Voor  literatuurlijst klik hier.

Een Nieuwe Hemel,
een Nieuwe Aarde
en
de Nieuwe Stad Jeruzalem

 

Het fascinerende bijbelverslag van de nieuwe hemel en aarde en het nieuwe Jeruzalem is een openbaring van Jezus Christus om te tonen wat weldra moet geschieden.

 

De verslagen over de nieuwe hemel, de nieuwe aarde en het nieuwe Jeruzalem staan in de profetieŽn en zijn met name opgetekend in de hoofdstukken 21 en 22 van het boek Openbaring. Een boek dat door weinigen wordt begrepen. De teksten zijn voor de meeste mensen mysterieus. Desalniettemin is het een uiterst belangrijk boek voor de hoop van de gehele mensheid. Het boek begint zo:
Openbaring 1:1  Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. 2  Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. 3  Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.
De NBG-vertaling 1977 schrijft ter inleiding tot het boek Openbaring: "Dit laatste bijbelboek behoort tot de zogenaamde apocalyptische (dat is: onthullende) literatuur. Een kenmerk van deze literatuur is dat gebruik gemaakt wordt van een soort geheimtaal waarvan de uitleg alleen bekend is aan ingewijden…"
"De tijd is nabij" (vers 3) dat het universum met daarin de aarde en op deze planeet de stad Jeruzalem, wordt vernieuwd. De tijd die aan de mens is toegewezen is dan definitief ten einde. Het tijdperk dat dan aanbreekt begint met een totale vernieuwing, tot stand gebracht door de Eeuwige zelf. Er is na 6000 jaar niets wat de mens heeft voortgebracht dat bruikbaar is voor de nieuwe rechtvaardige en verbazingwekkende schepping.
Openbaring 21:5  En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.
Voordat God "alle dingen nieuw" zal maken, moet eerst het panorama gereed gemaakt worden en puin geruimd worden.

Wat zou de ideale kalender zijn?

Het universum zal herschapen worden waardoor de kalender geen correctie behoeft om de seizoenen niet te laten verschuiven. Eťn zelfde kalender voor alle mensen op aarde. Een kalender die niet bijgesteld hoeft te worden met bijv. schrikkelmaanden of -jaren ten opzichte van de zon. Een kalender die eenvoudig is, die geen bijzondere astronomische kennis vraagt, die niet met zware computers berekend hoeft te worden, maar zichtbaar wordt gemaakt voor alle mensen door de zon en de maan. Een kalender die de natuur volgt, waarop de seizoenen logisch wordt aangegeven. Een kalender die Gods feesten op vaste tijden aangeeft, zonder gereken. Het ligt voor de hand dat deze ideale kalender gedurende het Millennium in gebruik zal zijn. Het ligt ook voor de hand dat dat de kalender zal zijn die God al reeds duizenden jaren in Zijn woord, de bijbel, toepast, nl. de kalender waarop een jaar is verdeeld in 12 maanden, elk van 30 dagen. Totaal 360 dagen per jaar. Zolang zal een jaar duren.
Elke maand van 30 dagen begint met nieuwemaan (Gen. 1:14; Ps. 104:19). Een jaar begint in het seizoen wat we nu de lente noemen, wanneer de natuur gaat ontluiken. De nieuwemaansdag in het voorjaar, wanneer de zon, komend van het zuidelijk halfrond, de evenaar passeert, is de eerste dag van het nieuwe jaar. Zes maanden (van 30 dagen elk) later passeert de zon op de eerste van de zevende maand (nieuwemaan) wederom de evenaar op haar terugreis naar het zuiden om vervolgens na zes maanden weer op hetzelfde punt te zijn aangekomen van het voorjaar: de eerste dag van het volgende nieuwe jaar.
Hoe het is gekomen dat een jaar nu 365ľ dagen heeft weten we niet. Om de seizoenen in onze tegenwoordige tijd niet te laten verschuiven, moeten we 365ľ dagen delen door twaalf. Dat houdt in dat elke maand gemiddeld iets langer moet zijn dan 30 dagen, als we althans willen vasthouden aan twaalf maanden. Vandaar dat het 'christendom' heeft besloten de nieuwemaan als eerste van elke maand los te laten.
Een profetische 'tijd' is een 360-dagen tellend jaar. In de bijbelse profetieŽn heeft een jaar 360 dagen; twaalf maanden van elk 30 dagen. Waarom? In oude bijbelse tijden werd een jaar berekend op grond van twaalf maanden van 30 dagen, omdat een maanmaand kennelijk 30 dagen had. Al vůůr de tijd dat God in de dagen van Mozes Zijn volk de door Hem vastgestelde kalender gaf, telde een maand 30 dagen. Zie Genesis 7:11, 24; 8:3-4.
Satan gebruikt allerlei kalenders om tijden te veranderen, om de mensheid van Gods plan af te houden. Want de data van Gods heilige feesttijden, die Zijn plan uitbeelden, verwijzen immers alleen naar de kalender van God. Onder Gods bestuur zal God Zijn eigen kalender gebruiken.
Dat het nieuwe jaar begint met de lente-equinox en het najaar met de herfstequinox ligt eigenlijk voor de hand. Maar dan moet daarvoor wťl het een en ander in het universum veranderen. Daar staat dan ook het een en ander over in Gods Woord.
Jesaja 33:20  Aanschouw Sion, de stad onzer feestelijke bijeenkomsten. Uw ogen zullen Jeruzalem zien als een veilige woonstede, als een tent die niet verplaatst wordt, waarvan de pinnen nimmermeer uitgerukt worden en geen van de koorden ooit losgerukt wordt.
Hier kunnen we al een blik werpen in de Wereld van Morgen. Deze wereld komt met de komst van Jezus Christus.
Vers 22   Want de Here, onze Rechter, de Here, onze Wetgever, de Here, onze Koning, Hij zal ons verlossen.
Dan is de maat vol voor God. Hij zal al het kwade wat de volkeren hebben voortgebracht omverwerpen.
Jesaja 34:1  Nadert, gij volken, om te horen; en gij natiŽn, merkt op! De aarde hore en haar volheid, de wereld en al wat daaruit ontspruit. 2  Want de Here koestert toorn tegen alle volken en grimmigheid tegen al hun heer; Hij heeft hen met de ban geslagen, hen ter slachting overgegeven.
God zal daarna de gehele aarde vernieuwen. Daarvoor is het nodig om zelfs het universum te herscheppen. Er zal geestelijk, maar ook letterlijk een nieuw klimaat moeten komen. Het firmament en de aarde zal vernieuwd worden waardoor op aarde een jaar verdeeld zal worden in twaalf maanden van elk 30 dagen. Elke maand begint met nieuwemaan. ProfetieŽn getuigen van een ideaal klimaat.
Vers 4  Al het heer des hemels vergaat [zon, maan en sterren] en als een boekrol worden de hemelen samengerold; al hun heer valt af, zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgeboom afvalt.
Het woord 'vergaan' in vers 4 kan ook betekenen verbleken, verwelken.
Jesaja 13:9  Zie, de dag des Heren komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen. 10  Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. 11  Dan zal ik aan de wereld het kwaad bezoeken en aan de goddelozen hun ongerechtigheid, en Ik zal de trots der overmoedigen doen ophouden en de hoogmoed der geweldenaars vernederen. 12  Ik zal de stervelingen zeldzamer maken dan gelouterd goud en de mensen dan fijn goud van Ofir. 13  Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de Here der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn.
Niet alleen op aarde, maar ook aan het firmament wordt alles van zijn plaats gehaald.
JoŽl 2:30  Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. 31  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.
Dezelfde Jezus die terug zal komen met groot machtsvertoon, heeft 2000 jaar geleden geprofeteerd dat er ontstellende dingen zullen gebeuren aan het firmament.
Mattheus 24:29  Terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen.
In Openbaring worden wereldomvattende gebeurtenissen beschreven in chronologische volgorde in zeven zegels die de ťťn na de ander worden verbroken om de dingen te laten plaatsvinden. Direct nŠ de grote verdrukking, wordt het zesde zegel geopend. Dan is Christus nog niet teruggekomen.
Openbaring 6:12  En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende, en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. 13  En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. 14  En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. 15  En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; 16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; 17  want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?
Al deze schriftgedeelten duiden er op dat niet alleen de aarde, maar ook het hemelrijk vernieuwd zal worden. In het hele universum vindt een herschepping plaats. God zal met het vernieuwen van de aarde een volmaakt functionerende aarde scheppen voor de mensheid gedurende het Millennium. Een vernieuwing van het hemelrijk betekent ongetwijfeld eveneens een volmaakt functionerend klimaat en een volmaakt functionerende kalender.

