Voor literatuurlijst klik hier.

Wat gebeurt er
na het komende
1000-jarige Vrederijk?

 

De trouwe volgelingen van Jezus Christus wachten op Zijn terugkomst naar de aarde. Deze ontzagwekkende gebeurtenis staat voor de deur. De aarde zal dan vernieuwd worden tot een prachtig paradijs.
In het komende Millennium zal het geestelijk Koninkrijk van God zich eerst over de fysieke twaalf stammen van IsraŽl ontfermen. Het grondgebied wordt verdeeld in twaalf provincies en een gebied voor de Levieten (priesters) en Jeruzalem. De bestuurlijke structuur en samenleving wordt ingesteld volgens Gods Wetboek van burgerlijke en godsdienstige aangelegenheden. Er zal vrede en harmonie zijn vanwege een juiste aanbidding van God. Duizend jaar zal er vrede zijn.
Daarna zal Satan, die aan het begin van het Millennium wordt opgesloten, voor een korte tijd worden losgelaten. Hij zal dan weer zijn misleidende werk doen, overeenkomstig zijn aard om ten slotte definitief te worden verbannen.
Vervolgens zullen de miljarden mensen die sinds de schepping van de eerste mens hebben geleefd en God niet hebben gehoorzaamd en niet in de eerste opstanding (tot geestelijke wezens in Gods gezin) zijn bij de spoedig terugkerende Christus, na het Millennium weer worden opgewekt tot fysiek leven. Zij krijgen dan na gedegen onderwijs een eerlijke kans om God te dienen met het doel eveneens in een opstanding van een fysiek lichaam tot een onsterfelijk geestelijk lichaam geboren te worden als geestelijke kinderen van God de Vader.

Wanneer de aarde vol is van de kennis van God, hoe is het dan mogelijk dat de hele wereld zich weer laat verleiden door Satan wanneer hij na het Millennium voor korte tijd wordt losgelaten? Velen hebben zich dat dikwijls afgevraagd.
De veronderstelling dat de hele wereld zich dan laat verleiden om tegen God, die ware goddelijke liefde op aarde heeft gebracht gedurende de duizend jaar, in opstand te komen is evenwel niet juist. We zullen zien dat niet alle volken daarbij betrokken zijn en met name IsraŽl God trouw blijft.

Oorlogsbenden in het begin van het Millennium?
Oprechte dienaren van God hebben aangenomen dat al reeds in het begin van het duizendjarige vrederijk na verloop van ongeveer 30 jaar IsraŽl zal worden aangevallen door naties uit het noordoosten (China, Rusland). Dit nieuwe IsraŽl van grote rijkdom zal immers zonder militaire defensie een gemakkelijke prooi zijn.
Deze opvatting moeten we nu rechtzetten. Wanneer Christus terugkomt om Zijn Koninkrijk op aarde te vestigen, zal Hij door grote legers worden aangevallen. Met name immense massa's mensen uit noordoost AziŽ zullen daar bij zijn. Met imposante goddelijke kracht zal Christus de legers vernietigen. Niet alleen in en rond Jeruzalem, maar ook de enorme legers die enkele honderden kilometers zijn verwijderd. Voor de honderden miljoenen mensen is meer ruimte nodig dan Jeruzalem en directe omgeving. Vergelijk de volgende verhoudingen in afstanden. De grote wereldsteden zijn vanwege de hoogbouw compact gebouwd, waardoor 10 ŗ 20 miljoen mensen in gebieden wonen met slechts enkele tientallen kilometers doorsnee. Mensen wonen letterlijk boven elkaar in wolkenkrabbers. Het gebied in het Midden-Oosten waar enkele honderden miljoenen mensen in de derde wereldoorlog omkomen, zal een doorsnee hebben van honderd tot mogelijk enkele honderden kilometers. Het bloed zal tot ver buiten het heilige land door de dalen en over het land vloeien. "Zestienhonderd stadiŽn ver" (Openb. 14:20). De vernietiging beperkt zich niet alleen tot Jeruzalem. Dorpen, steden en industrieterreinen in de gehele wereld zullen veranderen in puin en as. Er zullen pandemieŽn heersen en een wereldwijde vernietiging ten gevolge van oorlog, kilo's zware hagelstenen, aardbevingen, branden, aardverschuivingen, bergen worden geslecht en eilanden verdwijnen in de zeeŽn. De aarde zal daarna zeer dun bevolkt zijn. Ook in AziŽ. Van een gigantisch militair leger uit het noordoosten kan 30 jaar later geen sprake zijn. Toch zegt de Bijbel dat er na de derde wereldoorlog die bij de terugkomst van Christus zal woeden wederom een aanval op het heilige land zal worden gedaan. Een veldslag nŠ de zo-even beschreven verdelging van honderden miljoenen mensen. Die aanval komt inderdaad, maar pas nŠ het Millennium in de korte periode dat Satan losgelaten wordt uit zijn gevangenis.

