opdat gij leeft.

Is er een verschil?
Zijn er verschillen tussen Gods onderwijs aan oud IsraŽl en de christen van vandaag?
We dienen het onderwijs van God aan de individuele leden van Gods Gemeente van vandaag goed te begrijpen.
Onthoud goed de fundamentele waarheid: Zonde is zonde, of deze nu begaan is in de tijd tussen Adam en de vloed of in oud IsraŽl, begaan door Joden of heidenen, door een collectieve groep of door een enkele persoon, de tijd doet er niet toe.
En met nadruk nog eens herhaald: de algemene aanvaarding, de goed- of afkeuring van een groep, of een nationale wet bepaalt niet wat zonde is, of wat rechtvaardig is! Overheden mogen dan bij wet vastleggen wat zij beschouwen als misdaad, maar zonde is de overtreding van Gods Wet. Zonde is van invloed op de relatie van de mens met zijn Maker. En we hebben hiervoor aangetoond dat God en Zijn wetten supranationaal zijn.
God leert ons dat we ons moeten onderwerpen aan het gezag van het land waarin we leven, mits we niet in conflict komen met Gods Wet. Dan moeten we God gehoorzamen in plaats van mensen.
Maar heeft God verschillen in Zijn Woord geopenbaard tussen de positie van de jonge man in Gods Gemeente van vandaag en die van de mannen in oud IsraŽl, aangaande militaire dienst?
Er zijn bepaalde verschillen die begrepen moeten worden. Maar dat verschil betreft niet de natie toen en het individu vandaag. Noch de natie toen en de natie nu, ook niet de individuen van toen en nu.
Maar er is een verschil tussen de oudtestamentische Gemeente, de vergadering van IsraŽl genoemd en de nieuwtestamentische Gemeente van God. Ofschoon zonde zonde is, zowel voor de een als de ander, is er een bepaald verschil tussen iemand die wťl en iemand die nŪet Gods Geest heeft ontvangen.
De christen die Gods Geest heeft ontvangen, in wie dus Gods Geest woont, heeft een geestelijk verstand. De onbekeerde heeft een natuurlijk of 'vleselijk' verstand. Dit maakt op geen enkele wijze de militaire dienst tot zonde voor de ťťn en rechtmatig voor de ander. Zonde, zoals hiervoor is vastgesteld, is zonde, voor de ťťn niet anders als voor de ander.
Maar de ťťn benadert deze vraag vanuit een andere positie dan de ander.

