Voor literatuurlijst klik hier.

De twee IsraŽls
in het boek
Openbaring

 

Spreekt de Bijbel over twee IsraŽls?
Jazeker, en in Openbaring zien we de apotheose.
Over enkele jaren ziet de hele wereld deze
ontzagwekkende ontknoping en verheffing.

 

 

Eerst het model, dan de werkelijkheid

De mens is gemaakt naar het beeld van God. Van bekende overleden personen zijn beelden gemaakt. Het beeld is niet de persoon, het heeft de gelijkenis. Het kan gemaakt zijn van koper of steen, maar de werkelijkheid van deze gelijkenis was van vlees en bloed. De mens heeft als beeld van God een ontzagwekkend potentieel, namelijk om God te worden. In het plan van God met de mensheid staan in de Bijbel verschillende zaken en personen die typen zijn van de geestelijke werkelijkheid. Omdat wij op fysiek niveau denken laat God ons eerst een model zien. In het proces van roeping naar vervulling leren we de werkelijkheid zien op het niveau van God. Het proces van model naar werkelijkheid vergt tijd, omdat in de mens goddelijk karakter ontwikkeld moet worden. Dit principe begint bij de eerste mens Adam als een type van Christus.

1 CorinthiŽrs 15:21 Want, dewijl de dood er is door een mens [Adam], is ook de opstanding der doden door een mens [Christus]. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.

De ’modellen’ – de fysieke, sterfelijke mensen van vlees en bloed – zullen sterven, maar de getrouwe volgelingen van Christus zullen het werkelijke leven binnengaan als geestelijke, onsterfelijke wezens, zoals God de Vader en de Zoon Christus. Allen zullen ze God zijn, de familie God. De mens heeft dan niet alleen meer het beeld van God, maar ook de geestelijke aard.

1 CorinthiŽrs 15:39 Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. 40 Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. Vers 42 Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt gezaaid in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; 43 er wordt gezaaid in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt gezaaid in zwakheid, en opgewekt in kracht.

Paulus legt uit dat eerst het model, het beeld van God, is gemaakt en dat daarna, te beginnen bij de terugkomst van Christus, de werkelijkheid van dat model zal worden opgewekt.

Vers 44 Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt. Is er een natuurlijk lichaam, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. 46 Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. 47 De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 48 Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. 49 En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen. 50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beŽrven en het vergankelijke beŽrft de onvergankelijkheid niet.

God maakt zijn plan met de mens duidelijk met fysieke voorbeelden. Zo kreeg Adam een vrouw die hem tot hulp diende – Christus krijgt een vrouw, zijn Gemeente, die Hem tot hulp dient. Het Paschalam dat jaarlijks geslacht moest worden is het type van ons Paschalam, Jezus Christus, dat geofferd is voor ieder mens die verlost wil worden van de zonden om eeuwig leven te kunnen ontvangen. Er was en tabernakel en later een tempel van God – nu is er een geestelijke tempel als woonstede van God.

1 CorinthiŽrs 3:16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? 17 Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!

2 CorinthiŽrs 6:16 Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft: Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

Nog een voorbeeld vormen het Oude en het Nieuwe Testament. Het oude is het type van het nieuwe. In het O.T. worden materiŽle en fysieke zegeningen beloofd als Gods geboden worden onderhouden en op bepaalde overtredingen staat de doodstraf. In het N.T. ligt de nadruk op geestelijke zegeningen, met als belangrijkste onsterfelijk leven in Gods Gezin. En het stelselmatig overtreden van Gods geboden wordt bestraft met de eeuwige dood. Fysiek IsraŽl werd afgezonderd als natie met God als hun Koning (het Woord dat later Christus werd). Geestelijk IsraŽl – de nieuwtestamentische Gemeente – is eveneens apart gezet door God, en Jezus Christus zal hun Koning zijn in de Wereld van Morgen. Ook was er een huwelijksovereenkomst tussen God en fysiek IsraŽl, zoals er een huwelijk gesloten zal worden tussen Christus en zijn Gemeente. Fysiek IsraŽl werd door God zijn eerstgeborene genoemd. Later – in het komende Vrederijk – zullen meer kinderen (naties) worden toegevoegd. De leden van Gods nieuwtestamentische gemeente – geestelijk IsraŽl –- worden in het N.T. eerstelingen genoemd. Zij zijn de eerste kinderen in Gods geestelijk Gezin. Vanzelfsprekend zijn de regels in het gezin van God voor alle kinderen gelijk, zoals dat in elk gezin behoort te zijn. Daarom zijn de Tien Geboden, Gods heilige dagen, voedselwetten, enz. voor alle kinderen bedoeld. Dus niet alleen voor het eerstgeboren kind IsraŽl. De zegeningen die gekoppeld zijn aan het onderhouden van die geboden zijn van toepassing op Šlle kinderen. God heeft alle mensen lief.

 

Fysiek en geestelijk IsraŽl

Voordat u deze publicatie verder leest is het belangrijk dat u weet wie en waar IsraŽl is. Het volk IsraŽl bestaat uit de nakomelingen van de twaalf zonen van Jakob. God veranderde de naam van Jakob in IsraŽl en daarom spreken we van de twaalf stammen van IsraŽl. In verband met speciale beloften besloot God dat beide zonen van Jozef, de elfde zoon van Jakob, stamvaders van twee IsraŽlitische stammen werden, waardoor er feitelijk dertien stammen zijn.

Na de dood van Salomo (de zoon van koning David) viel het rijk IsraŽl uiteen in twee delen. De stam Juda met de stammen Levi en Benjamin scheidden zich af en zo ontstond een noordelijk rijk IsraŽl en een zuidelijk rijk Juda, ook wel de huizen IsraŽl en Juda genoemd. De naam Jood is afgeleid van Juda. Een Jood of JudeeŽr is een inwoner van Juda.

In de jaren 721-718 v. Chr. werd het Huis IsraŽl veroverd en de bevolking uit hun land verdreven en in ballingschap naar AssyriŽ gevoerd, naar de zuidelijke kusten van de Kaspische Zee! En vervolgens ... verdwenen zij uit het zicht!

De tien stammen, waaronder de afstammelingen van Jozef, die in het bezit zijn van de eerstgeboorterechtbeloften, zijn nooit naar hun geboortegrond teruggekeerd vanuit AssyriŽ, waarheen zij, vanaf 721 v. Chr. werden gebracht en vanaf die tijd hebben zij zich nooit meer met Joden vermengd! Zij zouden talrijk worden, koloniseren, zich "naar het westen, oosten, noorden en zuiden" verspreiden, tot zij de gehele wereldbol zouden omcirkelen, de "poorten" van de hun vijandige naties bezitten.

Ook het Huis Juda werd in ballingschap gevoerd, naar Babylon (604-585 v. Chr.), maar een gedeelte keerde later terug. De Joden vormen slechts een klein deel van de twaalf stammen van IsraŽl.

God is zijn belofte nagekomen aan Abraham dat de volkeren van IsraŽl zeer welvarend zouden worden. Ze vormen de landen van het voormalige Britse Rijk (Gr.-BrittanniŽ, Canada, AustraliŽ, Nw.-Zeeland, Zuid-Afrika), de V.S., en vele Noordwest-Europese landen. Een uitgebreide informatie vindt u in onze publicatie ’De Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ in de profetieŽn’.

Gods Plan met de mensheid is zeer fascinerend en overstijgt onze stoutste dromen. Het potentieel van de mens is om lid te worden van het gezin van God. Dit gezin zal een geestelijk gezin zijn, d.w.z. bestaan uit onsterfelijk gemaakte gezinsleden – niet van vlees en bloed maar uit geest zoals de Vader, Jezus Christus en de engelen. Gods plan wordt in twee fasen uitgevoerd: eerst fysiek en daarna geestelijk. Zo is er een eerste Adam waaruit de fysieke mensen zijn voortgekomen en een tweede, Christus, waaruit de geestelijke gezinsleden zullen voortkomen. Zo was er fysiek het eerstgeboren kind IsraŽl en is er het geestelijk IsraŽl, zijn Gemeente, die de voorloper is van het geestelijke Gezin, Gods Koninkrijk. God noemt IsraŽl van het Oude Testament "mijn eerstgeboren zoon" (Ex. 4:22) en zijn nieuwtestamentische kinderen "eerstelingen" (2 Thess. 2:13).

Wanneer Christus terugkeert zullen de geestelijke eerstelingen (geestelijk IsraŽl) door God uit hun graven worden opgewekt en samen met de eerstelingen die dan leven, veranderd worden in onsterfelijke wezens om onder leiding van de Koning der koningen, Jezus Christus, als koningen te regeren over een vernieuwde aarde.

1 Thessalonicen 4:14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. 15 Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, 16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.

1 CorinthiŽrs 15:51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

Openbaring 20:4 En ik zag tronen, en zij [de geestelijke eerstelingen] zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.

Dit is de eerste opstanding, de geestelijke geboorte van de eerste kinderen.

Vers 6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.