Gog en Magog
We gaan eerst naar Openbaring 20. 

Openbaring 20:7  En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten…

Dit gaat over de tijd nŠ het Millennium, wanneer Satan voor een korte periode wordt losgelaten. Wat gaat Satan dan doen? Hij handelt weer volgens zijn natuur en verleidt volkeren tot hebzucht en opstand tegen God.

Vers 8  en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. 9  En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, 10  en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

"Hun getal is als het zand der zee" (vs. 8) kan geen betrekking hebben op de weinigen die de totale vernietiging bij de terugkomst van Christus hebben overleefd. En vers 7 heeft al duidelijk gemaakt dat het hier de tijd nŠ de duizend jaar betreft. Aan het eind van het Millennium zal de aarde wťl weer massaal bevolkt zijn.
Slechts op ťťn andere plaats in de bijbel treffen we een verslag aan over Gog en Magog. Dat is in EzechiŽl 38 en 39. Ook daar lezen we over een aanval op IsraŽl door massa's mensen onder leiding van Gog.

EzechiŽl 38:2  Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem…

Gog is volgens het visioen van EzechiŽl (38:2–39:21) de leider van de antigoddelijke wereldmacht. Hij wordt voorgesteld als de grootvorst van Mesek en Tubal, wonende in het land Magog (vandaar de combinatie ‘Gog en Magog’). Aan het hoofd van een grote coalitie van aan hem onderworpen volken trekt hij op tegen Jeruzalem. Maar door een aardbeving en vuur uit de hemel worden de aanvallers vernietigd, waarna de IsraŽlieten het buitgemaakte wapentuig als brandstof gebruiken en het land reinigen van de talloze lijken.
Noach had drie zonen: Sem (blanke ras), Cham (zwarte ras) en Jafet (gele ras). Magog was een zoon van Jafet. Tubal en Mesek waren eveneens zonen van Jafet.

Vers 3  en zeg: zo zegt de Here Here: zie, ik zal u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 4  Ik zal u komen halen, haken slaan in uw kaken en u doen uittrekken met uw gehele leger: paarden en ruiters, allen volledig uitgerust, een grote schare, met grote en kleine schilden, allen vertrouwd met het zwaard; 5  ook Perzen, EthiopiŽrs en PuteeŽrs, allen met schild en helm; 6  Gomer en al zijn krijgsbenden; Bet-togarma ver in het noorden met al zijn krijgsbenden; vele volken met u. 7  Maak u gereed en rust u toe, gij met al de scharen die zich bij u gevoegd hebben; wees gij hun tot een leidsman.

Sommige vertalingen zeggen dat Gog de vorst van Ros (Russen) is. Hij is het politieke en militaire hoofd van een coalitie van Aziatische volken, waarvan volgens de geografie van onze tijd Rusland, China, MongoliŽ, India, Pakistan en Iran het hoofdbestanddeel vormen. Mesek en Tubal duiden ongetwijfeld op Moskou en Tobolsk (stad in West-SiberiŽ). Gomer (vers 6) is eveneens een zoon van Jafet. Eťn van Gomers zonen heette Togarma (vers 6).

Vers 8  Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, [een volk] dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen IsraŽls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid; allen wonen zij in gerustheid.

Al duizend jaar woont IsraŽl "in gerustheid". Er staat dat Gog met zijn legers "na geruime tijd… in toekomende jaren" zal optrekken. Dat is nŠ het Millennium. Hij zal dan van de losgelaten Satan "het bevel" ontvangen om tegen IsraŽl op te trekken.

