Voor literatuurlijst klik hier.

Waar heeft God

zijn naam gevestigd?

 

Wat betekent dat, de naam vestigen? Dat is een belangrijke vraag, want alleen daar waar God zijn naam heeft gevestigd, kan Hij worden aanbeden. Alleen daar is omgang met Hem mogelijk. Waar is dan de door God verkozen plaats om Hem te aanbidden?

Als een familie in een bepaalde plaats woont, heeft zij daar haar naam gevestigd. Als een bedrijf in een andere plaats een filiaal opent, vestigt het daar zijn naam.
God zit op zijn troon in de hemel. Maar heeft Hij ook zijn naam op aarde gevestigd? Natuurlijk is de eeuwige God de autoriteit over alles wat bestaat, maar de Bijbel leert ons dat de wereld zoals die er nu uitziet, zoals daarin wordt geleefd, niet zijn wereld is. Heeft Hij dan een vestiging met zijn naam op aarde, een heilige stad, een plaats waar Hij aanbeden wordt en een overeenkomst heeft gesloten met de werknemers van die vestiging?
Na een reis door het heidense Samaria ging Jezus bij een waterbron zitten. Er kwam een Samaritaanse vrouw om water te putten. Toen de vrouw begreep dat Hij een profeet was, zei ze:

Johannes 4:20  Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

De heidense Samaritanen aanbaden op hoogten, ook op de berg waar Jezus en de Samaritaanse vrouw waren. ”Maar,” vraagt zij, ”wat is de juiste plaats om te aanbidden, hier op deze berg of te Jeruzalem?”
Toen God zijn volk uit de slavernij in Egypte had verlost gaf Hij opdracht om een ark te bouwen, een kist van acaciahout, van binnen en van buiten met goud overtrokken. Deze
woning van God werd in het heilige der heiligen van de tabernakel gezet. In de ark bevonden zich ook de Tien Geboden, de grondwet van zijn regering. Zo leidde God IsraŽl door de woestijn en woonde zo ook te midden van zijn volk in Kanašn. In het vierhonderdentachtigste jaar na de uittocht bouwde koning Salomo in Jeruzalem de tempel voor God, waarin de ark in het heilige der heiligen werd geplaatst. Sinds de verlossing uit Egypte was Gods naam te midden van zijn volk gevestigd. De God van Abraham, Isašk en Jakob had aan zijn uitverkoren volk een land gegeven. God had met hen een overeenkomst – het Oude Verbond – gesloten en het was de bedoeling dat IsraŽl daar bleef wonen zolang ze op aarde leefden.

Deuteronomium 12:1  Dit zijn de inzettingen en de verordeningen, die gij naarstig zult onderhouden in het land dat de HERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft om het te bezitten, zolang gij op de aardbodem leeft.

Het land Kanašn had God uitverkoren voor IsraŽl, een vruchtbaar land dat God ”een land vloeiende van melk en honig” noemde. Hij vestigde daar zijn naam.
God heeft wel in alle tijden mensen uit de wereld gehaald – verlost – en apart gezet, zoals Noach, Abraham, Isašk, Jakob, de profeten en de apostelen. Ze hadden speciale opdrachten van God gekregen, maar geen stad of een land. Dat was wel het geval met IsraŽl. God leidde dit volk naar een vruchtbare plaats op aarde, een grondgebied, een land, speciaal en uitsluitend voor zijn uitverkoren volk.
De verlossing door God uit Egypte toen de IsraŽlieten slaven waren van de farao en zijn Egyptische opzichters is een type van de geestelijke verlossing van de nieuwtestamentische Gemeente uit deze wereld toen ze slaven waren van Satan en zijn demonen. En de daaropvolgende tocht door de woestijn naar het beloofde land is een type van het leven van de ware gelovigen in deze wereld op weg naar het beloofde land, het 1000-jarige Vrederijk en het Koninkrijk van God. Maar de nieuwtestamentische gemeente zal voor de terugkomst van Christus geen stad of land ontvangen om daar een staat te vormen, waar God zijn naam zal vestigen.

Vers 2  Gij zult alle plaatsen volkomen vernietigen, waar de volken, wier gebied gij in bezit neemt, hun goden gediend hebben, op hoge bergen en op heuvels en onder elke groene boom. 3  Gij zult hun altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen en hun naam van die plaats doen verdwijnen.

Waarom moesten alle plaatsen volkomen vernietigd worden? Waarom hun altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen? Waarom zelfs de namen van goden in die plaatsen uitwissen?

Vers 4  Niet alzo zult gij de HERE, uw God, dienen.