In de jaren voordat Christus terugkomt zal er een derde wereldoorlog woeden en een grote verdrukking zijn. De herrezen Romeinse macht (’het beest’) zal als een beest tekeer gaan en het huidige IsraŽl (N.W.-Europa, Engeland, de V.S., enz.) zal door deze macht worden geplunderd en wederom in ballingschap worden gevoerd. God zal dit toestaan omdat net als weleer IsraŽl de levende God vernedert door afgoden te dienen. Zo kan God IsraŽl niet zegenen.

IsraŽl van het Oude Testament had als eerste kind van God een modelnatie moeten zijn om de andere naties – de volkeren die daarna Gods kinderen zouden worden – te tonen dat Gods geboden, als een handleiding voor het leven, geluk, rijkdom en vrede zou brengen. Maar IsraŽl overtrad de geboden en in plaats van de zegeningen ontving het de vloek.

De nakomelingen van IsraŽl, de leiders van de westerse wereld, leven in dezelfde afgoderij. Na veel waarschuwingen en geduld zal God op een harde manier moeten ingrijpen om hen tot inkeer te brengen. Na de Grote Verdrukking, die door de mensen zelf wordt veroorzaakt vanwege hun diensten aan Satan, brengt God zware plagen over deze wereld. Ook IsraŽl zal hieronder hevig lijden.

Wanneer Christus terugkeert met grote macht, zal de wereld Hem niet herkennen en met grote legers Hem gaan bestrijden. Nooit eerder zijn er zoveel militairen op de been gebracht. Christus zal met zijn engelen een vreselijke slachting aanrichten en de mensheid na 6000 jaar geduld en waarschuwingen dwingen om de vrede te leren.

De naties van IsraŽl zullen dan begrijpen wie hun God is. Velen zullen zich de waarschuwingen herinneren die God door zijn profeten en zijn Gemeente, de mensen achter deze publicatie, over de gehele wereld heeft gezonden. Eindelijk zal IsraŽl berouw hebben zodat God hen kan leren wat liefde tot God en de naaste werkelijk betekent.

 

’De 144.000’

Jezus Christus heeft aan Johannes toekomstige gebeurtenissen getoond in gezichten. Johannes heeft dit opgeschreven in het boek Openbaring. Christus heeft het geestelijk en het fysiek IsraŽl direct na elkaar geplaatst in ťťn hoofdstuk. Eerst formeert Hij bij zijn terugkomst geestelijk IsraŽl tot zijn Regering in het Koninkrijk van God (het geestelijk ’Beloofde Land’) en vervolgens verzamelt Hij de over de aarde verstrooide fysieke IsraŽlieten en brengt ze terug naar hun Beloofde Land, waar ze 1000 jaar in het Vrederijk door het Koninkrijk zullen worden geregeerd. In die volgorde staat het ook in Openbaring.

In het Nieuwe Testament staat dat de leden van de Gemeente van God ’eerstelingen’ worden genoemd, omdat zij in de eerste opstanding zullen zijn en als geestelijk eerstgeborenen in Gods Koninkrijk het bestuur zullen vormen over de aarde. De eerstelingen staan in het boek Openbaring.

Openbaring 14:3 en zij zongen een nieuw gezang voor de troon en voor de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. 4 Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt…

Zij hebben geen deel gehad aan valse kerken die hoereren met de afgoden. Kerken worden in de Bijbel soms als vrouwen voorgesteld.

…want zij zijn maagdelijk…

Christus huwt een reine maagd. Getrouwen van God zijn door Christus rein gemaakt en vanaf dat moment maagdelijk gebleven (vers 4), d.w.z. trouw gebleven aan hun verloofde Jezus Christus. Als een ware christen (die dus deel uitmaakt van Gods Gemeente) deel heeft aan andere religies, zoals diensten bijwonen, hun wereldse feesten houden, dan wordt dat in bijbelse taal hoererij genoemd. Hij of zij heeft in die situatie naast zijn of haar Geliefde nog een ander. De verbinding met God zal dan verbroken worden. De ware Bruid zal terecht een zuiverwitte bruidsjapon dragen op de bruiloft.

Openbaring 19:7 Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; 8 en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.

Openbaring 14:4 (vervolg) Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat [omdat deze vrouw (nu nog de Gemeente) zijn echtgenote geworden is en bovendien met Hem regeert]. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. 5 En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk.

De 144.000 zijn de losgekochten van de aarde (vers 3). Meer zijn er vůůr de terugkeer van Christus niet losgekocht door Hem gedurende 6000 jaar. Dit zijn "de losgekochten", dus alle losgekochten. Zij zijn de eerstelingen (vers 4).

Openbaring 7:1 Daarna zag ik vier engelen staan aan de vier hoeken der aarde, die de vier winden der aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, of over de zee, of over enige boom. 2 En ik zag een andere engel opkomen van de opgang der zon, hebbende het zegel van de levende God; en hij riep met luider stem tot de vier engelen, aan wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, 3 en hij zeide: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de knechten van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben. 4 En ik hoorde het getal van hen, die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren verzegeld uit alle stammen der kinderen IsraŽls.

Door de eeuwen heen tot de komst van Christus heeft God 144.000 mensen apart gezet (verzegeld met Gods geest; Ef. 1:13; 4:30) om ze op te leiden voor hun taak als koning en priester in het koninkrijk van God. Evenals in het Oude Testament slechts ťťn fysieke natie (IsraŽl) apart werd gezet als Gods eerstgeboren kind, zo is de nieuwtestamentische gemeente geestelijk afgezonderd als Gods eerstverwekte kind. Het zijn de knechten van God (Openb. 7:3), niet enkelen of vele, maar ’de’ en dat betekent ’alle’. De Gemeente die door Jezus is gesticht telt vanaf het begin tot zijn terugkeer in totaal 144.000 mensen. Vandaar dat Jezus zei:

Lukas 12:32 Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Het christendom is natuurlijk geen ’klein kuddeke’. De zgn. christenen misbruiken de naam van Christus, maar feitelijk dienen ze een valse christus. Het is niet zo dat sommigen van hen misleid zijn. Nee, zegt de Bijbel, de gehele wereld is misleid door Satan. En zij die menen dat enkele anderen zijn misleid, maar zij zelf zeer zeker niet, blijven in de misleiding.

Openbaring 12:9 En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.

Zij veronderstellen de ’Here’ (zoals ze meestal zeggen) te kennen, maar Christus kent hen niet.

MattheŁs 7:21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? 23 En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

De ’christelijken’ zijn wetteloos zegt Jezus zelf: werkers der wetteloosheid. Ze hebben hun eigen geboden gemaakt en beweren dat Gods geboden zijn afgedaan. Of ze hanteren naar eigen willekeur slechts een aantal geboden. Ze prediken over de persoon Jezus, maar doen niet wat Hij zegt! Ze gedragen zich als antichristen, terwijl hun misleide leiders spreken over het gevaar van de komst van de antichrist! De misleiders zijn zelf misleid!

MattheŁs 7 vervolgt met:

Vers 24 Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. 25 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. 26 En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. 27 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot.

Jezus weet dat de mensen "Here, Here" roepen, maar geen enkele belangstelling hebben voor wat Hij zegt.

Lukas 6:46 Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?

Het is zoals de "Here, Here" zei, zijn Gemeente die Hem tegemoet gaat in de lucht om neer te dalen op aarde om daar het Koninkrijk op te richten, is een "klein kuddeke" van 144.000 getrouwen.

Openbaring 6:11 En aan elk hunner [die sinds de schepping van de mens vanwege hun trouw aan God gemarteld zijn] werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden evenals zij.

Gedurende de Grote Verdrukking is er wederom een martelaarschap van gelovigen. Tijdens en na de Grote Verdrukking, maar voordat de zeven bazuinen geblazen zullen worden, zullen de laatsten Gods geest ontvangen, waarmee het getal van de 144.000 "vol" is (vers 11 hierboven).

Ze zijn van de stammen van IsraŽl (Openb. 7:4-8), d.w.z. geestelijk IsraŽl. Omdat IsraŽl de waarheid heeft verworpen, heeft God het Werk gericht op de heidenen.

Romeinen 10:19 Maar ik vraag: heeft IsraŽl het dan niet verstaan? Vooreerst zegt Mozes: Ik zal u naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk. 20 En Jesaja waagt het te zeggen: Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten [heidenen], Ik ben openbaar geworden aan wie naar Mij niet vroegen. 21 Maar van IsraŽl zegt hij: De ganse dag heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

God heeft daarom zijn handen tijdelijk van IsraŽl afgetrokken.

Vers 8 gelijk geschreven staat: God gaf hun een geest van diepe slaap, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot de dag van heden. Vers 11 Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken.

God besloot heidenen te enten als IsraŽlieten. Heidenen werden ook IsraŽlieten, d.w.z. geestelijk IsraŽlieten. De naam IsraŽl werd niet aan Jakob gegeven door zijn ouders, maar door God toen hij al een groot gezin had. Nu kregen de heidenen ook die naam.

Vers 17 Indien nu enkele van de takken weggebroken zijn en gij [heidenen] als wilde loot daartussen geŽnt zijt en aan de saprijke wortel van de olijf deel hebt gekregen. Vers 20 Goed! Zij [IsraŽl] zijn om hun ongeloof weggebroken en gij [heidenen] staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees!