Vers 9  Dan zult gij optrekken als een opkomend onweer; gij zult zijn als een wolk die de aarde bedekt, gij met al uw krijgsbenden, en vele volken met u. 10  Zo zegt de Here Here: Te dien dage zullen er plannen in uw hart opkomen [geÔnspireerd door de vrijgelaten Satan]; gij zult een boze aanslag beramen, 11  gij zult zeggen: ik zal optrekken tegen een land van dorpen, een overval plegen op vreedzame lieden, die in gerustheid wonen [al duizend jaar], allen zonder muur, grendels of poorten, 12  om buit te maken en roof te plegen, om uw hand te keren tegen de weer bewoonde puinhopen en tegen een natie die uit het gebied der volken bijeengebracht is, die have en goed heeft verworven, die op de navel der aarde woont. 13   Seba, Dedan, de handelaars en al de machtigen van Tarsis zullen tot u zeggen: Komt gij om buit te maken; hebt gij uw schare bijeengeroepen om roof te plegen, om zilver en goud weg te slepen, om have en goed te bemachtigen, om een grote buit te maken?

Seba en Dedan zijn zonen van Joksan, de tweede vrouw of bijvrouw van Abraham. Abraham heeft hen naar het oosten gezonden (Gen. 25:6). Tarsis was een kleinzoon van Jafet.

Vers 14  Daarom, profeteer, mensenkind, en zeg tot Gog: Zo zegt de Here Here: zult gij het niet gewaarworden, te dien dage als mijn volk IsraŽl in gerustheid woont? 15  Dan zult gij komen uit uw woonplaats uit het verre noorden, gij en vele volken met u, allen ruiters, een grote schare en een talrijk leger, 16  en gij zult optrekken tegen mijn volk IsraŽl als een wolk die het land bedekt. In toekomende dagen zal het geschieden [nŠ het Millennium], dat Ik u doe optrekken tegen mijn land, opdat de volken Mij leren kennen, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u, o Gog, de Heilige betonen zal. 17  Zo zegt de Here Here: Zijt gij het, van wie Ik in vroegere dagen gesproken heb door de dienst van mijn knechten, de profeten van IsraŽl, welke in die dagen jarenlang geprofeteerd hebben, dat Ik u tegen hen zou doen optrekken? 18  Maar te dien dage, wanneer Gog komt in het land van IsraŽl, luidt het woord van de Here Here, dan zal mijn grimmigheid opstijgen in mijn neus, 19  en in mijn naijver, in het vuur mijner verbolgenheid, zal Ik spreken: Waarlijk, te dien dage zal een zware aardbeving het land van IsraŽl teisteren. 20   Ja, beven zullen voor Mij de vissen der zee, het gevogelte des hemels, het gedierte des velds en al het kruipend gedierte dat op de aardbodem kruipt en alle mensen die op de aarde leven; de bergen zullen neerstorten, de bergwanden zullen vallen, elke muur zal ter aarde storten. 21  Dan zal Ik op al mijn bergen het zwaard tegen hem oproepen, luidt het woord van de Here Here; het zwaard van de een zal tegen de ander zijn. 22  Ik zal met hem in het gericht treden door pest en door bloed; stromende regen en hagelstenen, vuur en zwavel zal Ik doen neerregenen op hem, op zijn krijgsbenden en op de vele volken die met hem zijn; 23  Ik zal Mij groot en heilig betonen en Mij doen kennen ten aanschouwen van vele volken; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben.
EzechiŽl 39:1  Gij nu, mensenkind, profeteer tegen Gog en zeg: Zo zegt de Here Here: zie, Ik zal u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 2  Ik zal u komen halen en u voortdrijven, u doen optrekken uit het verre noorden en brengen op de bergen van IsraŽl. 3  Dan zal Ik de boog uit uw linkerhand slaan en de pijlen uit uw rechterhand doen vallen. 4  Op de bergen van IsraŽl zult gij vallen, gij met al uw krijgsbenden en de volken die met u zijn; aan roofvogels, vogels van allerlei gevederte, en aan het gedierte des velds zal Ik u tot voedsel geven; 5  op het open veld zult gij vallen, want Ik heb het gesproken, luidt het woord van de Here Here. 6  Ik zal vuur werpen in
[andere vertalingen: op, over] Magog [Magog-volkeren, met name hun legers, Openb. 20:9] en onder hen die in gerustheid de kustlanden bewonen; en zij zullen weten, dat Ik de Here ben. 7  Ik zal mijn heilige naam bekendmaken onder mijn volk IsraŽl; Ik zal mijn heilige naam niet meer laten ontheiligen;…

