Voor literatuurlijst klik hier.

Wie was Jezus?

 

 

JEZUS
ALS MENS
EN GOD

Stelt u zich eens voor dat u als enquêteur mensen ondervraagt over Jezus van Nazareth. U wilt weten wat Jezus voor hen persoonlijk betekent. U zou de volgende meningen te horen krijgen:

"Wat ik van Jezus vind? Ik weet het niet. Ik denk niet zoveel na over het geloof."

"Ik hou van Jezus. Hij heeft mijn leven veranderd. Hij heeft me zoveel geholpen. Hij is mijn hemelse Heiland."

"Ik geloof niet dat Jezus God was, als u dat soms bedoelt. Maar zijn principes waren geweldig goed. Als we volgens die principes gingen leven, zou deze wereld een stuk prettiger zijn."

"Als ik de uitspraken zou geloven die in de Bijbel staan, dan moet ik zeggen dat Hij gek was. Wie biedt er nu zijn andere wang aan?"

"Ik ben geen christen. Ik baseer me dus op wat ik heb horen zeggen. Jezus moet een sterke persoonlijkheid geweest zijn. Misschien was Hij een beetje misleid. Hij was zeker geen god."

Wie of wat was Jezus eigenlijk? Was Hij niet meer dan een charismatische godsdienstleider? Was Hij werkelijk "de vleesgeworden God"? Kunnen we geloven dat Jezus echt op het water liep, water in wijn veranderde en uit de doden opgestaan is?

 

Jezus' invloed

Wat we ook over Jezus mogen denken, een ding is zeker: door een prediking van slechts drieëneenhalf jaar wist Hij de hele wereld te beïnvloeden en te veranderen. Door de eeuwen heen zijn miljoenen levens — al dan niet ten goede — veranderd door zijn leer.

Miljoenen mensen zeggen dat ze in Hem geloven. De woorden van Jezus zijn voor velerlei doelen gebruikt en misbruikt. Maar ondanks zijn fascinerende persoonlijkheid is Jezus een raadselachtige figuur, die in onze dagen vrijwel niet begrepen wordt.

Ook tijdens Jezus' leven bestond er een volkomen verkeerd beeld van Hem. Zijn volgelingen, zijn vijanden, zijn familie, zijn vrienden, bijna niemand begreep wie Hij was of wat Hij wilde zeggen.

 

De onbekende Jezus

Jezus peilde eens de mening van zijn volgelingen. Hij vroeg: "Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?" (Matth. 16:13.)

Sommigen dachten dat Jezus Johannes de Doper was die, nadat hij door koning Herodes vermoord was, uit de doden was opgestaan. Sommigen zeiden dat Hij een tweede Elia was. Anderen dachten dat Jezus een Jeremia of een van de andere oude profeten was.

Een van zijn leerlingen, Petrus, zei: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" (Matth. 16:16.) Maar Petrus had slechts een korte glimp van de waarheid. Hij begreep niet echt wat Jezus' opdracht was (zie vers 21-23).

Mattheüs 16:21 Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden. 22 En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! 23 Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen.

Met satan wordt hier niet de duivel bedoeld. Het Griekse satanas betekent tegenstander. Christus zei tegen Petrus: "Je gedraagt je als een tegenstander, zo kun je niet achter mij staan" (in de betekenis van mij volgen om het doel te bereiken).

Petrus was ervan overtuigd dat Jezus een menselijke Messias was, een afstammeling van David, die was gekomen om het Joodse volk onafhankelijkheid en roem te bezorgen.

Alle volgelingen van Jezus waren deze mening toegedaan. Kort nadat Jezus gekruisigd was, zei een van hen: "Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou" (Lukas 24:21). Zijn onverwachte dood was een schok en een teleurstelling.

Het volk wist gewoonweg niet wat het van deze Jezus moest denken.

Johannes 10:23 En Jezus wandelde in de tempel, in de zuilengang van Salomo. 24 De Joden dan omringden Hem en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit.

Veel mensen dachten dat Jezus niet helemaal goed bij zinnen was.

Vers 17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.

"Waar heeft Hij het nu weer over," zullen de Joden gedacht hebben.

Vers 19 Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om die woorden. 20 En velen van hen zeiden: Hij is bezeten en waanzinnig; waarom luistert gij naar Hem?

Zelfs zijn eigen bloedverwanten maakten zich bezorgd.

Markus 3:21 En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen.

Toch verzamelden er zich altijd grote groepen gewone mensen rond Jezus. Er was iets, een charisma, een kracht in zijn persoon en zijn leer. Het volk hing aan zijn lippen.

Lukas 19:47 En Hij leerde dagelijks in de tempel. De overpriesters en schriftgeleerden, evenals de voornaamsten van het volk, zochten gelegenheid Hem om te brengen, 48 maar zij vonden niets dat zij zouden kunnen doen, want al het volk hing aan zijn lippen.

Jaloerse religieuze leiders klaagden hierover: "Zie, de gehele wereld loopt Hem na" (Joh. 12:19).

Zelfs hooggeplaatste Romeinen zoals Pontius Pilatus konden van Jezus geen hoogte krijgen. De Joden hadden Hem bij Pilatus aangeklaagd. Ze zeiden dat Hij had beweerd de Zoon van God te zijn.

Johannes 19:8 Toen Pilatus dan dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd, 9 en hij ging weder het gerechtsgebouw binnen en zeide tot Jezus: Waar zijt Gij vandaan? Maar Jezus gaf hem geen antwoord.

Ook de volgelingen van Jezus vroegen zich af wat voor iemand Hij was.

Mattheüs 8:26 En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil. 27 En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

Vooral onder de gewone mensen heerste er verwarring over de persoon van Jezus en meer nog over wat Hij zei.

Mattheüs 7:28 En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen versteld stonden over zijn leer, 29 want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden.

Ze zeiden vaak: "Wij hebben heden ongelooflijke dingen gezien" (Lukas 5:26). Ook de geleerden waren verbijsterd door de kennis die Jezus bezat. "Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen?" (Joh. 7:15.)

Jezus werd niet gezien als intellectueel, evenmin beschouwde men Hem als een belangrijke goeroe of als een politiek leider van enig aanzien, hoewel velen onder het volk Hem later wel als hun toekomstige koning zagen. Als uit het niets was Hij in de wereld verschenen. "Wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft," zeiden de religieuze leiders spottend, "maar van deze weten wij niet, vanwaar Hij komt" (Joh. 9:29).

Zelfs zijn meest intieme volgelingen konden niet helemaal vatten waarom Jezus in de wereld gekomen was. Hij vertelde hun ondubbelzinnig dat Hij spoedig moest sterven.

Markus 9:31 Want Hij onderwees zijn discipelen en zeide tot hen: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan.

Zijn leerlingen hadden er geen idee van wat Hij met deze uitspraak bedoelde.

Vers 32 Doch zij begrepen dit woord niet en durfden Hem er niet naar te vragen.

Ze vroegen zich af waarom Hij sprak over gemarteld en vermoord worden. Ze zaten hier diep over in. Op een dag nam Petrus Jezus ter zijde en zei in niet mis te verstane bewoordingen: "Dat zal U geenszins overkomen!" (Matth. 16:22.)

 

Raadsel voor het publiek

De grote menigte begreep nog veel minder waar Jezus' leerstellingen over gingen.

Jezus was een boeiend spreker. Als Hij tegen de massa's sprak, gebruikte Hij een verhalende spreekvorm om zijn onderwerpen te illustreren. De verhalen klonken goed, maar de geestelijke betekenis legde Hij aan de discipelen uit als Hij met hen alleen was. Daar lag ook het probleem voor zijn toehoorders. Jezus legde de diepere betekenis van zijn verhalen alleen maar aan zijn meest directe volgelingen uit.

Markus 4:1 En wederom begon Hij te leren bij de zee. En een zeer grote schare verzamelde zich bij Hem, zodat Hij in een schip ging en daarin nederzat op de zee, en de gehele schare was bij de zee op het land.

Vervolgens hield Hij een toespraak en illustreerde het onderwerp met een gelijkenis.

Vers 10 En toen Hij met hen alleen was, vroegen zij die in zijn omgeving waren met de twaalven Hem naar de gelijkenissen. 11 En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen, 12 dat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde.

Dan geeft Hij zijn discipelen uitleg. Hij sprak nog verder in gelijkenissen.

Vers 33 En in vele dergelijke gelijkenissen sprak Hij het woord tot hen, naardat zij het konden horen, 34 en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet, maar afzonderlijk aan zijn discipelen verklaarde Hij alles.

Mattheüs 13:10 En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? 11 Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.

Sommigen zeiden dat Hij een goed mens was. Anderen waren ervan overtuigd dat Hij een charlatan en een oplichter was (Joh. 7:12). Weer anderen dachten dat Hij een gestoorde godsdienstfanaat was. Sommige mensen zeiden dat Hij van Satan was. Er waren ook mensen die verkondigden dat Hij dronk en vraatzuchtig was (Matth. 11:19).

Vooraanstaande leden van de Joodse geloofsgemeenschap keurden sommige mensen af van het gezelschap waarmee Hij zich omringde. Op een keer zalfde een vrouw "die in de stad als zondares bekend stond" de voeten van Jezus, droogde ze af met haar hoofdhaar en kuste ze zelfs. Hoe afstotelijk moet dit geweest zijn. Een "zondares", een vrouw van slechte zeden die de voeten van de Meester vasthield. De Farizeeër bij wie Hij was uitgenodigd dacht: "Indien deze de profeet was, zou Hij wel weten, wie en wat deze vrouw is, die Hem aanraakt" (Lukas 7:36-39).

Velen zeiden dat Hij zich erop voorbereidde de macht in handen te nemen. Op een bepaald moment wilde een menigte Jezus zelfs dwingen zichzelf tot koning uit te roepen (Joh. 6:15). Toen Jezus berecht werd, riep men uit:

Lukas 23:2 … Wij hebben bevonden, dat deze ons volk verleidt, doordat Hij verbiedt de keizer belasting te betalen en van Zichzelf zegt, dat Hij de Christus, de Koning is.

Natuurlijk was dit gelogen. Maar er waren velen die dachten dat het een onuitgesproken ambitie van Jezus was de regering omver te werpen.

Jezus werd ook aanbeden door mensen die niet deden wat Hij zei. Hij vroeg aan de menigte die om Hem verzameld was:

Lukas 6:46 Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?

De 'christelijke' wereld doet niet anders.

Ook zei Hij:

Mattheüs 7:21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.

Welke ’christelijke’ kerk wil dat?

Men nam ten onrechte aan dat Hij van plan was de eeuwenoude wetten van zijn volk af te schaffen, maar zelf zei Hij:

Mattheüs 5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.

Hij voegde eraan toe dat nog "niet één jota of één tittel" zou vervallen van enige wet die op de Tien Geboden was gebaseerd (vers 18). Jezus zei zelfs dat deze wetten nog bindender zouden worden. Een slechte daad achterwege laten is onder het Nieuwe Verbond niet langer voldoende. Iemand is al schuldig als hij er zelfs maar over denkt kwaad te doen.