Om er zeker van te zijn dat de ware God niet op die manier gediend zal worden. Alles moest uitgewist worden. De eerste rigoureuze vernietiging vond plaats in Jericho. Niets mocht er overblijven, niets was bruikbaar.
Wanneer Christus terugkomt, vindt eenzelfde opruiming plaats. Daar waar God zijn volk laat wonen, waar Hij zijn naam wil vestigen, mag niets aanwezig zijn van afgoderij. God wil niet dat zijn volk wordt besmet. In het komende Millennium is geen plaats voor ’vrijheid van godsdienst’, d.w.z. geen vrije keuze voor verschillende religies. Alleen de ware God mag aanbeden worden. Alleen Gůds geboden en inzettingen zijn van kracht.
Er wordt dan veel meer uitgewist dan de mensen die zich christenen noemen, nu beseffen. Deze mensen leven nu zelf in een systeem doordrenkt met afgoderij. Hun kerkgebouwen, hebzuchtige economische systemen, vuile industrieŽn, het decadente ’vermaak’, enz. Maar ook Nieuwjaar, Valentijnsdag, carnaval, Pasen, avondmaal, Halloween, kerst zullen definitief met wortel en al uitgeroeid worden. Evenals de namen van de maanden en dagen. Elke minuut van de dag klinkt uit de mond van massa's mensen de namen van de afgoden die verbonden zijn aan zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag en aan de namen van de maanden. En ongetwijfeld voelt Satan zich vereerd.
In de Wereld van Morgen zal er niets meer zijn dat aan de afgoden van Satan herinnert. Die wereld zal geregeerd worden door Gods Koninkrijk. God heeft daar dan zijn naam gevestigd. God is nu bezig dit Koninkrijk te bouwen. Het zal worden geformeerd uit de Gemeente van God. De gelovigen in de Gemeente van God zijn uit deze afgodische wereld verlost en worden gereinigd van alle gebruiken van die afgoderij. Tegelijkertijd worden de wetten van het komende Koninkrijk geleerd.
De Gemeente van God is nu in deze tijd de plaats waar Gods wet regeert, waar geen valse goden worden gediend, waar geen verschillende ’stromingen’ zijn. Het is de enige plaats op aarde waar God zijn naam heeft gevestigd en waarvan de leden een overeenkomst hebben met God: het Nieuwe Verbond of Testament.
Deze Gemeente vormt geen politieke staat, maar is een geestelijk huis.

1 CorinthiŽrs 2:12  Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. 13  Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. 14  Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Het geestelijke Huis van God nķ, wordt door Paulus vergeleken met het uitverkoren volk IsraŽl. God dicteerde eenheid en geen verschillende stromingen en ’bloedgroepen’ zoals de huidige christelijke wereld misleidend predikt, omdat ze de realiteit van verdeeldheid een interessante status wil geven. Satan heeft voor elk wat wils. Maar wat zien we onder Gods volk?

1 CorinthiŽrs 10:3  allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, 4  en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit ťťn geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus.

Eerst heeft God een fysieke gemeente gevestigd om daar zijn naam te vestigen (het oudtestamentisch IsraŽl), als type van de huidige geestelijke gemeente waar Hij zijn naam gevestigd heeft.

1 CorinthiŽrs 15:46  Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke.
1 Petrus 2:5  en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.

Dit Huis is ťťn in alle opzichten.

Markus 3:25  En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan.

In het leven van iemand die geroepen wordt in Gods Gemeente moet alles wat met valse religie en gebruiken van Satan te maken heeft, worden vernietigd. Deut. 12:1-4 is daarom in geestelijk opzicht geheel van toepassing op de Gemeente van God. Ook de volgende verzen zijn van toepassing op Gods Gemeente nķ.

Deuteronomium 12:6  Daarheen [in Gods Gemeente] zult gij brengen uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en uw wijgeschenken, uw gelofteoffers en uw vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee.

’Eten’ en ’verheugen’ in vers 7 duidt ook op de feesten.

Vers 7  Daar [in de Gemeente van God] zult gij eten voor het aangezicht van de HERE, uw God, en u verheugen, gij en uw huisgezinnen, over alles wat gij ondernomen hebt, waarin de HERE, uw God, u gezegend heeft.
Deuteronomium 26:1  Wanneer gij komt in het land, dat de HERE, uw God, u ten erfdeel geven zal en gij het in bezit neemt en daarin woont
[in Gods Gemeente], 2  dan zult gij van de eerstelingen van alle vruchten van de bodem, die gij zult inzamelen van het land, dat de HERE, uw God, u geven zal, nemen, en in een mand doen en naar de plaats gaan, die de HERE, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen.