Eerst Openbaring 20

De mens heeft er vanaf het begin voor gekozen de 'uitzendingen' van Satan op te vangen en er zich door te laten leiden. De hele wereld is door Satan misleid en bedrogen. Voordat een begin gemaakt wordt met de nieuwe schepping, moet deze oude slang, de draak of de duivel van het toneel verdwijnen.
Openbaring 20:1  En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2   en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3  en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten.
Vers 4 zegt dat na de eerste opstanding het koningschap wordt gegeven aan een klein aantal mensen (dan veranderd in geest) – de eerstelingen – die in de afgelopen 6000 jaar Gods geest hebben ontvangen. Nadat de volgende 1000 jaren – het vrederijk – voorbijgegaan zijn, zullen alle mensen die ooit geleefd hebben en die de weg van de Eeuwige Schepper hebben afgewezen in een tweede opstanding de mogelijkheid krijgen alsnog Gods geest te ontvangen voor eeuwig behoud (vers 5). Deze periode wordt uitgebeeld door de laatste feestdag, De Laatste Grote Dag (verzen 11-15). Zij die dan blijven volharden in hun zonden zullen de definitieve dood sterven, de tweede dood.

Openbaring 21

Sommigen veronderstellen ten onrechte dat de twee hoofdstukken 21 en 22 van Openbaring vervolgens de 'tijd' nŠ deze tweede dood beschrijven, zoals sommigen ook aannemen dat Genesis 1:1-2 een 'tijd' (van miljoenen of miljarden jaren?) vůůr de scheppingsweek beschrijft. God zou volgens deze theorie tijdens de scheppingsweek het universum herschapen hebben. Dit is onbijbels. De bijbel geeft Gods 7000-jarige plan met de mensheid weer en niet met een 'tijd' daarvůůr en een 'tijd' daarnŠ. Vanzelfsprekend zegt God dat Hij er was vůůr de schepping en dat Gods Koninkrijk eeuwigdurend is, dus ook voortduurt nŠ de 7000 jaren. Wat er daarna op het programma van de Almachtige staat zullen we later vernemen, want dan staan we nog maar aan het begin.
Openbaring 21:4  en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
De eerste 6000 jaar noemt God slechts "de eerste dingen".
Nog een opmerking over de zgn. herschepping in Genesis 1. Als die theorie waar zou zijn, zouden we nu onder de tweede hemel en op de tweede aarde leven. Maar wat zegt Openbaring 21:1?
Openbaring 21:1  En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.
Hoewel uit het hoofdstukje over Gods kalender en de samenhang met de nieuwe schepping al duidelijk is wanneer de nieuwe hemel en aarde tot stand zal worden gebracht, zullen we nog meer schriftgedeelten tonen om de vraag te beantwoorden of deze universele vernieuwing nŠ de tweede dood, dat is nŠ het 1000-jarige vrederijk, zal plaatshebben of met de komst van Christus aan het begin van het 1000-jarige vrederijk.
In Jes. 34:1-4 hebben we gelezen dat vlak voor en nŠ de terugkeer van Christus "al het heer des hemels vergaat en als een boekrol worden de hemelen samengerold; al hun heer valt af, zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgeboom afvalt" en dat de opstandige volken worden vernietigd door de macht en kracht van de teruggekeerde Christus. We staan dan aan het begin van het Millennium. De aarde is tot een woestenij gemaakt en het uitspansel is door de gigantische goddelijke krachten door elkaar geschud, de hemelen zijn zelfs "als een boekrol samengerold". Het zal eenieder duidelijk zijn dat deze miserabele toestand bepaald geen utopia is. De eerste hemel is 'opgerold', er zal een nieuwe 'uitgerold' moeten worden om voort te kunnen bestaan. Daarom vernieuwt God hemel en aarde aan het begin van het Millennium.
Ook in Jesaja 13 hebben we het bewijs al gelezen dat bij de komst van Christus de aarde wordt verwoest en het firmament wordt geschud.
Jesaja 13:9  Zie, de dag des Heren komt [de terugkomst van Christus, waarna het Millennium een aanvang neemt], meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om de aarde tot een woestenij te maken en haar zondaars van haar te verdelgen. 10  Want de sterren en de sterrenbeelden des hemels doen hun licht niet stralen, de zon is bij haar opgang verduisterd en de maan laat haar licht niet schijnen. Vers 13  Daarom zal Ik de hemel doen wankelen en de aarde zal bevend van haar plaats wijken door de verbolgenheid van de Here der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn.
We kunnen eveneens Openbaring 6:12-17 herlezen om te laten zien wanneer hemel en aarde tot een woestenij worden gemaakt, zoals je een gebouw sloopt om daarvoor een nieuwe in de plaats te bouwen.
Openbaring 6:12  En ik zag, toen Hij het zesde zegel opende [dit is vlak vůůr de terugkomst van Christus], en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. 13  En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt. 14  En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. 15  En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; 16  en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; 17  want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?
Nu naar Jesaja 65.
Jesaja 65:17  Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. 18  Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap.
Deze twee verzen zijn in overeenstemming met Openb. 21:1 en 2. Dezelfde volgorde, over hetzelfde thema.
Openbaring 21:1   En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2  En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.