Toch beschuldigden de godsdienstleiders Jezus valselijk van het overtreden van Gods wet. In feite hadden ze die echter zelf overtreden. Eens zei Jezus hun:

Markus 7:7 Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.

Geboden van mensen in onze tijd: zondagviering, kerst, Pasen, het eten van vlees van onreine dieren, heiligverklaring door een menselijke kerkleider, enz., enz.

Vers 8 Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen.

Het hele ´christendom’ negeert Gods heilige feesten en sabbatten, voedselwetten, tienden, enz., enz.

Vers 9 En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden.

Deze ironie is zeer actueel. Minstens een kwart van de wereldbevolking beweert Christus te volgen. De naam van Jezus wordt inderdaad door miljoenen aanbeden. Maar zijn leer wordt slechts zelden begrepen of opgevolgd. Mensen aanbidden Jezus nog steeds op de manier zoals ze dit zelf willen, niet zoals Hij gezegd heeft dat ze Hem moeten aanbidden. Er wonen miljoenen mensen in christelijke landen die helemaal niets om Jezus geven. Men kan van Jezus houden, men kan Hem haten of Hem verlaten. Men kan geen acht slaan op zijn leer, maar die verdwijnt daarmee niet. Waarom niet? Wat is er zo bijzonder aan het leven en de leer van Jezus? Wat heeft geleid tot volhardend geloof enerzijds en volledige bespotting anderzijds?

Jezus was totaal anders dan andere zieners, voor of na Hem. Hij beweerde dingen waar vrijwel geen enkele andere religieuze leider ooit aanspraak op kon maken.

Mohammed zei van zichzelf dat hij slechts een menselijke profeet van een godheid, Allah, was. Boeddha zei slechts dat hij had ontdekt hoe men zich kon losmaken van de ellende van de wereld, dat hij de Verlichting ontdekt had. Confucius wilde de wijsheid van oude wijzen overbrengen, anders niets.

Jezus had een heel andere boodschap. Hij verklaarde meer dan een mens te zijn. Dit maakte de religieuze leiders van zijn tijd woedend. Zij wilden Jezus doden, omdat Hij "God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde" (Joh. 5:18).

De Joden noemden dit godslastering. Zij trachtten Hem te stenigen. Ze vertelden Jezus ook waarom: "omdat Gij, een mens, Uzelf God maakt" (Joh. 10:33).

Bij een bepaalde gelegenheid shockeerde Jezus zijn toehoorders. Eerst vertelde Hij hun dat Hij door zijn Vader uit de hemel was gezonden.

Johannes 6:38  Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.

Hij beweerde het vermogen te hebben mensen uit het graf op te wekken.

Vers 40 Want dit is de wil mijns Vaders, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.

Daarna vergeleek Jezus zichzelf met brood en wijn. Hij zei, zonder verdere uitleg te geven, dat wie zijn lichaam at en zijn bloed dronk eeuwig zou leven.

Johannes 6:49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51 Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld. 52 De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan deze ons zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. 54 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. 55 Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. 56 Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het brood, dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. 59 Dit zeide Hij, lerende in de synagoge te Kafarnaüm.

Ook zijn discipelen konden dit niet vatten en veel van zijn eigen volgelingen lieten zich door die woorden afschrikken.

Vers 60 Vele dan van zijn discipelen hoorden dit en zeiden: Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren?

Bij die gelegenheid verloren veel van zijn volgelingen het geloof in Jezus en verlieten Hem.

Vers 61 Jezus nu wist bij Zichzelf, dat zijn discipelen hierover morden, en Hij zeide tot hen: Geeft u dit aanstoot? Vers 64 Maar er zijn sommigen onder u, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie het waren, die niet geloofden… Vers 66 Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.

Natuurlijk waren deze woorden symbolisch bedoeld. Jezus wilde zeggen dat Hij alles vertegenwoordigde dat nodig is om behouden te worden. Ten eerste zou Hij zijn leven geven – lichaam en bloed – voor de zonden der mensheid. Daarna zou Jezus, na te zijn opgestaan uit de doden, door de kracht van de heilige Geest zijn leven van gehoorzaamheid opnieuw leven in berouwvolle mensen.

De meeste mensen uit de tijd van Jezus konden deze ogenschijnlijk wilde religieuze theorie niet begrijpen of aanvaarden. Dit was zo bizar, zoiets hadden ze nog nooit gehoord. Ook vandaag zijn er nog veel mensen die dit idee vreemd vinden. Sommige mensen denken dat de opstanding uit de doden een van de vele mythen rond het leven van Jezus is.

Was de opstanding een vrome leugen die in het levensverhaal van Jezus werd verweven? Is er iemand die zou sterven voor iets waarvan hij weet dat het een leugen is? Wat beloofde deze mens Jezus dat zijn volgelingen in de jaren en eeuwen daarna ertoe bracht alles op te geven – soms zelfs hun leven – om Hem te volgen?

 

Twee toegewijde volgelingen

Saulus, die we later leren kennen als de apostel Paulus, was jong en briljant, een rijzende ster van de Joodse theologie. Hij was een Joodse missionaris, een religieuze fanaticus, die Jezus met zijn nieuwe religie haatte. Fanatiek vervolgde Paulus de volgelingen van Jezus. Hij liet hen in kerkers opsluiten en zorgde er soms voor dat ze gedood werden.

Plotseling, onverwacht, veranderde de geloofsovertuiging van Paulus. Hij deed afstand van alles wat hij door hard werken bereikt had. Later schreef hij:

Filippenzen 3:8 Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.

Zijn vroegere daden hadden voor Paulus alle waarde verloren. Waarom gaf hij zijn leven op om de verloren zaak van een ter dood gebrachte religieuze fanatiekeling na te streven?

Simon was een gewone visser. Ook zijn leven werd getransformeerd door Jezus. Hij kreeg een andere naam: Petrus, of Kefas, dat ’steen’ betekent. Hij kreeg de opdracht mensen te gaan vissen en de kudde te weiden. In de jaren volgend op de dood en opstanding van Jezus, predikte Petrus onbevreesd in naam van Jezus. Voor zijn naam onderging hij vernederingen, lijfstraffen, gevangenschap en uiteindelijk de marteldood. Deze Petrus lijkt in niets meer op de Petrus uit de tijd dat Jezus nog op aarde leefde. Toen het gevaarlijk werd, liet de vroegere Petrus Jezus in de steek en verloochende hij Hem.

Petrus zag Jezus als een sterke leider, de langverwachte zoon van David. Hij beschouwde Hem als een soort politieke halfgod die het land roem zou bezorgen. Natuurlijk herinnerde hij zich nog wel die vreemde woorden van Jezus over ter dood veroordeeld, gegeseld en gekruisigd worden, maar Jezus zei zo vaak van die buitenissige dingen. Later schrijft Lukas dat voor de discipelen deze woorden van Jezus dat Hij zou sterven duister was.

Lukas 18:31 Hij nam de twaalven terzijde en sprak tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en al wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden. 32 Want Hij zal overgeleverd worden aan de heidenen en bespot en gesmaad en bespuwd worden, 33 en zij zullen Hem geselen en doden, en ten derden dage zal Hij opstaan. 34 En zij begrepen niets van deze dingen en dit woord bleef hun duister en zij wisten niet, waarvan gesproken werd.

 

Als een lam

Jezus liet zich gevangen nemen door een religieus bevlogen menigte. De onoverwinnelijke leider werd zonder slag of stoot gearresteerd. Jezus werd in het openbaar bespuwd, uitgescholden, geduwd, geslagen, uitgelachen, beledigd en gegeseld. Hij werd voor ketter uitgemaakt. De religieuze leiders veroordeelden Hem ter dood.

Ook de Romeinse heersers ontzagen deze vermeende heiland niet. Onder politieke druk leverde Pontius Pilatus Hem uit aan een dolgedraaide menigte. Ten slotte voerden de beulen een zeer extreme vorm van de doodstraf uit: kruisiging. Het was een openbare executie, schandelijk en onterend. Hier hing de Koning van de Joden machteloos en stervend aan een ruwe houten paal.

Van dit ongelooflijke schouwspel waren Petrus en de andere apostelen de verbijsterde getuigen. Hier was een passieve, verslagen Jezus. Had Hij geen zieken genezen? Water in wijn veranderd? Op het water gelopen? Een storm tot bedaren gebracht? Waarom dan dit? Hoe verpletterend en vernederend moet dit niet geweest zijn in de ogen van de discipelen. Zij hadden van roem en eer gedroomd. Alles wat zij nu bezaten was een erfenis van schaamte. Wat zouden de mensen lachen. Daar lopen Petrus, Johannes en Jakobus. Zij hebben alles opgegeven, voor niets. Jezus was een oplichter geweest, nep, een namaakmessias. Angst, ontgoocheling en totale leegte was hun deel.

Petrus was Jezus in de nacht voorafgaand aan de executie beschroomd gevolgd. Zijn jongensachtige bravoure was hem al ontnomen. Er was niets meer dat waard was om voor te vechten. De toeschouwers vroegen Petrus of hij een volgeling was van die beurse, ontluisterde, uitgeputte en zeer kwetsbare man, die mens die Jezus heette.

Petrus zwoer: "Ik ken die mens niet, over wie gij spreekt" (Markus 14:71).

"Ik weet niet, wat gij zegt…Ik ken de mens niet" (Matth. 26:70, 74).

Plotseling kraaide de haan. Op dat geluid keek Jezus Petrus aan (Lukas 22:60-61). Beschaamd, omdat Jezus' voorspelling was bewaarheid, en bevreesd maakte Petrus zich uit de voeten, evenals de rest van de discipelen. Een jonge man die een laken om zich heen geslagen had, was zo bang dat hij naakt wegrende, het laken in de handen van zijn belagers achterlatend (Markus 14:50-52).

 

Een plotse ommezwaai

Binnen twee maanden na de kruisiging onderging Petrus een totale verandering; hij was nu volledig toegewijd aan Jezus.

Op de jaarlijkse Pinksterdag begon hij stoutmoedig tot de menigte te prediken:

Handelingen 2:22 Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet, 23 deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood. 24 God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.

Petrus waarschuwde de verzamelde menigte vervolgens:

Vers 38 …Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Petrus sprak met zoveel overredingskracht dat zijn toehoorders "diep in hun hart getroffen" werden (vers 37). Op die dag besloten 3000 mensen de levenswijze van Jezus te gaan volgen en zich te laten dopen (vers 41).

De religieuze machthebbers waren zeer verontrust over dit vertoon van geestelijke kracht. Zij bedreigden Petrus en de overige apostelen. Zij eisten dat de naam van Jezus nooit meer zou worden genoemd in relatie met godsdienst (Hand. 5:28). Deze zelfde leiders waren verantwoordelijk voor Jezus' dood. Petrus wist dat hij de kans liep hetzelfde lot te ondergaan. God zegende met wonderen het werk van de apostelen dat ze in Jezus' naam deden. Ze werden in de gevangenis gezet, maar door een engel er uit gehaald, waarna de apostelen in de tempel verder gingen met het verkondigen van het evangelie. Ze werden voor de religieuze autoriteiten geleid. Maar Petrus en de apostelen waren onbevreesd.