Een nieuw geestelijk burgerschap.
Oud IsraŽl werd niet geroepen tot geestelijk behoud, dat werd hun niet aangeboden.
Maar Jezus van Nazareth riep niet het fysieke wereldse Koninkrijk van IsraŽl uit, maar het Geestelijk Koninkrijk van God. En Hij beloofde Zijn Gemeente de gift van Gods heilige Geest.
Johannes 16:7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. Vers 13   doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Johannes 15:26  Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen.
Handelingen 1:8  maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.
Dit schenkt God in Zijn genade onder twee voorwaarden: berouw en geloof.
Wie is volgens het Nieuwe Testament eigenlijk een christen?
Romeinen 8:9  Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.
De heilige Geest is een onderpand van het goddelijke en onsterfelijke leven van God. Hij geeft een nieuwe natuur, de Goddelijke Natuur.
2 Petrus 1:3  Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; 4  door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Gods Geest geeft het verstand begrip voor Geestelijke kennis.
1 Corinthe 2:11  Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. 12  Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. 13  Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.
De mens wordt geboren met een menselijke geest en is niet in staat geestelijke waarheid te begrijpen, zelfs de 'knapste koppen' van de groten der aarde niet.
1 Corinthe 2:7  maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. 8  En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. 9  Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. 10  Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. Vers 14  Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.
Met het ontvangen van de heilige Geest van God, wordt iemand verwekt tot een zoon van God. Nog niet geboren uit God, want hij is nog steeds een erfgenaam, geen 'bezitter'. Hij is mede-erfgenaam met Christus.
Romeinen 8:14  Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. 15  Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. 16  Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. 17  Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.
Ook een bekeerde heiden wordt een erfgenaam van God, zoals Hij aan Abraham beloofd heeft.
Galaten 3:27  Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. 28  Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers ťťn in Christus Jezus. 29  Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.
Maar, wanneer Christus terugkomt om alle naties te gaan regeren in de Wereld van Morgen, zullen deze erfgenamen Gods Koninkrijk erven.
Mattheus 25:31  Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. Vers 34  Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beŽrft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.
DaniŽl 7:22  totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.
De aanwezigheid van Gods Geest verandert iemand, verandert zijn hele houding, vijandigheid tegenover God naar onderdanigheid, gehoorzaamheid en vertrouwen of geloof, verandert zijn opvatting over het leven, verandert zijn hele manier van leven en wordt 'Godgericht' in plaats van 'zelfgericht'.
Romeinen 8:7  Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet.
IsraŽl van het Oude Testament was een van de koninkrijken van deze wereld!
Maar de werkelijk bekeerde christen wordt in zijn leven geleid door Gods heilige Geest. Hij is een verwekte, maar nog niet geboren zoon van God, zoals hij eens een verwekte, maar nog niet geboren zoon was van zijn menselijke ouders, toen hij nog in zijn moeders baarmoeder lag.
Het evangelie dat Christus bracht aan de mensen, leert duidelijk dat het Koninkrijk van God het goddelijke gezin is waarin wij geboren mogen worden.
Johannes 3:3  Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. 4  Nikodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? 5  Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. 6   Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. 7   Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. 8   De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.
Mattheus 19:28  Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van IsraŽl te richten.
Het Koninkrijk van God is ook de supranationale goddelijke regering van God. Jezus Christus werd geboren om daarvan de Koning te worden.
Lukas 1:30  En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. 31   En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32  Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33  en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Jezus Christus heeft zelf gezegd dat Hij was geboren om Koning te worden van het Koninkrijk van God, toen Hij terechtstond voor Pontius Pilatus.
Johannes 18:37  Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.
Maar:
Vers 36  Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. (Dat is van deze wereld.)