Wanneer schept God een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuw Jeruzalem? De verzen die hierna volgen schetsen duidelijk het begin van het vrederijk en de ideale samenleving gedurende het Millennium. En volgens vs. 17 van Jesaja 65 is dan – aan het begin van het Millennium – de nieuwe hemel en nieuwe aarde al geschapen.
Jesaja 65:19  En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw. 20  Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. 21   Zij zullen huizen bouwen en die bewonen, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten; 22  zij zullen niet bouwen, opdat een ander er wone; zij zullen niet planten, opdat een ander het ete, want als de levensduur der bomen zal de leeftijd van mijn volk zijn en van het werk hunner handen zullen mijn uitverkorenen genieten. 23  Zij zullen niet tevergeefs zwoegen en geen kinderen voortbrengen tot een vroegtijdige dood, want zij zullen een door de Here gezegend geslacht zijn, en hun nakomelingen met hen. 24  En het zal geschieden, dat Ik antwoorden zal, voordat zij roepen; terwijl zij nog spreken, zal Ik verhoren. 25  De wolf en het lam zullen tezamen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund, en de slang zal stof tot spijze hebben; zij zullen geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, zegt de Here.
Deze ideale wereld, die begint na de terugkomst van Christus, wordt geschapen onder een nieuwe hemel en op een nieuwe aarde.
Ook Petrus maakt duidelijk dat op "de dag des Heren" de hemelen voorbij zullen gaan en dat hij uitziet naar nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Wanneer bij de komst van Christus de eerste hemel en de aarde als het ware 'afgebroken' worden, is zeer spoedig een nieuwe hemel en aarde gewenst. God zal niet wachten tot na het Millennium.
2 Petrus 3:10  Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 11  Daar al deze dingen aldus vergaan [Gr.: losmaken, afbreken], hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 12  vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan [Gr.: losmaken, afbreken] en de elementen in vuur zullen wegsmelten. 13  Wij verwachten [Gr. ook: uitzien naar] echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.
Wanneer dan de nieuwe hemel en aarde gereed zijn, is de tijd van dť bruiloft aller tijden aangebroken.
Efeze 5:25  Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, 26  om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord.
Christus is verloofd met de Gemeente. Zoals een vrouw zich opmaakt voor haar (eigen) man, zo is de gemeente van Christus ijverig bezig zich voor te bereiden op het huwelijk met Hem. Zij streeft naar perfecte innerlijke schoonheid. Christus ziet uit naar deze beeldschone 'vrouw'.
Vers 27  en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet.
Daarom is het huwelijk tussen man en vrouw zeer bijzonder. Het draagt een geheim met zich mee.
Vers 31  Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. 32  Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente.
Wanneer zal de bruiloft plaatsvinden?
Openbaring 19:6  En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. 7  Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; 8  en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. 9  En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.
Vlak voor Zijn terugkeer wordt Christus tot Koning der koningen gekroond en dan: "de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt".
Dan verschijnt de bruidegom.
Vers 11  En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. 12  En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. 13  En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. 14  En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. Vers 16  En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.
Christus verlaat de hemel en is op weg naar de aarde om de legers van de volken te verslaan en om Satan te binden, maar ook om Zijn bruid tegemoet te gaan.
1 Thessalonica 4:16  want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17  daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.
Na het laatste Pascha – het was de avond voor Zijn dood – neemt Jezus in een lang en ontroerend gesprek met Zijn discipelen afscheid van hen, want fysiek zou Christus uit hun kring verdwijnen. Hij troost en bemoedigt hen. Hij belooft een woning voor hen in te richten in een nieuwe wonderschone stad die na Zijn wederkomst op aarde zal worden gevestigd.
Johannes 14:1  Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. 2  In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; 3  en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
En Christus zit dan op Zijn troon op de nieuwe aarde in de nieuwe stad Jeruzalem. In de hemel wordt nu een stad (ook het huis van God de Vader genoemd) gereed gemaakt met "vele woningen". Deze woningen zullen ingericht worden voor de ware gelovigen. Na de komst van Christus, wanneer de hemel en aarde vernieuwd zijn, zal deze nieuwe stad met schitterende woningen uit de hemel worden neergelaten zodat de onsterfelijk gemaakte heiligen daarin hun intrek kunnen nemen.
2 Corinthe 5:1  Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis.
De woningen die voor de ware christenen worden gereed gemaakt zijn nu nog in de hemel om na de komst van Christus uit de hemel te komen.
Vers 2  Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden.
"Onze woonstede uit de hemel" zal de nieuwe stad Jeruzalem op aarde worden.
Vers 8  maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.
"De Here" die dan als Koning der koningen op Zijn troon in het nieuwe Jeruzalem zit.
Ook Abraham leefde in die verwachting.
HebreeŽn 11:8  Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou. 9  Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isašk en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; 10  want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
Alle heiligen uit het Oude Testament zullen in het nieuwe Jeruzalem gaan wonen, na de eerste opstanding (tot geestelijke wezens).
HebreeŽn 11:16  maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid.
HebreeŽn 13:14  Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.
Nadat Johannes, aan wie Christus de toekomstige dingen toonde toen hij op het eiland Patmos was, de nieuwe hemel en aarde had gezien, zag hij een nieuw Jeruzalem, getooid als een bruid.
Openbaring 21:2  En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
Het nieuwe Jeruzalem is getooid als een bruid. Die beschrijving is begrijpelijk, want de stad is gereed gemaakt voor de bruid om in haar prachtige woningen te gaan wonen. Hetoimazo is het Griekse woord dat in vers 2 vertaald is met 'getooid'. Meestal wordt het vertaald met 'gereed maken' of 'voorbereiden'. Ditzelfde woord staat in de verzen die we al gelezen hebben:
Johannes 14:2  In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden [hetoimazo]; 3  en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb [hetoimazo], kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.
HebreeŽn  11:16  maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid
[hetoimazo].
1 Corinthe 2:9  Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid [hetoimazo] voor degenen, die Hem liefhebben.
Openbaring 21:2 vertelt ons dat de nieuwe heilige stad Jeruzalem, die uit de hemel van God wordt neergelaten, als voor een bruid is getooid of gereed gemaakt.
Paulus zegt:
HebreeŽn 12:22  Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, 23  en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, 24  en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond…
Duidt de "feestelijke en plechtige vergadering" op de bruiloft van Christus en Zijn bruid, de eerstelingen? Dat is zeer wel mogelijk.
Vers 22 spreekt van "de stad van de levende God". Vanzelfsprekend zal God de Vader in hetzelfde 'huis', in de nieuwe heilige stad Jeruzalem wonen bij Zijn Gezin. Als het "de stad van de levende God" is, dan woont Hij daar. In vers 23 wordt Hij "God, de Rechter over allen" genoemd. En natuurlijk woont Jezus in deze stad (vers 24).
Openbaring 21:2  En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God [theos], getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. 3  En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God [theos] is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God [theos] zelf zal bij hen zijn.
Het is onjuist te veronderstellen dat God de Vader pas nŠ het Millennium naar de nieuwe aarde komt, want vers 3 zegt dat God (theos) bij de mensen gaat wonen. NŠ de tweede dood (na het Millennium) zullen er geen mensen meer zijn. Tijdens het Millennium zal de aarde vol van gelovige mensen zijn, bestuurd door het Koninkrijk, dat gevestigd is te Jeruzalem en regeert over gans de aarde. "De tent van God" in vers 3 verwijst naar het nieuwe Jeruzalem van vers 2, terwijl vers 2 volgt op de nieuwe schepping van hemel en aarde van vers 1.
Openbaring 21:23  En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods [theos] verlicht haar en haar lamp is het Lam.
Zowel de Vader als Christus zitten op de majesteitelijke troon in Jeruzalem.
Openbaring 22:1  En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God [theos] en van het Lam. 3  En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God [theos] en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren.
De ware gelovigen zullen, wanneer zij veranderd zijn in geest, God de Vader zien. Hij is dan niet meer in de hemel, maar bij hen in de heilige stad.
Mattheus 5:8  Zalig de reinen van hart, want zij zullen God [theos] zien.
Openbaring 22:3  En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, 4  en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn.