Handelingen 5:29 Maar Petrus en de apostelen antwoordden en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzamen dan de mensen. 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht; 31 Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken. 32 En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de Heilige Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam zijn.

Wat bracht binnen zo'n korte tijd zo'n grote verandering in deze mannen teweeg? Van welke schokkende gebeurtenis waren zij getuige geweest? Zij hadden gezien hoe Jezus gedood werd. Ze wisten dat Hij dood was. Daarna zagen zij Jezus na zijn opstanding, waardoor zij wisten dat Hij de Zoon van de levende God was.

De discipelen hadden Jezus horen vertellen dat Hij zou sterven en weer tot leven zou komen. En daarna gebeurde dat echt. Hiervan waren de discipelen getuige geweest. Zoiets was nooit eerder gebeurd. Toch gebeurde het — en zij maakten het mee. Ze hadden het gezien en beleefd. Dit viel niet te ontkennen.

Jezus had hen ook de heilige Geest beloofd, die hun van alles zou leren en hen tot de waarheid zou leiden (Joh. 14:26; 16:13). Daarom begrepen de discipelen nu wat God werkelijk met de mensheid en henzelf voorhad. Daarom hadden ze moed gekregen.

Handelingen 1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

Romeinen 8:15 Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader.

 

De belangrijkste gebeurtenis

De discipelen zagen nu zeer belangrijke redenen voor het leven en de dood van Jezus: de mensen met God verzoenen en Hem in staat stellen door de heilige Geest in berouwvolle mensen te leven en de opstanding van de doden mogelijk maken (Rom. 5:8-10).

Tijdens zijn leven had Jezus gezegd:

Johannes 11:25 … Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven,

Maar dit idee had voor hen geen betekenis, totdat zij Jezus hadden zien sterven en opnieuw zien leven.

Dit bracht de verandering in de apostelen teweeg. Deze realiteit bracht Paulus ertoe alles op te geven voor de naam van Christus. Paulus had nu een doel in zijn leven: "Hem te kennen en de kracht zijner opstanding… of ik… zou mogen komen tot de opstanding uit de doden" (Filipp. 3:10-11).

Natuurlijk hebt u, de lezer, geen dode Jezus gezien die is opgestaan uit het graf. Dus u kunt zich nog steeds afvragen of dit wel werkelijk heeft plaatsgevonden. Hebben de discipelen dit fabeltje misschien de wereld ingeholpen om zich van volgelingen te verzekeren? Denkt u eens in wat dat zou betekenen. Als de opstanding niet had plaatsgevonden, dan hadden de discipelen dat zeker geweten. Dan zouden ze dus bereid zijn geweest te sterven voor iets waarvan ze wisten dat het een fabeltje, een leugen was. Dat zou niet logisch zijn. We kunnen ons vergissen over een geloof en er ons geld, onze tijd en misschien wel ons leven voor geven. Maar als we weten dat het een leugen is? Zouden we dan bereid zijn er vernederingen, pijn of martelingen voor te doorstaan? Zouden we er dan al onze bezittingen of ons leven voor willen opgeven? Absoluut niet. Welke zin zou dat hebben?

Er is slechts één conclusie mogelijk. De discipelen zijn getuige geweest van iets schijnbaar onmogelijks: ze zagen een dode weer leven. Zij zijn voor ons een bevestiging dat deze buitengewone gebeurtenis, de opstanding van Jezus Christus, werkelijk heeft plaatsgevonden.

Lucas sprak over ooggetuigen.

Lukas 1:2 gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn.

Petrus zei:

2 Petrus 1:16 Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit.

Decennia later zei Johannes:

1 Johannes 1:1 Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze [eigen] ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens 2 (het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is).

Paulus zei: "Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien?" (1 Cor. 9:1.) De opgestane Christus verscheen aan Paulus "als aan een ontijdig geborene" (1 Cor. 15:8).

Jezus had de discipelen zelf opdracht gegeven de wereld te vertellen over zijn leven, dood en opstanding. Voor zijn dood zei Jezus:

Johannes 15:27 en gij moet ook getuigen, want gij zijt van het begin aan met Mij.

De opgestane Christus zei tegen hen:

Handelingen 1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

Tijdens zijn leven als christen benadrukte de apostel Paulus voortdurend het goede nieuws, dat in het Nieuwe Testament het ’evangelie’ wordt genoemd.

De kern van het evangelie is het Koninkrijk van God dat bij de komst van Christus op aarde wordt gevestigd. Paulus besteedde daarom veel aandacht aan de betekenis en het belang van de opstanding: de doden die het eeuwige leven erven.

1 Corinthiërs 15:1 Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb… Vers 3 … Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, 4 en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften.

Paulus zette zijn leven in voor het feit van de opstanding. Hij was pijnlijk getroffen toen hij ontdekte dat er sommigen in de gemeente in Corinthe aan de opstanding twijfelden. Paulus gaf de gemeente hierop een lang betoog over de logica van de opstanding van de doden:

1 Corinthiërs 15:13  Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. 14 En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. 15 Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. 16 Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; 17 en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. 18 Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. 19 Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.

Het spreekt voor zich dat Paulus zijn leven niet zou hebben verspild aan een leugen. Hij wist, evenals de andere apostelen, dat Jezus had geleefd, was gestorven en weer was opgewekt. Als men de Bijbel als Gods Woord beschouwt, dan wordt hun getuigenis het bewijs. Door de eeuwen heen zijn de discipelen door hun woorden in het Nieuwe Testament van de opstanding blijven getuigen.

 

Slechts schriftelijke bronnen

Het is waar dat wij niet hebben gezien dat Jezus uit de dood tot leven werd gewekt. Maar het is alsof we dit hebben zien gebeuren. Wij zien de opstanding door de ogen van degenen die getuige waren, als wij hun verhaal lezen. Wie door God geroepen wordt, weet dat hun getuigenis waar is, omdat het door Hem werd geïnspireerd (Joh. 21:24).

Als we accepteren dat Petrus, Paulus, Johannes, Jakobus, Judas, Lukas, Markus en Mattheüs geleefd hebben, als we geloven dat zij geschiedschrijvers zijn die getuigen van het leven, de werken en de dood van Jezus, als we accepteren dat God hen inspireerde tot het schrijven van wat wij het Nieuwe Testament noemen, dan kunnen we niet ontkennen wat de belangrijkste historische gebeurtenis tot nu toe is geweest: Jezus van Nazareth die uit de doden werd opgewekt.

Als we accepteren dat Jezus gestorven is, dan moet Hij als ieder van ons sterfelijk geweest zijn. Als wij aanvaarden dat Jezus werd opgewekt tot onsterfelijk leven, dan kunnen wij niet ontkennen dat Hij de Zoon van God geweest moet zijn. Als wij accepteren dat Hij God in het vlees was, dan moeten we ook gehoor geven aan zijn beloften, geboden, aanwijzingen en waarschuwingen.

Vergeet niet dat Jezus zelf geen letter van het Nieuwe Testament heeft geschreven. Elk woord dat we over Hem lezen is wat anderen, zijn volgelingen, beweerden. En dit was slechts een handjevol mensen. Slechts acht mannen. Zij zijn de enige schrijvers die over het leven van Jezus, zijn gedachten, zijn daden, zijn dood en zijn opstanding feiten hebben vastgelegd. We hebben geen enkele andere bron.

Buiten deze verzameling geschriften die wij kennen als het Nieuwe Testament is er door schrijvers uit de tijd van Jezus vrijwel niets overgeleverd over zijn leven. In andere, al dan niet religieuze geschriften uit die tijd wordt Hij bijna niet genoemd.

 

Waarom Jezus weinig werd genoemd

Het is niet verbazingwekkend dat er door tijdgenoten van Jezus bijna niets over zijn optreden is geschreven of overgeleverd. Hij leefde in een tijd waarin er nog geen massamedia waren, geen tv, geen kranten of tijdschriften, geen foto's, geen drukwerk, geen internet. In feite is er slechts zeer weinig uit de oude wereld bewaard gebleven.

Nazareth, waar Jezus is opgegroeid, was een betrekkelijk onbelangrijk dorpje, dat niet vaak door buitenstaanders werd bezocht. De hoofdwegen liepen om het kleine plaatsje heen. Jezus is weleens beschreven als een rondtrekkend prediker uit een onbeduidend dorpje in het noorden.

Bovendien was Jezus een Jood onder de Joden. In het beste geval vonden de Grieken en de Romeinen de Joden een raar volk. In het slechtste geval werden ze bespot en vervolgd. Daar komt nog bij dat Jezus tot zijn dertigste in een gebied woonde dat zelfs door andere Joden als onbeschaafd werd beschouwd. Natanaël, een van Jezus' latere volgelingen, vroeg: "Kan uit Nazareth iets goeds komen?" (Joh. 1:47.)

In de drieëneenhalf jaar die Jezus predikte, bleef zijn invloed beperkt tot enkele provincies in het Heilige Land, zoals Galilea en Judea. Het gunstigste beeld dat men van Hem had kunnen geven, was dat van een sektarische profeet en genezer.

Waarom zou een respectabel schrijver over de leer van Jezus schrijven, vooral toen het erop leek dat Jezus' programma geheel was mislukt? Nadat Hij drieëneenhalfjaar gepredikt had, lieten bijna alle ’gelovigen’ Hem in de steek. Weken na zijn dood waren er nog maar een paar honderd standvastige gelovigen (Hand. 1:15; 1 Cor. 15:6). Later voegden duizenden gelovigen zich bij de groeiende Gemeente, maar ze werden door de Joden veracht en door de Romeinen en Grieken bespot.

De mens Jezus werd bespot door de Joden die zelf ook bespot werden. Het is niet verbazingwekkend dat er uit de eerste eeuw geen schriftelijke overleveringen zijn over het leven van Jezus, en dat zijn naam niet door zijn tijdgenoten wordt genoemd. Dit ligt in de lijn der verwachting.

Als we niet geloven wat de mannen van het Nieuwe Testament ons vertellen, kunnen we onmogelijk iets te weten komen over wat Jezus zei, wat Hij deed of waar Hij voor stond. Dan kunnen we ons ook geen voorstelling maken van de fantastische gaven die Hij de mensheid te bieden had. Profetieën in het Oude Testament voorspellen ook zijn komst van 2000 geleden, een enkele zelfs met nauwkeurige tijdsaanduiding.

Moeten wij geloven? Is het voor ons belangrijk of Jezus God, een mens of een mythe was? Laten we eerlijk zijn. De meeste mensen denken tijdens hun dagelijkse bezigheden niet echt na over Jezus. Ze gebruiken zijn naam als ze vloeken en helaas vaak door ’christenen’ die zijn naam vals gebruiken.

Weliswaar is de grootste religie ter wereld "in zijn naam" ontstaan. Het christendom is zogenaamd gebaseerd op de leer van Christus en gelovige mensen gebruiken zijn naam. Miljoenen zeggen in Hem te geloven. Maar de meesten weten slechts weinig over Jezus of zijn leer.