Na de komst van Christus zullen de IsraŽlieten weer geŽnt worden.

Vers 23 Maar ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geŽnt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten. 24 Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geŽnt zijt, hoeveel te meer zullen dezen, naar hun natuur, op hun eigen olijf geŽnt worden. 25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over IsraŽl gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, 26 en aldus zal gans IsraŽl behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden.

Paulus ging op zijn reizen aanvankelijk eerst naar de synagogen om de Joden het evangelie te brengen. Maar die waren daarvan niet gediend.

Handelingen 14:2 Maar de Joden, die hun geen gehoor gaven, prikkelden en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders. Vers 19 Maar er kwamen Joden van AntiochiŽ en Ikonium en zij praatten de scharen om en stenigden Paulus en sleepten hem de stad uit, menende, dat hij dood was.

Handelingen 18:4 En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen. 5 En toen Silas en TimotheŁs uit MacedoniŽ kwamen, wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is. 6 Maar toen dezen zich verzetten en lasterden, schudde hij zijn kleren uit en zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben er rein van, voortaan zal ik mij tot de heidenen wenden.

De 144.000 zijn voor een deel van fysiek IsraŽl en voor een deel uit de heidenen. De Gemeente bestond aanvankelijk na haar stichting 2000 jaren geleden hoofdzakelijk uit Joden, maar ook uit modern IsraŽl zijn velen geroepen. Zie onze publicatie ’De Verenigde Staten en Groot-BrittanniŽ in de profetieŽn’ en ’Waar gingen de oorspronkelijke apostelen en discipelen heen’ waar de twaalf stammen van IsraŽl zich vandaag bevinden. Slechts een zeer klein deel leeft in het Midden-Oosten, die Joden genoemd worden. Maar Ruben, Zebulon, Naftali, Issakar, Jozef, enz. zijn eveneens IsraŽlieten, zonen van IsraŽl (Jakob).

Fysieke IsraŽlieten en heidenen vormen samen de geestelijke eerstelingen (de 144.000) – geestelijk IsraŽl. Omdat de stam Dan als eerste afgleed tot afgoderij in IsraŽl en daarin een leidende rol bleef vervullen, is er geen geestelijke stam Dan (Openb. 7:5-8) en derhalve ook niet in de eerste opstanding bij Christus' terugkeer. In het komende Vrederijk is wel een fysieke stam Dan (Ez. 48:1-2).

Alleen de 144.000 worden genoemd bij zijn terugkomst wanneer Christus in het ’hoofdkwartier’ Sion staat van het komende Koninkrijk van God.

Zacharia 8:2 Zo zegt de HERE der heerscharen: Ik ben voor Sion in grote ijver ontbrand; in gloeiende ijver ben Ik ervoor ontbrand. 3 Zo zegt de HERE: Ik keer weder tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw, en de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.

HebreeŽn 12:22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen.

Openbaring 14:1 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden.

De presentatie van de Regering van God!

Het Lam en de 144.000 zullen de regering vormen in de Wereld van Morgen. Op hun voorhoofd staat de naam van God de Vader geschreven. Geen naam bedacht door de talrijke christelijke kerken en denominaties, maar de naam van God. Vandaar de naam Gemeente van God! Met de verzegeling – het ontvangen van Gods geest met de doop – wordt als het ware de naam van God op het voorhoofd gestempeld (Openb. 7:2-4).

 

’De grote schare’

Nadat Johannes dit gezicht gezien heeft van de 144.000, de geestelijke eerstelingen, geestelijk IsraŽl, ziet hij daarna een grote schare fysieke eerstelingen, fysiek IsraŽl. Eerst zal geestelijk IsraŽl (de 144.000) zijn beloofde bestemming krijgen en daarna wordt fysiek IsraŽl weer naar hun Beloofde Land gebracht.

Het komende Koninkrijk van God – de dan 144.000 geestelijke wezens o.l.v. hun Koning Jezus Christus – zal de aarde gaan regeren waarop mensen van vlees en bloed wonen, die de derde wereldoorlog, pandemieŽn, aardbevingen, natuurrampen en de grote verdrukking hebben overleefd. Mensen uit alle naties. Maar Christus zal na zijn komst de verharding van fysiek IsraŽl wegnemen en onder alle volkeren wederom, zoals in het Oude Testament, de twaalf stammen van IsraŽl roepen en bijeenbrengen in het heilige land om als modelnatie voor de gehele wereld daar een staat te vormen. Dit keer met groot succes, omdat God hun harten zal veranderen en zijn geest in hen zal brengen. Dit zal er toe leiden dat ook andere volken zich onder Gods bestuur zullen scharen en eveneens zullen genieten van de geestelijke en fysieke rijkdom en voorspoed.

IsraŽl dient dus wederom als voorbeeld. Alle twaalf stammen van IsraŽl, waarvan de Joden een klein deel vormen.

Jesaja 11:9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. 10 En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel [Christus] van IsaÔ zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiŽn, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. 11 En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, EthiopiŽ, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee [o.a. Amerika, N.W.-Europa en de Engelstalige Britse Gemenebestlanden]. 12 En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van IsraŽl verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.

Juda en IsraŽl worden verzameld, d.w.z. de Joden en de andere IsraŽlitische stammen (totaal twaalf).

EzechiŽl 36:9 Want zie, Ik kom bij u en keer Mij tot u, gij zult bewerkt en bezaaid worden. 10 Ik zal de mensen op u talrijk maken: het ganse huis IsraŽls; de steden zullen weer bewoond en de puinhopen herbouwd worden. Vers 19 Ik verstrooide hen onder de volken, zodat zij over de landen verspreid raakten; naar hun handel en wandel richtte Ik hen. Vers 24 Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land. Vers 26 een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. 27 Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. 28 Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn. Vers 35 En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. 36 Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen.

Christus toonde Johannes een tafereel van immense aantallen mensen die zich hebben bekeerd en uit alle delen van de wereld gekomen zijn. Dit is op een moment nadat Christus naar de aarde is gekomen, want de troon van God en Christus is al opgericht in Jeruzalem.

Openbaring 7:9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.

Na de terugkomst van Christus zijn dit de eerste fysieke mensen – in hoofdzaak de nakomelingen van de twaalf stammen van IsraŽl – die zich onderwerpen aan Hem en zich door Hem laten regeren. Hoewel God zich eerst zal ontfermen over IsraŽl, zullen velen uit andere volkeren de God van IsraŽl gaan erkennen als de enige ware God. Sommigen zullen ongetwijfeld uit alle delen van de wereld direct met de IsraŽlieten meereizen naar Jeruzalem. De meeste mensen zullen echter meer tijd nodig hebben om God te gaan dienen. De "grote schare" (Openb. 7:9) heeft zich in of na de grote verdrukking bekeerd, ze zijn "bekleed met witte gewaden". Ze komen "uit alle volk en stammen en natiŽn en talen" (Openb. 7:9), zoals we in voorgaande schriftgedeelten hebben gelezen: van de vier einden der aarde (Jes. 11:12); Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land (Ez. 36:24). Zie ook:

Jesaja 49:1 Hoort naar Mij, gij kustlanden, en luistert, gij natiŽn in de verte. Vers 5 Maar nu zegt de HERE, die mij van de moederschoot aan vormde tot zijn knecht, om Jakob tot Hem terug te brengen en om IsraŽl tot Hem vergaderd te doen worden (en ik werd geŽerd in de ogen des HEREN en mijn God was mijn sterkte) 6 Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van IsraŽl terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde.

Jesaja 43:1 Maar nu, zo zegt de HERE, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o IsraŽl: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. Vers 5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. 6 Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde.

Psalmen 147:2 De HERE bouwt Jeruzalem, Hij verzamelt IsraŽls verdrevenen.

’Grote scharen’ verstrooide IsraŽlieten worden na de komst van Christus uit alle delen van de wereld teruggebracht naar hun ’eigen’ land in het Midden-Oosten.

Dit sluit niet uit dat er onder de IsraŽlieten dan al mensen uit andere naties meekomen. Vergelijk de uittocht uit het oude Egypte.

Exodus 12:37 Daarna trokken de IsraŽlieten op van Rašmses naar Sukkot, ongeveer zeshonderdduizend man te voet, ongerekend de kinderen. 38 Ook trok een menigte van allerlei slag met hen mee; en kleinvee en runderen een zeer talrijke veestapel.

Dit zal binnenkort weer gebeuren. Vanaf EzechiŽl 47:13 wordt de grens aangegeven waarbinnen het land als erfdeel verdeeld zal worden onder de twaalf stammen IsraŽls. Onder hen bevinden zich ook vreemdelingen.

EzechiŽl 47:22 gij zult het tot een erfdeel verloten onder u en onder de vreemdelingen die onder u vertoeven en die onder u kinderen verwekt hebben; dezen zult gij als onder de IsraŽlieten geboren beschouwen; zij zullen met u een erfdeel bij loting toegewezen krijgen onder de stammen IsraŽls; 23 in de stam waarbij de vreemdeling vertoeft, daar zult gij hem zijn erfdeel geven, luidt het woord van de Here Here.