Met deze aanval op het heilige volk van God, waarover Jezus Christus Koning is, wordt Gods heilige naam ontheiligd. God zal dat hierna niet meer laten gebeuren (vers 7), hetgeen betekent dat deze aanval op Gods volk en op God in Ez. 38 en 39 de laatste zal zijn. Omdat in Openb. 20:7-9 een verslag staat van Gog die legers op de been brengt tegen IsraŽl nŠ het 1000-jarige vrederijk kan de aanval van de legers uit Magog in Ez. 38 en 39 niet hebben plaats gevonden tijdens het Millennium, want dan zou immers daarna, nŠ het Millennium Gods naam toch weer ontheiligd worden. Het is duidelijk, de aanval op Gods heilige volk die hier in Ez. 38 en 39 wordt beschreven is dezelfde als die in Openb. 20:7-9. Het is de laatste aanval die plaats vindt na de duizend jaar.

… en de volken zullen weten, dat Ik de Here ben, heilig in IsraŽl. 8  Zie, het komt, het zal geschieden, luidt het woord van de Here Here; dit is de dag, waarvan Ik gesproken heb. 9  Dan zullen de inwoners van de steden van IsraŽl uitgaan en de brand steken in het wapentuig: kleine en grote schilden, bogen en pijlen, knotsen en speren. Zeven jaar lang zullen zij daarmee hun vuur stoken. 10  Zij zullen geen hout van het veld halen of in de bossen hakken, want met dat wapentuig zullen zij hun vuur stoken. Zo zullen zij hun berovers beroven en hun plunderaars uitplunderen, luidt het woord van de Here Here. 11  Te dien dage zal Ik aan Gog een plaats geven, waar zijn graf zal zijn in IsraŽl: het dal der doortrekkenden, ten oosten van de zee; en dat zal de weg versperren aan wie erdoor willen trekken. Daar zal men Gog met heel zijn menigte begraven en men zal het noemen: het dal van Gogs menigte. 12  Het huis IsraŽls zal hen begraven om het land te reinigen, zeven maanden lang; 13  ja, het gehele volk des lands zal begraven, en dat zal hun tot roem strekken op de dag dat Ik Mij verheerlijk, luidt het woord van de Here Here. 14  Men zal mannen aanstellen met de vaste taak het land door te gaan om te begraven wie van de doortrekkenden op het land waren blijven liggen, en het te reinigen. Na verloop van zeven maanden zullen zij een onderzoek instellen; 15  als zij dan het land doorgaan, en een van hen ziet mensenbeenderen, dan zal hij daar een merkteken bij zetten, totdat de grafdelvers ze begraven hebben in het dal van Gogs menigte 16  (ook zal er een stadsnaam zijn: Menigte); zij zullen het land reinigen. 17  Gij nu, mensenkind, zo zegt de Here Here: zeg tot het gevogelte van allerhande gevederte en tot al het gedierte des velds: verzamelt u en komt, verenigt u van alle kanten bij het slachtoffer dat Ik voor u slacht, een groot slachtoffer, op de bergen van IsraŽl; eet vlees en drinkt bloed. 18  Vlees van helden zult gij eten en bloed van de vorsten der aarde zult gij drinken; rammen, lammeren, bokken, stieren, alles mestvee van Basan. 19  Tot verzadiging toe zult gij vet eten, tot dronkenschap toe bloed drinken van het slachtoffer dat Ik voor u geslacht heb; 20  ja, gij zult u aan mijn tafel verzadigen, aan paarden en ruiters, aan helden en allerlei krijgslieden, luidt het woord van de Here Here. 21  Zo zal Ik mijn heerlijkheid onder de volken brengen, en zullen alle volken het gericht zien dat Ik voltrokken heb, en de hand die Ik op hen heb gelegd.