Het beloofde land was apart gezet en speciaal bestemd voor de IsraŽlieten. Het is niet alleen een type van het komende Millennium, maar ook van de Gemeente van God nķ. Deze organisatie heeft God afgezonderd voor de geestelijk IsraŽlieten. Het land kreeg als hoofdstad Jeruzalem waar de leiding namens God was gevestigd. In geestelijk opzicht heeft de Gemeente dezelfde structuur. Het oude IsraŽl ging voor de feesten naar Jeruzalem waar God zijn naam had gevestigd. Die feesten worden nu Ūn de Gemeente gevierd, daar heeft God zijn naam gevestigd.
In dat nieuwe land waar IsraŽl ging wonen, werd door God een plaats aangewezen waar het bestuur namens God gevestigd was. God installeert het bestuur en bepaalt de plaats.

Vers 10  Maar wanneer gij de Jordaan zult zijn overgetrokken en woont in het land dat de HERE, uw God, u zal doen beŽrven, en Hij u rust geeft van al uw vijanden aan alle kanten, en gij veilig woont; 11  dan zult gij naar de plaats, die de HERE, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen, alles brengen, wat ik u gebied: uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en wijgeschenken en de gehele keur der geloften, die gij de HERE doen zult.

Binnen de Gemeente heeft God dezelfde organisatie gegeven.

Vers 13  Neem u ervoor in acht, dat gij uw brandoffers niet brengt op elke willekeurige plaats; 14  maar op de plaats die de HERE in het gebied van ťťn uwer stammen verkiezen zal, daar zult gij uw brandoffers brengen, en daar zult gij doen alles wat ik u gebied.

Ook vers 18 leert ons dat we Gods feesten in de Gemeente vieren.

Vers 18  Maar voor het aangezicht van de HERE, uw God [God is Ūn de Gemeente], zult gij ze eten, op de plaats die de HERE, uw God, verkiezen zal, gij en uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, en gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, over alles wat gij ondernomen hebt.

IsraŽl vierde de feesten in Jeruzalem. De Gemeente van God heeft in de loop der jaren in verschillende plaatsen de feesten gevierd. Maar dat zijn fysieke plaatsen. De Gemeente van God aanbidt echter in geest. De Gemeente is het geestelijk Jeruzalem. De gelovigen verblijven als ’bijwoners’ in verschillende landen. Ze hebben nog geen eigen land zoals fysiek IsraŽl destijds. Zij wonen hier in een tijdelijke woning en daar herinnert het Loofhuttenfeest ons jaarlijks aan en geeft tevens uitzicht op een vaste woning bij God in de Wereld van Morgen.
De IsraŽlieten waren in Egypte bijwoners.

Handelingen 7:6  En God sprak aldus, dat zijn nakomelingen [van Abraham; de gelovigen zijn de geestelijke nakomelingen] bijwoners zouden zijn in een vreemd land [Egypte, een type van de zondige wereld] en dat zij hen knechten en mishandelen zouden vierhonderd jaren; 7  maar het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God, en daarna zullen zij uittrekken en Mij vereren aan deze plaats.

De mensen die nu door God zijn afgezonderd, zijn nu bijwoners in deze wereld.

Galaten 1:15  Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had…

De wereld heeft Gods volk vaak en ernstig vervolgd. Maar God zal ook deze wereld oordelen en dan zullen de geroepenen daar uittrekken. En IsraŽl zou na de uittocht wanneer ze eenmaal in het beloofde land zouden wonen, God vereren in de plaats waar de Joden in Handelingen luisterden naar de toespraak van Stefanus en dat was Jeruzalem. En daar vereerde IsraŽl hun God en de nieuwtestamentische gelovigen vereren dezelfde God in het geestelijke Jeruzalem. En daar zijn zij gťťn bijwoners. Daar heeft God zijn naam gevestigd.

EfeziŽrs 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,  20   gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21  In Hem wast elk [Gr.: het gehele] bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22  in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.

Het Huis van God is zijn geestelijke Tempel, zijn Gemeente.

1 CorinthiŽrs 3:16  Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17   Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
2 CorinthiŽrs 6:16  Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

HebreeŽn 11 noemt een aantal gelovige mensen – Abel, Henoch, Noach, Abraham, Sara, Isašk, Jakob, Jozef, Mozes, Rachab, Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten – die beseften dat ze bijwoners waren op aarde met een belofte.

HebreeŽn 11:13  In [dat] geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. Vers 16   maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid.

Ook de offeranden van de drie seizoenen worden gebracht bij de leiding van de Gemeente. Terug naar Deuteronomium 12.