De "grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen" (Openb. 7:9) bestaat hoofdzakelijk uit de nakomelingen van de twaalf stammen van IsraŽl (niet te verwarren met de 144.000) en "vreemdelingen" die niet tot IsraŽl behoren.

Met de "grote schare, die niemand tellen kon" kan niet het "kleine kuddeke" aangeduid worden, dat na de verzegeling – het ontvangen van de heilige geest – bij de komst van Christus met de eerste opstanding Gods Koninkrijk zal binnengaan.

Lukas 12:32 Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.

Van de grote schare wordt niet vermeld dat ze verzegeld zijn.

Bij de verdeling van het land wordt opzettelijk melding gemaakt van de aanneming en inlijving der heidenen in IsraŽl. Deze godvrezende fysieke heidenen worden als IsraŽlieten beschouwd. Ze hebben dezelfde rechten. Het is een type van het geestelijk IsraŽl. Ieder mens zal uiteindelijk afstand moeten doen van de goden van de heidenen, de afgoden die de zgn. christelijke religies in hun greep houden, en zich wenden tot de God van IsraŽl, om geestelijk IsraŽliet te worden. Alleen dan is geestelijk behoud mogelijk. De "vreemdelingen" onder de schare fysieke IsraŽlieten worden als geboren IsraŽlieten beschouwd, zoals oprecht bekeerden het ’zoonschap’ van God hebben verkregen. De "vreemdelingen" delen in de erfenis, zoals de bekeerden die het zoonschap hebben verkregen geestelijk mede-erfgenaam zijn met Christus.

De mensen in deze "schare" hebben "palmtakken in hun handen" (Openb. 7:9).

Jeremia 31:7 Want zo zegt de HERE: Jubelt van vreugd over Jakob, juicht om het hoofd der volkeren, verkondigt, looft en zegt: de HERE heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van IsraŽl.

Ongetwijfeld begrijpen zij dat het vrederijk is aangebroken. Palmtakken zijn in hun handen ten teken van de vreugde over hun gelukkig binnenkomen in het land van de rust, waar zij nu als het ware een 1000-jarig Loofhuttenfeest mogen vieren. Het Loofhuttenfeest is een zinnebeeld van het komende vrederijk en wordt daarom jaarlijks door Gods Gemeente gevierd.

Leviticus 23:40 Op de eerste dag [van het Loofhuttenfeest] zult gij vruchten van sierlijke bomen nemen, takken van palmen en twijgen van loofbomen en van beekwilgen, en gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de Here, uw God, zeven dagen lang.

In dagen van overwinning en vrede, bij vrolijkheid en geluk tooide men zich met palmbladeren, waarmee op het Loofhuttenfeest de loofhutten versierd werden. Op dit feest en bij optochten werden zij in de handen gedragen. Bij de Grieken en de Romeinen werden de palmtakken aan de overwinnaar tot een teken van eer en zegepraal gegeven en er zijn nog vele gedenkpenningen voorhanden, waarop de overwinning door een palmtak wordt afgebeeld.

Jesaja 44:21 Denk hieraan, Jakob; IsraŽl, want gij zijt mijn knecht; Ik heb u geformeerd, gij zijt mijn knecht, IsraŽl; gij wordt door Mij niet vergeten. 22 Ik vaag uw overtredingen weg als een nevel en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost. 23 Jubelt, gij hemelen, want de HERE heeft het gedaan; juicht, gij diepten der aarde, breekt uit in gejubel, gij bergen, gij woud met alle geboomte daarin, want de HERE heeft Jakob verlost en Hij verheerlijkt Zichzelf in IsraŽl.

In of na de grote verdrukking zal ’de grote schare’ fysieke mensen zich bekeren.

Openbaring 7:13 En een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? 14 En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.

Dit illustreert bekering en berouw, maar nog geen verandering van fysiek lichaam in geestelijk lichaam. Van hen wordt niet vermeld dat ze eerstelingen zijn.

Wanneer zij naar ’het beloofde land’ gebracht zijn zullen ze een beroep doen op het offer van Christus.

Zij staan in het visioen van Johannes voor de troon van God de Vader en voor het Lam in het nieuwe Jeruzalem. Er staat niet: op de Olijfberg, waar Christus vanuit de ruimte voet op aarde zet samen met de heiligen (Zacharia 14:4-5).

Openbaring 7:9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam… 10 En zij riepen met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam! Vers 15 Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden.

Eerst zal Christus bij zijn komst strijd voeren tegen de enorme legers van mensen. Na de overwinning zal een heilige stad, een nieuw Jeruzalem uit de hemel neergelaten worden waarin de troon van God. Deze mensen van ’de grote schare’ komen voor deze troon. Zij moeten nog geweid (weiden is hoeden) worden als schapen. Het zijn geen eerstelingen met een verheerlijkt lichaam, de koningen en priesters, de leiders van de wereld van morgen. Het zijn schapen die geweid moeten worden door deze koningen en priesters onder leiding van de opperherder Jezus Christus.

Vers 17 want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden.

Zo wordt niet gesproken van de geest geworden ’eerstelingen’ die dan koningen en priesters zullen zijn. Deze koningen en priesters zullen ongetwijfeld betrokken worden in het weiden of hoeden van deze mensen.

… en God zal alle tranen van hun ogen afwissen (laatste deel van vers 17).

Jeremia 31:8 Zie, Ik breng hen uit het land van het noorden en verzamel hen van de einden der aarde; onder hen blinden en lammen, zwangeren en barenden tezamen; in een grote schare [Openb. 7:9] zullen zij hierheen terugkeren. 9 Onder geween zullen zij komen [Openb. 7:17: God zal alle tranen van hun ogen afwissen] en onder smeking zal Ik hen leiden; Ik zal hen voeren naar waterbeken op een effen weg, waarop zij niet struikelen.

Tranen zullen van hun ogen gewist worden zoals bij mensen van vlees en bloed.

Openbaring 7:17 want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens…

Ze worden naar "waterbronnen des levens" gevoerd om de heilige geest te ontvangen. Dan pas, nadat Christus is teruggekomen, nadat Hij de menselijke legers heeft verslagen, nadat het nieuwe Jeruzalem uit de hemel is neergelaten en Christus op de troon zit. Zij zullen oprecht berouw hebben en een beroep doen op het offer van Christus.

Vers 16 Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte.

Zo schreef Jesaja over de stammen van Jakob nadat Christus ze na zijn terugkeer naar het heilige land zal leiden.

Jesaja 49:10 zij zullen hongeren noch dorsten, woestijngloed noch zonnesteek zal hen treffen, want hun Ontfermer zal hen leiden en hen voeren aan waterbronnen.

Vergelijk ook EzechiŽl 36:24-25 met Openbaring 7.

EzechiŽl 36:24 Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen [Openb. 7:9: de grote schare uit alle volk en stammen en natiŽn en talen], en Ik zal u brengen naar uw eigen land; 25 Ik zal rein water over u sprengen [Op. 7:17: de grote schare voeren naar waterbronnen des levens], en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen [Openb. 7:14: zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams].

Deze mensen zullen leven als in de hof van Eden.

Jesaja 51:3 Want de Here troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des Heren; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

Lees EzechiŽl 36 nog eens.

EzechiŽl 36:33 Zo spreekt de Here Here: Wanneer Ik u reinig van al uw ongerechtigheden, zal Ik de steden weer bevolken en zullen de puinhopen herbouwd worden; 34 het verwoeste land zal weer worden bewerkt, in plaats van een woestenij te zijn voor het oog van iedere voorbijganger. 35 En men zal zeggen: Dit land dat verwoest was, is geworden als de hof van Eden; de steden die, verwoest en vernield, in puin lagen, zijn weer versterkt en bewoond. 36 Dan zullen de volken die om u heen overgebleven zijn, weten, dat Ik, de Here, herbouwd heb wat vernield was en beplant heb wat verwoest was. Ik, de Here, heb het gesproken en Ik zal het doen. 37 Zo zegt de Here Here: Ook dit zal Ik Mij door het huis IsraŽls laten afsmeken om hun te doen: Ik zal hen zo talrijk aan mensen maken als een kudde schapen; 38 zo vol als met een kudde offerschapen, als met de kudde schapen op Jeruzalems feesten, zo vol zullen de verwoeste steden zijn met mensenkudden. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben.

Laten we ons verheugen op die dag dat Jezus Christus namens zijn Vader deze totale vernieuwing zal realiseren.

Jesaja 25:6 En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen.

 

IsraŽl, weet wie u bent

Maar eerst zal God de misleiding wegnemen van alle mensen, met name van het zgn. christendom.

Vers 7 En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiŽn omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn. 8 Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de Here heeft het gesproken. 9 En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de Here, op wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

De ’tien verloren stammen van IsraŽl’ hebben hun identiteit verloren. Ze menen dat ze heidenen zijn. Nadat ze in ballingschap zijn gevoerd naar AssyriŽ zijn ze uit het zicht verdwenen. De Bijbel en de geschiedenis onthullen echter hun identiteit. Maar zolang zij niet weten wie ze zijn, weten ze niet dat de vele profetieŽn over het Huis IsraŽl, of hun ’hoofd’ EfraÔm (Gr.-BrittanniŽ), betrekking hebben op hen. Ze veronderstellen ten onrechte dat het de Joden betreft. Maar de Joden zijn het Huis Juda.