De verzen 22-29 van EzechiŽl 39 die hierna volgen hebben betrekking op de hele periode van zowel het Millennium als de tijd er na.
De volkeren van Magog – o.a. Rusland, China, MongoliŽ, India en het voormalige PerziŽ – die gedurende de duizend jaren ook wel van de zegeningen zullen ontvangen en onder de discipline van Gods voorschriften komen, zullen in hun harten toch heidens blijven.
Waarom komen ze pas na het Millennium met hun krijgsbenden naar IsraŽl? Omdat dan Satan wordt losgelaten, die in staat is de menselijke natuur te verleiden. Hij houdt hun de rijkdommen voor van IsraŽl die voor het grijpen liggen en ongetwijfeld de wereldheerschappij, want IsraŽl heeft geen militair leger. Hij appelleert aan de zondige begeerte van de menselijke natuur, die zeer goed bekend is bij Satan omdat hij zelf voor hebzucht en ijdelheid is gevallen.
Niet alle volken hebben deel aan deze oorlog zoals bij de komst van Christus duizend jaar eerder. Velen blijven God gehoorzaam. Vanzelfsprekend krijgt het heilige land, waartegen de aanval is gericht en waarin de trouwe IsraŽlieten wonen en de bekeerde heidenen onder hen, Gods bescherming.
Bij de komst van Christus, duizend jaar daarvoor, zullen de wereldse overheden omver geworpen worden. Hoewel tijdens het Millennium met goddelijke kracht vrede wordt opgelegd en de aarde vol zal zijn van de juiste kennis, blijft bij velen de menselijke natuur sluimeren. Ze laten zich meeslepen door Satan wanneer hij nŠ het Millennium voor een korte tijd zal worden vrijgelaten. Dit laat God toe om de aarde te zuiveren, zodat alleen de getrouwen overblijven op deze planeet.

De eerste en tweede opstanding
Na deze drastische operatie is de wereld gereed om de massa's mensen op te vangen die in de tweede opstanding zullen zijn. Alle mensen die geleefd hebben vůůr het komende 1000-jarige vrederijk en geen deel hebben aan de eerste opstanding bij de terugkomst van Christus (dat zullen slechts de eerstelingen zijn) worden nŠ het Millennium opgewekt tot fysiek leven. Ook aan hen wordt Gods reddingsplan aangeboden om van de eeuwige dood gered te worden.
We bekijken nog even de chronologische volgorde.
Wanneer de derde wereldoorlog is gestreden met Christus als overwinnaar, wordt Satan geketend.

Openbaring 20:1  En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; 2   en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, 3  en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren;…

Ook hier wordt aangetoond dat gedurende de duizend jaar het heilige land niet door oorlogsbenden zal worden aangevallen.

… daarna moest hij voor een korte tijd worden losgelaten. 4  En ik zag tronen [hier vervolgt het verslag weer bij het begin van het 1000-jarige vrederijk], en zij [de eerstelingen] zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij [de eerstelingen] werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.

Wanneer Christus terugkomt als Koning der koningen en Heer der heren om het 1000-jarige vrederijk te stichten, zullen zij die van Christus zijn – de dan levende en gestorven eerstelingen – veranderd worden in geest en met Christus als koningen en priesters gaan regeren over alle fysieke volken op aarde.
Bij de komst van Christus wordt Satan gevangen gezet gedurende die duizend jaar.

Vers 5  De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren.

De miljarden mensen die de eerste zesduizend jaar hebben geleefd en Christus niet toebehoorden, zullen in een tweede opstanding nŠ het Millennium opstaan.

Vers 6  Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht [ze zijn onsterfelijke geestelijke wezens geworden], maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, die duizend jaren.

De eerste opstanding is voor de eerstelingen bij aanvang van het Millennium. Dat is een opstanding tot geest – tot geestelijke wezens, de geestelijke geboorte van de kinderen van God de Vader in Zijn gezin. De tweede opstanding na het Millennium is een fysieke opstanding.
Wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, wordt Satan voor een korte tijd losgelaten. Hij verleidt dan vele volkeren tot hebzucht en zet hen aan tot een massale aanval op het heilige land.