Vergelijk Openb. 14:1 m.b.t. "en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn".
Openbaring 14:1  En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden.
1 Corinthe 13:12  Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.
Het is vanzelfsprekend dat de Vader bij Zijn gezin woont. Vergelijk de geboorte van een mens. Zolang het ongeboren kind nog in de baarmoeder zit, kan het zijn vader niet zien. Maar zodra het geboren is, ziet het zijn vader en woont bij z'n vader. Het zou vreemd zijn als de mensen die met een geestelijk lichaam geboren worden hun eigen Vader als hoofd van het gezin niet bij hen zouden hebben. Het zou onbegrijpelijk en tegen Gods eigen natuur zijn als Hij niet bij hen zou wonen, maar op afstand in de hemel en pas 1000 jaar later bij Zijn gezin zou gaan wonen.
Leviticus 26:11  En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, 12  maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn.
Jezus vertelt Zijn discipelen dat Hij en Zijn Vader naar de aarde zullen komen om samen met de ware christenen, die dan eveneens een geestelijk verheerlijkt lichaam hebben, zoals God, een volmaakt Gezin te vormen.
Johannes 14:18  Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Vers 20  Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u.
Hieruit blijkt de volkomen eenheid en eensgezindheid.
Vers 21  Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. 22  Judas, niet Iskariot, zeide tot Hem: Here, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? 23  Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
Natuurlijk zal Christus en de Vader in de harten van de getrouwe volgelingen wonen, maar binnenkort, na Christus' terugkomst zal dit letterlijk op wonderbaarlijke wijze in vervulling gaan in de nieuwe stad Jeruzalem.
Ware christenen vormen nu de bouwmaterialen (zoals 'stenen', 'zuilen' en 'fundament'), maar ook worden ze al het huis van God genoemd.
1 Petrus 4:17  Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?
1 Petrus 2:5  en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.
1 Timotheus 3:15  Mocht ik nog uitblijven, dan weet gij, hoe men zich behoort te gedragen in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid.
Opgestane christenen zullen samen met God de Vader en Christus het nieuwe Jeruzalem gaan vormen, waaraan reeds lang wordt gebouwd.
Openb. 21:9-21 geeft een beschrijving van de stad, gebouwd van de kostbaarste materialen.
Uit het feit dat "ťťn van de zeven engelen met de zeven schalen, die vol waren van de laatste zeven plagen" (vers 9 van Openb. 21) aan Johannes het nieuwe Jeruzalem toonde, blijkt dat deze nieuwe stad niet na het Millennium uit de hemel neerdaalde, want de zeven plagen zullen worden uitgegoten ten tijde van Christus' komst.
De stad heeft geen tempelgebouw, omdat God zelf de tempel is van de stad.
Openbaring 21:22  En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam.
Sommigen denken hier aan de stijlfiguur hendiadys (Gr.: hen dia duoin = ťťn door twee), waarbij ťťn samengesteld begrip door twee naast elkaar geplaatste begrippen uitgedrukt wordt, bijv. met huid en haar (= helemaal). In dit vers zou dat betekenen dat Jezus Christus is de Here God, de Almachtige, en het Lam. Bedoeld zou worden: de Here God, die de Almachtige en het Lam is. Met andere woorden, alleen het Lam zou de tempel zijn.
Maar is de tempel niet de woning van God? Of: Gods Gezin. God is een gezin, nu nog bestaande uit de Vader en de Zoon en de verwekte ongeboren kinderen die nog geen geestelijke lichamen hebben. Allen vormen een volkomen eenheid, eenstemmigheid, eensgezindheid. Ook in gezag; in rangorde bij de komst van Christus eerst de Vader, daaronder Christus als Koning der koningen en Hogepriester en daaronder de koningen en priesters die nu nog de menselijke eerstelingen van God zijn. Christus zit in het komende Koninkrijk op de troon van de Vader en de eerstelingen die dan koningen zijn zitten op de troon van Christus. Een volmaakte harmonie.
Openbaring 3:21  Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.
Johannes 14:20  Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u.
Daarom zal de tempel ook deze eenheid hebben.
Vůůr de terugkomst van Christus vormen de gemeenteleden samen de tempel gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus zelf de hoeksteen is.
1 Corinthe 3:16  Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17  Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!
De gemeente is ook het lichaam van Christus.
1 Corinthe 12:27  Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden.
Kolossensen 1:18  en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.