God roept hen op terug te keren naar hun ware, oude religie, naar de enige juiste normen en waarden om te kunnen overleven en om Gods zegeningen te kunnen ontvangen. Het is de religie van de aartsvaders Abraham, Isašk en Jakob, Mozes, David – een religie van de beloften.

Abraham is de vader van de gelovigen, hij geloofde en vertrouwde God. Hij ontving daarom beloften van God, waardoor wij bevrijd kunnen worden door Christus van de slavernij van Satan en de doodstraf. Maar de ’christelijke’ wereld ziet deze bevrijding als een vrijbrief om te zondigen. Zonde is volgens de bijbelse definitie wetteloosheid of wetsovertreding (1 Joh. 3:4). De wet brengt geen onsterfelijk leven, maar is dť handleiding van Gods normen en waarden. De belofte is wel op de voorwaarde van God. Geloof zonder werken is waardeloos.

Galaten 3:21 Is de wet dan in strijd met de beloften Gods? Volstrekt niet!

Jakobus zegt:

Jakobus 2:10 Want wie de gehele wet houdt, maar op ťťn punt struikelt, is schuldig geworden aan alle [geboden].

Welke geboden?

Vers 11 Want Hij, die gezegd heeft: Gij zult niet echtbreken, heeft ook gezegd: Gij zult niet doodslaan. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag, zijt gij toch een overtreder van de wet geworden.

De Tien Geboden vormen het fundament van een stelsel van geboden, inzettingen en verordeningen. De ceremoniŽle en rituele wetten (slacht-, brand-, vrede-, plengoffers), vallen daar vanzelfsprekend buiten omdat ze verwijzen naar het volmaakte offer van Christus. Deze wetten zijn niet gegeven bij de SinaÔ, maar later toegevoegd om de IsraŽlieten aan de geboden te herinneren. Jakobus refereerde aan de Tien Geboden en noemde het naleven er van "werken".

Jakobus 2:14 Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Kan dat geloof hem behouden? Vers 17 Zo is het ook met het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood. 18 Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ik heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken. 19 Gij gelooft, dat God ťťn is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen. 20 Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?

Abraham was het grote voorbeeld van geloof. Van hem zegt Jakobus:

Jakobus 2:22 Daaruit kunt gij zien, dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas volkomen werd uit de werken; Vers 24 Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof.

God gaf Abraham de opdracht om Babylon en zijn verwanten te verlaten om naar een land te gaan dat God hem zou wijzen. Abraham gehoorzaamde. Slechts weinigen gehoorzamen vandaag om geestelijk Babylon te verlaten. Abraham vertoefde fysiek wel in het beloofde land Kanašn, maar in hťt Beloofde Land (Gods Koninkrijk) is hij nog niet aangekomen. Kanašn is een type van het Koninkrijk van God, dat de gelovigen is beloofd.

HebreeŽn 11:8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou. 9 Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isašk en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Vers 13 In dat geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde.

De aartsvader Abraham werd door God met een speciaal doel geroepen. God sloot met hem een verbond en gaf hem speciaal inzicht in zijn wet. Er staat ondubbelzinnig dat Abraham Gods geboden en wetten in acht nam.

Genesis 26:5 omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten.

Abraham is door het geloof geestelijk de vader van de nieuwtestamentische gelovigen; hij is fysiek de vader van de IsraŽlieten. Het tegenwoordige IsraŽl, dat een belangrijk deel van de westerse wereld bepaalt, is geestelijk in slavernij van Babylon, het politiek-christelijke systeem dat voortgekomen is uit de mysteriereligie van het oude Babel. IsraŽl, dat de eigen identiteit niet kent en meent tot de heidense volken te behoren, vestigde zich al eeuwen geleden in N.W.-Europa, ook in Nederland (Zebulon). Geheel Europa werd de Babylonische religie opgelegd vanuit Rome.

Openbaring 17:4 En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. 5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde. 6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verbaasde mij, toen ik haar zag, met grote verbazing.

De dochters van deze religie (vers 5), de protestantse kerken en de vele denominaties, ogen misschien enigszins anders, maar leren dezelfde heidense doctrines en feesten.

Het huidige IsraŽl heeft zich, zoals in de dagen van weleer, laten misleiden en deze gruwelijke afgoderij omarmd, zoals intussen de gehele wereld heeft gedaan. IsraŽl heeft buiten Europa landen gesticht en de valse godsdienst meegenomen: de V.S. (Manasse), Canada, AustraliŽ, Nw.-Zeeland, Zuid-Afrika.

Daarom heeft God door zijn profeten veelvuldig gewaarschuwd en opgedragen om die afschuwelijke valse religie de rug toe te keren. Een religie die zich de naam van Christus heeft toegeŽigend, en daardoor de levende God vernedert met haar valse christus. Ook Johannes hoorde die waarschuwende stem: "Gaat uit van haar, mijn volk".

Openbaring 18:3 omdat van de wijn van de hartstocht harer hoererij al de volken gedronken hebben en de koningen der aarde met haar gehoereerd hebben en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit de macht harer weelderigheid. 4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen. 5 Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot aan de hemel en God heeft aan haar ongerechtigheid gedacht. 6 Vergeldt haar, gelijk ook zij vergolden heeft, en geeft haar dubbel naar haar werken; mengt haar het dubbele in de beker, die zij gemengd heeft; 7 geeft haar zoveel pijniging en rouw, als zij heerlijkheid en weelde genoten heeft. Want zij zegt in haar hart: Ik troon als koningin, ik ben geen weduwe en geen rouw zal ik zien. 8 Daarom zullen haar plagen op ťťn dag komen: dood en rouw en hongersnood, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Here God, die haar geoordeeld heeft. 9 En de koningen der aarde, die met haar gehoereerd hebben en weelderig geweest zijn, zullen over haar wenen en weeklagen, wanneer zij de rook van haar verbranding zien.

Maar IsraŽl begrijpt niet dat de waarschuwing tot hem gericht is: Gaat uit van haar, mijn volk! De ’christelijke’ IsraŽlieten van de westerse landen verwachten de antichrist, terwijl ze zelf in zijn greep zijn.

God wil dat het IsraŽl van vandaag weer terugkeert tot de levenswijze van de "vaderen": de ware aanbidding van de Eeuwige God. Jezus zei dat er vůůr zijn terugkomst een Elia zal komen die die hereniging zal prediken.

Maleachi 4:5 Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.

Johannes de Doper was een type van Elia voor Christus' eerste komst, maar voordat de ’Dag des Heren’ aanbreekt zal er eveneens een Elia optreden. Een tweeledige profetie.

MattheŁs 17:10 En de discipelen vroegen Hem en zeiden: Hoe kunnen dan de schriftgeleerden zeggen, dat Elia eerst moet komen? 11 Hij antwoordde en zeide: 12 Elia zal wel komen en alles herstellen…

Johannes was al onthoofd (Matth. 14). Dit is de Elia voor de terugkomst van Christus als Koning der koningen. Die rol had Johannes de Doper al vervuld voordat Christus als mens in het openbaar optrad en ook in de beginperiode van zijn Werk.

Vers 12 (vervolg) maar Ik zeg u, dat Elia reeds gekomen is en zij hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan al wat zij wilden [onthoofd]. Zo zal ook de Zoon des mensen door hen moeten lijden. 13 Toen begrepen de discipelen, dat Hij over Johannes de Doper tot hen gesproken had.

"Elia zal wel komen en alles herstellen" (eerste deel vers 12) vůůr Christus' terugkomst, de eindtijd Elia; "maar hij Ūs ook al gekomen" (tweede deel vers 12) in de persoon van Johannes de Doper.

Wat zal de boodschap zijn van de eindtijd Elia?

Voorafgaande aan het vers waarin Maleachi de profeet Elia van de eindtijd aankondigt, wordt eerst gewezen op Gods wet, inzettingen en verordeningen, die God via Mozes bij de SinaÔ bekendmaakte. In dit verbond stonden niet de offerwetten (brandoffers, slachtoffers), die werden later tijdelijk toegevoegd tot de dag dat onze Heer en Heiland Christus werd gekruisigd (geofferd).

Maleachi 4:1 Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de HERE der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten.

Dit is de waarschuwende aankondiging van de Dag des Heren, ook gericht tegen het IsraŽl in de jaren voor de komst van Christus.

En dit is de boodschap!

Maleachi 4:4 Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb [SinaÔ] geboden heb voor gans IsraŽl, inzettingen en verordeningen. 5 Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.

"Gedenk Mijn Wet" zegt God, "en met dat doel zend Ik u Elia." Elia komt om Gods geboden bekend te maken. Wie wil dat nog horen in deze tijd? Wie laat zich nog iets gebieden? Maar op Gods Geboden van liefde zal de komende Regering van God gebaseerd zijn. De geboden worden alom verloochend, maar Elia komt voor een herstel. Dat wordt door Jezus zelf bevestigd.