Hiervoor is een goede verklaring. Slechts weinig mensen bestuderen de Bijbel werkelijk goed. Het aantal mensen dat regelmatig in de Bijbel leest, is gering. Daarom is de meest invloedrijke mens uit de geschiedenis paradoxaal genoeg een onbekende.

 

De leraar die Jezus heet

Zijn opstanding bewijst dat Jezus een unieke en de meest belangrijke persoon uit de geschiedenis is. De opstanding is evenwel niet het enige waardoor Jezus zich onderscheidt. Hij bewerkstelligde dingen waartoe geen enkel ander mens in staat is. En al deze dingen werden beschreven door dezelfde getuigen.

De volgende beschrijvingen spreken voor zich.

Jezus, die de zieken genas.

Mattheüs 4:23 En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk. 24 En het gerucht van Hem drong door tot in geheel Syrië; en men bracht tot Hem allen, die ernstig ongesteld waren, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en Hij genas hen.

Jezus vergaf zonden.

Lukas 5:17 En het geschiedde op een dier dagen, terwijl Hij bezig was te leren, dat er ook Farizeeën en wetgeleerden zaten, die gekomen waren uit alle dorpen van Galilea en Judea en uit Jeruzalem. En er was kracht des Heren, zodat Hij kon genezen. 18 En zie, daar kwamen enige mannen met een verlamde op een bed, en zij trachtten hem binnen te dragen en hem voor Hem te leggen. 19 En toen zij geen gelegenheid vonden om hem binnen te dragen, vanwege de schare, gingen zij het dak op en lieten hem met zijn bed door de tegels in het midden neder, vlak voor Jezus. 20 En hun geloof ziende, zeide Hij: Mens, uw zonden zijn u vergeven. 21 En de schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen te overleggen en zeiden: Wie is deze, die zulke godslasterlijke dingen zegt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 22 Doch Jezus doorzag hun overleggingen en antwoordde en zeide tot hen: Wat overlegt gij in uw harten? 23 Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel? 24 Maar, opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven, zeide Hij tot de verlamde: Tot u zeg Ik, sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. 25 En onmiddellijk stond hij voor hun ogen op, nam hetgeen, waar hij op gelegen had, mede en ging naar zijn huis, God verheerlijkende. 26 En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God, en werden met vrees vervuld, zeggende: Wij hebben heden ongelooflijke dingen gezien.

Jezus liep op het water.

Mattheüs 14:22 En terstond dwong Hij de discipelen in het schip te gaan en Hem vooruit te varen naar de overkant, totdat Hij de scharen zou hebben weggezonden. 23 En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden. Bij het vallen van de avond was Hij daar alleen. 24 Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd, geteisterd door de golven, want de wind was tegen. 25 In de vierde nachtwake kwam Hij tot hen, gaande over de zee. 26 Toen de discipelen Hem over de zee zagen gaan, werden zij verbijsterd en zeiden: Het is een spook! En zij schreeuwden van vrees. 27 Terstond sprak Jezus hen aan en zeide: Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd! 28 Petrus antwoordde Hem en zeide: Here, als Gij het zijt, beveel mij dan tot U te komen over het water. 29 En Hij zeide: Kom! En Petrus ging uit het schip en liep over het water en ging naar Jezus. 30 Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: Here, red mij! 31 Terstond stak Jezus hem de hand toe en greep hem en zeide tot hem: Kleingelovige, waarom zijt gij gaan twijfelen? 32 En toen zij in het schip geklommen waren, ging de wind liggen. 33 Die in het schip waren, vielen voor hem neder en zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

Jezus bedaarde de storm en de zee.

Markus 4:35 En Hij zeide tot hen op die dag, toen het laat geworden was: Laten wij oversteken naar de overkant. 36 En zij lieten de schare achter en namen Hem, zoals Hij was, in het schip mede, en er waren andere schepen bij Hem. 37 En er stak een zware stormwind op en de golven sloegen in het schip, zodat het schip reeds vol liep. 38 Maar Hij zelf lag op het achterschip tegen het kussen te slapen. En zij maakten Hem wakker en zeiden tot Hem: Meester, trekt Gij er U niets van aan dat wij vergaan? 39 En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en het werd volkomen stil. 40 En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof? 41 En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?

Jezus wekte mensen uit de dood op.

Johannes 11:38 Jezus dan, wederom bij Zichzelf verbolgen, ging naar het graf; dit nu was een spelonk en er lag een steen tegenaan. 39 Jezus zeide: Neemt de steen weg! Marta, de zuster van de gestorvene, zeide tot Hem: Here, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag. 40 Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult? 41 Zij namen dan de steen weg. En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zeide: Vader Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. 42 Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. 43 En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem: Lazarus, kom naar buiten! 44 De gestorvene kwam naar buiten, de voeten en de handen gebonden met grafdoeken, en er was een zweetdoek om zijn gelaat gebonden. Jezus zeide tot hen: Maakt hem los en laat hem heengaan.

Jezus veranderde water in wijn.

Johannes 2:1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar; 2 en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd. 3 En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn. 4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen. 5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat! 6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. 7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand. 8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het. 9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was (en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het) riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem: 10 Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard. 11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem.

Jezus dreef onreine geesten uit.

Markus 5:1 En zij kwamen aan de overkant der zee in het land der Gerasenen. 2 En toen Hij uit het schip ging, kwam Hem terstond uit de grafsteden een mens tegemoet met een onreine geest, 3 die verblijf hield in de graven, en niemand had hem meer kunnen binden zelfs niet met een keten, 4 want hij was dikwijls met voetboeien en ketenen gebonden geweest en de ketenen waren door hem stukgetrokken en de voetboeien vernield, en niemand was bij machte hem te bedwingen. 5 En voortdurend, nacht en dag, was hij in de graven en in de bergen, schreeuwende en zichzelf met stenen slaande. 6 En toen hij Jezus uit de verte zag, liep hij toe, viel voor Hem neder, 7 en zeide, roepende met luider stem: Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt. 8 Want Hij zeide tot hem: Onreine geest, ga uit van deze mens. 9 En Hij vroeg hem: Hoe is uw naam? 10 En hij zeide tot Hem: Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk. En hij smeekte Hem dringend hen niet buiten het land te zenden. 11 Nu werd daar bij de berg een grote kudde zwijnen gehoed. 12 En zij smeekten Hem, zeggende: Zend ons in de zwijnen, dat wij daarin varen. 13 En Hij stond het hun toe. En de onreine geesten gingen uit en voeren in de zwijnen; en de kudde, ongeveer tweeduizend, stormde langs de helling de zee in en zij verdronken in de zee. 14 En die ze hoedden, namen de vlucht en berichtten het in de stad en op het land. En de mensen gingen zien, wat er gebeurd was. 15 En zij kwamen bij Jezus en zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand, hem, die het legioen gehad had; en zij werden bevreesd. 16 En die het hadden gezien, verhaalden hun, hoe het met de bezetene gegaan was en ook van de zwijnen.

Jezus vermenigvuldigde brood en vis.

Lukas 9:10 En toen de apostelen teruggekeerd waren, verhaalden zij Hem alles, wat zij verricht hadden. En Hij nam hen mede en trok Zich, met hen alleen, terug naar een stad, genaamd Betsaïda. 11 Doch de scharen bemerkten het en volgden Hem. En Hij ontving hen en sprak tot hen over het Koninkrijk Gods, en die genezing van node hadden, maakte Hij gezond. 12 En de dag begon te dalen; en de twaalven kwamen bij Hem en zeiden tot Hem: Zend de schare weg, opdat zij naar de dorpen en hoeven in de omtrek gaan om onderdak en spijs te vinden, want wij zijn hier in een eenzame plaats. 13 Maar Hij zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. Zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, of wij zouden moeten heengaan om voor al dit volk voedsel te kopen. 14 Want er waren ongeveer vijfduizend man. En Hij zeide tot zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig. 15 En zij deden het en lieten hen allen nederzitten. 16 Toen nam Hij de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit en brak ze, en Hij gaf ze aan de discipelen om ze aan de schare voor te zetten. 17 En zij aten en werden allen verzadigd en het overschot werd door hen opgeraapt: twaalf manden met brokken.

Al deze buitengewone daden werden waargenomen door getuigen die de pen ter hand namen en alles opschreven. Johannes schreef:

Johannes 20:30 Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, 31 maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.

De discipelen zetten hun eer en hun leven op het spel met de inhoud van hun geschriften:

Johannes 21:24 Dit is de discipel, die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft en wij weten, dat zijn getuigenis waar is.

We hebben gezien dat Jezus niet zomaar een mens was. Zijn opstanding en zijn daden tijdens zijn leven bewijzen dit. Jezus werd geboren uit Maria, maar verwekt door de heilige Geest (Lukas 1:35). Daarom was Hij de Zoon van God. Door zijn opstanding werd Hij de eeuwiglevende Zoon van God. Jezus was zelf God. En Hij is God.

 

 

JEZUS ALS
VERLOSSER
EN KONING

Welke betekenis heeft Jezus Christus voor de mensheid van vandaag? Om het antwoord hierop te vinden moeten we teruggaan in de tijd, en wel naar de periode voordat de wereld bestond.

Johannes 1:1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. Vers 14 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.

God werd veranderd in menselijk vlees en bloed.

 

Eer de wereld was

Dit eeuwige Woord werd de mens Jezus van Nazareth. Op aarde noemde Jezus zich Gods Zoon (Joh. 10:36) en de Zoon des mensen.

Jezus had evenwel altijd al geleefd als het eeuwiglevend Woord. Johannes zei van Jezus:

1 Johannes 1:2 (het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is).

Johannes opende zijn brief aan de Gemeente door te verwijzen naar "den beginne", waarmee hij ook zijn evangelie begon. Hij zei dat Jezus was "van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze eigen ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens" (1 Joh. 1:1). Johannes zei dat hij getuigde van dit eeuwig leven, het Woord. Dat Woord was Jezus Christus.

Hij die Jezus van Nazareth werd zei tegen de Joden:

Johannes 8:58 … Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik.

Johannes zegt in het begin van Openbaring:

Openbaring 1:4 Johannes aan de zeven gemeenten in Asia: genade zij u en vrede van Hem, die is en die was en die komt…

In vers 8 zegt de opgestane Jezus:

Vers 8 Ik ben de alfa en de omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige.

Openbaring 11:17 zeggende: Wij danken U, Here God, Almachtige, die is en die was, dat Gij uw grote macht hebt opgenomen en het koningschap hebt aanvaard.

Openbaring 22:12 Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. 13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

Jezus zei van zichzelf dat Hij de Heer is van de sabbat.

Mattheüs 12:8 Want de Zoon des mensen is heer over de sabbat.

Wie dacht Hij wel wie of wat Hij was? Een mens Heer over de sabbat? Heeft God niet de sabbat gemaakt en geheiligd? Dat is juist. Door Jezus Christus, het Woord, is alles geschapen.

Johannes 1:3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.

Jezus is de schepper van de zevende dag en noemt zich terecht "Heer over de sabbat". En wanneer Hij terugkomt naar de aarde is Hij Heer over de zevende periode van 1000 jaar, het Vrederijk.