Oud IsraŽl was een van de koninkrijken of naties van deze wereld en ofschoon geen volk hoeft te vechten – niemand hoeft te vechten – toch doen ze dat en ook IsraŽl voerde oorlog.
Maar Jezus maakte duidelijk dat Zijn volk, nu de verwekte burgers van Zijn Koninkrijk, nŪet vecht in oorlogen!
Begrijp dit goed! Als iemand Gods heilige Geest ontvangt door Jezus Christus, wordt hij in dit geestelijk Koninkrijk geplaatst. Zolang Gods Geest in hem woont, bezit hij het geestelijk burgerschap van Gods Koninkrijk.
Filippensen 3:20  Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, 21  die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen.
Zie ook 1 Corinthe 15:49-54.
De door de Geest verwekte ware christen ontvangt een nieuw, een ander, een geestelijk burgerschap! Hij wordt een burger van het Koninkrijk van God! Maar aangezien Gods Koninkrijk nog niet op aarde is gekomen om over alle volken te gaan regeren onder de verheerlijkte Christus als Koning der koningen, wordt dit geestelijk burgerschap in de hemel bewaard!
Wat is dan onze status? Wij zijn als natuurlijke mensen burgers of onderdanen van de overheid van het land waarin we wonen. Als zodanig zijn wij loyale burgers. Wij zijn onderworpen aan zijn wetten, zijn gezag.
Maar we hebben nu ook een geestelijk burgerschap in de hemel. Maar we zijn niet in de hemel, maar hier op aarde. Als wat?
2 Corinthe 5:20  Wij zijn dus gezanten van Christus …
Wij zijn ambassadeurs van Christus.
Zelfs Abraham, aan wie de beloften waren gegeven, was slechts een bijwoner in het beloofde land als in een vreemd land. Hij is de vader van de gelovigen en geestelijk bevinden wij ons in dezelfde situatie, ofschoon wij, als ambassadeurs van Koning Christus die nog in de hemel is, een nationaal burgerschap hebben.
Dit geestelijk burgerschap, dat later letterlijk naar deze aarde zal worden gebracht, maakt een groot verschil tussen degene die het bezit en er geestelijke trouw aan verschuldigd is en degene die het burgerschap bezit van een oorlogvoerend land van deze wereld.
Dus, de door de Geest verwekte ware christen heeft in zekere zin een nieuw tweevoudig burgerschap. Maar in zijn nieuwe christelijke leven is hij in de eerste plaats trouw aan de Almachtige God de Schepper en aan zijn Heer en Redder Jezus Christus, de komende Koning van het Koninkrijk van God! Hij is in zijn hart, zijn houding, zijn sympathieŽn loyaal aan alle overheden van deze wereld, aan het land waarin hij geboren is of nationaal burgerschap bezit.
De meeste burgerlijke wetten zijn in principe gebaseerd op Gods Grote Wet, de Tien Geboden. Wetten tegen moorden, stelen, enz., zijn allen gebaseerd op de principes van God.
Maar als er een conflict is tussen nationale verplichtingen en de Geboden van God, moet de ware christen God gehoorzamen, zoals we vanaf het begin hebben aangetoond, alhoewel hij onderworpen is aan de eventuele straf van de nationale overheid.
Zijn geestelijk burgerschap is in geen geval vijandig tegenover zijn land in deze wereld. En hij zal in de meeste gevallen een beter burger voor zijn land zijn dan zij die niet deze houding van gehoorzaamheid hebben ten opzichte van de God die per slot van rekening de God van onze natie is.
Als een ambassadeur van Christus is hij loyaal gehoorzaam aan alle wetten, regels en voorschriften van zijn aardse land, betaalt belasting, maar hij zal geen deel hebben aan het militaire instituut zoals bijvoorbeeld de Nederlandse ambassadeur in Moskou niet in het Russische leger zal strijden.
Toen Jezus op aarde was, was Palestina een deel van het Romeinse Rijk, maar Jezus voegde zich niet bij het Romeinse leger. Dezelfde Christus woont vandaag in een christen en zal niet in militaire dienst gaan. De ware christen van vandaag is als de apostel Paulus, die zei:
Galaten 2:20  Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.
Gods Woord leert dat Christus, in Geest, in ons moet leven. Dat is de hoop der heerlijkheid staat in Kolossensen 1:27.
De mens wil van nature vechten en denkt dat dat juist is. Zijn denken bepaalt niet dat het goed is, omdat God, niet de mens, definieert wat zonde is en wat rechtvaardigheid is.
Spreuken 14:12 en 16:25   Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.
Hoe dan ook, zonde is zonde. Maar wij oordelen of veroordelen hen niet die denken dat militaire dienst en doden in de oorlog terecht is. God heeft ons niet aangesteld om hun rechter te zijn.
Het Huis van God wordt nu door God geoordeeld. De ware christen die dit begrijpt, wordt nu verantwoordelijk gehouden! Het oordeel over de wereld zal komen met de komst van Christus die dan zal gaan regeren! We zeggen niet dat het daarom voor de onbekeerde wťl juist is om aan oorlogen deel te nemen, omdat hij denkt dat dat terecht is. Maar God weet hoe ieder rechtvaardig te oordelen.
We blijven zeggen dat, als enig land God zou gehoorzamen in Zijn geboden tegen doden en oorlog en op God zou vertrouwen, die gebiedt "Gij zult niet doodslaan", zou God voor hen strijden en die natie zou vrede hebben!