Voordat Christus terugkomt zal de tempel gereed moeten zijn. Iedere dienstknecht van Christus draagt derhalve een grote verantwoording.
Efeze 2:19  Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, 20  gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. 21   In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, 22  in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
De Statenvert. vertaalt "elk bouwwerk" in vers 21 met "het gehele gebouw". Het kan ook betekenen 'bouwen' en 'opbouwen'.
"Een woonstede Gods in de Geest" in vers 22 is de geestelijke tempel die nu gevormd wordt door de Gemeente en die zijn vervolg heeft in de nieuwe stad Jeruzalem als de levende tempel Gods waarin de opgestane christenen bouwstenen en zuilen zullen zijn ("in wie ook gij mede gebouwd wordt").
2 Corinthe 6:16  Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
"Ik zal onder hen wonen" wordt ook beschreven in Openb. 21:3.
Openbaring 21:3  En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn.
Openbaring 3:12  Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam mijns Gods en de naam van de stad mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van mijn God, en mijn nieuwe naam.
Jezus zegt tegen de leden van de Philadelphia-gemeente: wie overwint krijgt een verheerlijkt lichaam bij de komst van Christus en zal een zuil zijn in Gods tempel in Jeruzalem. Op de zuil staat geschreven de naam van God, de naam van het nieuwe Jeruzalem en de nieuwe naam van Christus.
Zowel de tempel, als de woning of het huis en de stad verklaren wie God, Christus en de heiligen zijn en wat en waar ze zijn. Alles en allen vormen een volkomen eenheid. Er zal geen onderscheid zijn tussen wat men tegenwoordig noemt 'kerk en staat'. Burgerlijke wetten en religieuze wetten vormen ťťn geheel. De troon van God is het gezag over beide. De nieuwtestamentische gemeente is het huis van God en de tempel van God. Leiders moeten van onbesproken gedrag zijn. Niet alleen in hun bestuurlijke functie, maar 24 uur per etmaal. Kijk maar eens naar 1 Timotheus 3:2-12, Titus 1:5-9 en 1 Corinthe 6:10.
In de nieuwe stad Jeruzalem zal geen dood en verderf heersen.
Openbaring 21:4  en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
In het Gezin (dat is het Koninkrijk) van God zal vanzelfsprekend de dood niet meer bestaan. Maar ook de fysieke mens zal gedurende het Millennium niet meer getroffen worden door een vroegtijdige dood. De dood zal geen verwoestend leed meer aanrichten tijdens het leven van een mens. Niemand zal in de kracht van zijn leven sterven tengevolge van oorlogshandelingen of terrorisme. Geen dodelijke ziekten zullen mensen treffen.
We herhalen Jesaja 65:17-23.
Jesaja 65:17  Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. 18  Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. 19  En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw. 20  Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. Vers  23  Zij zullen niet tevergeefs zwoegen en geen kinderen voortbrengen tot een vroegtijdige dood, want zij zullen een door de Here gezegend geslacht zijn, en hun nakomelingen met hen.
Jesaja 25:7  En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiŽn omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. 8  Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken.
God "zal voor eeuwig de dood vernietigen", eerst voor de heiligen die met de komst van Christus een geestelijk lichaam krijgen. Vervolgens zullen de fysieke mensen gedurende het 1000-jarige vrederijk niet getroffen worden door een vroegtijdige dood, zelfs de zondaren niet. En tenslotte zal in het laatste oordeel na het Millennium in de tweede opstanding de mensen die zich bekeren tot God eeuwig leven ontvangen en de overigen zullen de tweede en definitieve dood sterven. Vanaf dat moment bestaat de dood niet meer voor de levenden.