Openbaring 19:11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. Vers 13 En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. Vers 16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.

Hij zal Heer zijn over het 1000-jarige Vrederijk, een tijd van sabbatrust en Heer over het Koninkrijk van God, de eeuwige sabbatrust. Jezus was God, de Schepper van hemel en aarde, en zal in eeuwigheid God zijn.

Volgens de Bijbel lijdt het geen twijfel dat Jezus God was. Maar Jezus was ook een mens. Zo was het onvoorstelbare gebeurd: God werd een vergankelijk mens. Paulus schreef over Christus Jezus:

Filippenzen 2:6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.

Zoals we zullen zien leidde Jezus een volmaakt leven en onderging Hij de straf voor alle menselijke zonden uit het verleden, het heden en de toekomst. Daarna heeft God de Vader Jezus doen opstaan tot het eeuwige leven dat Hij als het Woord had. Kort voor zijn kruisiging bad Jezus:

Johannes 17:5 En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.

En dat is precies wat er gebeurde.

Het Woord (Jezus) en God (de Vader) hadden in alle eeuwigheid een zeer hechte band van liefde. Jezus zei tot God:

Vers 24 Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt; Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.

Zij waren volledig één van geest.

Johannes 10:30 Ik en de Vader zijn één.

Paulus zei dat het Woord "de afdruk" van het "wezen" van God de Vader was (Hebr. 1:3). En in 2 Cor. 4:4: "het beeld Gods". Filippus, een van de discipelen van Jezus, vroeg Hem te laten zien hoe de Vader eruitzag. Jezus zei tegen hem:

Johannes 14:9 … Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

Jezus kwam om ons het bestaan en het karakter van de Vader te openbaren. Johannes schreef:

Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

 

Jezus' rol in de geschiedenis

Het Woord was en is de Hoofduitvoerder van Gods plan op deze aarde. Laten we de details van zijn functie eens samenvatten.

Door Jezus heeft God alle dingen geschapen.

Colossenzen 1:16 want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; 17 en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem.

Johannes 1:3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.

Het Woord werd de mens Jezus. Hij leidde een leven zonder zonden en betaalde voor de zonden van de mensheid. Het Woord is daarna uit de dood opgestaan en zit nu aan de rechterhand van God.

Het Woord zal ook als de Messias naar de aarde terugkeren. Hij zal dan over alle volken regeren.

Toen Jezus op aarde was, verklaarde Hij de relatie tussen Hemzelf en de Vader toen Hij zei: "De Vader is meer dan Ik" (Joh. 14:28). Eerder had Hij al uitgelegd dat Hij de boodschapper van de Vader was:

Johannes 12:49 Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet.

Zo steunt het verbond van liefde tussen Jezus en God op onderwerping en gehoorzaamheid en op liefdevol gezag. Christus en God werken op alle fronten samen. Er bestaat tussen hen geen meningsverschil. Jezus (het Woord) onderwerpt zich altijd vol liefde aan zijn Vader.

De Vader heeft volmaakt vertrouwen in de gehoorzaamheid van zijn Zoon. Hij kan het Woord de verantwoordelijkheid over de schepping toevertrouwen, en dat omvat ook Gods grote doel met de mensheid. Na zijn opstanding zei Jezus:

Mattheüs 28:18 En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.

Het Woord heeft ontzagwekkende macht ontvangen! Het Woord heeft het heelal geschapen. Het Woord heeft alles op deze aarde geschapen, met inbegrip van de mensheid (Gen. 2:7).

De zwaarste verantwoordelijkheid van het Woord was te worden veranderd in een mens, Jezus. Het besluit het Woord als offer in de wereld te zenden kan slechts gefundeerd zijn op oneindige liefde en trouw. Bedenk hoe verbazend het leven van Jezus op aarde was. Hier was God die daadwerkelijk in een mens veranderd was. Hij begaf zich onder de mensen. Het Opperwezen keek in mensenogen, sprak tot mensenoren. Hij werkte, at en dronk met mannen en vrouwen. Een goddelijke, eeuwige geest – de Schepper en Heerser van het heelal, het oneindige Verstand – raakte mensenhanden aan.

 

God leefde onder de mensen

Deze gebeurtenissen tarten het voorstellingsvermogen van de mens. Toch heeft een deel daarvan zich slechts een kleine 2000 jaar geleden afgespeeld. Laten we nog eens kijken hoe Paulus de transformatie van het Woord tot Jezus beschrijft – we hebben deze passage al gelezen:

Filippenzen 2:6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises.

Jezus Christus werd geboren uit een vrouw, Maria, in Bethlehem, een stadje in het Midden-Oosten (Matth. 2:1). De vleesgeworden God werd ter wereld gebracht als een baby, een jongetje. Hij werd in doeken gewikkeld en in een kribbe (voerbak) gelegd (Lukas 2:7). Het Woord nam eenzelfde lichaam van vlees en bloed aan als alle mensen.

Hebreeën 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen.

Galaten 4:4 Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet.

Het Woord werd de mens Jezus, opdat Hij "voor een ieder de dood zou smaken" (Hebr. 2:9).

Sterven voor de wereld was niet de enige grote taak die Jezus had. Hij moest voor de mensheid ook een volmaakt leven leiden, een leven zonder zonden. Paulus schreef:

Romeinen 8:3 … God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.

Om welke reden?

Vers 4 opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest.

Jezus was een mens. Fysiek verschilde Hij niet van alle andere mensen. Net als elk ander mens kon Hij gedood worden. Hij moest eten en drinken om in leven te blijven. Hij raakte vermoeid en zijn voeten werden vuil van de stoffige wegen waarover Hij liep. Pijn voelde Hij evenzeer als wij.

 

De enige volmaakte mens

Jezus was gelijk aan alle andere mensen en toch verschilde Hij van iedereen. Hij werd net als ieder ander mens op de proef gesteld, maar Hij was de enige mens die zijn hele leven zonder zonde leefde.

Paulus schreef over de opgestane Jezus:

Hebreeën 4:15 Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.

Verder is niemand erin geslaagd de zonde te vermijden:

Romeinen 3:23 Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.

Dit maakt Jezus uniek. Jezus was God. Hij heeft nooit gezondigd. Met zijn dood betaalde Hij de schuld van de zonden van de mensheid. Jezus is onze Verlosser omdat Hij God was en is.

 

De tijd van lijden

Voor zijn geboorte als mens inspireerde Hij, als het Woord, de profeet Jesaja tot het voorspellen van de wreedheid waaronder Hij, als Jezus, zou lijden.

Jesaja 52:14 Zoals velen zich over u ontzet hebben (zozeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte).

Jesaja 53:3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht. Vers 5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld… Vers 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt… Vers 8 … Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. Vers 12 … onder de overtreders werd [Hij] geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.

Het Woord (Christus) heeft zo tientallen profetieën van zijn eigen lijden en dood geïnspireerd. Deze profetieën waren uiterst gedetailleerd. Ze beschreven zelfs hoe soldaten het lot wierpen om zijn kleren. Vgl. Matth. 27:35 met Ps. 22:19.

Mattheüs 27:35  Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen.

Ongeveer duizend jaar eerder werd dit al opgeschreven.

Psalmen 22:19 Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad.

Ten slotte brak de tijd aan voor Jezus' offer, dat al van voor het begin der mensheid vaststond. Paulus schreef: "Thans is Hij eenmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen" (Hebr. 9:26). Bijna 2000 ,jaar geleden werd even buiten Jeruzalem "het kostbare bloed [vergoten] van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam" (1 Petrus 1:19). Jezus, die nooit gezondigd had, werd voor de mensheid tot zonde gemaakt (2 Cor. 5:21).

"Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" riep Jezus vlak voor zijn sterven uit (Matth. 27:46). Op dit moment, waarop Jezus tot zonde werd gemaakt voor de mensheid, uitte Hij de woorden die Hij David vele eeuwen daarvoor had laten opschrijven (Ps. 22:2).

Geen mens had meer kunnen lijden. Maar Jezus was ertoe bereid. Hij had tegen zijn discipelen gezegd:

Johannes 15:13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden.

Bij een andere gelegenheid zei Jezus:

Johannes 10:15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen.

Petrus wilde vechten om te voorkomen dat Jezus gearresteerd en gedood werd. Maar zie wat Jezus tegen hem zei:

Mattheüs 26:51 En zie, een van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. 52 Toen zeide Jezus tot hem: Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. 53 Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen? 54 Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?

Het plan van God moest doorgaan. Gods grootse plan van verlossing voor de mensheid had altijd voorrang. Niets kon het stoppen; geen leed, geen pijn, zelfs geen afschuwelijke dood. Zelfs toen Jezus tijdens zijn leven in doodsstrijd verkeerde, plaatste Hij het lot van de mensheid boven zijn eigen noden. Toen Hij zijn lijden zag naderen, bad Hij:

Johannes 12:27 Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure gekomen.

In dit verband krijgt Johannes 3:16 zijn ware en diepe betekenis:

Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Zie ook Romeinen 8.

Romeinen 8:31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

Eindelijk werd het doel bereikt. Op die namiddag van de Paschadag hing de Zoon des mensen aan een paal, uitgeput, verminkt, gepijnigd, bloedend.

Johannes 19:30 Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.

Lukas 23:46 En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.

De Zoon van God stierf.

 

Onze schuld weggenomen

Met zijn dood nam Jezus de geestelijke schuld – de straf voor de zonde – weg die de mensen op zich hadden gehaald.

Het offer van Jezus maakte een band tussen God en de mens mogelijk. Paulus zei tot de gemeente in Colosse:

Colossenzen 1:20 en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. 21 Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, 22 in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen.

God begon nu individuele mensen te roepen om uit de zonde te komen. Zo zouden de profetieën van vergeving worden vervuld.

"Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee" (Micha 7:19). Koning Hizkia zei: "Gij hebt al mijn zonden achter uw rug geworpen" (Jes. 38:17). "Geroepenen" zouden Gods "uitverkorenen" worden. Petrus schreef dan ook:

1 Petrus 2:9 Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [Gode] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: 10 u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.

 

Gods schema

Een belangrijk punt moet duidelijk zijn. Waarom heeft niet iedereen deze waarheden begrepen? Waarom heeft niet iedereen zijn of haar kans op vergeving van de zonden gekregen? Is een grote massa mensen "verloren"? Het antwoord is nee.

Vóór de dood en opstanding van Jezus was slechts een handjevol mensen uitverkoren om speciale verantwoordelijkheden te vervullen. Hun verhaal staat in het Oude Testament beschreven. We bedoelen mensen zoals Noach, Abraham, Sara, Mozes, Debora, Samuël, David, Jesaja, Esther. De talloze miljoenen van Adam tot Christus kregen nog geen gelegenheid voor dat wat in de Bijbel "behoud" wordt genoemd.

Hoe zit het met de periode tussen de opstanding van Jezus en zijn wederkomst? Deze periode kan men het tijdperk van de Gemeente noemen. In dit tijdperk roept God slechts een beperkt aantal mensen om deel uit te maken van de "uitverkorenen".