Persoonlijke toepassing van het Gebod
Laten we nu eens kijken wat het Nieuwe Testament leert aangaande het gebod "Gij zult niet doodslaan".
Mattheus 5:17  Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. 18  Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
Johannes 15:10  Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.

We moeten Christus' voorbeeld volgen.
1 Petrus 2:21  Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden.
Dus moeten wij ook de Wet vervullen.
Jakobus 2:8  Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het schriftwoord: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wel.
Twee van deze tien punten worden als voorbeeld genoemd in vers 11: Gij zult niet echtbreken en Gij zult niet doodslaan.
Jakobus 2:11  Want Hij, die gezegd heeft: Gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: Gij zult niet doodslaan. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder van de wet geworden.

In plaats van de Wet af te schaffen, waarvan overtreding zonde is, zette Jezus er een vergrootglas op, opdat wij zouden kunnen zien dat wij de Wet niet alleen letterlijk moeten nemen, maar in principe en geest moeten gehoorzamen.
Jezus Christus kwam in de wereld om Gods Wet groot aanzien te geven.
Isaias 42:21 (Petrus Canisius Bijbelvertaling)  Het had Jahweh in zijn goedheid behaagd, Een wet u te schenken, groots en verheven!
Jezus zette als het ware een spotlicht op de Tien Geboden en toonde hun werkelijke geestelijke intentie en betekenis in het volle christelijke leven.
Jezus zei:
Mattheus 5:21  Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. 22  Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.
Hier worden doden, moorden, oorlogen teruggebracht naar hun oorsprong: haat, woede, zelfgerichtheid, hebzucht, begeren, concurrentie, agressiviteit.
Christus verklaarde dat als het hart van een van Zijn 'burgers' van het toekomstige Koninkrijk vol is met boosheid, hij in groot gevaar is ten aanzien van Gods oordeel. Als die boosheid leidt tot spot en minachting van zijn naaste zal hem de straf van het oordeel wachten. Als iemand in bitterheid en verachting tegen zijn naaste zegt 'Jij dwaas', een uitdrukking van veroordeling in het oorspronkelijke Grieks, loopt gevaar aan het hellevuur te vervallen.
Dit is de wijze waarop Jezus Christus de Zes Geboden toepast die betrekking hebben op onze naaste. Als we haat en boosheid in onze harten toelaten, laten we de 'geest' van moorden toe!
Als de mensen in een militaire organisatie niet wordt geleerd om te haten en te willen doden (de vijand natuurlijk), zullen het waarschijnlijk geen goede soldaten worden.
Daden komen voort uit gedachten. Eerst denken we, dan doen we! De Geest van Christus leidt ons niet alleen in het beheersen van onze daden, maar ook in het beheersen van onze gedachten en onze houding.
Het Nieuwe Testament is ten dele het proces waarin God Zijn Wet in ons innerlijk, ons hart en onze gedachten, schrijft.
Hebreen 8:10  Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis IsraŽls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.

Het karakter dat we moeten ontwikkelen
Hoe moeten we dan met de vijand omgaan?
Romeinen 12:19  Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here. 20  Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. 21  Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
In de eerste plaats moeten we niet ons zelf wreken, maar de vergelding aan God overlaten.
Het vereist werkelijk een sterk karakter om je naaste te helpen en te dienen als hij geprobeerd heeft je letsel of schade toe te brengen. Het vereist geestelijke wijsheid om je te realiseren dat hij een medemens is, gemaakt naar het beeld van God en nu nog misleid is in zijn gedachten en daden.
In plaats van de natuurlijke neiging om 'de rekening te vereffen' met de persoon die ons kwaad heeft gedaan, moet een christen echt de les leren van Christus, die Paulus aan ons doorgeeft:
Handelingen 20:35  Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.
Onthoud dit:
Jakobus 1:17  Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.
Hij heeft ons leven gegeven, kracht, ons verstand, onze mogelijkheden, alles wat we hebben of waarop we hopen komt van Hem! Om in eeuwigheid gelukkig te leven als een zoon van God, moet de mens ook leren om te geven, te dienen, lief te hebben. Dat is de grote les van het leven.
De perfecte definitie van dit hoogste van alle eigenschappen, is de liefde van Christus en wordt beschreven in het 13e hoofdstuk van 1 Corinthe. Lees het en bestudeer het.
De geest van het kwaad en moorden is precies het tegenovergestelde van deze grondeigenschap die God van Zijn zonen vraagt.
Johannes benadrukt nog eens dit punt:
1 Johannes 3:14  Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. 15  Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.
Als in de natuurlijke mens de liefde voortdurend missende is, leidt dit tot haat. En haat leidt tot moord. God zegt dat de geest van haten is moord!
En deze 'geest' van moorden wordt herkend door doktoren en psychologen. Zij hebben medisch bewezen dat mensen met een ruziemakende en boosaardige en hatelijke houding letterlijk ziek worden en een vorm van waanzin gaan vertonen als dit mentale gedrag niet verandert! En in te veel gevallen leiden deze verkeerde emoties tot de letterlijke moord van een medemens.
Met het oog op deze verkeerde emoties van haat en begeerte waarschuwt God ons:
1 Johannes 2:15  Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16  Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.