Vers 7  En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, 8  en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee. 9  En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, 10  en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel.

Dit is een vervulling van de profetie van EzechiŽl 38 en 39.
De mensen die na deze laatste opstand tegen God na het 1000-jarige vrederijk overgebleven zijn, zijn trouwe volgelingen van de Vader en Jezus Christus.
Nu is de tijd gereed, de aarde rijp, voor een ontzagwekkende gebeurtenis: de tweede opstanding. En wat zeer belangrijk is, Satan kan de mensen die nu zullen opstaan niet meer misleiden (Openb. 20:10). Zij hebben Satan al leren kennen en zullen nu niet nog eens door hem worden verleid tot zonde.
Die tijd van de tweede opstanding wordt de 'Dag des Oordeels' genoemd.

Vers 11  En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12  En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13  En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. 14  En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. 15  En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.

De miljarden mensen die de eerste zesduizend jaar hebben geleefd en Christus niet toebehoorden, zullen in een tweede opstanding nŠ het Millennium de waarheid leren kennen en eveneens eeuwig leven worden aangeboden. Uit "boeken" (vers 12) – de bijbel – wordt onderricht gegeven. Vervolgens wordt geoordeeld of ze overeenkomstig dit onderwijs leven en de liefde Gods in hun harten sluiten: "geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken" (vers 12). Zij die in "het boek des levens" geschreven worden, zullen evenals de eerstelingen duizend jaar eerder, veranderd worden in geestelijke wezens en onsterfelijk zijn.
Om eeuwig leven te kunnen ontvangen is het nodig dat eerst Gods heilige geest in de persoon wordt gezaaid, zoals ook in de tegenwoordige tijd bij enkelingen gebeurt.
De eerstelingen van God die gedurende zesduizend jaar – de tijd vanaf Adam tot de terugkomst van Christus – Gods geest hebben ontvangen en dus van Christus zijn bij Zijn terugkomst en dan aangesteld worden als koningen en priesters, zullen een belangrijk aandeel hebben in het onderwijs en oordeel, zowel tijdens het Millennium als in de tweede opstanding.

1 Corinthe 6:2  Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen?
Openbaring 20:4  En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven…

Zelfs over gevallen engelen.

1 Corinthe 6:3  Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen?

De Laatste Grote Dag
Het plan van God met de mensheid wordt uitgebeeld door "de feesttijden des Heren" (niet door de zogenaamde christelijke feesten van de mensen). Het Loofhuttenfeest is het zesde feest. Er is nog een feest: het zevende!
Het Loofhuttenfeest duurt, strikt genomen, zeven dagen en symboliseert het gehele Millennium. Zeven is Gods getal van volmaaktheid. Daarom moeten er ook zeven feesten zijn. Laten wij eens zien waar het zevende feest wordt genoemd.
God heeft eerst de IsraŽlieten apart gezet als Zijn uitverkoren volk en aan hen als eersten de ware kennis geopenbaard.

Leviticus 23:2  Spreek tot de IsraŽlieten en zeg tot hen: De feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn mijn feesttijden.

"Mijn feesttijden" maakt duidelijk dat dit Gods feesten zijn. Niet de religieuze feesten van mensen.

Vers 34  Spreek tot de IsraŽlieten: Op de vijftiende dag van deze zevende maand begint het Loofhuttenfeest voor de Here, zeven dagen lang. 35  Op de eerste dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. 36  Zeven dagen zult gij de Here een vuuroffer brengen…

Aansluitend op het Loofhuttenfeest, wordt nu het laatste, zevende feest, genoemd.

… op de achtste dag zult gij een heilige samenkomst hebben en de Here een vuuroffer brengen; het is een feest, generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.

Deze achtste dag, die een apart feest is, wordt "de laatste, de grote dag van het feest" genoemd (Johannes 7:37).

Johannes 7:2  Nu was het feest der Joden, Loofhutten, nabij. Vers 10  Maar toen zijn broeders opgegaan waren naar het feest, toen ging Hij zelf ook op, niet openlijk, maar als in het verborgen. Vers 37  En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!