Openbaring 22

Dan wordt in Openb. 22:1 en 2 een rivier getoond van water des levens.
Openbaring 22:1  En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. 2  Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens [Statenvert.: boom des levens], dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren.
Wij citeren uit onze publicatie 'Het komende Utopia':
"Wat zal er gebeuren wanneer de voeten van de terugkerende Christus op de Olijfberg staan?
Zacharia 14:4  zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts.
De grote vallei die daardoor ontstaat zal de bedding worden van een machtige rivier die in Jeruzalem zal ontspringen.
Vers 8   Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden.
De ene helft van deze machtige rivier zal naar het oosten, naar de Dode Zee, stromen en de andere helft naar het westen in de richting van de Middellandse Zee.
Het oostwaartse stroombed van deze rivier – waardoor 'levend water' in de Dode Zee uitstroomt – is dezelfde als de rivier die in EzechiŽl 47:1-12 beschreven wordt.
EzechiŽl 47:1  Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten; het water vloeide onder de rechter zijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar. 2  En hij leidde mij door de Noordpoort en hij voerde mij toen buitenom naar de buitenste poort, naar de poort die op het oosten uitzag; en zie, daar borrelde water op uit de rechter zijkant. 3  Nadat de man uitgegaan was naar het oosten met een meetsnoer in zijn hand, mat hij duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de enkels. 4  Hij mat weer duizend el en deed mij door het water gaan; het water reikte tot aan de knieŽn. Hij mat weer duizend el en deed mij erdoor gaan; het water reikte tot aan de heupen. 5  Hij mat nog eens duizend el; nu was het een beek geworden, die ik niet doorwaden kon, want het water was zo hoog, dat men erin zwemmen kon, een beek die men niet kon doorwaden. 6  Toen zeide hij tot mij: Hebt gij het gezien, mensenkind? Daarop deed hij mij teruggaan langs de oever van de beek. 7  Toen ik terugkeerde, zie, langs de oever van de beek stonden aan weerszijden zeer veel bomen. 8  Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de Vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt. 9  En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven, overal waar de beek komt, en er zal zeer veel vis zijn, want als dit water daarheen komt, dan wordt het water van de zee gezond. Overal waar de beek komt, zal alles leven. 10  Vissers zullen erlangs staan van Engedi tot En-eglaÔm; het zal een plaats zijn om de netten uit te spreiden, en de vissen erin zullen van allerlei soort zijn, zoals de vissen van de grote zee, zeer talrijk. 11  Maar de moerassen en poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven. 12  Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel.
Vers 8 laat zien dat wanneer het zoete of 'gezondmakende' water van deze leven-gevende rivier door de woestijn in de Dode Zee begint uit te stromen, de Dode Zee dan leven zal kunnen onderhouden en dus 'genezen' zal zijn. Het zoutgehalte neemt steeds toe (thans gem. ca. 30%), met als gevolg dat hoger organisch leven ontbreekt. Na de terugkomst van Jezus Christus zal de rivier uit Jeruzalem deze zee 'tot leven wekken' en het zal er wemelen van levende wezens, een overvloed aan vis zal er zijn. Deze rivier zal ook leven geven aan de dorre plaatsen waar zij doorheen stroomt.
De Dode Zee, 396 meter onder de zeespiegel, is het laagstgelegen punt op aarde. De Jordaan mondt in het uiterste noorden van de Dode Zee uit. Hoewel de Dode Zee geen afwatering heeft, bleef de waterstand ongeveer op hetzelfde peil. Dit kwam doordat de hoge temperatuur het water in ongeveer dezelfde mate deed verdampen als waarmee het de Dode Zee binnenstroomde. Daar de Jordaan in toenemende mate voor irrigatiedoeleinden gebruikt wordt, daalt het niveau van het wateroppervlak de laatste jaren echter gestadig.
Het water in deze zee (ook wel Zoutzee genoemd) is zo zout dat er geen planten- of waterleven in voortbestaan kan. Maar wanneer deze nieuwe rivier – de rivier van levend water – in de Dode Zee begint te stromen, zal het water ervan stijgen totdat het in het zuiden de woestijn instroomt en waarschijnlijk in de Golf van Akaba uit zal monden. Overal langs de overstroomde gebieden (behalve daar waar zich zoutpoelen en moerassen zullen vormen – vers 11) zullen planten en vissen zich vermenigvuldigen. Deze rivier van 'levend water' ontspringt vanuit de plaats waar Gods tempel zal staan – vanuit de troon van Christus (Vers 1 en het laatste gedeelte van vers 12 en JoŽl 3:18, laatste gedeelte).
JoŽl 3:18  Te dien dage zal het geschieden, dat de bergen van jonge wijn zullen druipen en de heuvelen van melk zullen vloeien en alle beken van Juda van water zullen stromen; een bron zal ontspringen uit het huis des Heren en zal het dal van Sittim drenken.
De heilige Geest wordt met 'levend water' vergeleken.
Johannes 4:10  Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij wist van de gave Gods en wie het is, die tot u zegt: Geef Mij te drinken, gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven.
Johannes 7:37  En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! 38  Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. 39  Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Is het dan niet duidelijk dat deze rivier een tegenhanger van Gods heilige Geest is?
De heilige Geest zal evenals de rivier van Jeruzalem uitgaan en de mentale en geestelijke problemen van de mensheid 'genezen'."
Nog even terug naar EzechiŽl waar het 'gezondmakende' water van deze leven-gevende rivier wordt beschreven.
EzechiŽl 47:11  Maar de moerassen en poelen ervan zullen niet gezond worden; zij zijn aan het zout prijsgegeven.
Hiermede worden zij bedoeld, die zich niet laten redden, die gezonken zijn in de modder van hun eigen begeerlijkheid en eigen gerechtigheid en van mening zijn dat zij geen genezing van node hebben. Zij zijn aan het zout – dat leven doodt – prijsgegeven.

Wie zullen de nieuwe aarde bewonen?

De aarde zal worden bewoond door mensen van vlees en bloed, dus fysieke mensen, geregeerd door Gods Koninkrijk, bestaande uit geestelijke wezens, zoals Christus na Zijn opstanding. Dit Koninkrijk zal over de gehele aarde regeren vanuit Jeruzalem. Het Koninkrijk is het Gezin van God en de leden van dit gezin zijn God de Vader, Jezus Christus en de eerstelingen die in de eerste opstanding zullen zijn bij Christus' terugkomst en dan een verheerlijkt geestelijk lichaam krijgen.
Wie zijn eerstelingen?
Ten eerste de enkelingen die God toebehoorden in de periode vanaf Adam tot het Nieuwe Testament. Enigen worden genoemd in HebreeŽn 11. Vervolgens de nieuwtestamentische Gemeente. Aanvankelijk bestond deze hoofdzakelijk uit Joden, maar al spoedig werden ze in aantal overtroffen door de heidenen.
Johannes 10:16  Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden ťťn kudde, ťťn herder.
Romeinen 11:25  Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over IsraŽl gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat.
Totdat Christus komt zal een gedeeltelijke verharding over IsraŽl blijven. Niet over allen, want het evangelie is sinds de eerste eeuw onder geheel IsraŽl verkondigd, dus niet alleen onder de Joden (de stammen Juda, Levi en Benjamin) en tot aan de dag van vandaag hebben kleine aantallen aan hun roeping gehoor gegeven en zijn in gehoorzaamheid aan Jezus Christus gaan leven.
Jakobus 1:1  Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.
Vooral in de tweede helft van de vorige eeuw is het evangelie met kracht verkondigd in de landen van het moderne IsraŽl, d.w.z. aan het huis van IsraŽl (de tien stammen die zich grotendeels bevinden in de V.S., Canada, Groot-BrittanniŽ, Noordwest-Europa, Zuid-Afrika, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland) en aan het huis van Juda (de huidige staat IsraŽl en de Joden die daar buiten wonen). Verder onder alle naties. In de 21e eeuw wordt dit Werk voortgezet. En de gedeeltelijke verharding is gebleken.
In de geestelijke tempel neemt IsraŽl een belangrijke plaats in.
Efeze 2:20  gebouwd op het fundament van de apostelen [uit IsraŽl] en profeten [uit IsraŽl], terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.
Verder noemt Openbaring 144.000 eerstelingen, geroepen uit de 'stammen' van geestelijk IsraŽl.
Openbaring 7:4  En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen IsraŽls.
Openbaring 14:1  En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. Vers 4  Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. 5  En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk.