Deuteronomium 12:26  Doch wat gij aan heilige gaven hebt en uw gelofteoffers, die zult gij met u meenemen naar de plaats die de HERE verkiezen zal.

Nog een Schriftgedeelte dat leert dat God bepaalt waar de juiste plaats is voor de feesten. En de feesten zijn alleen voor Gods volk.

Deuteronomium 15:20  Voor het aangezicht van de HERE, uw God, zult gij ze jaar op jaar eten op de plaats die de HERE verkiezen zal, gij met uw huisgezin.

God heeft op aarde een wettelijk orgaan waar Hij woont, waar zijn wetten worden onderhouden en zijn feesten worden gevierd.
Het Pascha vindt alleen plaats in Gods Gemeente.

Deuteronomium 16:5  Gij zult het Pascha niet mogen slachten in ťťn der steden, die de HERE, uw God, u geven zal. 6  Maar op de plaats die de HERE, uw God, verkiezen zal om zijn naam daar te doen wonen, zult gij het Pascha slachten, tegen de avond, als de zon ondergaat, op het tijdstip van uw uittocht uit Egypte.

De plaats waar het Feest der Weken (Feest van de Eerstelingen) moet worden gevierd is de Gemeente van God. Dat is de wettelijke plaats.

Vers 10  Dan zult gij het feest der weken vieren ter ere van de HERE, uw God, naar de mate van de gaven, die gij vrijwillig geven zult, naar dat de HERE, uw God, u gezegend heeft; 11  gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, gij met uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet, die binnen uw poorten woont, en met de vreemdeling, de wees en de weduwe, die in uw midden zijn, op de plaats die de HERE, uw God, verkiezen zal om zijn naam daar te doen wonen.

De naam van God ’woont’ in zijn Gemeente. De Gemeente is de wettelijke plaats. Daarom wordt ook het Loofhuttenfeest daar gevierd.

Vers 13  Het loofhuttenfeest zult gij zeven dagen vieren, wanneer gij de opbrengst hebt ingezameld van uw dorsvloer en van uw perskuip. 14  Gij zult u verheugen op uw feest, gij met uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, met de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen. 15  Zeven dagen zult gij feest vieren ter ere van de HERE, uw God, op de plaats die de HERE verkiezen zal; want de HERE, uw God, zal u zegenen in heel uw oogst en in al het werk uwer handen, zodat gij waarlijk vrolijk kunt zijn.

God had Jeruzalem uitgekozen als regeringszetel van IsraŽl. Daar stond het koninklijk paleis en de tempel, de symbolische woning van God. In het Nieuwe Testament wordt Gods Gemeente de tempel van God genoemd.

1 Koningen 11:36  Aan zijn zoon zal Ik echter een stam geven, opdat mijn knecht David altijd een lamp voor mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem, de stad die Ik Mij verkoren heb om mijn naam daar te vestigen.

Jeruzalem is de plaats waar God zijn naam had gevestigd en dat zal weer zo zijn in het komende Millennium.

Zacharia 14:9  En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige. Vers 16  Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren.

Jeruzalem zal de plaats zijn om zich voor God neer te buigen en het Loofhuttenfeest te vieren, want in Jeruzalem zal God zijn.
Daarom heeft God zijn naam verbonden aan zijn Gemeente. De Gemeente zal getransformeerd worden tot Gods Koninkrijk. De geestelijk hoofdzetel zal dan het geestelijk Jeruzalem zijn.
In IsraŽl is de berg Sion in Jeruzalem de specifieke plek van de troon. Daarom wordt met Jeruzalem en Sion ook vaak de Gemeente bedoeld.

Psalmen 135:21  Geprezen zij de HERE uit Sion, Hij, die te Jeruzalem woont. Halleluja.
Psalmen 137:6  mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer niet gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde.
Jesaja 2:3  en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem.

Voor onze tijd betekent dat dat de Gemeente van God de wettelijke plaats is waar Gods wet bekend gemaakt en onderwezen wordt en geleefd wordt naar die wet en de wettelijke plaats is, waar ”des HEREN woord”, het evangelie van het Koninkrijk van God, wordt verkondigd.
Gods wetten werden alleen in IsraŽl onderwezen. Deze wetten worden nu alleen in Gods Gemeente onderwezen.
In het komende Vrederijk is er redding in Jeruzalem en nu, in onze dagen, is er alleen in de ware Gemeente redding.

JoŽl 2:32  En het zal geschieden, dat ieder die de naam des HEREN aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de HERE zal roepen.

De bedoeling van God en het oude IsraŽl was dat IsraŽl in Kanašn bleef wonen zolang ze op de aardbodem leefden. Dat hebben we gelezen in Deut. 12:1.