Deze mensen worden het "overblijfsel" genoemd, een kleine groep overlevenden, een zeer klein deel van het geheel. Paulus zei over deze "uitverkorenen" in zijn tijd:

Romeinen 11:5 Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade. Vers 7 Wat dan? Hetgeen Israël najaagt, heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen, en de overigen zijn verhard.

Iemand die "verhard" is mist de heilige Geest, een gift van God (Hand. 2:38). Het is Gods opzet dat in dit tijdperk slechts een betrekkelijk gering aantal mensen deel van zijn Gemeente wordt.

Dat verandert allemaal als het Woord naar deze aarde terugkeert als Messias en Koning. Hij zal de geestelijke blindheid wegnemen. Alle mensen krijgen dan de gelegenheid te worden behouden.

De profeet Micha toonde dat de wereld van de Messias een wereld van waarheid zal zijn:

Micha 4:1 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. 4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

Ook Jesaja schreef over deze prachtige tijd:

Jesaja 11:9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

God zal dan de verharding en blindheid van de mensen wegnemen. Iedereen die dan leeft, krijgt de heilige Geest aangeboden:

Ezechiël 11:19 Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, 20 opdat zij naar mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn.

Wat zal er gebeuren met allen die in de loop der eeuwen tot de toekomstige terugkeer van de Messias hebben geleefd en zijn gestorven, die mensen die nog niet geroepen zijn? Zij zullen weer tot een fysiek leven worden opgewekt, nadat Gods Koninkrijk duizend jaar op deze aarde heeft geregeerd. Zij zullen Gods Geest ontvangen en de kans krijgen het eeuwige leven te verwerven.

Openbaring 20:4  En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang.

Dit zijn de uitverkorenen uit de 6000 jaar van Adam tot de terugkomst van Christus. Dan vervolgt vers 5 met de "overigen", de miljarden, die in die periode hebben geleefd.

Vers 5 De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren… Vers 11 En ik zag [na het Millennium] een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Na grondig onderwijs uit de Bijbelboeken krijgt dan iedereen een kans om volgens de regels (geboden) van Gods te leven. Daarop zullen ze beoordeeld worden.

 

Opstanding

En wat gebeurt er met de mensen die in dit leven God hebben gezocht en gehoorzaamd? Bij Jezus' terugkeer naar deze aarde zullen zij, als zij gestorven zijn, uit de dood opstaan, of, als zij nog leven, worden veranderd tot onsterfelijke wezens, zoals we hierboven in Openbaring 20, vers 4, hebben gelezen. In een brief aan de gemeente in Thessalonica legde Paulus uit wat er zal gebeuren:

1 Thessalonicen 4:16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; 17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.

Aan de christenen in Corinthe legde Paulus de opstanding in de volgende bewoordingen uit:

1 Corinthiërs 15:51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.

 

Het plan van behoud

Het behoud kan in vier stappen beschreven worden. Eerst kiest God iemand om een van de "uitverkorenen" te worden. Jezus zei:

Johannes 6:44 Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.

Maar God had al vóór de schepping van hemelen en aarde besloten wie en wanneer Hij de verschillende mensen zou roepen.

Efeziërs 1:4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil.

Ten tweede past God het offer van Jezus toe om de zonden van deze persoon, indien hij zich bekeert, te vergeven en hem te rechtvaardigen. Petrus zei: "Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden" (Hand. 3:19). Dit proces wordt ook wel rechtvaardigen genoemd.

Romeinen 3:24 en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; 26 om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is.

Ten derde leeft Jezus zijn leven van onderwerping aan en liefde voor God in de christen door de heilige Geest. Paulus zegt ons:

Galaten 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Paulus zegt tegen de christenen van Efeze:

Efeziërs 4:22 dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, 23 dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, 24 en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Ten vierde wordt de christen, die uit God verwekt is, bij de wederkomst van Jezus onsterfelijk.

Deze vier stappen behelst het plan van behoud voor de eerstelingen (die in de eerste opstanding zullen zijn). Ook in de volgende fasen gedurende het millennium en daarna is Christus de Hoofduitvoerder.

Het Woord als Schepper, als Heer, als Jezus, als hemelse Hogepriester en als de wederkerende Christus staat centraal in het gehele proces. De werkelijke hoop voor de mensheid is de opstanding van Jezus en zijn leven, een leven dat Hij leidt in berouwvolle mensen. Petrus zei:

1 Petrus 1:3 Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop.

Paulus zei:

Romeinen 5:9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.

Het bloed symboliseert het leven want het leven zit in het bloed. Omdat het leven van Christus volmaakt, zondeloos, was, kon met zijn leven betaald worden om ons te verlossen van de zonde en de doodstraf. Dit offer, Jezus' leven, is aanvaard door God, de Vader. Zo kan ons leven gerechtvaardigd worden en is een verzoening met God mogelijk, althans voor hen die oprecht berouw hebben en zich bekeren en voortaan Gods geboden zullen onderhouden. We worden met God verzoend door de dood van zijn Zoon en we worden dan behouden door het leven van Jezus. In dit gehele proces is Jezus de leidsman en voleinder van de levenswijze die tot het behoud leidt.

Hebreeën 12:1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.

Hoe bewerkstelligt Jezus, die nu aan Gods rechterhand zit (Hebr. 10:12), zijn werk van behoud in de mensen? Jezus is de Hogepriester van degenen die hun leven aan God hebben overgegeven.

Hebreeën 4:15 Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze [als wij] is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.

Dat wil zeggen dat Hij in hen werkzaam is om hen tot volledige geestelijke volwassenheid te brengen in gehoorzaamheid en overgave aan de Eeuwige God.

Sommigen trachten dit te ontkennen. Johannes schreef:

2 Johannes 1:7 Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist.

Het Woord kwam in het vlees. God, het Woord, is vlees geworden. Dat wil zeggen dat God, Jezus dus, mens werd. Johannes schreef:

1 Johannes 4:2 Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God.

Vanuit een ander perspectief gezien komt Jezus in de geest van een oprechte gelovige. Hoe gebeurt dit?

 

Jezus leeft in ons

We weten dat Jezus leeft in de geest van de ware christen.

Galaten 2:20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.

Jezus helpt de ware gelovige een leven van onderworpenheid en gehoorzaamheid aan God te leiden. Deze persoon leidt zijn of haar leven nu vanuit een eigenschap die de Bijbel ’geloof’ noemt. Wat is het ware levende geloof? Heel eenvoudig: dat men leert God te geloven en te doen wat Hij zegt. De gelovige verricht geestelijke werken, maar deze worden gedaan door de kracht van God. Jakobus zegt:

Jakobus 2:24 Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. 25 En is niet evenzo Rachab, de hoer, uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boodschappers in huis nam en langs een andere weg liet heengaan? 26 Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.

Een discipel stelde de vraag: "Here, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?"

Christus openbaart zich niet aan de wereld, een wereld waarin het christendom een dominante plaats inneemt. Daarom geeft Jezus het volgende antwoord, waarmee Hij ook uitlegt aan zijn volgelingen hoe Hij zijn leven in de ware gelovigen zou leven:

Johannes 14:23  Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

Jezus zei tegen zijn discipelen dat Hij een helper, "de Trooster", zou sturen. Wie of wat is deze Trooster? Jezus legde het uit:

Johannes 14:26 maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.

Jezus noemde hier de heilige Geest de Trooster en elders "de Geest der waarheid" en zei dat deze hun de weg zou wijzen tot de volle waarheid.

Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid…

In de Bijbel worden verscheidene metaforen en voorbeelden gebruikt om de heilige Geest te beschrijven. De Geest is bijvoorbeeld iets dat uitgestort kan worden (Hand. 2:17). Andere symbolen van de heilige Geest zijn adem (Joh. 20:22); olie (Ps. 45:8); wind (Joh. 3:8) en water (Joh. 4:14). Evenals de benaming ’Trooster’ zijn dit slechts vergelijkingen om ons iets te doen begrijpen dat we niet helemaal kunnen vatten.

Jezus leeft nu zijn leven in ons door de heilige Geest. Paulus bad dat de Gemeente "met kracht gesterkt [zou] worden door [Gods] Geest in de inwendige mens" (Ef. 3:16). Hij zei tegen Timotheüs:

2 Timotheüs 1:7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.

Daarom zei Paulus vol vertrouwen:

Filippenzen 4:13 Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.

Ik vermag: ik kan alles doen, ben tot alles in staat, kan alles aan. Paulus zag in dat hij zich als mens niet zou onderwerpen aan God en zijn wet. Hij zei:

Romeinen 7:14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.

Hij vervolgt dan met te laten zien dat er binnen de christen een ware geestelijke oorlog woedt:

Vers 15 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. 16 Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is. 17 Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. 19 Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. 20 Indien ik nu datgene doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 21 Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; 22 want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, 23 maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

Door wie zou Paulus worden verlost? Hij zei tot besluit:

Vers 25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here!

Paulus schrijft later dat hij de strijd heeft gewonnen en niet meer doet wat zijn menselijke natuur wil.

Om Gods wet geestelijk te onderhouden moet de heilige Geest wonen in degene die besluit God te gehoorzamen. Niet dat de Geest de wet houdt ’in plaats van’ de gelovige, maar de Geest doet dit door middel van de berouwvolle persoon. De Geest geeft het geloof en de kracht.

Dit lijkt een vreemd en onbegrijpelijk proces en voor de meeste mensen is het werkelijk een mystieke puzzel. Maar het raadsel is nu opgehelderd. Door Jezus krijgen we "de open-baring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen" (Rom. 16:25).

 

Als de graven opengaan

De apostel Paulus verkreeg de zekerheid van een toekomstige opstanding door de heilige Geest in hem en door de leiding van de opgestane Jezus als zijn Hogepriester. Aan het eind van zijn leven zei hij:

2 Timotheüs 4:7 Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; 8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.

Iedereen die door God is geroepen, dood of levend, is in afwachting van een der indrukwekkendste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid: de terugkeer van het Woord op aarde als de Messias.

We hebben al gezien dat dit het moment zal zijn waarop de rechtvaardige doden zullen opstaan en het eeuwige leven beërven. Jezus is het middelpunt van deze grote gebeurtenis. Hij zei:

Johannes 11:25 Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.

Bij zijn wederkomst opent Jezus, de Messias, de graven. Sprekend over iedereen die trouw is geweest aan de roeping door God zei Hij: "Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (Joh. 6:44).

Ook zei Jezus:

Johannes 5:26 Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf. 27 En Hij heeft Hem macht gegeven om gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is. 28 Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen, 29 en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.

Iedereen die een van Gods kinderen is op deze aarde, heeft een belofte van Jezus: "Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (Joh. 6:40). Zoals we gezien hebben, vindt deze opstanding plaats bij Christus' terugkeer naar de aarde.

Colossenzen 3:4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Judas 1:14 Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden.

De discipelen stonden met de opgestane Jezus op de Olijfberg even buiten Jeruzalem. Terwijl zij toekeken en Jezus achter de wolken verdween, stonden twee engelen bij hen die de terugkomst van Christus bevestigden.

Handelingen 1:9 En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij henenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, 11 die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.