Hiermee doelt Hij op de heilige geest, het onderpand van eeuwig leven.
Ook aan de mensen in de tweede opstanding, die De Laatste Grote Dag wordt genoemd, zal Gods geest worden aangeboden.
Zie maar eens waarover Jezus op deze dag predikte:

… Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! 38  Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. 39  Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden.

Deze preek van Jezus geeft de betekenis van de laatste grote dag!
In vers 6 van Openbaring 20 wordt gesproken van de tweede dood. Deze opstanding betreft mensen die in de loop der eeuwen zijn gestorven zonder Gods geest, hoofdzakelijk door onwetendheid. Zij worden pas na het Millennium weer tot leven gewekt. De grote massa van de wereldbevolking die sinds Adam gestorven is – dat is de eerste dood – zal na het Millennium opstaan en kan na gedegen onderwijs kiezen voor Gods weg van liefde, een voorwaarde voor de gift van eeuwig leven. De mens heeft een vrije wil en kan ook kiezen voor de eeuwige dood. Als er onder die miljarden van de tweede opstanding na het Millennium mensen zijn die weigeren God te gehoorzamen, leidt dat tot hun tweede en definitieve dood in een allesverterend vuur. Zij die in de eerste opstanding zijn, hebben bij het begin van het Millennium al eeuwig leven ontvangen. Over hen heeft de tweede dood geen macht staat er in vers 6 van Openb. 20.
Dit gaat over de dag des oordeels (of De Laatste Grote Dag), die in Mattheus 10:15 wordt genoemd. Jezus heeft de twaalf uitgezonden om het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. De mensen die in aanraking komen met de waarheid maar niet willen luisteren, zullen het zwaar te verduren krijgen in de tweede opstanding. Ze hadden immers de kans om zich te bekeren. Dan zegt Jezus in vers 15:

Mattheus 10:15  Voorwaar, Ik zeg u, het zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn in de dag des oordeels dan voor die stad.

Het is een tijd, waarin alle mensen die zijn gestorven zonder bekeerd te zijn, vooral als gevolg van onwetendheid, een gelegenheid zullen krijgen behoud te ontvangen. EzechiŽl 16:53-55 maakt dat duidelijk.

EzechiŽl 16:53  En Ik zal een keer brengen in haar lot, het lot van Sodom en haar dochters en het lot van Samaria en haar dochters; en tevens zal Ik een keer brengen in uw lot, 54  opdat gij uw schande draagt en u beschaamd gevoelt over alles wat gij gedaan hebt, waardoor gij haar troost hebt verschaft. 55  Uw zusters, Sodom en haar dochters, zullen terugkeren tot haar vorige staat; Samaria en haar dochters zullen terugkeren tot haar vorige staat; en gij en uw dochters zult eveneens terugkeren tot uw vorige staat.

Ook die IsraŽlieten die in hun zonden stierven, zullen hun eerste gelegenheid krijgen om de waarheid en levenswijze van God te begrijpen.

EzechiŽl 37:1  De hand des Heren kwam op mij, en de Here voerde mij in de geest naar buiten en zette mij neer in een dal; dat was vol beenderen. 2  Hij deed mij daar aan alle kanten omheen lopen en zie, zij lagen in grote menigte door het dal verspreid, en zie, zij waren zeer dor. 3  En Hij zeide tot mij: Mensenkind, kunnen deze beenderen herleven? En ik zeide: Here Here, Gij weet het. 4   Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen en zeg tot hen: gij dorre beenderen, hoort het woord des Heren. 5  Zo spreekt de Here Here tot deze beenderen: Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; 6  Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten, dat Ik de Here ben. 7  Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; 8  ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen. 9  Daarop zeide Hij tot mij: Profeteer tot de geest, profeteer, mensenkind, en zeg tot de geest: zo zegt de Here Here: kom van de vier windstreken, o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven. 10  Toen profeteerde ik, zoals Hij mij bevolen had; en de geest kwam in hen en zij herleefden en gingen op hun voeten staan, een geweldig groot leger. 11  Voorts zeide Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis IsraŽls. Zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vervlogen; het is met ons gedaan. 12  Daarom profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Here Here: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land IsraŽls. 13  En gij zult weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o mijn volk. 14  Ik zal mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de Here, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord des Heren.