MattheŁs 17:11 Hij antwoordde en zeide: 12 Elia zal wel komen en alles herstellen.

Vers 6 van Maleachi 4 licht dit nader toe:

Maleachi 4:6 Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.

Deze harten zijn van elkaar gescheiden. Het hart van de vaderen verschilt in leer en godsdienst aanmerkelijk van de begrippen en levenswandel van hun nazaten. Daarom zal de eindtijd Elia de leer van de waarheid, zoals die door de aartsvaders beleden en bewandeld, maar in de loop der eeuwen verwaarloosd en geschonden, weer tot de kinderen brengen, en in klare taal weer helder maken. Het hart van de kinderen keert dan terug tot de vaderen door terug te keren tot Gods geboden. "Hoe bemin ik uw Wet" schreef David als ťťn van de ’vaderen’.

Wanneer een engel de geboorte van Johannes de Doper aankondigt, zegt hij welke taak Johannes later zal vervullen. Die woorden duiden echter ook duidelijk op de opdracht van de eindtijd Elia.

Lukas 1:16 en velen der kinderen IsraŽls zal hij bekeren tot de Here, hun God. 17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden.

De eindtijd Elia zal de aandacht vestigen op Gods geboden, waarvan de betekenis voor IsraŽl verdwenen is. De gelovige vaderen, als Abraham, Isašk en Jakob, Jozua, SamuŽl en David en de oude profeten, leefden trouw volgens Gods geboden. Maar de huidige kinderen van IsraŽl verachten die geboden. Daardoor zijn hun harten gescheiden, zoals God het uitdrukt. Het christendom heeft zijn fundament in de heidense Babylonische afgoderij.

Toen Mozes de berg afdaalde om IsraŽl een zuivere handleiding te geven – geestelijk voedsel voor een gezegend leven en een juiste aanbidding tot hun God – waren ze in enkele weken al vervallen tot afgoderij. Ze hadden een gouden kalf gemaakt en beweerden dat die god hun verlost had uit Egypte. De ’christelijke’ kerken leren dat een valse christus hen verlost heeft.

1 CorinthiŽrs 10:1 Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, 2 allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, 3 allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, 4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus. 5 En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. 6 Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden. 7 Wordt ook geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zette zich neder om te eten en te drinken, en zij stonden op om te dansen [ter ere van het gegoten kalf]. Vers 11 Dit is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is. Vers 14 Daarom dan, mijn geliefden, ontvlucht de afgoderij!

Leviticus 19:4 Gij zult u niet tot de afgoden wenden en u geen gegoten beelden maken: Ik ben de HERE, uw God.

Gegoten beelden zijn beelden naar eigen ontwerp, een type van zelf ontworpen religies: afgoderij. Daarom staat in de Tien Geboden, de grondwet:

Exodus 20:3 Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. 4 Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. 5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God.

Het christendom heeft een mengeling gemaakt van de Bijbel en heidense afgoderij, zoals de Samaritanen. Dit is vernederend en weerzinwekkend voor God (Deut. 7:25).

Maar door het optreden van de eindtijd Elia, die de geboden in klare taal zal onderwijzen, zal uiteindelijk er weer eenheid zijn tussen de vaderen en de generatie IsraŽlieten die leeft bij de komst van Christus. God gebiedt dat de gehoorzaamheid aan zijn geboden, het geloof, de liefde en trouw van de vaderen weer in de harten van de kinderen opleven.

MattheŁs 17:11 spreekt van een herstel. De wet van Mozes en de inzettingen en verordeningen, waar de ceremoniŽle wetten aanvankelijk geen deel van uitmaakten, zullen de eenheid van de ’vaderen’ en ’kinderen’ herstellen. God zal de wet in de harten schrijven.

HebreeŽn 8:10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis IsraŽls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.

De kinderen van de vaderen van IsraŽl zijn de huidige twaalf stammen van IsraŽl. Lange tijd zullen de moderne IsraŽlieten dit werk van de eindtijd Elia – het herstel van de eenheid van harten, dezelfde wet voor iedereen – negeren waardoor de landen van de huidige twaalf stammen vernietigd zullen worden.

Maleachi 4:6 … en het land treffe met de ban.

Pas wanneer ze in de Grote Verdrukking komen en God daarna zijn plagen over de aarde laat komen, zullen ze zich bekeren en een grote schare IsraŽlieten (Op. 7:9,14) zal dan terugkeren naar hun oorspronkelijke vaderland, het heilige land.

Alleen die gelovigen die oprecht berouw en liefde voor hun levende en machtige God en zijn geboden hebben getoond, hebben zich vůůr die tijd al laten corrigeren en hebben de wet in hun harten laten schrijven, zodat de eenheid tussen hen en de vaderen is hersteld bij de komst van Christus. In Mal. 4:6 staat niet dat de eerstelingen, Gods Gemeente, getroffen zullen worden door de ban, maar "het land". Vele profetieŽn beschrijven de vernedering en verwoesting van de landen van IsraŽl door ’het Beest’ en de corrigerende straffen van God die deze landen zullen treffen.

In de jaren voorafgaande aan de ’Dag des Heren’ zal het Werk van God gedaan worden in de geest en de kracht van Elia.

Hierna volgt een voorbeeld van die geest en kracht van Elia.

Dat er in de gehele wereld misleidingen zouden zijn over wie de ware God is en Elia daarin een taak tot herstel heeft, moge blijken uit de betekenis van de naam Elia: ’voor wie de Heer God is’ of ’mijn God is de Heer’.

Hij leefde in de tijd van Achab en Izebel, te vergelijken met onze tijd vol van afgoden. Ook nu dient het ’christendom’ een ’Here’, terwijl de Gemeente van God zich inspant, zoals Elia, om de zgn. christenen de ware God voor te houden, om ze tot die enige God van hemel en aarde terug te brengen. Achab was koning van het rijk van de tien stammen, het Huis IsraŽl, waaruit de grote naties van IsraŽl van vandaag zijn voortgekomen. Elia trad op tegen de dienst aan Bašl en Astarte. Bašl betekent ’heer’ en komt dus overeen met de benaming van God. Bašl is de valse Heer en een type van de valse ’here Jezus’, de valse christus. En wie is Astarte? Satan heeft voor vrijwel alles wat God toebehoort een imitatie gemaakt. Zo is van het Pascha, een feest van God (Lev. 23:2, 4, 5) – let wel, er staat niet: ’van Joden’ –, een imitatie (’gegoten beeld’) gemaakt: Pasen. De Engelse naam ’Easter’ is, evenals de Duitse naam voor Pasen, ’Ostern’, een nauwelijks gewijzigde afleiding van de naam van de oude Assyrische en Babylonische godin Isjtar, aan ons overgeleverd door de oude Teutoonse mythologie. De Foenicische naam van deze godin was Astarte, maÓtresse van Bašl, de zonnegod, wiens aanbidding door de Almachtige in de Bijbel openlijk wordt veroordeeld als de meest abominabele van alle heidense afgoderijen.

1 Koningen 16:30 Achab [de koning van het Huis IsraŽl], de zoon van Omri, deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, meer dan allen die voor hem geweest waren. 31 Het minst erge was, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, maar hij nam tot vrouw Izebel, de dochter van Etbašl, de koning der SidoniŽrs, en ging de Baal dienen en zich voor hem neerbuigen. 32 Vervolgens richtte hij voor de Baal een altaar op in het huis van de Baal, dat hij te Samaria gebouwd had [tegenwoordig zijn er vele ’huizen’ gebouwd voor de ’heer’ (Bašl) van het ’christendom’]. 33 Verder maakte Achab de gewijde paal; en Achab ging voort met zo te handelen dat hij de HERE, de God van IsraŽl, meer krenkte dan alle koningen van IsraŽl die voor hem geweest waren.

Het is zeer krenkend voor God dat ook het tegenwoordige IsraŽl in het christendom de Bašl dient. Voordat God op rigoureuze wijze gaat ingrijpen heeft Hij vele malen en duidelijk eerst gewaarschuwd. Ook Achab werd eerst gewaarschuwd.

1 Koningen 17:1 Toen zeide de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab: Zo waar de HERE de God van IsraŽl, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord.

Koning Achab en zijn vrouw Izebel brachten met de afgoderij het land in grote problemen.

1 Koningen 18:5 En Achab zeide tot Obadja: Trek het land door naar alle waterbronnen en naar alle beken; misschien zullen wij gras vinden, zodat wij paarden en muildieren in het leven kunnen houden en geen deel van het vee behoeven af te maken.

Maar Achab en het volk bekeerde zich niet. Het leek dat niemand meer de ware God diende. Elia was daarover zeer bedroefd en dat zei hij tegen God.

1 Koningen 19:9 Hij kwam daar bij een spelonk, waar hij overnachtte. En zie, het woord des HEREN kwam tot hem en Hij zeide tot hem: Wat doet gij hier, Elia? 10 Daarop zeide hij: Ik heb zeer geijverd voor de HERE, de God der heerscharen, want de IsraŽlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood…

Vergelijk dit met de tien stammen van het tegenwoordige IsraŽl.

… zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen.

God zei dat er nog meer waren, maar als we dat overbrengen naar de laatste jaren voordat Christus komt, dan betekent dat dat Gods Gemeente zeer klein is.

Openbaring 11:1 En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden.

Het altaar is de plaats waar offers worden gebracht en waar God wordt aanbeden. Dit geestelijk altaar staat in Gods Gemeente, waar we ons gehele leven geven (offeren) aan God.

Vers 2 Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeŽnveertig maanden lang.

Stel vast – luidt de opdracht – hoeveel er nog deel uitmaken van de ware Gemeente (tempel Gods) en paal die af, baken die af, en onderscheidt ze van de andere religies, die de grootste menigte zijn, en die zich als christenen voordoen, maar het niet zijn.

Elia was gekleed zoals de twee getuigen in Openbaring.

2 Koningen 1:8 En zij antwoordden hem: Het was iemand met een haren kleed, en een lederen gordel was om zijn lendenen gebonden. Toen zeide hij: Dat is de Tisbiet Elia.

Openbaring 11:3 En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang.

Vgl. de tijdsduur met Openb. 11:2 hierboven. DrieŽnhalfjaar zullen ze de wereld waarschuwen. Ze krijgen van God de macht om de regen tegen te houden.

Openbaring 11:6 Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.

Dit komt overeen met wat God door Elia liet gebeuren.

1 Koningen 17:1 Toen zeide de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab: Zo waar de HERE de God van IsraŽl, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord.

Lukas 4:25 Doch Ik [Jezus] zeg u naar waarheid, er waren vele weduwen in de dagen van Elia in IsraŽl, toen de hemel drie jaren en zes maanden lang gesloten bleef en er grote hongersnood was over het gehele land.

Jakobus 5:17 Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; 18 en hij bad [na drieŽnhalfjaar] opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

God stuurde Elia om IsraŽl duidelijk te maken dat hun afgoden niets voorstellen, maar dat alleen de Eeuwige God, de Schepper van hemel en aarde, de macht en regie heeft over alles. IsraŽl werd getroffen door een vreselijke droogte, figuurlijk ook droogte in waar geloof. Ook de eindtijd Elia, alsook de Gemeente nu, verkondigt dat het valse christendom afgoden aanbidt en roept op om de ware God te gaan dienen die zich binnenkort met grote macht zal gaan vertonen aan IsraŽl en aan de gehele wereld.

Voordat God Elia liet demonstreren dat de afgoden geen regen kunnen brengen, moest eerst het altaar hersteld worden. Dat is de plaats waar God aanbeden wil worden. Het geestelijk altaar staat nu in zijn Gemeente. Dit moet in onze tijd bekend gemaakt worden aan de hedendaagse stammen van IsraŽl, die sinds 1800 de leiding hebben in de westerse wereld, naar de belofte die God aan Abraham heeft gedaan. Maar ze hebben altaren gemaakt voor de afgoden, d.w.z. ze dienen nu de afgoden. God zal ze terugbrengen tot het ware altaar. De valse christelijke wereld zal op een indringende manier (drieŽnhalf jaar droogte) op hun afgoderij gewezen worden en waar en wie de ware Gemeente van God is – de gemeente waar Gods geboden worden gehouden, zoals de aartsvaders dat deden.

Als we nu teruggaan naar Elia, zien we dat hij in opdracht van God heel IsraŽl liet verzamelen om op indringende wijze duidelijk te maken wie de ware God is. En met dat doel hebben wij ook onze website.

Elia zei tegen koning Achab:

1 Koningen 18:19 Nu dan, laat heel IsraŽl tot mij bijeenroepen naar de berg Karmel, ook de vierhonderd vijftig profeten van de Bašl en de vierhonderd profeten van de Asjera, die van de tafel van Izebel eten.

Elia wil nu duidelijkheid verschaffen: wie is God? De Heer? Dien Hem dan! Bašl? Dien hťm dan maar. Maar vermeng ze niet. Als je Bašl dient, doe dan niet alsof je daarmee ook de Heer dient. Wij – de Gemeente van God die in feite hetzelfde Werk moeten doen als de eindtijd Elia – zeggen ook: als je kerstfeest viert, zondag als rustdag neemt, doe dan niet alsof je daarmee ook de Heer dient. "Aan twee zijden mank gaan" noemt God dat.

Vers 21 Toen naderde Elia tot het gehele volk en zeide: Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de HERE God is, volgt Hem na; maar indien het de Bašl is, volgt hem na.

"Aan beide zijden mank gaan": ze mengden Gods instellingen en geboden met de Bašlreligie. De NBG-vertaling berust op een grondwerkwoord dat gebruikt wordt als iemand kreupel is. Elia zegt dus: Hoe lang blijven jullie nog kreupel gaan?

Vers 22 Voorts zeide Elia tot het volk: Ik ben als profeet des HEREN alleen overgebleven, en de profeten van de Bašl zijn vierhonderd vijftig man.

"Ik ben nog de enige die Gods Woord verkondigt" zegt Elia. En de Gemeente van God zegt nu hetzelfde. Wat een overmacht van de afgodendienaren tegenover Elia. Ook de Gemeente van God is maar een "klein kuddeke" tegenover 1Ĺ ŗ 2 miljard afgodendienende ’christenen’. Maar let op wie de ware God vertegenwoordigt. Welke God kan de regen tegenhouden en na 3Ĺ jaar een einde aan de droogte maken?

Vers 24 Roept gij dan de naam van uw god aan, en ik zal de naam des HEREN aanroepen. De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn. En het gehele volk antwoordde: Dat is goed. Vers 26 Toen namen zij de stier die hij hun gaf, bereidden hem, riepen van de morgen tot de middag de naam van de Bašl aan en zeiden: Bašl, antwoord ons! maar er kwam geen geluid en niemand gaf antwoord. Daarbij hinkten zij om het altaar dat zij gemaakt hadden.

Zoals gezegd, Bašl betekent ’heer’ en komt dus overeen met de benaming van God en met ’de Here’ wanneer over de valse christus wordt gesproken.

Vers 27 Toen het middag was geworden, begon Elia hen te bespotten en zeide: Roept luider, want hij is immers een god. Hij is zeker in gepeins, of hij heeft zich afgezonderd, of hij is op reis; misschien slaapt hij en moet wakker worden. 28 Toen riepen zij luider en maakten zich naar hun gewoonte insnijdingen met zwaarden en speren, totdat zij dropen van bloed. 29 En zodra de middag voorbij was, tot tegen het brengen van het avondoffer, geraakten zij in geestvervoering [is geen bewijs van de waarheid, zoals bijv. het zgn. spreken in tongen en andere emotionele uitingen], maar er kwam geen geluid, en niemand gaf antwoord, of sloeg er acht op. 30 Toen zeide Elia tot het gehele volk: Nadert tot mij. En het gehele volk naderde tot hem. Daarop herstelde hij het altaar des HEREN, dat omvergehaald was.

Ook nu weer, in onze tijd, moet het altaar voor IsraŽl hersteld worden. IsraŽl moet de ware Gemeente van God weer vinden. De tegenwoordige IsraŽlieten (N.W.-Europa, Groot-BrittanniŽ, Ierland, de V.S., Canada, AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en andere landen) hebben altaren gemaakt voor hun afgoden van het valse christendom, voor de valse ’here’, de hedendaagse Bašl. IsraŽl moet weer tot de ware God gebracht worden.

Vers 31 Elia nam twaalf stenen naar het getal van de stammen der zonen van Jakob, tot wie het woord des HEREN gekomen was: IsraŽl zal uw naam zijn.

IsraŽl zal uw naam zijn. Dit is zeer interessant. Een belangrijk aspect van ons Werk in onze tijd is het bekendmaken van de identiteit van de naties van het tegenwoordige IsraŽl. "Uw naam is IsraŽl" zeggen wij tegen de twaalf stammen in Gr.-BrittanniŽ en andere landen in N.W.-Europa, de V.S., enz. Ook de Joden moeten weten dat zij slechts een klein deel van IsraŽl zijn. Het altaar van God is in zijn Gemeente waar de twaalf stammen behoren te aanbidden en daarom bouwt Elia van de twaalf stenen het altaar.

Vers 32 Hij bouwde met de stenen een altaar in de naam des HEREN.

Elia verbindt de naam van de ware God aan het altaar gemaakt van de twaalf stenen. Dat is ook voor ons een belangrijke taak.

Vers 34 Toen zeide hij: Vult vier kruiken met water en giet ze uit over het brandoffer en over het hout. Daarna zeide hij: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Daarna zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male, 35 zodat het water rondom het altaar liep; zelfs de groeve vulde hij met water.

Dit liet Elia doen om het naar menselijk vermogen onmogelijk te maken het offer door vuur te laten verteren. Het offer en het hele altaar waren doornat. Maar het symboliseert ook de waterdoop. Een christen biedt zijn totale leven aan God aan. Door de waterdoop is dit leven volledig gereinigd en voor God aangenaam om het aan te nemen. Alleen in Gods Gemeente kan iemand gedoopt worden en God dienen. Een offer aan God kun je vergelijken met een heerlijke maaltijd die aangenaam geurt. Hij wordt begerig aanvaard en verorberd. Ons totale leven bieden wij aan God aan – op het juiste altaar.