Jezus had zijn discipelen al eerder verteld hoe Hij zou terugkeren:

Mattheüs 24:30 En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. 31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

De komst van Jezus zal worden aangekondigd door het bazuingeschal van een engel.

Openbaring 11:15 En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden.

Dit is een tijd van crisis en wereldoorlog. Als er geen uitverkorenen waren zou er niemand in leven blijven (Matth. 24:22). Johannes hoorde stemmen uit de hemel die zeiden:

Openbaring 11:18 en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven.

 

Jezus als koning over de aarde

De volkeren zullen de terugkeer van Jezus niet enthousiast verwelkomen. De politieke en militaire autoriteiten zullen de Christus zelfs bevechten.

Openbaring 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen (want Hij is de Here der heren en de Koning der koningen) en zij, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen.

De profeet Zacharia beschreef wat er zou gebeuren wanneer Jezus naar deze aarde terugkeert als Messias en Koning:

Zacharia 14:1 Zie, er komt een dag voor de HERE… Vers 2 Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen… Vers 3 Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden… Vers 4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg… Vers 8 Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten… Vers 9 En de HERE zal koning worden over de gehele aarde…

En de onsterfelijk gemaakte heiligen zullen met Christus op aarde heersen.

Openbaring 5:10 en Gij hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.

Gehoorzame, aan God onderworpen mensen, die bij het beërven van het eeuwige leven in geest worden veranderd, krijgen van het Woord ondermeer "macht over de heidenen" (Openb. 2:26). Duizend jaar lang zullen zij met Christus regeren (Openb. 20:4).

En alle anderen? "De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren" (Openb. 20:5).

Tijdens zijn duizendjarige regering maakt Jezus het behoud mogelijk voor alle mensen die dan leven.

Hebreeën 8:10 Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen, en Ik zal die in hun harten schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 11 En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen. 12 Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.

Niemand, behoudens slechts enkele mensen, die leeft in de jaren voordat Christus terugkomt, zal begrijpen wat staat in vers 11: "En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de Here, want allen zullen zij Mij kennen". Is het in de huidige tijd nodig om iemand te vertellen wie Jezus Christus is? Absoluut! De wereld is volkomen misleid door het christendom, omdat die godsdienst zichzelf heeft laten misleiden en een valse ’heer’ dient. De Gemeente van God is een roepende in de woestijn. Na de komst van Christus zal tot de mensheid doordringen wie de ware Heer is.

Na het Millennium zullen de andere doden tot het behoud worden geroepen. Jezus zal zijn wetten ook in hun verstand schrijven. Ook zij zullen weten dat Jezus Heer is, of zij in hun vroeger leven nu slaaf of koning waren. Uiteindelijk zal ieder mens zijn kans op behoud hebben ontvangen. Het gezin van God is dan compleet. En dan?

 

Het plan voltooid

Christus is als de Messias teruggekeerd om over de wereld te regeren en heeft alle levende mensen het behoud aangeboden. Hij heeft de massa's die zonder God gestorven zijn weer tot leven gewekt, zodat ook zij hun kans op het behoud krijgen. Hij heeft dan Gods plan voltooid: het behoud van de mensheid. In zekere zin is Gods fantastische doel of plan dan voltooid.

1 Corinthiërs 15:24 daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. 25 Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft.

Maar dit einde is alleen maar het begin. God heeft een plan gemaakt van 7000 jaar om uit de mensen zijn Gezin te vormen. Gods heiligen hebben dan "de heerlijkheid zijner erfenis" ontvangen (Ef. 1:18). Er zullen dan geen sterfelijke mensen meer bestaan. Jezus zal dan "vele zonen tot heerlijkheid" hebben gebracht (Hebr. 2:10). Zij zullen met Christus erfgenamen zijn. Het Gezin van God staat dan aan het begin van een oneindig en adembenemend tijdperk.

Hebreeën 1:1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, 2 die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.

Christus is erfgenaam van "alle dingen". Wij hebben als mens geen besef van wat God bedoelt met "alle dingen". Het universum? Nog meer? God heeft beloofd dat de getrouwen van Hem mede-erfgenamen zijn met Christus.

Romeinen 8:17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Efeziërs 3:4 Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus, 5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten: 6 dit geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie.

Jakobus 2:5 Hoort, mijn geliefde broeders! Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben?

 

 

IN DE
VOETSTAPPEN
VAN CHRISTUS

Jezus predikte dat het doel van het menselijk leven eruit bestaat een speciale relatie met God te vormen. Want het gezin van God heeft de liefde van God als fundament. Daarom zal er een perfecte harmonie zijn. In wezen betekent dit dat mensen God moeten liefhebben. Zo eenvoudig is het. Maar als dat alleen op basis van menselijke kracht moet gebeuren, lijkt het onmogelijk.

Jezus maakte duidelijk dat God liefhebben betekent Hem in alle facetten van het leven op de eerste plaats stellen. Hij zei:

Mattheüs 22:37 Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. 38 Dit is het grote en eerste gebod.

Dit is natuurlijk geen nieuw principe. De woorden van Jezus kwamen van Deuteronomium 6:5 in het Oude Testament. Bijna 1500 jaar eerder had Jezus als God dit principe al gegeven. Hij is de God die de mensen gebood Hem op deze manier lief te hebben.

Vrijwel niemand heeft echt begrepen wat het betekent God in alles voorop te stellen of hoe men dat doet. Dat werd pas onthuld door Jezus toen Hij als God in het vlees op aarde was. Hij gaf het voorbeeld van de wijze waarop men God voorop moet stellen. Jezus zei dat zijn leefwijze de belichaming was van wat het betekent een geestelijke relatie met God te hebben.

Jezus vertelde zijn toehoorders:

Johannes 12:26 Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij…

De ware gelovige zou zijn of haar leven leiden naar het voorbeeld van Christus: in relatie tot God. Jezus legde dit uit aan zijn discipelen.

Johannes 15:10 Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde.

Gods geboden en wetten openbaren wat God denkt, hoe Hij de dingen ziet. Jezus liet zien hoe de geboden de basis zijn voor een band van liefde tussen de mens en God. Hij verduidelijkte deze band, Hij toonde die, door zijn eigen levende voorbeeld.

 

Wat vrijwel niemand begreep

De godsdienstige mensen uit de tijd van Jezus interpreteerden Gods voorwaarde voor behoud op een verkeerde manier.

Jezus zei tegen hen:

Johannes 5:39 Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen, 40 en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben.

Zij waren niet bereid Jezus te zien als de belichaming van de wetten waarin zij beweerden te geloven. Dit was een ongelooflijke ironie.

Jezus zei verder tot de religieuze leiders:

Vers 42 maar Ik ken u: gij hebt de liefde Gods niet in uzelf. 43 Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen. 44 Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? 45 Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?

De geboden in het Oude Testament laten zien hoe Jezus is. Dat wil zeggen, hoe Hij denkt en handelt. Aangezien Jezus de geestelijke weerspiegeling van God de Vader is, heeft dit hetzelfde effect als de Vader openbaren.

Maar juist degenen die dit portret van Jezus als God in hun wetten hadden, begrepen het niet. De Farizeeën en andere religieuze groeperingen hadden hun vertrouwen geschonken aan woorden die op rollen geschreven waren. Ze kenden de waarheid die achter deze woorden schuil ging niet. Zij dachten dat mensen als zij van nature God wilden gehoorzamen. Zij beroemden zich erop de wet en de naam van God te bezitten.

Deze uiterst godsdienstige mensen raakten verankerd, vastgezogen in het gehoorzamen van de wet. De wet was tot doel gemaakt; men had God uit het oog verloren. Maar in hun vrome ijver maakten ze eigen wetten en stelden die boven Gods geboden. Zij toonden aan dat de menselijke natuur een belemmering is voor een juiste houding en een juist begrip.

Markus 7:5 toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering der ouden, maar eten zij met onreine handen hun brood? 6 Maar Hij zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja van u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. 7 Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. 8 Gij verwaarloost het gebod Gods en houdt u aan de overlevering der mensen. 9 En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten werking om uw overlevering in stand te houden. 10 Want Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven. 11 Maar gij zegt: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban, dat is, offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, 12 dan laat gij hem niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen. 13 En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt. En dergelijke dingen doet gij vele.

Hoewel zij constant in Jezus' nabijheid waren en Hem hoorden prediken en wonderen zagen verrichten, konden zij niet herkennen wie Hij werkelijk was.

Zij keken naar het voorbeeld van Jezus, maar zij waren niet bereid Hem te erkennen als het Licht en de Weg naar een ware relatie van liefde met God. De godsdienstleiders wilden hun ideeën en hun positie niet opgeven om God te vinden. Maar dat waar zij zich zo krampachtig aan vastklampten, moet men juist opgeven om het behoud te verkrijgen.

Het probleem van de religieuze gemeenschap in Jezus' tijd werd door Paulus samengevat:

Romeinen 10:2 Want ik getuig van hen, dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand. 3 Want onbekend met Gods gerechtigheid en trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan de gerechtigheid Gods niet onderworpen. 4 Want Christus is het einde [einddoel] der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.

Het woord "einde" in vers 4 is een vertaling van het Griekse telos en betekent ’einddoel’. De wet is dus de route naar Christus. Als men in de trein stapt om naar plaats A te reizen, dan is A de bestemming (telos). Bij aankomst in A is niet de spoorlijn opgeheven. De wet die naar Christus leidt is evenmin ontbonden. Christus heeft de wet vervuld, een zondeloos leven geleid, maar niet afgeschaft.

 

Meer dan Gods wet gehoorzamen

Gehoorzaamheid en onderwerping aan God is meer dan uiterlijk zijn geboden in acht nemen. We kunnen het stelen nalaten omdat we weten dat de Tien Geboden dat verbieden. Maar als we het bovendien nalaten omdat we onze naaste liefhebben, al stelt hij zich op als onze vijand, doen we beter. Als we het daarenboven ook nalaten omdat we God oprecht liefhebben, doen we het volmaakt, zoals Jezus leefde.

Het verhaal van de rijke jongeling die naar Jezus kwam, verduidelijkt dit punt.

Markus 10:17 En toen Hij op weg ging, liep iemand op Hem toe, viel op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?

Hier stelde iemand de juiste vraag: hoe kan ik behouden worden? Hij was enthousiast: hij liep op Jezus toe. Hij aanbad Jezus: hij viel op de knieën. Tot dusver is alles goed. Het gesprek ging verder. Jezus zei:

Mattheüs 19:17 … indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.

De rijke jongeling vroeg welke geboden Hij bedoelde, waarop Jezus vijf van de Tien Geboden opsomde.

Vers 20 De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?

Alles is nog steeds goed. Deze man gehoorzaamde God, hij volgde zijn geboden. Hij moet gedacht hebben dat hij al op de juiste manier leefde om het eeuwige leven te beërven. Waarschijnlijk verwachtte hij dat Jezus hem nu enthousiast op de schouder zou kloppen.

In plaats daarvan shockeerde Jezus hem.

Lukas 18:22 Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem: Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij. 23 Toen hij dat hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was zeer rijk.