Deze 144.000 zullen als geestelijke zonen van God in het Koninkrijk in het nieuwe Jeruzalem regeren.
"Op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden" (vers 1). Vergelijk Openbaring 22:3.
Openbaring 22:3  En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, 4  en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn.
Zij zullen als koningen heersen.
Vers 5  En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheden.
Het fysieke IsraŽl onder het Oude Verbond heeft God afgewezen. Onder het Nieuwe Verbond begint God een nieuw IsraŽl, maar dit keer met mensen aan wie Hij Zijn geest geeft. Daarom worden deze uitverkorenen het geestelijk IsraŽl genoemd. Veel fysieke heidenen zijn geestelijke IsraŽlieten geworden en vormen een belangrijke groep onder de eerstelingen.
2 Thessalonica 2:13  Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.
Het komende Koninkrijk van God zal de aarde gaan regeren waarop mensen van vlees en bloed wonen, die de derde wereldoorlog, pandemieŽn, aardbevingen, natuurrampen en de grote verdrukking hebben overleefd. Mensen uit alle naties. Maar Christus zal na Zijn komst de verharding van IsraŽl wegnemen en onder alle volkeren wederom, zoals in het Oude Testament, de twaalf stammen van IsraŽl roepen en bijeenbrengen in het heilige land om als modelnatie voor de gehele wereld daar een staat te vormen. Dit keer met groot succes, omdat God hun harten zal veranderen en Zijn geest in hen zal brengen. Dit zal er toe leiden dat ook andere volken zich onder Gods bestuur zullen scharen en eveneens zullen genieten van de geestelijke en fysieke rijkdom en voorspoed.
IsraŽl dient dus wederom als voorbeeld.
Jesaja 11:9  Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10  En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel [Christus] van IsaÔ zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiŽn, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. 11  En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, EthiopiŽ, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee [o.a. Amerika, N.W.-Europa en de Engelstalige Britse Gemenebestlanden]. 12  En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van IsraŽl verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.
EzechiŽl 36:9  Want zie, Ik kom bij u en keer Mij tot u, gij zult bewerkt en bezaaid worden. 10  Ik zal de mensen op u talrijk maken: het ganse huis IsraŽls; de steden zullen weer bewoond en de puinhopen herbouwd worden. Vers 19  Ik verstrooide hen onder de volken, zodat zij over de landen verspreid raakten; naar hun handel en wandel richtte Ik hen. Vers 24  Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land. Vers 26  een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. 27  Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. 28  Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn. Vers 35  En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. 36  Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen.