Het verval van geestelijke principes
Onze moderne samenleving is in veel grotere mate dan de meesten van ons zich realiseren letterlijk gebaseerd op een systeem van concurrentie, hebberigheid en egoÔsme. Met andere woorden – in duidelijke taal – gebaseerd op de geest van moorden!
Op die manier hebt u er nog nooit over nagedacht, nietwaar? Maar het is een feit en het wordt tijd dat u uit dit moderne 'Babylon' komt voordat de Almachtige God ingrijpt om te straffen!
Openbaring 18:1  Hierna zag ik een andere engel, die grote macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht. 2  En hij riep met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is de grote stad Babylon en zij is geworden een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte, 3  omdat van de wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid. 4  En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. 5  Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht. 6   Vergeldt haar, gelijk ook zij vergolden heeft, en geeft haar dubbel naar haar werken; mengt haar het dubbele in de beker, die zij gemengd heeft; 7  geeft haar zoveel pijniging en rouw, als zij heerlijkheid en weelde genoten heeft. Want zij zegt in haar hart: Ik troon als koningin, ik ben geen weduwe en geen rouw zal ik zien. 8   Daarom zullen haar plagen op een dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, die haar geoordeeld heeft.
De geest van Gods Wet die door Jezus Christus onder een vergrootglas is gelegd, staat volkomen haaks op elke vorm van oorlog!
Bijna alle werkelijk grote religieuze en politieke leiders van de wereld hebben de zinloosheid van oorlog erkend.
Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zei paus Pius XII: "Alles wordt bereikt met vrede; niets wordt bereikt met oorlog."
Een van de meest gerespecteerde staatslieden en militaire leiders uit de vorige eeuw, generaal Douglas MacArthur, heeft verklaard: "De mens heeft sinds het begin der tijden gezocht naar vrede … militaire allianties, machtsevenwicht, bondgenootschappen van naties, alles mislukte en alleen de vuurproef van de oorlog bleef over. De totale vernielzucht van de oorlog wist al deze alternatieven uit. We hebben onze laatste kans gehad.
Als wij geen groter en rechtvaardiger systeem bedenken staat ons Armageddon voor de deur. In beginsel is het probleem theologisch en impliceert een geestelijke herleving en verbetering van het menselijk karakter en gelijktijdig van onze bijna weergaloze vooruitgang in de wetenschap, kunst, literatuur en alle materiŽle en culturele ontwikkelingen van de afgelopen tweeduizend jaar. Het zal van geestelijke aard moeten zijn om het vlees te redden."
De "laatste kans" voor de mensheid is berouw hebben van de zonde van oorlogvoering voordat de menselijke vernietiging elk overblijfsel van leven wegvaagt van deze planeet!
Generaal MacArthur erkende dat het probleem waar we voor staan theologisch is, het is een christelijk probleem over de ware kennis van de ware God! Hij zei dat het "een verbetering van het menselijk karakter" impliceert.

De Grootste Staatsman aller tijden
De grootste staatsman aller tijden was Jezus Christus. Hij was de Woordvoerder van de Regering of het Koninkrijk van God. Christus zei:
Mattheus 5:43  Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. 44   Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen.
Er is heel wat gerespecteerde, ontwikkelde en hoogst interessante heidendom in de huidige wereld onder de naam 'christendom'. Maar kan dit ervaren en wijze heidendom deze duidelijke woorden van Jezus Christus beamen, zonder toe te geven dat Zijn leven, Zijn leer en Zijn Geest de essentie van oorlog afkeurt?
In de geschiedenis van de mensheid zijn op geen enkele andere wijze meer levens vroegtijdig vernietigd, is meer leed geleden, zijn meer families versplinterd en kapot gemaakt, is meer tijd verspild en zijn meer bezittingen totaal geruÔneerd dan tengevolge van de gesel van de oorlog!
En de oorlog heeft nooit het probleem van de mens opgelost of permanente vrede gebracht. Oorlogen veroorzaken eerder meer oorlogen!
Mattheus 26:50  Maar Jezus zeide tot hem: Vriend, waartoe zijt gij hier? Toen traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem. 51  En zie, ťťn van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. 52   Toen zeide Jezus tot hem: Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.

Het onderwijs van de Bijbel
Jezus Christus kwam in de wereld als een boodschapper van de Regering of het Koninkrijk van God.
Hij had geen deel aan de politiek en oorlogen van deze wereld.
Toen Hij voor Pontius Pilatus terechtstond, zei Hij:
Johannes 18:36  Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.
Zoals we hebben vastgesteld, heeft alleen God het recht om leven te nemen. Daarom heeft alleen God het recht om oorlog te voeren. En zoals Jezus leerde heeft God er niet voor gekozen om Zijn kinderen oorlog te laten voeren.
En oorlogen die door en voor overheden van koninkrijken van deze wereld worden gevoerd zijn in tegenspraak met de hogere overheid en Wet van de Almachtige God van wie alle gezag komt.
Paulus schreef aan de CorinthiŽrs:
2 Corinthe 10:3  Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees.
Door de apostel Jakobus laat God zien dat strijd en oorlog het gevolg is van een gezindheid die lijnrecht staat tegenover de gezindheid die Zijn 'personeel' behoort te hebben.
Jakobus 4:1  Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten?  2  Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.