Deuteronomium 12:1  Dit zijn de inzettingen en de verordeningen, die gij naarstig zult onderhouden in het land dat de HERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft om het te bezitten, zolang gij op de aardbodem leeft.

God zou hen zegenen met rijke oogsten, beschermen tegen aanvallen van andere volken. Ze zouden in vrede wonen. Maar er was een voorwaarde. Ze moesten God trouw blijven. In alles. Trouw zou beloond worden met voorspoed, economische welvaart, geluk en vrede, maar ontrouw zou bestraft worden. God is geduldig, maar toen het volk in de zonde bleef en afgoden naliep, liet God het toe dat de twaalf stammen door vijandige volken werden gevangen genomen en uit hun door God gegeven land werden verwijderd.
Dit is een waarschuwing voor ons. Trouw wordt beloond en ontrouw zal leiden tot verwijdering uit de Gemeente.

1 CorinthiŽrs 10:11  Dit is hun overkomen tot een voorbeeld [voor ons] en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.

Als iemand verwijderd wordt uit de Gemeente, wordt hij afgesneden van God, want God woont in zijn Gemeente, in zijn tempel. Velen hebben zichzelf verwijderd van de Gemeente en dus van God, zonder dat zij dat besef hebben. Zonde maakt blind. Door de eeuwen heen heeft God zijn Gemeente los moeten maken van mensen die afgoden zijn gaan dienen. Ook in onze tijd. Hoewel deze ontrouwe mensen nog steeds roepen dat ze de Heer, Jezus Christus, dienen. Anderen die slechts uiterlijk Gods geboden houden, hebben zich ook van Gods ware heiligen afgekeerd. Zij gaan door met hun papieren waarheid over Jezus Christus. Zij hebben zich laten leiden door Satan. Ze zijn in de fase van de Filadelfia gemeente binnengedrongen en beweerden dat ze Joden zijn, d.w.z. uitverkorenen, die beweren de wet goed te kennen en dus zichzelf rechtvaardig achten.

Openbaring 3:9  Zie, Ik geef sommigen uit de synagoge des satans, van hen, die zeggen, dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen; zie, Ik zal maken, dat zij zullen komen en zich nederwerpen voor uw voeten, en erkennen, dat Ik u heb liefgehad.
God zal hun trots breken.

Wat is de conclusie?
We hebben verschillende Schriftgedeelten behandeld. Als we de vraag stellen waar God zijn naam heeft gevestigd dan zegt de Schrift en de heilige geest ons dat God niet in een fysieke plaats is waar men Hem kan aanbidden, maar dat Hij aanbeden moet worden in geest. Dat is alleen mogelijk in zijn Gemeente. Daar in de ware Tempel kan en moet Hij worden aanbeden.
In geest aanbidden kan alleen maar met de heilige geest. Gods Gemeente bestaat uit gelovigen met de heilige geest.

Romeinen 8:9  Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Vers 14  Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.

Nog eens terug naar het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw.

Johannes 4:20  Onze vaderen [de Samaritanen die een mengeling van Gods wetten en heidense wetten hadden gemaakt, zoals het christendom] hebben op deze berg aangebeden [de heidense Samaritanen aanbaden op hoogten, ook op de berg waar Jezus en de Samaritaanse vrouw stonden. ”Maar,” vraagt zij, ”wat is de juiste plaats om te aanbidden, hier op deze berg of te Jeruzalem?”] en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.

Maakt het iets uit? Zijn niet in allerlei zich christelijk noemende kerken en denominaties ware gelovigen? Wie die mening is toegedaan raden we aan het voorgaande aan de hand van de Bijbel nog eens zorgvuldig te lezen.

Vers  21  Jezus zeide tot haar: Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden [het is niet een fysieke plaats]. 22  Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden [in nieuwtestamentische zin: het heil is uit de uitverkorenen en die vormen Gods Gemeente en natuurlijk is Jezus, ons ’heil’, fysiek als Jood geboren]; 23  maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; 24   God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.

Gods gemeente is een geestelijke plaats van aanbidding zei Jezus en daar heeft God zijn naam gevestigd en daarom draagt zij Gods naam: Gemeente van God!
DŠŠr, in het huis van God, worden de heilige samenkomsten van de wekelijkse sabbatten gehouden, dŠŠr worden de zeven jaarlijkse feesten van God gevierd, dŠŠr worden de tienden betaald. In dat Huis, in het gezin van God, worden de geroepenen gedoopt en toegevoegd aan dat Gezin. Dit Gezin van God met zijn Naam, wordt voorbereid om bij de komst van Christus het Koninkrijk te vormen.
 

 

Terug naar de Home Page

web analytics