De profeet schreef dat God deze opgestane mensen dan Zijn Geest zal geven (vers 14). Dit is precies het behoud waarover Christus sprak op die grote dag van het feest, beschreven in Johannes 7:37-38.
Deze achtste dag, die onmiddellijk op de zeven dagen van het Loofhuttenfeest volgt, beeldt de voltooiing van het plan van behoud uit. Allen – ongeacht het ras – zullen dan worden opgewekt.
Dit is niet beperkt tot alleen IsraŽl. Het betreft alle mensen die gestorven zijn. Openbaring 20:5 spreekt over "de overige doden". Vers 12: "de doden, de groten en de kleinen" zonder onderscheid van ras. Vers 13: "En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken." Vers 14: "En de dood en het dodenrijk…" De mannen van Ninevť, de hoofdstad van het heidense AssyriŽ, de koningin van het Zuiden (Mt. 12:41-42), de heidense steden Tyrus en Sidon (Luk. 10:14) zullen in de tweede opstanding zijn. Ieder mens die gestorven is en niet in de eerste opstanding is.
Aan het einde van de periode van de tweede opstanding (De Laatste Grote Dag) zullen alle mensen die de kans in dat tijdperk na het Millennium hebben aangegrepen God te gehoorzamen veranderd worden in geest en dus onsterfelijk worden gemaakt. Ook de massa's mensen die gedurende het Millennium in gehoorzaamheid aan God zijn gestorven zullen aan het einde van die periode opstaan en eeuwig leven ontvangen.
Voor de mensen die gedurende de zesduizend jaar vůůr de terugkomst van Christus zijn geroepen, maar niet volharden en God ongehoorzaam worden, worden in de tijd dat ze geroepen zijn geoordeeld (1 Petrus 4:17). Het oordeel is dus in feite al begonnen bij de Gemeente van God, zij kennen immers de waarheid. Als Gods geest van hen wordt weggenomen wegens hun ongehoorzaamheid, zullen zij aan het einde van De Laatste Grote Dag opstaan en verbrand worden, samen met de ongehoorzamen uit het Millennium en uit de tweede opstanding.

Openbaring beschrijft de slotfase van de 'dag des oordeels'; de gelovigen ontvangen voor de troon van Christus hun eeuwige beloning. De zondaars – degenen die ongehoorzaam blijven – zullen in "de poel des vuurs" omkomen!
Daarna zal de dood niet meer bestaan. De zonde is overwonnen. Gods gezin zal smetteloos zijn.
Dit gezin bestaat uit wezens met een verheerlijkt geestelijk lichaam zoals God de Vader, Jezus Christus en engelen. Het gezin van God, het Koninkrijk, zal eeuwig bestaan.

Lukas 1:31  En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32  Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33  en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.
Psalmen 45:6  Uw troon, o God, staat voor altoos en eeuwig, uw koninklijke scepter is een rechtmatige scepter.
Psalmen 89:36  Zijn nakroost zal voor altoos bestaan, zijn troon zal als de zon voor mij zijn; 37  als de maan zal hij voor altoos vaststaan…
DaniŽl 2:44  Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.
DaniŽl 7:13  Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; 14  en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiŽn en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is.
DaniŽl 7:27  En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen.
Micha 4:7  En Ik zal het kreupele stellen tot een overblijfsel en het verdrevene tot een machtig volk, en de Here zal Koning over hen zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.
Openbaring 11:15  En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.
Openbaring 22:5  En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheden.

Zesduizend jaar heeft de mens op zijn eigen manier tevergeefs gezocht naar vrede en geluk. In de komende duizend jaar en in de korte periode daarna zal God dat op ZŪjn manier geven in overvloed als een eerste stap naar een nog groter en eeuwigdurend, ontzagwekkend Plan.
Wat een uitdaging! Wat een belofte! Wat een zekerheid! Dankbaar sluiten wij ons aan bij de woorden van Jezus Christus, die de wijsheid van de wereld tot dwaasheid heeft gemaakt, mensen die hun leringen boven die van God stellen:

Mattheus 11:25  Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.

 

Terug naar de Home Page

web analytics