Elia doet wat we kunnen verwachten van de ’eindtijd Elia’. Hij maakt aan de twaalf stammen van IsraŽl hun ware identiteit bekend. Hij herstelt het altaar van de ware God, de enige juiste plaats om God te aanbidden, d.w.z. dat IsraŽl de ware God weer gaat dienen. Hij neemt twaalf stenen, naar het getal van de twaalf stammen, en bouwt daarvan een altaar "in de naam des Heren".

1 Koningen 18:36 Op de tijd nu, dat men het avondoffer brengt, trad de profeet Elia naar voren en zeide: HERE, God van Abraham, Isašk en IsraŽl [nog eens benadrukt om welke God het gaat], heden moge bekend worden, dat Gij God zijt in IsraŽl, en dat ik uw knecht ben, en op uw bevel al deze dingen doe.

De Gemeente en de eindtijd Elia zullen bidden dat de enige en almachtige God weer bekend wordt in IsraŽl (V.S., Engeland, Nederland, enz.).

Wanneer de tijd gekomen is dat het avondoffer gebracht wordt (rond drie uur in de middag, het tijdstip waarop Christus stierf als offer), bidt Elia tot de God van de "vaderen":

Vers 37 Antwoord mij, HERE, antwoord mij, opdat dit volk wete, dat Gij, HERE, God zijt, en dat Gij hun hart weer terugneigt.

Ook het huidige IsraŽl kent de ware God niet meer.

Het is interessant dat we dit kennen van Maleachi: dat Gij hun hart weer terugneigt.

Terug naar de oorspronkelijke normen die de vaderen Abraham, Isašk en Jakob kenden en die onveranderlijk en tijdloos zijn. De tegenwoordige IsraŽlieten moeten dŠŠr hun hart weer op richten.

Vers 38 Toen schoot het vuur des HEREN neer en verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en de aarde, en lekte het water in de groeve op. 39 Toen het gehele volk dat zag, wierpen zij zich op hun aangezicht en zeiden: De HERE, die is God! De HERE, die is God!

Niet Bašl, niet de valse christus (de hedendaagse ’here’) van de valse christelijke kerken, maar de God van Abraham, Isašk en Jakob is God.

Wanneer het bedrog en de machteloosheid van de valse profeten zijn blootgelegd, laat Elia de valse profeten en religieuze leiders doden door het volk van IsraŽl.

1 Koningen 18:40 Daarop zeide Elia tot hen: Grijpt de profeten van de Bašl, laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen naar de beek Kison en liet hen daar slachten.

Openbaring 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt.

In de dagen vůůr de komst van Christus zullen zelfs de tien landen van het Beest – die zich hebben laten leiden in hun politiek, militaire gruweldaden, zakendoen, religieuze aanbidding, door ’de hoer’, die de Babylonische religie als de christelijke kerk heeft voorgesteld – nadat ze zich het afschuwelijk bedrog realiseren, dit valse religieuze systeem met al zijn zgn. christelijke kerken te gronde richten en verbranden.

Openbaring 17:16 En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten, en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden.

Wanneer straks de sluier wordt weggenomen die IsraŽl verblindt en de Waarheid wordt doorzien, zal de afgoderij met wortel en tak uitgeroeid worden te beginnen met het Beest en de valse profeet die in "de poel des vuurs" gegooid zullen worden.

Dan zal eindelijk het Vrederijk aanbreken, en de geestelijke regens het dorre verstand van de mensen weer tot leven brengen.

1 Koningen 18:41 Vervolgens zeide Elia tot Achab: Ga, eet en drink, want daar is het geruis van een stortregen.

Met deze verkwikkende letterlijke regens die overvloedig op de droge, dorstige aarde zullen vallen, maar ook de geestelijke rijke regens die het verstand van de mensen zullen verkwikken, zal het Millennium een aanvang nemen.

Eerst zal God zich ontfermen over IsraŽl, alle twaalf stammen.

Openbaring 7:9 Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiŽn en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.

Vanuit de hele wereld zullen ze teruggebracht worden naar het Beloofde Land. Ze komen uit de Grote Verdrukking.

Vers 14 En ik [Johannes] sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij [ťťn van de oudsten die in het gezicht bij de troon van God staat wanneer IsraŽl is teruggebracht] zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams. 15 Daarom zijn zij voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij, die op de troon gezeten is, zal zijn tent over hen uitspreiden. 16 Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, 17 want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

We hebben dit zelfde in EzechiŽl 36 kunnen lezen, dat werd afgesloten met: "En zij zullen weten, dat Ik de HERE ben". M.a.w. de miljoenen in de IsraŽlitische (westerse) landen weten dat nu nog niet. Ze dienen die ander ’heer’, de Bašl.

Wanneer de ware Heer hen teruggebracht heeft, breekt er voor het bekeerde IsraŽl een tijd aan van onvoorstelbare zegeningen.

Zacharia 14:8 Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. 9 En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige.

Andere valse ’heren’ zullen er dan niet meer zijn! De nieuwe staat IsraŽl zal vrede en rijkdom ontvangen. Wanneer andere volken dit zien zullen ze zich bekeren en zich onderwerpen aan God.

Vers 16 Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren.

Maar er zullen in de eerste jaren ook nog vele heidenen hardnekkig weigeren Gods wetten te aanvaarden. Ook gaan ze niet allen (bijv. Egypte) naar Gods feesten, zoals het Loofhuttenfeest.

Vers 17 Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de HERE der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen, 18 en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen regen valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de HERE de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. 19 Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Dan is eindelijk het Utopia op aarde. De Gemeente van God is veranderd in geestelijke wezens zoals God de Vader en Jezus Christus. Ze zullen dan het Koninkrijk vormen waar ze al duizenden jaren hun hoop op hebben gevestigd. Ze zullen onder leiding van Jezus Christus vanuit Sion, waar ook de Vader zal wonen, het Utopia tot grote bloei brengen. Ze zullen Gods normen en waarden onderwijzen. De mensen zullen geen ziekten en misdaad meer kennen.

Micha 4:1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiŽn tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

Het zal een wereld zijn zonder analfabetisme, een wereld waar armoede en honger niet voorkomen, waar de misdaadcijfers snel afnemen, en de mensen eerlijkheid, zedelijkheid, vriendschappelijkheid en gelukkig-zijn aanleren, een wereld van vrede, welvaart en overvloedig welzijn.

Hoe zal dat dan gebeuren? In hoofdzaak door de verbanning van de uiterst machtige Satan, de overste van de macht der lucht, het geestelijke wezen dat nu zijn werk doet in bedrogen, misleide mensen.

Zie wat God belooft:

Jesaja 41:14 Vrees niet, gij wormpje Jakob, gij volkje IsraŽl! [zegt God tegen de twaalf stammen van IsraŽl, de naties die overgebleven zijn van de V.S., Gr. BrittanniŽ, enz.] Ik ben het, die u help, luidt het woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige IsraŽls. 15 Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dorsslede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken. 16 Gij zult ze wannen, en de wind zal ze opnemen en de storm zal ze verstrooien; maar gij zult juichen in de Here, u beroemen in de Heilige IsraŽls. 17 De ellendigen en de armen zoeken naar water, maar het is er niet, hun tong verdroogt van dorst; Ik, de Here, zal hen verhoren; Ik, de God van IsraŽl, zal hen niet verlaten. 18 Ik zal op kale heuvels rivieren doen ontspringen en bronnen te midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterplas maken en het dorre land tot waterbronnen. 19 Ik zal in de woestijn ceder, acacia, mirt en olijfwilg zetten; Ik zal in de wildernis cypres naast plataan en denneboom planten, 20 opdat men zie en tevens erkenne, bedenke en tevens begrijpe, dat de hand des Heren dit gedaan en de Heilige IsraŽls het geschapen heeft.

Kunt u zich dit fantastische landschap voorstellen? Woestijnen die groen en vruchtbaar worden, parkachtige landerijen met bomen, struiken, sprankelende beekjes en bronnen; bergen die omlaaggehaald en bewoonbaar gemaakt worden.

God wenst volheid en overvloed in ieders leven.

Onder de regering van Gods Koninkrijk zullen Gods geboden worden gehoorzaamd. Deze worden dan de norm voor handel, industrie en financiŽn en voor de hele economische structuur van de wereld.

Alles gaat dan op basis van geven.

Wat een fantastische wereld zal dat zijn!

De laatsten van de 144.000 diensknechten van God, de Gemeente van God – geestelijk IsraŽl –, worden nu voorbereid door Jezus Christus om die gelukzalige wonderbaarlijke Wereld van Morgen te realiseren en te gaan besturen. En de ’grote schare’ – fysiek IsraŽl – zullen de eersten zijn die in die prachtige nieuwe wereld zal genieten van Gods rijke zegeningen.

IsraŽl, weet wie u bent en gehoorzaam uw God!

 

Terug naar de Home Page

web stats