"Volg mij," zei Jezus (vers 22). Een rechtstreekse roeping. Maar het gezicht van de man betrok. Alles verkopen wat ik heb? Dat is mijn hele leven. Dat kan ik niet. Verbijsterd liep hij weg.

Ook de discipelen stonden versteld. Als het in acht nemen van de geboden niet voldoende is (althans zoals zij die interpreteerden), wat dan wel?

Mattheüs 19:25 Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden worden? 26 Jezus zag hen aan en zeide: Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.

De rijke man moest datgene opgeven wat hem het dierbaarst was: zijn geld. Hij was niet bereid God voorop te stellen in zijn leven.

De geboden zijn niet afgeschaft zoals velen denken, maar door Jezus wel verdiept, de ware betekenis eraan gegeven.

Mattheüs 5:27 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. 28 Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.

Voor velen is het niet eenvoudig God in het leven boven alles te stellen. Meestal zijn er knelpunten, de zaken die hén het meest dierbaar zijn. Daarom vinden zij het zo moeilijk christen te zijn. Sommigen slagen er redelijk in enkele van Gods geboden in acht te nemen. Maar het is iets anders zich in alles aan God te onderwerpen. De natuur van de mens is een belemmering.

Daarom zei Jezus:

Mattheüs 7:14 want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden.

En even later zei Hij:

Vers 21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.

Wat betekent het Gods wil te doen? Het betekent dat men een relatie aangaat waarin God altijd op de eerste plaats staat, ongeacht de omstandigheden. In feite komt het erop neer dat mensen hun leven moeten opgeven tijdens hun leven. Jezus zei:

Johannes 12:25 Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.

God wil het beste voor ons. Geloven we dat? Vertrouwen we God? Als we het goed begrijpen en geloven dan is het doen van de wil van God het allerbeste voor onszelf. Dat maakt de beslissing om God te gehoorzamen tot de meest logische en eenvoudige beslissing.

Hoe passen we dit toe in onze levenswijze? Hoe denkt men daarover? Men vindt het eigenlijk een revolutionair idee van Jezus om God voorop te stellen. De mensen vinden het onzinnig. Ze vragen zich af waarom men bepaalde dingen in acht moet nemen en zich van andere moet onthouden of waarom men weer andere zaken helemaal niet mag doen. Petrus zei dat vrienden en familieleden de veranderingen in een ware christen niet zouden begrijpen:

1 Petrus 4:1 Daar Christus dan naar het vlees geleden heeft, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte, dat, wie naar het vlees geleden heeft, onttrokken is aan de zonde, 2 om niet meer naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God de tijd, die nog rest in het vlees, te leven. 3 Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen van de wil der heidenen, toen gij wandeldet in allerlei losbandigheid, begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij. 4 Daarom bevreemdt het hen, dat gij u niet met hen stort in diezelfde poel van liederlijkheid, en zij belasteren u.

Mensen die worden geroepen om Jezus te volgen, krijgen soms wrijving met hun collega's, vrienden en familieleden. In vers 3 hierboven staat: de wil der heidenen. Dat wil zeggen dat de wereld in afgoderij leeft. Afgoden bestaan niet, ze zijn in de gedachten van mensen gebracht door Satan. Satan manipuleert de menselijke natuur en ’leert’ de mens normen die haaks staan op Gods normen. De levenswijze van de getrouwen van God is een weg van geven en begint met zeer weinigen op aarde.

Markus 4:30 En Hij zeide: Hoe zullen wij het Koninkrijk Gods afbeelden, of onder welke gelijkenis zullen wij het brengen? 31 Het is als een mosterdzaadje, dat, wanneer het in de aarde gezaaid wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde, 32 en toch, als het gezaaid is, opkomt en groter wordt dan alle tuingewassen, en grote takken maakt, zodat in zijn schaduw de vogelen des hemels kunnen nestelen.

Wanneer Christus het 1000-jarige Vrederijk heeft opgericht zal er een Utopia zijn op aarde. Maar voorlopig wordt iemand die Jezus wil volgen – niet de valse Jezus van het christendom – vaak niet geaccepteerd door zijn omgeving. Bij zijn terugkomst legt Jezus alle volken vrede op. Maar in de huidige tijd brengt Hij scheuringen. Velen zullen verbaasd zijn dat Jezus zei dat Hij met zijn leer geen vrede brengt.

Mattheüs 10:34 Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. 35 Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; 36 en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. 37 Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig.

De ware gelovige moet God boven alles en iedereen stellen. Jezus zei tot zijn discipelen:

Mattheüs 16:24 Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. 25 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.

Nog nooit was het zo moeilijk geweest een discipel te worden. Uitvluchten werden niet getolereerd, er was geen pardon. Een volgeling moest voldoen aan de norm of vertrekken. Daarover viel niet te discussiëren. Jezus zei:

Lukas 14:27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. Vers 33 Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.

Er kan leed voortkomen uit zelfverloochening en de strijd om God voorop te stellen. Zo dragen mensen tijdens hun leven hetzelfde kruis als Jezus gedragen heeft. Ongeacht de gevolgen handelde Hij altijd zo dat het de Vader behaagde. Zijn volgelingen moeten hetzelfde doen. Paulus zei tegen de christenen van Filippi:

Filippenzen 1:29 Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.

Een bepaalde vorm van strijd is bijzonder moeilijk: de geestelijke strijd die geleverd moet worden om een eind te maken aan de gedachten en daden die een bedreiging vormen voor de relatie met God. Om dichtbij God te blijven, moet men denken en handelen zoals God. Wie anders doet, slaat de plank mis en zondigt. God verandert niet. Als iemand merkt dat er tussen God en hemzelf een verwijdering is ontstaan, dan heeft hij dat zelf veroorzaakt, niet God!

 

De geestelijke strijd

Paulus schreef over de strijd die zich in onze geest afspeelt:

Galaten 5:17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander) zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Paulus moedigde de christenen aan met de woorden:

2 Corinthiërs 10:4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk [menselijk], maar krachtig voor God [door de heilige Geest] tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.

Is dit mogelijk? Volgens Jezus zijn alle dingen bij God mogelijk – door zijn Geest. Paulus zei: "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft" (Filipp. 4:13).

Paulus riep de ware christenen op het hoogste offer te brengen:

Romeinen 12:1 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen [het totale leven] stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. 2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

Ware christenen moeten met Christus hun ’kruis’ opnemen. Zij moeten een eind maken aan elk menselijk verlangen dat hun band van liefde met God verstoort. Paulus zei:

Galaten 5:24 Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.

Even voordat hij deze uitspraak deed, gaf Paulus een opsomming van de menselijke begeerten die moeten worden overwonnen. Het is geen fraaie verzameling:

Galaten 5:19 Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, 20 afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, 21 nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.

 

De zonde ter dood brengen

Teneinde de juiste relatie met God te krijgen, moet men zich distantiëren van "de oude mens", die zich met deze lage zaken bezighoudt.

Colossenzen 3:5 Doodt dan de leden [zondige daden], die op de aarde zijn…

Paulus schreef verder:

Colossenzen 3:8 Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond. 9 Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, 10 en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper.

Naar welke daden en gedachten moet de nieuwe mens streven? Hij of zij wordt geleid door Gods Geest. Zo iemand kenmerkt zich door de vrucht van de Geest.

Galaten 5:22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 23 Tegen zodanige mensen is de wet niet.

Overtreding van de wet van God heeft automatisch de doodstraf tot gevolg.

Romeinen 6:23 Want het loon, dat de zonde geeft, is de dood…

Maar iemand die de heilige Geest heeft en de vruchten voortbrengt heeft genade ontvangen van God.

… maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.

De reden hiervoor is dat de vrucht van de Geest de eigenschappen zijn die God zelf bezit en er kan tegen God geen wet zijn, aangezien Hij de enige is die de wijsheid bezit regels op te stellen.

Jakobus 4:12 Eén is wetgever en rechter, Hij, die de macht heeft om te behouden en te verderven.

Gods weg ís leven.

"Met Jezus gekruisigd worden" houdt in het kruisigen van alle verlangens, gedachten en daden die tegen de natuur van God ingaan, die tegen zijn wet en karakter indruisen. Door de zonde te kruisigen, beginnen we Gods levenswijze na te streven. Jezus zei:

Mattheüs 6:33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid…

Gods gerechtigheid zoeken betekent God zoeken, zijn karakter zoeken en nastreven. Door dit éérst te zoeken, plaatsen we God boven alle gedachten, verlangens, behoeften, mensen, angsten, hoop, wensen, passies of vervoeringen die bezit van ons kunnen nemen.

Hiertoe in staat te zijn – dit echt te doen, want God laat zich niet misleiden – lijkt onmogelijk die God nog niet goed begrijpen of niet de juiste houding hebben. Alles wat de mens voor zijn persoonlijk welzijn nodig heeft, zoals voedsel, drinken, kleding en de rest, "dit alles zal u bovendien geschonken worden", zei Jezus (hetzelfde vers). Ook vrienden, liefde en een geestelijke familie worden hieraan toegevoegd. En God voegt ze toe, dus die belofte staat vast.

Er is een beloning voor de ware gelovige. Paulus zei:

Hebreeën 11:6 maar zonder geloof is het onmogelijk [Hem] welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Het is Gods doel een band van liefde te krijgen met zijn menselijke kinderen. Als de mensen die band eenmaal hebben gerealiseerd – en hem onderhouden – kunnen zij gezegend worden. Ook het eeuwige leven, het grote doel van het menselijk bestaan, krijgen zij dan geschonken.

 

Voorbeeld voor alle tijden

God heeft het Woord als Jezus Christus de wereld ingezonden. Jezus heeft gedurende zijn hele leven zijn Vader als mens gediend door zijn woorden te prediken. Jezus leidde zijn leven in volmaakte gehoorzaamheid aan zijn Vader.

Jezus is het licht van de wereld (Joh. 1:9).

Hij is de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14:6). Jezus was de personificatie van de liefde jegens God. Het leven van Jezus laat zien wat het betekent God lief te hebben, God te zoeken, God te dienen, als God te zijn. Jezus had de Vader lief met zijn hele hart, zijn hele ziel, zijn hele verstand en met al zijn kracht. Bovendien had Hij zijn naaste lief zoals zichzelf. In feite had Jezus zijn naaste meer lief dan zichzelf, want Hij gaf zijn leven voor zijn naaste.

Johannes 13:34 Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.

Wie is Jezus dan? Jezus is God, Mens, Schepper, Priester, Offer. Jezus is het voorbeeld voor de gehele mensheid. De meeste mensen zullen Jezus uiteindelijk hun erkentelijkheid betuigen door zijn voorbeeld te zoeken en Hem na te volgen. Jezus is voor ons het volmaakte voorbeeld van leven. Hij is voor ons het volmaakte voorbeeld van lijden. Hij is voor ons het volmaakte voorbeeld van het liefhebben van God. Hij is de deur die opengaat naar God bij Wie eeuwig behoud is.

Johannes 10:9 Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden.

Iedereen die God dient zal op een dag alle dingen erven met Jezus, "de leidsman en voleinder des geloofs".

Hebreeën 12:1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs…

 

Terug naar de Home Page

web statistics