Een gebrek aan werkelijk Geloof
De mens gelooft niet dat God hun – individueel en nationaal – de materiŽle bezittingen kan geven die ze wensen en nodig hebben. Daarentegen menen ze dat ze moeten concurreren en oorlog voeren om deze dingen te krijgen.
Wanneer een agressor aanvalt, weigeren de mensen en naties van deze wereld op God te vertrouwen om hen te verlossen zoals Hij deed met oud IsraŽl bij de Rode Zee en op andere plaatsen.
Tegenwoordig is er verdeeldheid en verwarring in religie en politiek en we besteden kapitalen en gebruiken ontelbare manuren om onszelf te beschermen. Miljoenen hebben hun leven verloren of zijn verminkt of geruÔneerd. En miljoenen jonge mensen wordt geleerd hoe ze effectieve 'killers' kunnen worden.
Een van de ernstigste beschuldigingen tegen oorlog is dat het in de hele samenleving een geest van geweld en moorden kweekt.
Geen wonder dat elke oorlog zoveel sporen nalaat van geweld, misdaad, overspel en gebroken gezinnen! Meer dan wat dan ook kweekt oorlog een geest van doden! En die kwade geest neemt vandaag de dag toe en wordt steeds groter over de gehele wereld!

Gods Regering zal een einde maken aan oorlogen
Jezus Christus kwam om het goede nieuws van de regering van God te prediken. Die heerschappij is gebaseerd op de Tien geboden, Gods geestelijke Wet. Jezus maakte de diepe geestelijke betekenis van deze Wet duidelijk. Hij leerde dat als we zelfs onze broeder haten, we geestelijk schuldig zijn aan moord! Jezus onderwees dat de mens de wetten van God behoort te gehoorzamen en zich moet voorbereiden voor Zijn komende Koninkrijk door buigzaam te worden voor God om Zijn wetten – Zijn karakter – in hem te ontwikkelen.
Wanneer Gods Gouvernement spoedig naar deze aarde zal komen, zal Zijn Wet de norm zijn voor alle volkeren.
Micha 4:1  En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2  en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.
Dan zal alleen God in wijsheid en rechtvaardigheid oorlog voeren om opstandige naties te straffen.
Wat betekent dat voor de mensheid?
Vers 3  En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiŽn tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.
Jonge mensen zullen dan niet langer gedwongen worden om een houding aan te leren die volkomen tegengesteld is aan het principe van Gods wet van liefde!
Maar ondertussen moeten ware christenen werken aan en bidden om Gods Koninkrijk van vrede en moeten we goed tot ons laten doordringen dat oorlog is doodslag! – en dat moeten we met geheel ons vermogen vermijden.

Jezus Christus en oorlog
We kunnen geen vrede hebben met Jezus Christus en met oorlog – daar gaat het om. Deze uitdaging zou het geweten van het christendom moeten beroeren. De meest kolossale en rampzalige sociale zonde die de mens laat lijden is oorlog; hij is volkomen onchristelijk; zijn totale methode en uitwerking omvat alles wat Jezus niet bedoelde. Het is mťťr in tegenspraak met elke christelijke doctrine over God en de mens dan alle godloochenaars op aarde ooit zouden kunnen bedenken. Zou het geen tijd worden dat de christelijke kerken dit grootste morele onderwerp gaan verheffen tot hun heldere en zuivere standaard tegen het heidendom van de huidige wereld en dat zij het Koninkrijk van God boven het nationalisme plaatsen en de wereld oproepen tot vrede? Dat zou geen ontkenning van vaderlandsliefde zijn maar een verheerlijking van God en liefde tot de medemens.
De essentie van dit onderwerp is dat Jezus Christus tegen de geest van oorlogvoering is in elke vorm. Hij is tegen oorlogvoering – en op een dag zal Hij er voor goed een eind aan maken! Hij is tegen alle kwaadwilligheid en afgunst en haat. Jezus Christus wees op de waardigheid van de mens en zijn heilige doel: naar Gods beeld schiep Hij de mens. Als we dit niet hebben waar gemaakt, dan moeten we opnieuw beginnen.
Efeze 4:24  en de nieuwe mens aandoet, die naar [de wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

De Vader van Jezus Christus, de Almachtige God die het universum bestuurt vanaf Zijn troon in de hemel, dŪe God verkondigt met donderende kracht in een tijd van geweld en opstand: "Gij zult niet doodslaan!"

 

<><><>

 

 

Terug naar de Home Page

hits counter