Christus toonde Johannes een tafereel van immense aantallen mensen die zich hebben bekeerd en uit alle delen van de wereld gekomen zijn. Dit is op een moment nadat Christus naar de aarde is gekomen, want de troon van God en Christus is al opgericht in Jeruzalem.
Openbaring 7:9  Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.
Na de terugkomst van Christus zijn dit de eerste fysieke mensen – in hoofdzaak de nakomelingen van de twaalf stammen van IsraŽl – die zich onderwerpen aan Hem en zich door Hem laten regeren. Hoewel God zich eerst zal ontfermen over IsraŽl, zullen velen uit andere volkeren de God van IsraŽl gaan erkennen als hun God. Sommigen zullen ongetwijfeld uit alle delen van de wereld direct met de IsraŽlieten meereizen naar Jeruzalem. De meeste mensen zullen echter meer tijd nodig hebben om God te gaan dienen. De "grote schare" (Openb. 7:9) heeft zich in of na de grote verdrukking bekeerd, ze zijn "bekleed met witte gewaden". Ze komen "uit alle volk en stammen en natiŽn en talen" (Openb. 7:9), zoals we in voorgaande schriftgedeelten hebben gelezen: van de vier einden der aarde (Jes. 11:12); Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land (Ez. 36:24). Dit sluit niet uit dat er onder de IsraŽlieten dan al mensen uit andere naties meekomen. Vergelijk de uittocht uit het oude Egypte.
Exodus 12:37  Daarna trokken de IsraŽlieten op van Raamses naar Sukkot, ongeveer zeshonderdduizend man te voet, ongerekend de kinderen. 38  Ook trok een menigte van allerlei slag met hen mee; en kleinvee en runderen een zeer talrijke veestapel.
Dit zal binnenkort weer gebeuren. Vanaf EzechiŽl 47:13 wordt de grens aangegeven waarbinnen het land als erfdeel verdeeld zal worden onder de twaalf stammen IsraŽls. Onder hen bevinden zich ook vreemdelingen.
EzechiŽl 47:22  gij zult het tot een erfdeel verloten onder u en onder de vreemdelingen die onder u vertoeven en die onder u kinderen verwekt hebben; dezen zult gij als onder de IsraŽlieten geboren beschouwen; zij zullen met u een erfdeel bij loting toegewezen krijgen onder de stammen IsraŽls; 23   in de stam waarbij de vreemdeling vertoeft, daar zult gij hem zijn erfdeel geven, luidt het woord van de Here Here.
De "grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen" bestaat hoofdzakelijk uit de nakomelingen van de twaalf stammen van IsraŽl (niet te verwarren met de 144.000) en "vreemdelingen" die niet tot IsraŽl behoren. Opzettelijk wordt melding gemaakt van de aanneming en inlijving der heidenen in IsraŽl. Deze godvrezende fysieke heidenen worden als IsraŽlieten beschouwd. Ze hebben dezelfde rechten. Het is een type van het geestelijk IsraŽl. Ieder mens zal uiteindelijk afstand moeten doen van de goden van de heidenen, de afgoden die de zgn. christelijke religies in hun greep houden, en zich wenden tot de God van IsraŽl, om geestelijk IsraŽliet te worden. Alleen dan is geestelijk behoud mogelijk. De "vreemdelingen" onder de schare IsraŽlieten worden als geboren IsraŽlieten beschouwd, zoals oprecht bekeerden het 'zoonschap' van God hebben verkregen. De "vreemdelingen" delen in de erfenis, zoals de bekeerden die het zoonschap hebben verkregen geestelijk mede-erfgenaam zijn met Christus.
De mensen in deze "schare" hebben "palmtakken in hun handen" (Openb. 7:9). Ongetwijfeld begrijpen zij dat het vrederijk is aangebroken. Palmtakken zijn in hun handen ten teken van de vreugde over hun gelukkig binnenkomen in het land van de rust, waar zij nu een 1000-jarig Loofhuttenfeest mogen vieren. Het Loofhuttenfeest is een zinnebeeld van het komende vrederijk en wordt daarom jaarlijks door Gods Gemeente gevierd.
Leviticus 23:40  Op de eerste dag [van het Loofhuttenfeest] zult gij vruchten van sierlijke bomen nemen, takken van palmen en twijgen van loofbomen en van beekwilgen, en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de Here, uw God, zeven dagen lang.
In dagen van overwinning en vrede, bij vrolijkheid en geluk tooide men zich met palmbladeren, waarmee op het Loofhuttenfeest de loofhutten versierd werden. Op dit feest en bij optochten werden zij in de handen gedragen. Bij de Grieken en de Romeinen werden de palmtakken aan de overwinnaar tot een teken van eer en zegepraal gegeven en er zijn nog vele gedenkpenningen voorhanden, waarop de overwinning door een palmtak wordt afgebeeld.
In of na de grote verdrukking zal "de grote schare" fysieke mensen zich bekeren.
Openbaring 7:13  En een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? 14  En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.
Dit illustreert bekering en berouw, maar nog geen verandering van fysiek lichaam in geestelijk lichaam. Van hen wordt niet vermeld dat ze eerstelingen zijn.
Wanneer zij oprecht berouw krijgen zullen ze een beroep doen op het offer van Christus.
Zij staan in het visioen van Johannes voor de troon van God de Vader en voor het Lam in het nieuwe Jeruzalem. Er staat niet: op de Olijfberg, waar Christus vanuit de ruimte voet op aarde zet samen met de heiligen (Zacharia 14:4-5).
Openbaring 7:9  Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam… 10   En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam! Vers 15   Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden.
Eerst zal Christus bij Zijn komst strijd voeren tegen de enorme legers van mensen. Na de overwinning zal een heilige stad, een nieuw Jeruzalem uit de hemel neergelaten worden waarin de troon van God. Deze mensen van "de grote schare" komen voor deze troon. Zij moeten nog geweid (weiden is hoeden) worden als schapen. Het zijn geen eerstelingen met een verheerlijkt lichaam, de koningen en priesters, de leiders van de wereld van morgen. Het zijn schapen die geweid moeten worden door deze koningen en priesters onder leiding van de opperherder Jezus Christus.
Vers 17  want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden.
Zo wordt niet gesproken van de geest geworden 'eerstelingen' die dan koningen en priesters zullen zijn. Deze koningen en priesters zullen ongetwijfeld betrokken worden in het weiden of hoeden van deze mensen.
… en God zal alle tranen van hun ogen afwissen (laatste deel van vers 17).
Tranen zullen van hun ogen gewist worden zoals bij mensen van vlees en bloed.
Vers 17  want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens…
Ze worden naar "waterbronnen des levens" gevoerd om de heilige geest te ontvangen. Dan pas, nadat Christus is teruggekomen, nadat Hij de menselijke legers heeft verslagen, nadat het nieuwe Jeruzalem uit de hemel is neergelaten en Christus op de troon zit.
Vers 16  Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte.
Zo schreef Jesaja over de stammen van Jakob nadat Christus ze na Zijn terugkeer naar het heilige land zal leiden.
Jesaja 49:10  zij zullen hongeren noch dorsten, woestijngloed noch zonnesteek zal hen treffen, want hun Ontfermer zal hen leiden en hen voeren aan waterbronnen.
Vergelijk ook EzechiŽl 36:24-25 met Openbaring 7.
EzechiŽl 36:24  Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen [Openb. 7:9: de grote schare uit alle volk en stammen en natiŽn en talen], en Ik zal u brengen naar uw eigen land; 25  Ik zal rein water over u sprengen [Op. 7:17: de grote schare voeren naar waterbronnen des levens], en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen [Openb. 7:14: zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams].
Deze mensen zullen leven als in de hof van Eden.
Jesaja 51:3  Want de Here troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.
EzechiŽl 36:33  Zo spreekt de Here Here: Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden weer bevolken en zullen de puinhopen herbouwd worden; 34  het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. 35  En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. 36  Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen. 37  Zo zegt de Here Here: Ook dit zal Ik Mij door het huis IsraŽls laten afsmeken om hun te doen: Ik zal hen zo talrijk aan mensen maken als een kudde schapen; 38  zo vol als met een kudde offerschapen, als met de kudde schapen op Jeruzalems feesten, zo vol zullen de verwoeste steden zijn met mensenkudden. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben.

Laten we ons verheugen op die dag dat Jezus Christus namens Zijn Vader deze totale vernieuwing zal realiseren.
Jesaja 25:6  En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen.
Maar eerst zal God de misleiding wegnemen van alle mensen, met name van het zgn. christendom.
Vers 7  En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiŽn omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. 8  Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken. 9  En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Here, op wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.
God zal eeuwig bij ons wonen en Jezus Christus is de "Heer over de sabbat", de zevende dag van 1000 jaar (Matt. 12:8; Luc. 6:5). De zevende dag, de sabbat, die in Gods Woord een feestdag en een verlustiging wordt genoemd, houdt onze aandacht gevestigd op het komende vrederijk. Het Lam zal na Zijn glorieuze terugkomst als Koning der koningen onder een nieuwe hemel een nieuw Jeruzalem scheppen en een paradijselijke wereld, waar voor zondaren geen plaats meer zal zijn.

 

Terug naar de Home Page

web stats